Schaakrubrieken weekend 31 augustus 2019

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar diverse schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend. Wij proberen de besproken partijen in een viewer te tonen.

Hans Ree Gert Ligterink Hans Böhm Bab Wilders Johan Hut Rini Kuijf Henk Prins

Hans Ree

Pal Benko, 1928-2019

Afgelopen maandag overleed de Hongaars-Amerikaanse grootmeester Pal Benko, 91 jaar oud. Hij was een sterk schaker, die in 1959 en in 1962 in kandidatentoernooien voor het wereldkampioenschap speelde, en hij was ook een begaafd en fabelachtig productief componist van eindspelstudies en matproblemen. Een van mijn mooiste schaakboeken is Pal Benko, My Life, Games and Compositions (2004), dat hij schreef met de Amerikaan Jeremy Silman en dat in 668 pagina’s alle aspecten van zijn leven en werken behandelt; zijn toernooien, zijn composities, het Benkogambiet en de andere naar hem genoemde openingen, maar het gaat ook over zijn leven, zijn vrouwen en zijn vechtpartijen. Dat vechten verbaasde me, want ik kende hem altijd als een vriendelijk man.

Benko had in Hongarije een gelukkige jeugd tot de Tweede Wereldoorlog. Toen werd hij als jongen van 16 ingelijfd in het Hongaarse leger, maar hij deserteerde en hield zich schuil. Later werden zijn vader en zijn broer door de Russen gearresteerd en naar Rusland afgevoerd. Ze zouden terugkomen, maar dat wist hij toen niet. Kort voor zijn 17de verjaardag stierf zijn moeder van uitputting.

Hij werd een van de sterkste Hongaarse schakers en probeerde in 1952 naar het Westen over te lopen, werd gepakt en verbleef een jaar in gevangenschap. In 1957 probeerde hij het opnieuw en toen lukte het. In Hongarije was hij Benkö geweest, maar in de Verenigde Staten, zijn nieuwe land, verloor hij de trema en werd hij Benko.

Zijn grote jaren als schaker duurden tot omstreeks 1970. In dat jaar had hij zich gekwalificeerd voor het Interzonale toernooi, maar hij gaf zijn plaats aan Bobby Fischer, die daardoor twee jaar later wereldkampioen kon worden. Tot kort voor zijn dood bleef hij een geweldig componist van eindspelstudies en matproblemen.

Pal Benko – Michail Tal, Kandidatentoernooi Curaçao 1962

1. g3 g6 2. Lg2 Lg7 3. d4 d6 4. e4 Pf6 5. Pe2 0-0 6. 0-0 Pbd7 7. Pbc3 c6 8. a4 a5 In de eerste ronde had Benko met hetzelfde systeem van Fischer gewonnen, die wits opmars a4-a5 had toegelaten. Tal probeert het beter te doen. 9. b3 Te8 10. La3 Dc7 11. Dd2 e5 12. Tad1 exd4 13. Pxd4 Pc5 14. f3 b6 15. Pde2 Lf8 16. Lb2 De7 17. Pd4 Lb7 18. Tfe1 Lg7 19. f4 Tad8 20. Lf3 Dd7 21. Dg2 d5 Tal wil niet meer afwachten, maar kon toch beter 21…Dc7 spelen. 22. e5 Pfe4 23. Pxe4 dxe4 24. Le2 De7 25. La3 f6 26. Lc4+ Kh8 27. Pe6

Zwarts stelling stort in. 27…Td5 Tal probeert nog verwarring te zaaien met een kwaliteitsoffer. 28. Lxd5 cxd5 29. Pxg7 Kxg7 30. exf6+ Dxf6 31. Df2 Pe6 32. Dxb6 La8 33. Ld6 Df5 34. Dxa5 Kh6 35. c4 Td8 36. Le7 e3 37. Txe3 Te8 38. Lg5+ Kg7 39. Tde1 Pxg5 40. fxg5 Tf8 41. Da7+ De tijdcontrole was gehaald en zwart gaf op.

Partij in de viewer:

De opgave van het tweede diagram is een driezet die Benko maakte voor de 77ste verjaardag van Max Euwe, die in Brazilië werd gevierd. Er was een verjaardagstaart met twee schaakbordjes en chocolade stukken die een M en een E vormden. Twee matproblemen: wit begint en geeft mat in drie zetten. De taart mocht pas gegeten worden als Euwe die problemen had opgelost. De M loste Euwe snel op, maar de E kostte hem zoveel moeite dat Benko hem de mooie oplossing in het oor fluisterde, want de gasten hadden honger.

Gert Ligterink

Karpov en Kasparov over niveau van Carlsen en Ding

Over bijna alles hebben Anatoli Karpov en Gari Kasparov gekibbeld. Over de vraag wie van hen de grootste kampioen is geweest, wie de meeste toptoernooien heeft gewonnen en zelfs wie de ernstigste blunder in een WK-match op zijn naam heeft staan. Deze week laaide het oude vuurtje weer even op nadat Karpov zich in een interview had laten verleiden tot een paar ‘ik was vroeger beter’-uitspraken. Karpov zei dat hij en Kasparov in hun grote tijd een dieper begrip van het schaakspel hadden dan Magnus Carlsen: ‘Een tweekamp van tien partijen tussen de Kasparov van 30 jaar geleden en de Carlsen van nu zou Kasparov met 5,5-4,5 of 6-4 winnen.’ En een tweekamp tussen Karpov in zijn hoogtijdagen en de Carlsen van 2019?, vroeg de interviewer. ‘Ik zou met nog groter verschil winnen’, antwoordde Karpov.

Kasparov nam het op voor de huidige wereldkampioen: ‘Volgens mij heeft Karpov een vrij vaag idee van Carlsens speelkracht. Doordat ik lang met hem heb samengewerkt, weet ik dat hij meer van het schaken weet dan Karpov en ik indertijd en dat zijn begrip van het spel minstens even groot is.’ Ook waagde Kasparov zich aan speculaties over de WK-match van 2020. Volgens hem zou de Chinees Liren Ding een interessante tegenstander van Carlsen zijn. Hij werd op zijn wenken bediend door de afloop van de strijd om de Sinquefield Cup in St.Louis. Nadat Carlsen in de twee slotronden Ding had achterhaald, leek een zesde klassieke toernooizege op rij dichtbij voor de man die nog nooit een playoff verloor. Aan die ongeslagen reeks maakte Ding hardhandig een eind. Nadat Carlsen -ternauwernood op de been was gebleven in twee rapidpartijen, ging hij met 2-0 ten onder in de tweede (blitz)playoff.

Carlsen – Ding (Tweede blitzpartij)

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 a6 4. La4 Pf6 5. 0-0 Le7 6. d3 b5 7. Lb3 d6 8. c3 Pa5 9. Lc2 c5 10. d4 cxd4 11. cxd4 0-0 12. h3 Te8 13. d5 Ld7 14. Pc3 Db8 15. Ld3 Tc8 16. Pe2 Pb7 17. g4 Om de nederlaag in de eerste partij te compenseren moest Carlsen (te) grote risico’s nemen. 17 … Pc5 18. Pg3 Pxd3 19. Dxd3 b4 20. Te1 Db5 21. Dd1 Tc7 22. Le3 Tac8 23. Pd2 g6 24. b3 Db7 25. Pc4 Lb5 26. Pa5 Db8 27. Dd2 Tc3 28. a3 bxa3 Een correct kwaliteitsoffer. 29. Pc6 Lxc6 30. Dxc3 Lxd5 31. Da5

31 … Lxe4! In enkele seconden rekende Ding uit dat deze op het eerste gezicht verliezende zet hem verzekert van het gewenste halve punt. 32. g5 La8! 33. Dxa6 Aan de remise na 33. gxf6 Db7 34. Kf1 Dg2+ 35. Ke2 Df3+.had Carlsen niets. 33 … Pd5 34. La7 Dc7 35. Tec1 Dxc1+ 36. Txc1 Txc1+ 37. Kh2 Lc6 38. Dxa3 Lxg5 39. Dxd6 Lf4
40. Lc5 Pe7Wit geeft op.

Partij in de viewer:

Hans Böhm

Dit weekend geen bijdrage in de krant. Volgend weekend weer.

Bab Wilders

De match Menchik- Graf uit 1937

Precies tachtig jaar geleden was in Buenos Aires een beroemde Schaak-Olympiade. De Duitsers wonnen en zijn daar nu nog trots op. Dat is niet geheel terecht, want twee sterke spelers uit het team, Becker en Eliskasis, waren Anschluss- Oostenrijkers. Daarmee zijn we gelijk bij wat deze Olympiade beroemd maakt: het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog door de Duitse inval in Polen. En laten nu juist deze twee landen strijden om de eerste plaats … Schaak je door als de wereld in vlam staat? Het Engelse team vertrok onmiddellijk naar huis. Dat had ook te maken met het feit dat spelers belangrijk waren voor de Engelse geheime dienst om Duitse codes te kraken. Er waren ook spelers die besloten in Argentinië te blijven, soms met dramatische gevolgen.

Zoals bij Najdorf die vrouw en kind achterliet in Polen. Ze overleefden de Holocaust niet. Over deze verwikkelingen schreef de Argentijn Ariel Magnus een briljant boek dat in de Duitse vertaling de titel Die Schachspieler von Buenos Aires kreeg (uitg. Kiepenheuer & Witsch, € 22). De auteur heeft naar de beste Zuid-Amerikaanse traditie fantasie en werkelijkheid vervlochten. Zo ontmoet de Duitse Sonja Graf, die uit protest tegen het nazisme onder een eigen vlag speelde, Czentovic – maar dat is weer een figuur uit de Schachnovelle van Stefan Zweig. De auteur neemt als uitgangspunt voor zijn verhaal het al dan niet fictieve dagboek van zijn grootvader die aan de Holocaust wist te ontkomen door naar Argentinië te vluchten. De Joodse hoofdpersonen beramen allerlei plannen om de Olympiade te verstoren. Bijvoorbeeld het ontvoeren van het Duitse team of een bom in de speelzaal.

Het zou zo maar realiteit geweest kunnen zijn. Tussen de schakers ontstonden natuurlijk in het echt ook allerlei spanningen en bovendien maakten velen zich zorgen over de familie in Europa. Ook over deze zaken schrijft de auteur in de stijl van de Argentijnse schrijver Borges. Een heerlijk boek (waarin de auteur ook een einde maakt aan de gedachte dat schakers meer culturele ontwikkeling hebben dan andere mensen). De grootvader van de auteur ontmoet veel belangrijke spelers en speelsters en beleeft een korte romance met Sonja Graf, nummer 2 van de wereld na Vera Menchik. De dames troffen elkaar ook daar en Graf verspeelde een gewonnen stelling. Hier lukt het haar wel het voordeel vast te houden:

Menchik- Graf Semmering (1937):

1.d4 d5 2.c4 e6 3.Pc3 c5 4.e3 Pf6 5.Pf3 Pc6 6.a3 Ld6 7.Ld3 0-0 8.0-0 b6 9.De2 Lb7 10.cxd exd 11.dxc bxc dat ruimt wat op 12.Td1 Pe5 13.La6? Menchik wil ruilen maar nu ontdekt Graf een voordelige en zelfs winnende combinatie:
13..Pxf3 14.gxf gedwongen Lxh2† 15.Kxh2 Dd6† 16.f4 Lxa6 pion-winst en gewonnen stelling. Graf maakt het perfect uit. 17.Df3 Lb7 18.Ld2 Dd7 19.Dh3 Dxh3† 20.Kxh3 d4 21.exd cxd 22.Pb5 d3 23.Le3 Tfd8 24.Pd4 La6 25.b4 Pd5 26.b5 Pxf4† Nog een leuke 27.Txd3 Lxb5 28.Txd3 Lxb5 29.Pxb5 Wanhoop Txd3 30.Kf3 Pc3 0-1.

Partij in de viewer:

Probleem 2748 is een tweezet van Vinje:

Johan Hut

Daniël Dardha is de hoop van schakend België

Heeft België nu zijn eigen Anish Giri? Als je vijf seconden mag dromen, zo schreef Gert Devreese in de Vlaamse krant De Standaard, vraag je je zelfs af of ze de opvolger van Magnus Carlsen hebben. De dertienjarige Daniël Dardha is niet zomaar een tiener die goed kan schaken. Hij werd deze maand kampioen van België en dat mag je een sensatie noemen. Eerder was hij wereldkampioen snelschaak tot veertien jaar en jeugdkampioen van Vlaanderen, maar met zijn jongste prestatie trekt hij ook in Nederland de aandacht.

De jonge Dardha is in België geboren, zijn ouders kwamen in 1997 uit Albanië. Vader en opa zijn ook sterke schakers. Als peuter keek hij al naar zijn schakende vader. Hij vond het een grappig spelletje en wilde dus ook de regels leren. Daniël Dardha zit op het gymnasium en vindt Latijn leren interessant, maar moeilijk. “Je moet veel woordenschat en grammatica van buiten leren, terwijl schaken eerder begrijpen, berekenen en vooruitdenken is”, zei hij tegen de Vlaamse krant De Tijd.

Bij het Belgisch kampioenschap liet hij ervaren spelers als Alexandre Dgebuadze en Geert van der Stricht achter zich, alsmede de jonge topspeler Tanguy Ringoir. Die laatste alleen op tie-breakscore. Van der Stricht zei tegen Devreese: “Daniël probeerde in elke partij een nieuwe openingsvariant uit. Terwijl jonge spelers meestal een beperkt aantal openingen hebben. En ondanks dat experimenteren wist hij kampioen te worden.” Bart Michiels, die op zijn zeventiende kampioen van België werd: “Met Daniël Dardha is het de eerste keer dat het niet uitgesloten is dat een Belg ooit om de wereldtitel strijdt. Zo iemand heeft België nog nooit gehad.”

De jonge held is zelf extreem bescheiden en zegt dingen als: “Het was heel spannend tot het einde en alle kandidaten waren heel sterk. Dat ik nu de beste van België ben geeft me een heel goed gevoel.” Met zijn vrienden praat hij nooit over schaken en hij wil later een normale baan krijgen, geen profschaker worden. Tenzij hij tot de besten van de wereld gaat behoren. Dan toch maar.

Dardha-Dgebuadze

1.Pf3 d5 2.c4 c6 3.g3 dxc4 4.Lg2 b5 5.0-0 Pf6 6.a4 Lb7 7.b3 b4 8.bxc4 c5 Zwart geeft zijn pluspion op voor een potentieel eindspelvoordeel met zijn b-pion. Wit wil niet dat zwart ook nog a5 speelt dus dat doet hij zelf. 9.a5 a6 10.Lb2 Pbd7 11.e3 g6 12.d4 Lg7 13.Pbd2 0-0 14.De2 Dc7 15.Pb3 Pe4 16.Tac1 Tac8 17.Tfd1 Lc6 18.Dc2 Pdf6 19.Pe5 La4 20.Ta1 Lxb3 21.Dxb3 Tfd8 22.Pd3 cxd4 23.Lxd4 Dxc4 24.Dxb4 Hoewel er nog veel op het bord stat, duidt de pionnenstelling al op remiseafwikkelingen. 24…Lf8 25.Dxc4 Txc4 26.Lf1 Ta8 27.Tdc1 Txc1 28.Txc1 Tb8 29.Pe5 Pd2

30.Lxa6 Die pion krijgt zwart terug, maar dat gaat niet zo makkelijk als het lijkt. 30…Ta8 31.Tc6 Pd5 32.Lb7 Txa5 33.Tc8 Zwart heeft nu een probleem op de onderste rij, dat hij niet meer oplost. 33…Pf6 34.Kg2 Pb3 35.Lb2 Pc5 36.Lf3 Tb5 37.La3 Pcd7 38.Pxd7 Pxd7 39.Td8 Pc5
Zwart mag Lxe7 immers niet toelaten. 40.Lc6 Ta5 41.Lb4 Ta7 42.Lxc5 Tc7 Zo denkt zwart zijn stuk terug te winnen, maar het is niet zo. 43.Lb4 Zwart geeft het op. Hij blijft een stuk achter, want de langdurige dreiging Lxe7 blijft erin zitten.

Partij in de viewer:

Rini Kuijf

Voor beginners A8027

Hoe gaat wit aan zet verder?

Voor gevorderden B8027

Wat is de juiste zet voor zwart?

Henk Prins

Veel lijnenspel in de tweezet 954 van Henk Prins.

De oplosser zal algauw ontdekken dat de loper van e5 de sleutelzet zal moeten uitvoeren, er dreigt dan 2. Pe5 mat. Maar waar moet die loper heen? Themaveld in dit probleem is veld c4. Dit veld staat verdedigd door drie witte stukken, de toren van c1, de toren van g4 en de dame van c8. Probeert wit 1. Lc3? dan interfereert hij de toren van c1. Zwart weerlegt deze verleiding met 1. … Pxg4! Normaal gesproken zou dan 2. Df5 mat gaan, maar omdat zwart een tweede verdediger van veld c4 elimineert, geeft wit met zijn matzet door de dame de laatste dekking op van veld c4. De zwarte koning speelt na 2. Df5 dus gewoon 2. … Kxc4.

Een tweede verleiding is 1. Ld4? Nu staat wit de toren van g4 in de weg. Zwart weerlegt nu met 1. … Pc6! Zwart zet een stuk in een tweede lijn die naar c4 kijkt. Normaal komt na 1. … Pc6 2. Lc2, maar dat is nu geen mat, omdat wit met zijn matzet de laatste verdediging elimineert van veld c4. Na 2. Lc2 komt dus eenvoudig 2. … Kxc4. De derde verleiding is 1. Lc7? Nu interfereert wit de damelijn die naar c4 kijkt. Zwart weerlegt nu met 1. … Lc3! Zwart staat in de lijn c1-c4. De bedoelde matzet 2. Pf4 gaat nu niet omdat wit dan in de laatste lijn gaat staan van veld c4. Ook nu weer speelt zwart 2. Kxc4. De zetjes 1. Ld6? en 1. Lf6? falen door de loper met de pion te slaan. De sleutelzet is 1. Lb8! Hier staat de loper niemand in de weg. Er dreigt 2. Pe5 mat. Op 1. … Pxg4/ Pf7 komt 2. Df5 mat. Na 1. … Pc6 is 2. Lc2 mat en na 1. … Lc3 is het mat met 2. Pf4.

De thematiek is niet helemaal zuiver thema H, omdat dit thema alleen interferentie verlangt. De matzet 2. Df5 en de variant 1. … Pxg4 zijn de verstoorders. Het hoofdidee van thema H is wel aanwezig, want steeds ontstaat het vluchtveld naar het themaveld. Wit staat op zijn eerste zet in de verleidingen een verdediger van het themaveld in de weg, zwart doet met zijn weerlegging dat na, al is dan 1. … Pxg4 niet zuiver, en wit haalt met zijn matzet de laatste verdediger van het themaveld weg, 2. Df5 is dan geen interferentie en dus niet zuiver.

Tweezet 956 van Herbert Ahues kan opgelost worden.

3 Comments

  1. Avatar
    wimw september 04, 2019

    Mooi verhaal over die bijzonder getalenteerde schaker Pal Benko. Mijn geheugen werd opgefrist door de vermelding van Hans Ree dat Benko zijn plaats in het interzonale toernooi van Palma de Mallorca afstond aan Fischer. Mogelijk deed hij dat, omdat hij na de inval van de Sovjet legers in Hongarije eind 1956 en zijn vlucht naar het Westen, Fischer de kans wilde geven de Sovjet hegemonie bij het schaken te doorbreken. Overigens speelde hij een belangrijke rol in het kandidatentoernooi van 1962 in Curacao. In de voorlaatste rond versloeg hij Keres (na drie eerdere nederlagen), waardoor Petrosian het toernooi won en het jaar daarop Botwinnik als wereldkampioen wist te onttronen. www.chessgames.com/perl/chessgame?gid=1072970

    [pgn eo=t pd=https://www.schaaksite.nl/wp-content/uploads/2019/08/benko_keres_1962.pgn][/pgn]

     

  2. Avatar
    Johan Hut september 04, 2019

    Dat was een van Benko’s twee opvallende uitslagen op Curacao. De andere was dat hij al in de eerste ronde van Fischer won. Veertig jaar later bij een ontmoeting met Timman gaf hij Timman zijn visitekaartje. Achterop stond de notatie van die partij tegen Fischer. Dit schreef Timman in zijn toernooiboek over Curacao 1962. Benko heeft overigens in zijn leven drie keer van Fischer gewonnen, maar op deze partij was hij kennelijk het meest trots.

  3. Avatar
    wimw september 05, 2019

    Ik heb het kandidatentoernooi op Curacao indertijd in de krant op de voet gevolgd. Als ik nu preciezer kijk, zie ik dat Fischer het toernooi zwak begon met nederlagen tegen Benko, Geller en een paar rondes later tegen Korchnoi. Er werd 4 keer tegen elkaar gespeeld en er waren dus 4 blokken van elk 7 partijen. Hoewel het duidelijk is dat de Sovjet schakers nogal gemakkelijk tegen elkaar remiseerden, waren de resultaten van Fischer over die 4 blokken vrij constant en lagen onder het niveau van het interzonale toernooi in Stockholm dat hij eerder in 1962 won. Zijn klachten over combine lijken me terecht, maar zijn eigen vorm was ook niet groots. Opvallend is dat hij op de helft van het toernooi 7 punten uit 14 partijen had en aan het eind 14 punten uit 27 partijen. (Slechts 27 door het wegvallen van Tal in het laatste blok.)

     

     

     

     

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.