Een aanvallend witrepertoire door Moskalenko

Moskalenko met wit! Daar hebben we even op moeten wachten. De aanvalvirtuoos heeft al meerdere boeken voor de zwarte stukken op zijn naam staan zoals “The flexible french” of “The fabulous Budapest gambit” waarover eerder al een recensie verscheen. Maar nu dus tijd voor een boek waarin de witte stukken de hoofdrol spelen. Zelf ben ik een groot fan van zijn boek “the flexible french” (inmiddels uitgebreid naar “the even more flexible french”), dat een grote invloed had op mijn visie op die (voor mij toen nog) zo verschrikkelijke opening. Maar hoe brengt dit boek het er vanaf?


Wellicht wat ten onrechte hoopte ik op een boek dat dezelfde impact zou hebben als het eerder genoemde Frans boek van hem. Niet alleen zit ik qua tijd voor het schaken aanzienlijk krapper dan toen ik het Frans bestudeerde, het is ook gewoon een heel ander soort boek. Waar het Franse boek zich stortte op de finesses van de Franse opening (wellicht erg logisch), richt dit boek zich in de breedte op een repertoire voor wit. Dat betekent naar mijn idee twee dingen. Allereerst dat de opzetten tegen de verschillende varianten niet zo diep worden behandeld als in het boek over 1 specifieke opening. Tot dusver nog steeds niks nieuws. Maar ten tweede hoopte ik een soort ‘aha-erlebnis’ te krijgen zodra ik het boek open zou slaan. Iets wat ik sterk had door zijn heldere uitleg in zijn Fransboek. Waar je in het Frans steevast grofweg dezelfde structuren hebt, heb je dat na 1.d4 uiteraard niet. Het is na 1.d4 aan zwart te bepalen welke opening er op het bord gezet gaat worden. Dus in plaats van net als in het Frans de typische Franszetten er uit te kunnen blitzen zoals 1…e6, 2…d5 (enzovoort), moet je hier al vroeg weten welke kant het spel op gaat. De algemene modus operandi is dan wel om aan te vallen, maar dat doe je niet vanuit een altijd maar dezelfde structuur. Nee, dit is een boek waar je tijd in moet steken en per openingskeuze van zwart moet onthouden en begrijpen wat de witte opzet gaat worden. Dit is geen probleem, maar houd er rekening mee.

Dan over het boek. Is die heldere schrijfstijl er nog, waar Moskalenko duidelijk aangeeft waar aanvalskansen liggen? Jazeker, die is er nog. Soms staan er op 1 pagina wel 3 “weapons”. Deze weapons zijn interessante alternatieven die de mogelijkheid geven af te wijken. Persoonlijk houd ik hier erg van, want het geeft je de mogelijkheid iets te kiezen wat vrij onbekend is en ook om af te wijken tijdens een toernooi wanneer je 1 variant al een keer op het bord hebt gehad. Naast deze weapons maakt hij ook veelvuldig gebruik van de “tricks”, “puzzles”, “plans”, “statistics” en “keep in mind’s”. Deze onderdelen worden door de partijen heen gebruikt om constant de lezer te betrekken bij de partij. Er zit daarom veel uitleg bij de partijen. Het aantal varianten daarentegen wordt beperkt, het gaat immers om de ideeën. Deze ideeën worden duidelijk gemaakt aan de hand van partijen. Tot slot nog een positieve noot over zijn stijl: hij koppelt gezichten aan openingsvarianten en geeft vaak quotes of anekdotes bij die gezichten. Dit fleurt het boek net nog weer wat meer op. Al weet ik niet of het aan hem of de schaker in het algemeen ligt dat er allemaal van die serieuze koppen op staan.

Nou, nu dan ook nog echt wat over de inhoud. Zoals je dus mag verwachten heeft het boek een brede blik op zo goed als alle reacties van zwart tegen 1.d4. Maar waar is het Boedapest gambiet? Het ontbreken van een hoofdstuk tegen dat ‘fabuleuze gambiet’ doet speculeren dat hij geen zin had zijn recente boek meteen teniet te doen…

Een van zijn openingskeuzes is wel erg opvallend. Meestal kiest hij voor vrij agressieve varianten met het liefst veel pionnen (c, d, e & f) naar voren, zoals in de opzetten tegen het Koningsindisch, de Benoni en het Benko-gambiet. Maar, tegen het Slavisch kiest hij met de afruil-Slav(1.d4 d5 2.c4 c6 3.cxd5 cxd5) wel voor een extreem rustige aanpak. Oke, ik werd er laatst ook volledig afgezet door een jeugdspeler die de afruil-Slav speelde. Maar dat kwam omdat ik me 10 zetten verder nog zat te ergeren aan de afschuwelijke mouse-slip die mijn tegenstander wel begaan had moeten hebben. Brrr, 3.cxd5. The horror. De apathie tegen die variant beinvloedt wellicht mijn objectiviteit een beetje.
Hoewel Moskalenko overtuigend onderbouwt wat dan de aanvallende intenties zijn met zo’n variant als de afruil-Slav, het is natuurlijk niet de meest aanvallende variant die je kan kiezen. En mocht je even niet helemaal wakker zijn of jezelf verbijsterd hebben met die keuze van 3.cxd5(???), dan zit er niks meer in dan een gortdroge remisestelling uit te schuiven. En dat is natuurlijk anders dan wanneer je bijvoorbeeld de Botwinnikvariant van het semi-Slavisch toelaat op het bord. Daar is het wellicht niet slim weg te dromen in een scherpe stelling, maar dan heb je tenminste nog iets als je weer wakker wordt.

In alle redelijkheid: je kan natuurlijk niet altijd aanvallen. Niet elke structuur leent zich er voor om eens lekker naar voren te knallen met die pionnen en de koningsstelling van de tegenstander te overrompelen. Weinig 1.d4 structuren lenen zich daar zelfs maar voor. Veel van de d4-structuren zijn gesloten of, met mazzel, halfopen. En dus moet je wat meer geduld hebben met die aanval want het is geen open Siciliaan. Moskalenko biedt daarom wel vaak een ander soort aanvalsstijl dan in die open stellingen. Zijn idee is vooral: pak de ruimte. Kijk bijvoorbeeld eens naar onderstaande 3 stellingen. De winst is er nog lang niet, maar wit laat er qua intenties niks aan de verbeelding over.

Tot slot nog een vergelijking met de boeken van Lars Schandorff van Quality Chess. Beide auteurs bieden een zo goed als volledig repertoire. Door een volledig repertoire te geven verlies je uiteraard de diepte die je kan hebben met een openingenboek gericht op een specifieke opening of zelfs variant. Schandorffs boek is uitgebreider en wat dieper dan die van Moskalenko. Ook is het repertoire degelijker van Schandorff, al geeft dat repertoire ook aanvalskansen. Moskalenko steekt duidelijk in op het aanvallende principe. Hij zet de stellingen vroeg op scherp. Ook de schrijfstijlen van beide boeken zijn erg anders. Schandorff legt zakelijk uit wat de plannen zijn terwijl Moskalenko voortdurend tips geeft over de stelling en aanwijzingen over interessante ideeën en alternatieven. Ik denk dat het boek van Moskalenko goed is voor veel spelers, maar dat spelers van circa 1600-2000 dit boek het meest zullen bevallen. Het boek kan zowel een aanvulling zijn op het al bestaande d4-repertoire, alsook dienen als het boek om over te stappen naar 1.d4. Let er wel op dat het boek van Moskalenko je vraagt goede aandacht te besteden aan alle varianten. Het zijn vaak scherpe varianten en daarom moet je op de hoogte zijn van de tactische motieven en de manoeuvres van de varianten. Dit in tegenstelling tot boeken waarbij een degelijke structuur wordt neergezet en je “enkel” moet onthouden wat de manoeuvres zijn.

Pagina’s: 350

ISBN: 978-90-5691-830-9

Link: www.newinchess.com/an-attacking-repertoire-for-white-with-1-d4

Meer recensies? www.schaaksite.nl/category/bk/

 

1 Comment

  1. Avatar
    Johan Hut oktober 04, 2019

    Als je overstapt van e4 naar d4, dan moet je volgens mij eerst de openingen in het algemeen kennen, met de hoofdvarianten, voordat je besluit van de hoofdvarianten af te wijken. Dat is althans mijn stelling en heb ik ook in de krant geschreven. Ik ben benieuwd wat jij ervan vindt, nu je het boek net hebt bestudeerd. Vind je dit ook een goed boek voor schakers die net d4 spelen?

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.