Scheidsrechters, uw mening graag

Op de zondag voor de kerst speelde ik een rapidtoernooitje in Lesparre-Médoc, in de buurt van Bordeaux. De schaakdichtheid in Zuidwest-Frankrijk (waar ik sinds twee jaar woon) is erg laag; spelers moeten ver reizen voor een toernooi, dus meerdaagse toernooien zijn er niet veel. Rapid- en blitztoernooien des te meer. Situaties als welke ik ga beschrijven heb ik hier al eerder gezien; het gaat niet om puur theoretische kwesties.
In de laatste ronde van genoemd toernooi kwam de volgende stelling op het bord:

Mijn tegenstander speelde 1.Pf7+ Ke6 2.Pg5+ Ke5 3.Pf7+ Ke4 4.Pg5+ Ke5 5.Pf7+ Ke6 6.Pd8+ Kd6 en stopte toen de klok (hij had nog vier seconden, met een increment van 3 seconden) met de woorden (vertaald): ‘Ik wil Pf7+ spelen en remise claimen vanwege driemaal dezelfde stelling, maar ik weet niet precies hoe dat moet in een rapidpartij’.
Ik wist dat ook niet helemaal, maar was wel op de hoogte van de regel dat je ook bij rapid (en bij blitz!) nog steeds het recht hebt om een dergelijke remise te claimen. Ik vond dat mijn tegenstander genoeg moeite had gedaan om dit op reglementaire wijze te doen (bij afwezigheid van een notatiebiljet) en vertelde hem dat ik zijn claim zou steunen als hij tot mijn voldoening kon bewijzen dat het inderdaad driemaal dezelfde stelling was. Want daar was ik niet zeker van (en terecht, blijkt uit de zettenreeks). Dus de wedstrijdleider erbij geroepen voor een reconstructie. Dat weigerde deze; er moest gewoon doorgespeeld worden. Kon ik me ook iets bij voorstellen. (Ik won na 7. Pf7+ Ke7.)

De vraag bleef hangen: hoe kun je in een rapidpartij (of zelfs een vluggertje) nou wél remise claimen? Dat heb ik uitgezocht, misschien handig voor eenieder die wil voorkomen dat zijn tegenstander doorgaat tot de zaaleigenaar de lichten uitdoet. Maar ik blijf met wat vragen zitten. De FIDE-site (handbook.fide.com/chapter/E012018) geeft in appendix A bij The Laws of Chess de relevante regels voor rapid:

A.2          Players do not need to record the moves, but do not lose their rights to claims normally based on a scoresheet. The player can, at any time, ask the arbiter to provide him with a scoresheet, in order to write the moves.
A.3.1       The Competition Rules shall apply if:
A.3.1.1    one arbiter supervises at most three games and
A.3.1.2    each game is recorded by the arbiter or his assistant and, if possible, by electronic means.
A.3.2       The player may at any time, when it is his move, ask the arbiter or his assistant to show him the scoresheet. This may be requested a maximum of five times in a game. More requests shall be considered as a distraction of the opponent.
[…]
A.5          The regulations of an event shall specify whether Article A.3 […] shall apply for the entire event.

En voor blitz in appendix B:

B.3.1     The Competition Rules shall apply if:
B.3.1.1  one arbiter supervises one game and
B.3.1.2  each game is recorded by the arbiter or his assistant and, if possible, by electronic means.
B.3.2     The player may at any time, when it is his move, ask the arbiter or his assistant to show him the scoresheet. This may be requested a maximum of five times in a game. More requests shall be considered as a distraction of the opponent.
B.4         Otherwise, play shall be governed by the Rapid chess Laws as in Article A.2 […].
B.5         The regulations of an event shall specify whether Article B.3 or Article B.4 shall apply for the entire event.

Dus zelfs in blitz houd een speler het recht om remise te claimen, maar dat moet op de juiste manier gebeuren, volgens de regels van partijen met een langzaam speeltempo:

9.2.1      The game is drawn, upon a correct claim by a player having the move, when the same position for at least the third time (not necessarily by a repetition of moves):
9.2.1.1  is about to appear, if he first writes his move, which cannot be changed, on his scoresheet and declares to the arbiter his intention to make this move, or
9.2.1.2  has just appeared, and the player claiming the draw has the move.
9.2.2     Positions are considered the same if and only if the same player has the move, pieces of the same kind and colour occupy the same squares and the possible moves of all the pieces of both players are the same.
[…]
9.3      The game is drawn, upon a correct claim by a player having the move, if:
9.3.1  he writes his move, which cannot be changed, on his scoresheet and declares to the arbiter his intention to make this move which will result in the last 50 moves by each player having been made without the movement of any pawn and without any capture, or
9.3.2  the last 50 moves by each player have been completed without the movement of any pawn and without any capture.

Bovendien zijn er situaties waarin een partij automatisch remise wordt:

5.2.2  The game is drawn when a position has arisen in which neither player can checkmate the opponent’s king with any series of legal moves. The game is said to end in a ‘dead position’. This immediately ends the game.

9.6      If one or both of the following occur(s) then the game is drawn:
9.6.1  the same position has appeared, as in 9.2.2 at least five times.
9.6.2  any series of at least 75 moves have been made by each player without the movement of any pawn and without any capture. If the last move resulted in checkmate, that shall take precedence.

De arbiter moet volgens deze artikelen in bepaalde gevallen de partij remise verklaren. Alles wat gebeurt nadat die situatie opgetreden is (tijdsoverschrijding, opgave, mat), is van geen belang voor de uitslag. De spelers hoeven een dergelijke remise niet te claimen.

Er zijn dus kort gezegd twee situaties: er is voldoende toezicht, of er is onvoldoende toezicht.
In het eerste geval is de situatie duidelijk. Als een speler denkt dat er reden is om remise te claimen, vraagt hij de arbiter om de notatie van de partij. Lijkt het dat hij gelijk heeft, dan claimt hij remise op grond van de regels voor schaken met langzaam tempo, eventueel door een notatiebiljet te vragen waarop hij de zet opschrijft die hij van plan is te doen om de remisesituatie te bereiken.
In het tweede geval zijn er, zover ik begrijp, twee mogelijkheden: hij vraagt (als hij denkt dat de partij niet op normale wijze te winnen is door de tegenstander) de arbiter om een notatiebiljet en begint met noteren, en claimt, zogauw dat aan de orde is, volgens artikel 9.2 of 9.3. Dat zal overigens niet altijd meevallen, met twee of drie seconden increment. Of hij vraagt de arbiter om assistentie en vraagt of deze in de gaten wil houden of er een situatie als in artikel 9.6 bereikt wordt. Dat kan vanwege artikel 6.11.2: ‘A player may stop the chessclock only in order to seek the arbiter’s assistance’.

Tot zo ver lijkt alles redelijk dichtgetimmerd. Maar een aantal dingen is me toch niet helemaal duidelijk. En daar zouden doorgewinterde arbiters (als die deze site bezoeken) wellicht antwoord op kunnen geven. Overigens houd ik rekening met wat in de Preface van het Handbook staat: ‘The Laws of Chess cannot cover all possible situations that may arise during a game’. Maar wat voor redenering zou u volgen?

  1. Ik vraag een notatiebiljet, schrijf in korte notatie de zetten op en claim op de juiste wijze remise. De tegenstander vraagt reconstructie. Dat zal in ieder geval bij de 50-zettenregel niet mogelijk zijn. Je weet immers de beginpositie niet (let op ‘at any time’ in art. A.2). Claim afgewezen?
  2. Geldt artikel 8.1.3 nog steeds als ik een notatiebiljet heb gevraagd omdat ik zetherhaling verwacht? (‘A player may reply to his opponent’s move before recording it, if he so wishes. He must record his previous move before making another.’) Ik schrijf dus de twee voorgaande zetten op na ontvangst van het notatiebiljet.
  3. Als een speler inzicht vraagt in de notatie van de partij volgens artikel A.3.2 (voldoende toezicht), moet dan zijn klok blijven lopen?
  4. En dan artikel B.5 (The regulations of an event shall specify whether Article B.3 or Article B.4 shall apply for the entire event). Kunnen toernooiregels bepalen dat die artikelen nooit gelden? Het Engelse ‘specify’ is enigszins ambigu: er kan bedoeld worden ‘duidelijk vastleggen’ (dat de artikelen voor het hele toernooi gelden), of ‘specificeren’ (‘als de artikelen niet voor het hele toernooi gelden, moet gespecificeerd worden wanneer ze wel gelden’). Ik kom er niet uit.
  5. Klopt mijn redenering dat een arbiter na de vraag van een speler om te controleren op artikel 9.6 dit ook moet doen?

4 Comments

  1. Avatar
    Jan van den Ende januari 08, 2020

    1. Je kan opschrijven zover je het nog weet maar je tegenstander moet het dan wel met die zetvolgorde eens zijn want er is geen bewijs. Bij de geringste twijfel of onwil van de tegenstander moet de claim afgewezen worden en dan moet er opnieuw drie keer dezelfde stelling ontstaan om dit te claimen met behulp van de notatie of de waarneming van de arbiter. Zit je op een livebord dan kan de arbiter gebruik maken van die informatie om te kijken of de claim terecht is. Een dergelijke claim is ook een remiseaanbod. De arbiter moet dit eerst aan de tegenstander meedelen en vragen of hij dit aanbod accepteert of niet.

    2. Ik denk dat je nog wel meer zetten op mag schrijven want 8.1.3 geldt voor partijen met notatieplicht. Maar weer: de tegenstander moet het er wel mee eens zijn bij een claim want hij heeft niet genoteerd dus is er geen bewijs.

    3. Nog nooit bij de hand gehad maar ik denk het wel. Je kan ook de arbiter aanspreken als de tegenstander aan zet is.

    4. Deze regel is er omdat bij een rapid of snelschaaktoernooi met twee arbiters dat bijvoorbeeld met een halve finale en een finale eindigt, het toernooireglement kan voorschrijven of bij die halve finale en finale artikel B.3 of B.4 geldt.

    5. Die redenering klopt maar er moet wel wat te controleren zijn (notatie of waarnemen).

  2. Avatar
    Avdg januari 08, 2020

    Frits,

    Zoals je zelf al citeert de regels van het schaakspel zullen niet in alle situaties voorzien.

    Het is zoals je zelf ook weet in Rapid en Blitz best lastig om een correcte remiseclaim te maken in zo’n stelling.  Vaak zul je van de eerlijkheid van je tegenstander uit moeten gaan. Indien je tegenstander niet akkoord is met remise dan zijn er de volgende opties:

    – Je kunt geluk hebben dat een arbiter het heeft waargenomen en op basis van wat hij heeft gezien de claim toewijst.

    – De arbiter er op dat moment bijgehaald en beide spelers vervolgen de partij als er geen remise overeen wordt gekomen (vaak is de tussenkomst van de arbiter voldoende om de tegenstander te laten beseffen dat het remise is). Als dan de herhaling op het bord wordt gebracht (al dan niet verplicht) zal de arbiter het ook remise verklaren bij de 3e keer. De speler heeft de arbiter erbij gehaald en maakt zijn zetten voor de remiseclaim onder toeziend oog van de arbiter.

     

    Dan verder je vragen:

    1 Voor de 50 zettenregel is de beginpositie theoretisch gezien niet van belang, zolang er 50 zetten gespeeld zijn zonder slag- of pionzet is het remise dit is ook na te gaan met korte notatie. Indien mogelijk doe je het liefste wel een reconstructie omdat je zomaar een en passant of rokade of iets dergelijks zou kunnen missen ergens als zet en niet te vergeten potentiële notatiefouten.

    2 Het is niet verplicht om te noteren bij rapidschaak, dus ik zou als arbiter ook niet moeilijk doen als jij een formulier komt vragen dat ik ga controleren of je wel de officieel juiste manier van noteren gebruikt. De hint dat je een formulier vraagt zegt voor mij al genoeg dat ik mee moet lopen om A: je klok weer aan te zetten (De arbiter bepaalt wanneer het spel wordt hervat en B de claim die over een enkele zetten gaat komen te beoordelen.

    3 Ja de arbiter zit op zo’n moment gewoon bij het bord en is makkelijk te bereiken. Het notatieformulier dient door de speler bekeken worden om te kijken voor bijvoorbeeld een remiseclaim dit zou je in een lange partij ook doen in je eigen tijd en niet de klok stilzetten hiervoor. Dat een arbiter voor jou de zetten opschrijft omdat jij dat niet hoeft te doen maakt het niet dat je de arbiter zelf nodig hebt voor assistentie.

    4 Ik zou het hebben over specificeren welk artikel je gebruikt. A3 of A4. Kortgezegd is dit de vraag of er voldoende of onvoldoende toezicht is (1 arbiter op 3 partijen) tijdens het toernooi. Toernooiregels moeten kiezen uit een van beiden, anders werk je zonder regels. Er staat ook bij ”for the entire event” dus voor het hele toernooi, dit omvat ook eventuele barrages waarbij mogelijk wel voldoende toezicht aanwezig is. Ook dan heet er technisch gezien gespeeld te worden volgens de regels voor onvoldoende toezicht.

    5 Nee, artikel 9.6 is bedoeld zodat een arbiter kan ingrijpen indien spelers geen remise claimen/overeenkomen en het toernooi onnodig ophouden. Op basis van dit artikel mag de arbiter zelf ingrijpen, maar wel pas ver nadat de spelers dit zelf mochten doen volgens artikel 9.3. Spelers claimen dus op artikel 9.3 arbiters hooguit op 9.6. Je moet als arbiter wel 100% zeker zijn dat de 5x herhaling of 75 zetten echt gespeeld zijn.

  3. Avatar
    Frits Fritschy januari 09, 2020

    Dank jullie beiden hartelijk voor het uitgebreide antwoord.

    Niet alle arbiters gaan op dezelfde wijze met deze regels om. En ze hebben natuurlijk ook enige beleidsvrijheid. Zo heb ik hier in de buurt bij een ander rapidtoernooi meegemaakt dat een speler viermaal de zetten herhaalde, onder protest van de andere speler en onder het oog van de arbiter, en dat deze niet ingreep, omdat het nog geen vijfmaal was.
    Ik geloof niet dat jullie elkaar echt tegenspreken, maar hier en daar bekijken jullie het toch vanuit andere invalshoeken. Wat ook leerzaam is.

    Bij vraag 1 had ik het over korte notatie, omdat bij stellingsherhaling met de lange notatie de voorgaande zetten altijd te reconstrueren zijn. Ik neem aan dat een scheidsrechter in de buurt blijft als een speler om een notatiebiljet vraagt. Als dat niet mogelijk is, heeft het notatiebiljet inderdaad weinig bewijskracht. Maar dan vraag ik me af wat artikel A.2 voor zin heeft.
    Bij de 50-zettenregel gaat het inderdaad alleen om het tellen van de zetten (als de speler maar slagzetten noteert met een x).

    Bij vraag 2 ga ik er dan maar van uit dat alleen de zetten noteren niet genoeg hoeft te zijn; de arbiter moet blijkbaar ook in de buurt blijven om te controleren of je geen niet-gespeelde zetten opschrijft.

    Vraag 3: zoiets dacht ik al. Het viel me op dat er niets over in de regels staat, maar misschien is dat inderdaad niet nodig.

    Vraag 4: voor de duidelijkheid zou artikel B.5 wellicht moeten worden: ‘The regulations of an event shall specify whether either Article B.3 or Article B.4 shall apply for the entire event’. Anders kun je deze regel toch echt verstaan als dat het ook mogelijk is dat geen van beide regels van toepassing hoeven te zijn, bijvoorbeeld bij partijen zonder increment: ‘door de vlag jagen’ is dan toegestaan.

    Vraag 5 had ik misschien iets duidelijker moeten stellen. Ik bedoelde de volgende situatie: ik speel tijdenlang het eindspel van toren tegen paard door. (Zal ik in het echt nooit eindeloos doen, hoor, maar er zijn er bij…) Mijn tegenstander zit in increment, dus kan niet gaan noteren. Hij vraagt daarom de wedstrijdleider om zetten te turven, tot de 75.
    Ik vind het een beetje onbevredigend dat een partij die volgens de regels afgelopen is (met remise als uitslag), alsnog winst als resultaat krijgt, alleen maar omdat die situatie niet aan te tonen zou zijn.

     

     

  4. Avatar
    Avdg januari 12, 2020

    Het verbaast mij eigenlijk weinig dat Jan en ik ongeveer hetzelfde antwoorden. Jan is mijn docent geweest bij de scheidsrechter A.

     

    1. Voor het verschil lange of korte notatie zou het hooguit 1 zet langer zijn bij lange notatie zou de eerste opgeschreven zet kunnen gebruiken als begin, voor de korte notatie zou de tweede zet gebruikt kunnen worden om te beginnen met de herhaalde stellingen.

     

    2. Als arbiter kijk ik zelf ook waar ik potentieel problemen verwacht. Een partij waar ik een toren tegen toren loper eindspel zie ontstaan zorg ik ook dat ik (of iemand die ik aanwijs) erbij gaat staan en de zetten turven. Dan ben ik er ook zeker van dat ik een eventuele claim kan behandelen.

    Voor vraag 4 er wordt gevraagd of je A/B3 of A/B4 gebruikt. Een optie geen van beiden is mijn inziens niet mogelijk.

     

     

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.