Recensie: Better Thinking, Better Chess door Joel Benjamin

Er ligt al een tijdje een boek op mij te wachten om doorgewerkt te worden en dat is het boek van de Amerikaanse grootmeester Joel Benjamin. De titel ‘Better Thinking, Better Chess’ en ondertitel ‘How a Grandmaster Finds his Moves’ klinkt ons als muziek in de oren. Want willen we niet allemaal ons denkproces beter ordenen in de hoop op betere resultaten?

Joel Benjamin bij het bespreken van een partij op het internet.

Voor we het boek de revue laten passeren eerst iets over de schaker Joel Benjamin zelf. Geboren in New York 1964 werd hij in 1977 de jongste Fide-meester ooit in de Verenigde Staten. In 1986 behaalde hij de grootmeestertitel en hij werd later driemaal kampioen van zijn land. In 1995 kwam hij in het nieuws omdat hij betrokken werd bij het computerproject Deep BlueHij werd door de leider van dit project aangetrokken om het openingsboek samen te stellen voor de aanstaande match tegen Garry Kasparov. In een latere tweekamp (1997) tussen de wereldkampioen en de computer ging de mens ten onder en Kasparov beschuldigde onder andere Benjamin ervan dat hij tijdens een partij geïntervenieerd zou hebben. Die beschuldigingen werden altijd ontkend maar omdat het programma ontmanteld werd, kon er nooit meer iets bewezen worden.
In het boek kwam ik in hoofdstuk 6 (Material and initiative) de volgende eerste regels tegen: “In 1997, a man wise in the ways of chess but less so in the ways of computers, travelled America giving speeches on the nature of computer chess. Garry Kasparov’s description of engine ‘priorities’ was nonsense; every aspect of chess get a numerical value, but Deep Blue (or any other engine I imagine) was never given instructions about the bishop pair being more important than king safety, or any similar equation. One might be inclined to extrapolate based on one move in one game, but that would be overly simplistic. Computers count up all the points and make their decision on what gets the highest possible score”.

En zo gaat de auteur nog even verder om zijn gram te halen op de oud-wereldkampioen. Het boek kwam uit in 2018 en toen was er nog geen Alpa Zero, dus wie weet, denkt Benjamin inmiddels anders over computerschaak. Zijn opmerking over hoe engines werken (in eenheden van pionnen) wordt algemeen wel onderschreven.

 

Tijd om de inhoud van het boek te bespreken. Naast de introductie zijn er tien hoofdstukken die de volgende titels hebben meegekregen:

Hoofdstuk 1 Openings
Hoofdstuk 2 Endgames
Hoofdstuk 3 Tactics
Hoofdstuk 4 Grandmaster calculation and analysis
Hoofdstuk 5 Problems in calculation and cognitive approach
Hoofdstuk 6 Material and initiative
Hoofdstuk 7 Winning the won game
Hoofdstuk 8 Swindling
Hoofdstuk 9 Words of wisdom: tips for better chess thinking
Hoofdstuk 10 Challenges

Degene die dit boek gaat doorwerken raad ik aan de introductie goed te lezen. Daarin geeft Benjamin een goed beeld van wat je in dit boek kunt verwachten, maar meer nog, hoe hij tot het schrijven van dit boek is gekomen. Het is eigenlijk de resultante van zijn jarenlange ervaring als trainer én coach van diverse spelers, van jong tot oud. Ook geeft hij aan hoe hij er zelf toe gekomen is zijn eigen spel te verbeteren door denkfouten op te sporen en te kijken of hij – mede door een grondige evaluatie ervan – bepaalde zwaktes in zijn spel kon wegwerken.

Zonder uitvoerig op de verschillende hoofdstukken in te gaan, kan ik zien dat de auteur heel goed weet waar de zwakke momenten in het denkproces zitten van spelers die hij onder zijn hoede heeft of heeft gehad. En niet alleen van zijn pupillen maar ook van de spelers waartegen ze speelden. Benjamin wijst in zijn analyses niet alleen de betere keuzes aan, maar hij geeft bijna altijd een verklaring hoe iemands ‘gedachtenkronkel’ tot stand is gekomen en hoe hij/zij die er in de toekomst uit zou kunnen halen. Hij reikt tips aan die hij terloops in zijn analyse noemt. De stellingen die hij geeft zijn bijna zonder uitzondering erg interessant, zeker voor schaaktrainers. Het enige dat ik mis is een korte, verbale samenvatting aan het eind van de partij, de geconstateerde fout in het denkproces, mogelijk gevolgd door een suggestie hoe dat in de toekomst beter zou moeten. Die zal hij ongetwijfeld bij zijn pupillen wel geuit hebben, maar die moet de lezer nu zelf uit de analyse zien te distilleren. Gelukkig is er een hoofdstuk 9 opgenomen en daar komen we vrijwel alle adviezen en tips tegen die in het boek terug te vinden zijn. Het is alleen jammer dat de koppeling met de desbetreffende partijen niet meer valt te achterhalen. En deze opsomming is nogal droog en spreekt niet tot de verbeelding, tenminste niet bij mij.
Neemt niet weg dat de analyses in het boek, met daarbij de heldere uitleg, zeer doorwrocht in elkaar zitten. Benjamin is daarbij een strenge leermeester. Hij geeft een eindspel uit een eigen partij waarin hij een technische winst moet zien te vinden tegen Azmaiparashvili (zie de uitwerking van dit fragment hieronder) en hij slaagt er ook in de nogal lastige zettenreeks – inclusief een paar tussenzetten – vlekkeloos achter het bord te vinden. Als hij op zet 46 de in mijn ogen niet zo eenvoudige tussenzet 46…Tb1! vindt, kan hij het niet nalaten om het volgende op te merken “Het kan zijn dat je deze zet niet van te voren hebt berekend. Maar is geen excuus als je deze zet niet ziet op het moment dat deze stelling op het bord komt. In een eindspelrace, zoals dit eindspel, je moet er altijd naar streven de best mogelijke versie te krijgen.”

Tijd voor een paar aardige fragmenten, waarbij ik geprobeerd heb zijn tekst naar het Nederlands om te zetten en er hier en daar nog wat extra uitleg bij te geven.

Azmaiparashvili, Zurab – Benjamin, Joel

CHALLENGE Formuleer zwarts winnende plan vanaf hier; probeer zo specifiek mogelijk te zijn. Commentaar Joel Benjamin: Zoals in veel van dit soort stellingen is de tijdcontrole behaald en is het tijd voor de spelers om na te gaan denken. Tegenwoordig is dat veel lastiger geworden omdat spelers vanaf dit soort momenten al aangewezen zijn op hun ‘increment’. Desondanks is het van belang om even adem te halen en de stelling zo goed mogelijk te taxeren, als je net uit een tijdnoodfase bent gekomen. Dit moet misschien efficiënter dan ooit gedaan worden, want als je nu tijd investeert, kun je later altijd weer gaan versnellen. Ik had duidelijk het gevoel dat ik deze stelling zou kunnen winnen en in dit geval kon ik de slotstelling bijna helemaal concreet uitrekenen. Bij de hele aanpak is timing (wanneer doe je wat) het meest kritiek omdat het hier gaat om een wedloop van pionnen. Ik moest het correcte plan vinden en mocht absoluut geen tijd (tempo) verliezen bij het uitvoeren ervan.
41…Txh2!
Soms wordt gulzigheid beloond! Het lijkt voorzichtiger om eerst de koning in het spel te betrekken. Dat kan met 41…Kf7 maar dit is alleen zinvol als de koning tijd heeft om de gang van zaken op de damevleugel te beïnvloeden. 42. a5 Ke8 [42…Ke6?? 43. Pd4+] 43. a6 Kd7 44. a7 Ta2 maar nu kan wit op verrassende wijze remise afdwingen: 45. Kb3 Ta1 46. Kb2 (zie analysediagram)

Het kan zijn dat je deze truc hebt gemist als je visualisatie vaardigheden niet optimaal zijn. Het probleem is dat de toren niet naar a6 mag vanwege de paardvork op b8. 46…Ta4 47. Kb3 Ta1 48. Kb2 met een herhaling van zetten. Je moet je dus afvragen dat als je kiest voor …Kf7 dat die koning daadwerkelijk de a-pion onder controle kan krijgen en dat je de variant die je moest uitrekenen, ook moet kloppen. Het ergste van alles is als je …Kf7 speelt op grond van algemene overwegingen, zonder enige berekeningen of planning.
42. a5 Th6!
Het plan is om beide witte pionnen op de koningsvleugel te slaan, maar allereerst te focussen op een paar details. Het paard op c6 staat optimaal opgesteld, dus doet zwart er goed aan om het op te jagen. Het plan wordt een mislukking als zwart dit detail niet heeft doorgrond, hetgeen hem een cruciaal tempo zou kosten.
43. Pb8
Slechter is 43. Pb4? Th5 44. a6 Ta5 en de a-pion is volkomen onder controle. Merk op dat de witte koning de toren nooit kan verdrijven van veld a5 zonder de pion te verliezen.
43…Tg6 44. a6 Txg3+
45. Kb4
Wit kan niet verhinderen dat de toren achter de vrijpion komt. 45. Kb2 Tg5 46. Pc6 Tb5+ 47. Ka3 Tb6 48. a7 Ta6+ 49. Kb4 h5 50. Kb5 Txa7 51. Pxa7 h4 wint namelijk analoog aan de partij.
45…Tg1 46. a7
46. Pc6 Tb1+ 47. Kc5 h5 48. a7 Ta1 verandert niets aan de situatie.
46…Tb1+!
De sleutelzet, die een uiterst belangrijk tempo wint. Het kan zijn dat je deze zet niet van te voren hebt berekend. Maar is geen excuus als je deze zet niet ziet op het moment dat deze stelling op het bord komt. In een eindspelrace, zoals dit eindspel, je moet er altijd naar streven de best mogelijke versie te krijgen. Daarbij kan elk tempo cruciaal zijn. Sterker nog: na het ‘normale’ forceert wit het offer van de toren al een zet eerder en daarmee wint hij een belangrijk tempo na 46…Ta1 47. Pc6! (zie analysediagram)
Er dreigt een ‘brug’ met Pa5 dus nu moet zwart al de toren offeren en houdt wit op het nippertje remise. Een mogelijk gevolg: 47…Txa7 48. Pxa7 h5 49. Pc6 h4 50. Pe5 h3 51. Pf3 g5 52. Ph2 Kf7 53. Kc4 Kf6 54. Kd4 Kf5 55. Ke3 g4 56. Kf2 Kf4 57. Pxg4 met remise.
47. Kc5
Na 47. Ka5 Ta1+ 48. Kb6 Txa7 49. Kxa7 staan de witte stukken ook te ver weg om de zwarte pionnen onschadelijk te maken. Bijvoorbeeld: 49…h5 50. Pc6 Kf7 51. Pd4 Kf6 52. Kb6 h4 53. Pf3 h3 54. Kc5 Kf5 55. Kd4 Kf4 56. Ph2 g5! en er loopt een pion door.
47…Ta1 48. Pc6
48…h5!
Het moet steeds komen van de h-pion. Het paard heeft grote moeite om een vijandelijke randpion af te stoppen.
49. Kb6
Nu moet zwart offeren, want er dreigde Pa5.
49…Txa7 50. Kxa7
Ook nu zien we dat de witte stukken net te ver weg staan om deze stelling nog remise te kunnen maken.
50…h4 51. Pe5 h3 52. Pf3
De witspeler zet nog even een laatste valstrik op.
52…g5
52…Kf7? verliest de belangrijkste pion na 53. Pg5+.
53. Ph2 Kf7
Nu de witte koning zo ver weg staat, is de rest niet moeilijk meer.
54. Kb6 Ke6 55. Kc5 Ke5
Net op tijd wordt de witte koning afgehouden. Hier zien we hoe belangrijk elk tempo is geweest!
56. Kc4 Kf4 57. Kd3 g4 58. Ke2 g3 59. Pf1 h2
Benjamin: Ik was er niet zeker van of mijn methode de enige weg naar de winst was, maar het gaf mij een duidelijk pad naar de finish. De sleutel was om een ‘gewone, normale’ zet te vermijden, die niet zou passen in het winnende plan.
0-1

 

Benjamin, Joel – Gufeld, Eduard

Dit is mooie recht-toe-recht-aan tactiek quiz.
30. Txe4!
omdat de zwarte d-pion gepend staat, springt deze zet in het oog aangezien na het slaan van de andere pion, de dame mooi naar binnen kan komen.
30…fxe4 31. De6+ Kh8
Het moeilijke van deze ‘quiz’, zegt Benjamin, om nu het verleidelijke stikmat te weerstaan.
32. Dxh6!
Deze mogelijkheid komt misschien maar eenmaal in je leven voorbij… 32. Pf7+ Txf7 33. Dxf7 hoewel wit hier ook gewonnen staat.
32…Pf5
De pionte is het mooie mat na 32…gxh6 33. Pf7+ Kg8 34. Pxh6#
33. Pg6+ Kg8 34. Txd5
En dit maakt ook aan alles een einde. 34. Txd5 gxh6 35. Txf5+ Tf7 36. Lxf7#
1-0

 

Benjamin, Joel – Browne, Walter

Walter Browne staat bekend om zijn tijdnood als gevolg van diepe berekeningen tijdens de partij. Op de leeftijd van 51 was hij nog altijd een formidabele tegenstander en ook niet eentje die (tactische) dreigingen van de tegenstander niet zou zien. Maar hier laat hij een beslissende combinatie toe. Het was duidelijk dat hij alle elementen van de combinatie heeft gezien, maar het is niet eenvoudig om ze met elkaar te verbinden. Daarbij is altijd makkelijker om combinaties voor jezelf te zien omdat je er zelf graag mee tijd en energie in wil stoppen om ze te laten werken. Twee elementen en één finesse leiden ons naar de combinatie. Het eerste element is dat wit op e5 kan slaan en vervolgens met Pg4 een dubbele aanval op e5 en h6 voor elkaar kan krijgen. Het tweede element is dat wit met c3-c4 de zwarte dame kan aanvallen. Op het eerste gezicht valt moeilijk te zien in welke volgorde de zetten moeten worden gespeeld.
1. Txe5!
Als wit begint met 1. c4? volgt simpel 1…Pxc4! en dat wint voor zwart.
1…Lxe5 2. c4!
Op dit moment moet er gerekend worden. Maar de dame heeft geen geschikte velden. Zwart heeft meerdere mogelijkheden.
2…Lxc4
Of 2…Dd4 3. Pf3 Dxb2 4. Lxe5; 2…Dd6 3. Pg4 f6 [3…Lxg3 4. Dxh6+ Kg8 5. Pf6#] 4. Dxh6+ Kg8 5. Dxg6+ Kh8 6. d4!
3. Lxe5 Dxe5 4. dxc4 Dd4
4…Dxb2 5. Lxg6+
5. Dxd4 cxd4 6. Ld3
De stelling is technisch gewonnen voor wit, maar het voordeel moet nog wel verzilverd worden. Twee stukken zijn in een gesloten stelling veel meer waard dan een toren en een pion.
6…Kg7 7. f4 Tfd8 8. Pf3 Tc6 9. Kf2 Tcd6 10. g4 Th8 11. Kg3 h5?!
Dit versimpelt wits taak.
12. g5 Tc8 13. Pe5 Tcd8 14. b4 Tc8 15. Kf3 Tc7 16. Tb1 Tc8 17. Ke4 Tc7 18. Tb3 Tc8 19. Kf3 Tc7 20. Tb1 Tc8 21. Ke4 Tc7 22. Tb3 Tc8 23. Ta3 Tc7 24. Ta6 Td8 25. b5 Td6 26. a4 1-0

 

Titel: Better Thinking, Better Chess

Auteur: Joel Benjamin

Aantal bladzijden: 223

ISBN: 978-90-5691-807-1

Uitgeverij: New in Chess

Prijs: €27,95

Gepubliceerd: 2018

Link naar onze recensenten met hun recensies.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.