Daniel King – Sultan Khan: The Indian servant who became chess champion of the British Empire

Als jonge jongen was ik vaak meer geïnteresseerd in de smeuïge verhalen over de schaaktitanen van weleer, zoals Morphy en Aljechin, dan in hun partijen. Het zal wel deels verklaren waarom mijn rating nooit boven de 2000 is gekomen. In die boeiende schaakgeschiedenis dook ook een speler op met de mysterieuze naam Sultan Khan. Met mijn toen nog erg oriëntalistische blik zag ik een stilzwijgende aristocratische Indiër met een tulband, een minzame glimlach en een enorm schaaktalent. Een Oosterse savant die vanuit het niets met prachtig spel de schaakwereld betovert om vervolgens weer compleet van het toneel te verdwijnen.

 

Tot mijn verrassing bleken mijn beelden niet eens zover bezijden de waarheid te zijn. Dat blijkt uit de pas tweede biografie over deze speler: Sultan Khan: The Indian servant who became chess champion of the British Empire van Daniel King (de eerste is van R.N. Coles uit 1966). De glimlach en de tulband staan al op de voorkant van het boek. De man blijkt inderdaad zwijgzaam te zijn en geweldig gespeeld te hebben. Alleen was hij ondanks zijn naam geen aristocraat, maar in dienst van een van de machtigste mannen van Brits Indië, Sir Umar Hayat Khan.

 

Laat ik meteen met de deur in huis vallen. Ik heb genoten van dit boek dat een stuk onbekende schaakgeschiedenis voor ons ontsluit. Daniel King had het niet makkelijk want zoals gezegd liet Sultan Khan weinig los over zijn leven, zijn gevoelens en zijn meningen. Dit wordt echter gecompenseerd door een grondige weergave van het spel tussen kolonisator en kolonie in de eerste helft van de twintigste eeuw waarin Khan slechts een pion was (no pun intended). De aanwakkerende strijd om onafhankelijkheid wordt levendig en met kennis van zaken door King beschreven. Hoe dan ook is het indrukwekkend om te zien hoeveel bronnenonderzoek King in dit boek gestoken heeft.

 

Daarnaast biedt hij ook de context van de toenmalige schaakwereld waarin Khan van het begin met respect werd bejegend. Respect dat verdiend was door zijn sterke spel en sympathieke persoonlijkheid. Interessant zijn ook de terzijdes over het verschil tussen de Europese en Indiase schaakregels die Khan in strategisch opzicht in het begin wel eens in de weg stonden. Als we kijken naar Khan als schaker dan zien we een speler die vooral vaart op zijn talent. Gedurende zijn hele schaakcarrière stopt hij veel te weinig tijd in zijn openingsrepertoire waardoor hij regelmatig haast vanuit de opening zijn partijen verliest. Indien hij echter het eindspel weet te bereiken dan is hij een absolute topper die menige sterke tegenstander volledig weg manoeuvreert.

 

King geeft een ruime selectie aan partijen en partijfragmenten van Khan. Natuurlijk ontbreken niet de beroemde zeges op Capablanca en de remise tegen de toenmalige wereldkampioen Aljechin tijdens de landenwedstrijd in Praag (16 juli 1931 ronde 7):

 

  1. Pf3  Pf6
  2. c4  e6
  3. d4  b6
  4. g3  Lb7
  5. Lg2  d5

Solid and unpretentious – which is much better than some of his other opening experiments. 6. 0-0 is the most common move, but Alkhine sticks with what he knows.

  1. Pe5  Pbd7

Alekhine-Vajda, Budapest 1921, had continued 6…Lb4+ 7. Pd2 0-0, which is a reliable way for Black to play – the king exits swiftly – though Alekhine eventually ground out a win in 57 moves.

  1. Da4  c5
  2. cxd5

A month after this game was played, at the British Championship, Khan had the same position on the board, but Tylor deviated with 8. dxc5 (…)

  1. Pxd5
  2. dxc5  Lxc5
  3. 0-0  a6
  4. Dxd7  Dxd7
  5. Pxd7  Kxd7
  6. Pd2  Thd8
  7. Pb3  Tac8

The British Chess Magazine wrote: ‘…A European player would have carefully preserved his bishop by…B-K2; Black prefers to get White’s only Knight exchanged. In the Indian game the Knight is a superior piece to the bishop in the end-game.’ One can sometimes read too much in Khan’s background. I suspect he wanted to activate his queen’s rook as quickly as possible and also saw that his king had a reasonable safe square on e7. In any case, he underestimates White’s chances with the bishops and 14…Le7 is stronger: 15. e4 Pf6 16. F3 Ke8 17. Le3 Pd7 with a level position.

  1. Pxc5 Txc5 16. e4 Pf6 17. Le3 Tb5 18. Tfd1+ Ke8 19. Txd8 Kxd8 20. Ld4 Pxe4
  2. Lxg7 Pd6 22. a4 Tf5 23. Ld4 b5 24. Lf1 Kd7 25. axb5 axb5 26. Le3

 

26…Le4 is the most solid here.

  1.                         h5

The pawn is a bit loose. With 27. Lf4 White can start to use the bishops and rook together to target h5, b5, the knight and the king.

  1. f4

A poor move. Alekhine wants to restrict the rook but blocks his dark-squared bishop and cedes control over the e4-square.

  1.                         Le4
  2. Ta7+ Ke8 29. Kf2 Td5 30. Le2 Ld3 31. Lf3 Le4 32. Le2 Ld3 remise

Alekhine has to avoid an exchange of bishops so a repetition, and a draw, is the right result. All in all, a reasonable performance by Khan. Having defeated Capablanca at Hastings, and now holding the World Champion with comparative ease, no wonder Khan was lauded as the coming man (integrale weergave van pagina 218-220).                                      

 

Uit deze partijanalyse blijkt het enige kritiekpuntje op dit boek: de analyses van de partijen zijn wat aan de magere kant. Het voordeel is dat je dit boek prima als leesboek tot je kunt nemen, bijvoorbeeld op reis of ergens waar geen schaakbord voorhanden is. Je volgt dan het leven van Khan en kunt meteen zijn partijen meespelen.

 

Kortom, dit boek is een aanrader. Mooi vormgegeven, soepel geschreven en met een boeiend levensverhaal. Het doet je weer eens verzuchten dat in het geweld van alle openingsboeken en instructieboeken wat meer ruimte zou mogen zijn voor schaakgeschiedenis. Vele sterke spelers uit het verleden wachten nog op een biografie die recht doet aan hun persoon en spel. Als ze allemaal een biograaf als Daniel King krijgen, mogen ze zich gelukkig prijzen.

 

Koop dit boek als je een grote liefde hebt voor het schaakspel en de grote spelers van weleer. Je zult er een heerlijke tijd aan beleven.

 

Koop dit boek niet als je schaakboeken puur en alleen leest om een betere schaker te worden. Daar biedt dit boek als biografie logischerwijs weinig aanknopingspunten voor.

 

Boek: Sultan Khan: The Indian servant who became chess champion of the British Empire
Auteur: Daniel King
Uitgeverij: New in Chess
ISBN-nummer: 9789056918743

Pagina’s: 384
Gepubliceerd: 10 april 2020

Link naar website uitgever: https://www.newinchess.com/sultan-khan-hardcover-ebook

Link naar onze recensenten.

8 Comments

  1. Avatar
    Frits Fritschy juli 03, 2020

    Zie www.chess.com/blog/atiyabsultan/sultan-khan-by-daniel-king-a-granddaughters-review voor een wat minder lovende bespreking door de kleindochter van Sultan Khan. Volgens haar is King wat al te gemakkelijk uitgegaan van Europese bronnen uit die tijd en latere jaren. Hoewel huidige politieke gevoeligheden bij haar beoordeling ook een rol kunnen spelen, lijkt het me dat King wel wat uit te leggen heeft. Ik heb nog geen reactie van hem op die kritiek gezien.

  2. Avatar
    bbraeken juli 03, 2020

    De kleindochter van Sultan Khan focust in feite niet op de schaakcarrière van haar opa maar gaat in op meer politieke en sociaal-economische aspecten van zijn leven. Daniel King heeft daar overigens in New in Chess wel degelijk op gereageerd waarbij hij ook aangeeft dat de focus van zijn boek de Europese jaren van Khan zijn. Zij heeft drie kritiekpunten waarvan er in mijn optiek 1 hout snijdt: Khan was geen Indiër maar een Pakistaan (dit is een bizar verwijt aan King aangezien tot 1947 geen sprake was van een Pakistaanse staat en ‘Indian’ werd gebruikt als aanduiding voor onderdanen uit dat deel van het Britse Rijk), Khan was geen dienaar van maar stond op redelijk gelijke voet met Sir Umar Hayat Khan (dit lijkt te kunnen kloppen al zal er meer bronnenonderzoek nodig zijn om dit echt te kunnen verifiëren) en King zou Khan als ongeletterd beschrijven terwijl hij dat niet was (King weerspreekt juist contemporaine bronnen die Khan als een savant wegzetten).

    Natuurlijk blijft het lastig om een oriëntalistische blik te vermijden (ik stip dit ook al aan in mijn inleiding van de recensie: we kijken vaak met onze westerse bril naar het oosten) maar ik denk King dat wel oprecht geprobeerd heeft. King schenkt nauwelijks aandacht aan de jaren na Khan’s Europese schaakcarrière omdat dit primair een schaakbiografie is. Dat kun je hem verwijten maar dat gaat denk ik voorbij aan zijn insteek.

     

  3. Avatar
    Michel juli 04, 2020

    De subtitel van het boek is uitermate ongelukkig gekozen. Zoals de kleindochter aangeeft is Sultan Khan nooit Indiër geweest. En zo heeft hij zich nooit gevoeld. Gedurende de eerste periode van zijn leven was hij een Brits onderdaan en had daarna de Pakistaanse nationaliteit. Zijn kleindochter geeft ook aan dat hij zoals wij in Nederland zouden zeggen ‘zich in hart en nieren’ Pakistaan voelde. De inwoners van beide landen hebben bepaald geen warme gevoelens voor elkaar.

    Een ander punt dat voor ons Westerlingen wellicht moeilijk invoelbaar is, is het woord ‘servant’. Wellicht vertalen wij dat gewoon met ‘bediende’. Maar de lading is echter een hele andere. Een bediende in deze landen is eerder een ondergeschikt persoon die zich moeten voegen naar de luimen van zijn ‘werkgever’ (al vraag ik me af of dat het juiste woord is).

    Daarnaast lijkt het me ook logisch dat wanneer je een biografie schrijft, ook al is dat vooral over een periode dat Khan in het Westen verbleef, je contact opneemt met mensen die hem hebben gekend of meer over hem weten.

    Ik kan me de kritiek dus goed indenken. In zekere zin erkend King deze kritiek deels. Als hij contact had opgenomen met zijn familie zou hij in staat zijn geweest om een evenwichtiger beeld te schetsen. Hij begint er ook zijn reactie mee “I acknowledge the sensitivities of the issues to the family and I welcome new information and insights into Sultan Khan’s life.” Kortom: erg onzorgvuldig en eigenlijk een doodzonde als je een biografie schrijft.

     

    • Avatar
      bbraeken juli 04, 2020

      Beste Michel, ik snap werkelijk niks van de discussie over de term Indiër. Voor de onafhankelijkheid in 1947 werd de term India en Indian gebruikt voor dit deel van het Britse Rijk. Ik haal Wikipedia aan:

      The British Raj (/rɑː/; from rāj, literally, “rule” in Sanskrit and Hindustani)[2] was the rule by the British Crown on the Indian subcontinent from 1858 to 1947.[3][4][5][6] The rule is also called Crown rule in India,[7] or direct rule in India.[8] The region under British control was commonly called India in contemporaneous usage, and included areas directly administered by the United Kingdom, which were collectively called British India, and areas ruled by indigenous rulers, but under British tutelage or paramountcy, called the princely states. The region as a whole was never officially referred to as the Indian Empire.[9][failed verification – see discussion]

      As “India”, it was a founding member of the League of Nations, a participating nation in the Summer Olympics in 1900192019281932, and 1936, and a founding member of the United Nations in San Francisco in 1945.”

      Er is dus niks mis met het bijvoeglijke naamwoord Indian in de ondertitel. In 1947 werd het gebied gesplitst in twee landen: India en Pakistan. Khan woonde vanaf dat moment in Pakistan tot zijn dood in 1966. Het boek van King beslaat de periode dat Khan actief was in Europa en dan is er geen sprake van het bestaan van Pakistan. Het lijkt er nu op dat een geopolitiek conflict van de afgelopen decennia erbij wordt gehaald om Khan een Pakistaanse identiteit op te dringen die nergens door bronnen wordt ondersteund behalve hear say.

      • Avatar
        Michel juli 04, 2020

        Het ligt er maar helemaal aan hoe je er tegenaan kijkt. De naam Indië is op veel groter gebied geplakt dan de huidige republiek India. Zie: bit.ly/2VLLijW

        Wat ik met mijn opmerkingen vooral wil zeggen is dat de titel ongelukkig is gekozen. Deze titel weerspiegelt de optiek van ons Westerlingen. Men had met groot gemak een andere titel kunnen kiezen zonder op gevoelige tenen te gaan staan.

         

  4. Avatar
    Henk Smout juli 04, 2020

    Deskundig commentaar of die tulband bijzondere betekenis heeft, zou ik waarderen.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.