Ruilen of niet ruilen?

Het is een vraag die in vrijwel iedere schaakpartij vroeg of laat een keer aan de orde komt: ruilen of niet? Is het wel zo slim? En waar moet u dan vooral op letten? Eduardas Rozentalis heeft er een heel boek over volgeschreven: ‘To Exchange or Not?’ met als subtitel ‘The Ultimate Workbook’.

Het boek is een vervolg op een eerder werk van hem: ‘The Correct Exchange in the Endgame’. Met de subtitel heeft men niets te veel gezegd. Het is inderdaad een écht ‘doeboek’. Kortom: veel opgaven met antwoorden. U moet lekker zelf aan het werk.

Het boek is verdeeld in drie delen:

  1. Opwarmertjes
  2. Gemiddelde opgaven
  3. Opgaven voor gevorderden

Elk deel bevat 40 opgaven, veelal afkomstig van GM Rozentalis zelf. Deze delen zijn dan weer keurig verdeeld in opgaven en oplossingen. De oplossingen zijn helder met prima uitleg. De auteur heeft er voor gekozen om eindspelen te behandelen. Naar mijn smaak vergroot dat de praktische waarde omdat het aantal stukken op het bord over het algemeen beperkt is. Daardoor is het boek ook prima geschikt voor instructie.

Tijdens mijn cursussen voor schaaktrainer heb ik vooral geleerd om niet te veel stukken op het bord te zetten, of gecompliceerde stellingen te strippen tot wat absoluut noodzakelijk is. Dat hoef je niet met eindspelen te doen. Een ander voordeel deze opzet is dat men dus helder voor ogen krijgt wat de waarde en functie van de stukken is. U krijgt van elk niveau een voorbeeld. De aantekeningen zijn vertaald uit het boek. Een enkele keer heb ik zelf een opmerking geplaatst (MH). Eerst een opwarmertje: moet wit afwikkelen naar een pionneneindspel met 46. Kd4 of is het beter om de loper te behouden?

46.Kd4 Wit speelt op winst. Hij hoopt kennelijk goede zaken te kunnen doen vanwege zijn vrijpion. Het was echter verstandiger om op remise aan te sturen met: 46.Lc2 b3 47.axb3 cxb3 48.Ld1 Pa4=

46…Pxe4 47.Kxe4?? Dit verliest! 47.Kxc4 Kg6 48.Kb5 levert nog steeds een half punt op.

47…a4 48.Ke3 Ook 48.Kd4 c3 49.bxc3 b3 50.axb3 (50.c4 bxa2-+) 50…a3-+ biedt geen soelaas.

48…c3 49.b3 axb3 50.axb3 Kg6 hier ging zwart akkoord met remise. Onbegrijpelijk! Dit is een standaardeindspel dat gewonnen is voor zwart. Maar zelfs als je dat niet weet, speel je toch nog even door?

Winst is niet moeilijk, bijvoorbeeld: 51.Kd3 Kxh6 52.Kc2 Kg5 53.Kd3 Kf4 54.Kc2 Ke3 55.Kc1 of 55.Kd1 Kd3 56.Kc1 c2-+.

55…c2 Dat is de truc! 56.Kxc2 Ke2 57.Kc1 Kd3 58.Kb1 Ook 58.Kb2 Kd2 59.Kb1 Kc3 60.Ka2 Kc2 verliest.

58…Kc3 59.Ka2 Kc2 60.Ka1 Kxb3 61.Kb1 Ka3 62.Ka1 b3 63.Kb1 b2 en de stukken kunnen terug in de doos.

Gemiddelde opgaven

De volgende stelling is een voorbeeld van een ‘gemiddelde opgave’. De vraag is: is het verstandig voor wit om de lopers te ruilen of niet?

39.Lxf5? Fout! Ook 39.Lxh5? verliest: 39…Lc2 40.Td2 Txh5 41.Txc2 Txh4+ 42.Ke3 Txb4-+

Maar 39.Tg1 dekt de loper op tactische wijze en dreigt tegelijkertijd Tg5

39…Lxg6 40.Txg6+ Kxg6 41.Kxe5 Kg7 42.Kf5 dit eindspel is remise omdat geen van beide partijen zijn positie kan verbeteren.

Een andere mogelijkheid is 39…Le6 40.Lc2 Lf7 (40…Te2 41.Ld3 Td2 42.Ke3 Tb2 43.Tg6+ (43.Tb1 Th2!) 43…Kf7 44.Tg5 Txb4 45.Txh5 Ta4 46.Th7+ Kf6 47.Th6+=) 41.Lg6=)

39…Txf5+ 40.Ke3 Ke5 Het is duidelijk: zwart heeft de actievere stukken en een vrijpion die in beweging komt.

41.Tg1 wat anders?

Bijvoorbeeld: 41.Td4?? Txf3+!-+

Of 41.Td2 Tf4 42.Tg2 d4+ 43.Kf2 Kd5 44.Tg7 Kc4 45.Txb7 d3 46.b5 axb5 47.a6 Txh4 48.a7 Th2+ 49.Ke3 Te2+ 50.Kf4 Ta2-+

41…d4+ 42.Kf2 Kd5 43.Tg7 Torenruil biedt ook geen soelaas 43.Tg5 Txg5 44.hxg5 en zwart wint gemakkelijk met zijn twee vrijpionnen.

43…Kc4 44.Txb7 d3 45.Td7 Kc3 46.Ke3 Te5+ 47.Kf4 Te1 0-1

Opgaven voor gevorderden

Hieronder vind je een voorbeeld van een opgave voor gevorderden. De vraag is: moet zwart torens ruilen? Je vindt de oplossing hier…

25…Txd1? Zwart ruilt de laatste torens en daarna is zijn stelling waarschijnlijk verloren. Hij had de toren op het bord moeten houden. Beter was 25…Ta8 waarna zwart wat kansen behoud voor tegenspel op de damevleugel.

26.Pxd1 De torens zijn geruild. Wij hebben nu een paardeneindspel. Wit heeft duidelijk voordeel met een extra pion in het centrum. Zwart op zijn beurt heeft nauwelijks mogelijkheden om zelf een vrijpion te creëren. Het paardeneindspel is strategisch gewonnen voor wit. Het vergt uiteraard wel nauwkeurig spel om dat te bereiken.

26…c5 27.Ke3 Ke6 28.f4 Wit is klaar om meer ruimte te pakken.

28…Kd7 29.Kb2 Het is belangrijk om ook de positie van het paard te verbeteren.

29…Kd6 30.g3 Wit heeft geen haast.

30…Ke6 31.Pd3 Kd6 32.g4 c4 (MH) Rozentalis zegt hier niets over. Maar naar mijn smaak is dit een slechte zet. Beter was iets als 32 … Pb6 of wellicht 32 … h6.

33.bxc4 bxc4 34.Pb4 c6 35.a3! Dit soort eindspelen vergen weinig rekenwerk. Een zet of twee drie is voldoende. Wit bereid het omspelen van het paard naar c3 voor. Uiteraard niet 35.Pxa6?? c5 en het paard zit gevangen.

35…a5 36.Pa2 Pb6 37.Pc3 Een prima plek voor het paard. Het paard blokkeert de c-pion en beperkt de mogelijkheden van het zwarte paard.

37…c5 38.h4 Nu de damevleugel op slot zit, kan wit zijn pionnen op de koningsvleugel in beweging zetten.

38…Ke6 39.Pb5?! (MH) ik begrijp deze uitval niet zo goed. Beter lijkt me om vast te houden aan het plan en de pionnen op te spelen, bijvoorbeeld: 39.e5 fxe5 (39…f5 40.gxf5+ Kxf5 41.Kf3 g6 42.Pd1 Ke6 43.Ke4+-) 40.f5+ Kf7 41.Ke4 Pd7 42.g5 g6 43.a4 gxf5+ 44.Kxf5 en zwart verliest steeds meer terrein.

39…Kd7 40.g5 Ke6 41.gxf6 Wit ruilt de pionnen, daarmee worden de f- en h-pion toekomstige doelwitten.

41…gxf6 42.Pc3 Zwart is in zetdwang geraakt en de witte stukken zullen weldra de zwarte stelling binnendringen.

42…Pd7 43.Pd5 Kf7 44.Kf3 Kg6 45.Kg4 Om de witte koning te stoppen speelt zwart zijn h-pion op.

45…h5+ 46.Kf3 Kf7 47.Ke3 Ke6 48.f5+ Met deze zet beoogt wit de h-pion te winnen in plaats van een vrijpion te creëren.

48…Kf7 49.Pf4 Pe5 50.c3 Wit heeft geen haast en stopt elk tegenspel van zwart. Zwart wilde c4-c3 gevolgd door Pc4 spelen. Nu zit deze deur voorgoed op slot!

50…Ke7 51.Pxh5 Pd3 52.Pf4 Pe1 53.a4 de laatste nauwkeurige zet. Zwart kan nu de a-pion niet meer aanvallen. Daarmee is de zaak beslist. 1-0

Voor wie?

Het is een prachtig oefenboek. De opwarmertjes zijn relatief eenvoudig, maar daarna begint het échte werk. Daarbij denk ik aan clubschakers met een rating van 1500 of hoger. Maar ook sterkere spelers kunnen veel plezier aan dit boek beleven. Dit boek is ook prima geschikt voor schaaktrainers die les geven aan stap 4/4+ niveau of hoger. Het grote voordeel van eindspelen: er zit minder ruis op de lijn.

Beoordeling:
⭐⭐⭐⭐⭐
Waardering: 5 uit 5.

Open het voorproefje hier…

Over Michel Hoetmer

Michel schaakt al sinds begin jaren '70. Hij speelde bij schaakclub Utrecht (2e klasse KNSB) en hij was ook redacteur van het clubblad. Tegenwoordig is hij lid van sv Zukertort in Amstelveen. In het dagelijks leven is hij verkooptrainer en publiceerde diverse boeken en artikelen over verkopen en marketing. Sinds kort mag hij zichzelf ook gediplomeerd schaaktrainer (2) noemen.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.