The Hippopotamus Defence

Zo voor de kerst werd ik ineens online een aantal keer van het bord getikt door hetzelfde systeem: De Hippopotamus. Hoewel ik het ook het ‘nijlpaardsysteem’ zou kunnen noemen, houd ik het voor het gemak nu maar even op ‘de Hippo’. Ik had al wel eens van de Hippo gehoord, maar in alle eerlijkheid nam ik het systeem niet zo serieus. Hoe kan het ook goed zijn als zwart alleen pionnen op zijn 6e rij zet en zijn lichte stukken zelfs alleen maar op de 7e? Des te frustrerender is het om er meerdere keren van te verliezen. Tijd voor wat kennisverbreding. Het boek “The Hippopotamus Defence” bood uitkomst. Met de ondertitel “A Deceptively Dangerous Universal Chess Opening System for Black” zegt het in ieder geval niks te weinig!

 

De opzet van het boek

Kennisverbreding was niet helemaal de enige reden waarom ik dit boek koos voor een recensie. Ik had het boek eerder al eens langs zien komen, en toen was het mij al opgevallen dat de auteur een vrij unieke opzet voor het boek had gekozen. De opzet is als volgt:

Stage 1: “Flash”

Stage 2: “Reflection”

Stage 3: “In Depth”

Het interessante aan deze opzet is dat je rustig en oppervlakkig begint. Het eerste deel leidt je door standaardstellingen en -structuren heen. Het kondigt aan waar je in de opening moet letten en geeft een aantal leuke partijen waarin de kracht van de opening wordt gedemonstreerd.

Het tweede deel gaat vervolgens meer de diepte in. Het is niet te zwaar, de focus ligt op de vele witte opzetten en waar je in die structuren op moet letten als zwart. Zo geeft het boek aan dat een centrum van 1 of 2 pionnen aan de witte kant relatief onschuldig is voor zwart en dat een wit centrum met 3 of 4 pionnen een grotere bedreiging vormt. Dit tweede deel bestaat hoofdzakelijk uit partijen. Het interessante is dat bij elke partij een aantal smiley faces 😊 worden gebruikt. 1 😊 betekent dat zwart relatief eenvoudig uit de opening komt, 3 😊😊😊 staat voor een pittige partij waarbij wit weet wat hij doet in de opening. Ik twijfel soms een beetje aan de juiste beoordeling van het aantal smiley faces bij de partij, maar in veel gevallen geeft het een handige indicatie voordat je de partij bekijkt.

Het derde en laatste deel gaat vervolgens de diepte in. Het doel van dit deel is om wat praktische theorie te geven om de nuances aan de witte kant goed te bestrijden. Persoonlijk zat ik uit te kijken naar dit deel toen ik door het tweede heen zat te werken. Het tweede deel spreekt namelijk doorlopend over de gevaren van 3- en 4-pionnencentrums, zonder echt concreet aan te geven hoe wit of zwart het beste kan spelen in die structuren. Het derde deel biedt op dit vlak inderdaad meer houvast, met name door de ‘Semi-Hippo’ te promoten. Waar de volledige Hippo uit een zettenreeks bestaat van 10 zetten, wijkt de Semi-Hippo ergens tijdens deze 10 zetten af van de standaardopzet om zo beter om te gaan met het witte plan. Denk in dit deel overigens niet aan lappen theorie, de auteur benadrukt dat je in veel gevallen na een zet of 5 met een Semi-Hippo al op onbekend terrein kan zitten. De opening vraagt daarom ook zelfstudie en wat creativiteit zonder de angst een keer snel te verliezen in de opening. Sluit dat bij je aan, dan is dit boek en repertoire zeker wat voor jou.

De opzet van de Hippo en de Semi-Hippo

Het boek benadrukt dat er veel manieren zijn om een ‘echte’ Hippo te bereiken, maar dat een echte Hippo wel altijd bestaat uit onderstaande opzet.

Vanuit de Hippo zijn er vervolgens veel plannen, deels afhankelijk van wat wit speelt. Kijk bijvoorbeeld in het voorbeeld hieronder. De verschillende structuren die in dit voorbeeld voorkomen worden in het tweede deel van het boek besproken.

Tot slot biedt de Semi-Hippo een alternatief voor de gevaarlijke systemen van wit. Hieronder een aantal voorbeelden uit het derde deel van het boek.

Beoordeling van het boek

De opzet van het boek is denk ik erg goed. Het is een openingenboek dat je echt meeneemt in de structuur van de opening en voldoende partijen geeft om de plannen goed te doorgronden. Dat het in drie delen ook telkens wat verzwaart in moeilijkheidsgraad geeft de mogelijkheid voor iedereen om het boek te bestuderen.

De hamvraag blijft natuurlijk of dit boek ook echt het systeem waterdicht maakt. Ik denk het niet, en ik denk ook niet dat de auteur volledig wil bewijzen dat dit systeem dat is. De auteur geeft het met de ondertitel al aan: dit systeem is bedrieglijk gevaarlijk. En dat klopt. Zwart heeft verrassend veel wapens achter de hand om wit het vuur aan de schenen te leggen. Er zijn daarbij voldoende partijen, zelfs op het hoogste niveau, waarin zwart demonstreert dat het een opening is om rekening mee te houden. Hieronder een voorbeeld van zo’n hele partij waarin zwart gebruik maakt van verschillende motieven. Tot slot is het belangrijk om op te merken dat deze opening niet aan te raden is voor beginnende schakers, aangezien je meteen begint met een ruimteachterstand en je veel positionele keuzes moet maken. Beter is het om al een basiskennis te hebben van openingen als het Konings Indisch, het Frans en het Siciliaans, aangezien je in zulk soort structuren terecht kan komen.

Het voorbeeld, een partij tussen Vadim Malakhatko en Aleksandar Wohl (Tromso, 2010)

 

Titel: The Hippopotamus Defence

Auteur: Alessio De Santis

Aantal bladzijden: 320

ISBN: 9789056918316

Uitgeverij: New in Chess

Gepubliceerd: 2019

Link naar onze recensenten met hun recensies

3 Comments

  1. Avatar
    Pieter Priems januari 22, 2021

    Hoi Bram,

     

    Intressant artikel! Ik ken de Hippo uit het boek van The Modern Tiger. Als je ziet wat zo’n hypermoderne opening allemaal in zich heeft is dat leuk. En inderdaad als je kennis hebt van de KID en het Frans is dat handig heb ik gemerkt. Je wacht tot je een redelijke tot goede structuur van een van die openingen kan innemen. Wit kan zich makkelijk in de nesten werken, maar als ie kalm blijft en niet te snel tot actie komt heb je het best lastig merk ik. Maar ja, geen enkele opening is ideaal.

    Wat me opvalt is dat in dit boek de Hippo ook gespeeld wordt op c4,d4,e4. Dat ben ik bij Tiger niet tegengekomen. Die noemt alleen de “echte Hippo” met de Loper op c4 en a4. Jij noemt in het laatste voorbeeld, in een stelling met c4 dit ook een echte of volledige Hippo. Dat is in wezen tegenstrijdig. Hoe moet ik dat zien? Persoonlijk lijkt me een Hippo tegen een opstelling met c4 erbij best lastig. Hoe kijkt de auteur van dit boek hier tegen aan?

    • Avatar
      Bram Klapwijk januari 23, 2021

      Dag Pieter,

      Allereerst verwijst het boek vaak naar Tiger Hillarp Persson en zijn boek The Modern Tiger. Als ik het goed heb, raadt dat boek de volgorde g6/Lg7/d6/a6 als startopzet aan. De auteur van dit boek maakt zelf een ander onderscheid, namelijk de stelling na 10 zetten. Volgens hem is het dan een ‘volledige Hippo’ (ongeacht de zetvolgorde of wits reactie), en wijk je ergens in die 10 zetten af, dan is het een ‘Semi-Hippo’. Het boek benadrukt dat het inderdaad lastig is een volledige Hippo te spelen tegen een opzet met c4/d4/e4, en dat het daarom aan te raden is dat zwart eerder afwijkt. Vaak met de zet …c5. Of als je met de opzet met 1…b6 bent begonnen, meer controle te pakken over veld e4 met …Lb7/…f5/…Pf6 etc.

      Toevallig is het laatste voorbeeld een partij waarin de volledige Hippo wordt gespeeld. Wit geeft een tempo ‘weg’ door Lg5 te spelen. Enerzijds lokt wit h6 uit, wat rokade voor zwart vervolgens lastiger maakt, maar aangezien zwart …h6 speelt in de volledige Hippo is die er niet ontevreden mee. Door dat extra tempo zal zwart wel gedacht hebben dat het speelbaar was. Wit had overigens prima spel tot en met zet 15.

      Tot slot, ja het is inderdaad een leuke en flexibele opening. Je hebt echt veel mogelijkheden met verschillende structureren om naar toe te gaan, veel meer dan ik dacht voordat ik dit boek had gelezen.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.