schaakverhaal

De broedertwist

Lang geleden leefden er twee welgestelde broers in een klein land aan zee. Roeland bezat vele landerijen, boerderijen en wat dies meer zij. Zijn broer Dirk verhuurde diverse panden in enkele grote steden. Beide mannen hadden een gezamenlijke passie: schaken. En omdat ze dicht bij elkaar woonden werd menig vrij uurtje besteed aan het edele schaakspel. Tot op een kwade dag tijdens een partijtje het gesprek over geld ging. Roeland pochte honderduit over zijn vele landerijen en de pacht die hij hiervan maandelijks ontving. Dirk wilde hiervoor uiteraard niet onderdoen en deed ook maar eens een duit in het zakje. Hoeveel huizen had hij wel niet en wat die dan wel niet waard zouden zijn. De gemoederen liepen hoog op. De situatie dreigde uit de hand te lopen. Enfin, om het probleem op te lossen werd tot een weddenschap besloten over het meeste bezit, met als inzet het leven van een van de mannen’s vrouw.

U begrijpt wel, dit was geen kinderspel. De eer was in het geding. In die dagen ging het er ruig aan toe. Na lang over en weer gebakkelei werd uiteindelijk besloten beider bezittingen op te tellen en te vergelijken. De verliezer moest het hoofd van zijn vrouw aan zijn broer schenken ten teken van verlies. Het geschil werd hiermee afgedaan.

Toch was Roeland niet helemaal zeker van zijn zaak. Hij had dan wel veel land en maandelijks beurde hij ruim Fl.3500,- aan pacht, maar die dekselse Dirk had wel erg veel huizen, winkels en kroegen. En om zijn vrouw te verliezen om een simpele geldkwestie, dat ging hem toch te ver. Wat te doen? Plots kreeg hij een lumineus idee.

“Voordat we ons geld tellen zou ik graag nog een laatste partij schaak met je spelen, waarde broer”, sprak hij. Dirk, meestal goedgeluimd, stemde hier joviaal mee in. Niet wetend wat zijn broer in zijn schild voerde. Blijmoedig werden bord en stukken gepakt en al gauw waren de eerste zetten gespeeld. Roeland, de mindere schaker, ging er eens goed voor zitten. Dit moest zijn partij worden, tenslotte stond niemand minder dan zijn eigen vrouw op het spel. Hij had de witte stukken geloot en toog vanuit de opening gelijk ten aanval. Met inzet van lopers, paarden en dame werd Dirks stelling belegerd. Na een zet of vijftien gebeurde het.

Dat hem, Roeland, dit mocht overkomen, nu juist in deze partij. Hij kon zijn ogen niet geloven, keek nog eens goed naar de stelling maar had het toch goed gezien. Dit was te mooi om waar te zijn. In een ingewikkelde stelling kon hij zijn dame offeren!

Dirk, nietsvermoedend, kon zo’n lekker brokje niet weigeren en hapte toe. Trillend van opwinding pakte Roeland een van zijn paarden en zette zijn broer schaakmat.

“Zo”, sprak Roeland, “de weddenschap beschouw ik als verloren maar mijn vrouw wil ik niet kwijt, neem dit dameoffer als inzet en we vergeten de hele kwestie.”

Dirk, nauwelijks van schrik bekomen, keek nog eens naar de stelling en weer naar Roeland en toen bulderde hij het uit. “Kerel, je hebt me mooi te pakken, natuurlijk ga ik met je voorstel akkoord, kom laten we de partij nog eens naspelen”, sprak hij.

“Ja, laten we dat doen”, zei Roeland, dat had hij toch maar mooi voor elkaar gespeeld.

En onder het genot van een flinke borrel en in bijzijn van beider (onwetende) echtgenoten werd de dag afgesloten. De broers speelden in hun lange leven nog vele potjes schaak maar over geld werd niet meer gesproken. Dat spreekt voor zich.

 

PS
De partij zou later als ‘De parel van Roeland’ langs vele schaakclubs door het land gaan en wordt nu nog beschouwd als een der fraaiste ooit gespeeld.

 

Julius Bosma

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.