De zijdelingse invasie op Sicilië

Boekrecensie van Ravi Haria’s The Modernized Anti-Sicilians. Vol. 1: Rossolimo Variation

Geschiedenisstudent Ravi Haria (geb. 1999) getuigt in The Modernized Anti-Sicilians van zijn jongvolwassenheid en deelt een steekhoudend repertoire met het publiek. Daarbij ontwijkt de Britse meester handig de valkuilen die elk openingsboek voor diens schrijver opwerpt: compleetheidswaan en schrijven zonder publiek.

 

Zelfs de grootste namen in het schaken hebben zich aan de antisicilianen gewaagd. Daarbij is de loperzet 3.Lb5 zowel tegen de Klassieke als de Najdorf-variant van het Siciliaans een veelgeziene methode om zwart in zijn droom van een dynamische partij te hinderen. Als bij een agressietraining probeert de witspeler, tot frustratie van de tegenpartij, elke agressieve neiging in de kiem te smoren. Met therapeutische tact legt de witpartij middels flexibel manoeuvrerende stukken elke woedeaanval van haar patiënt lam: uitbarsting leidt tot vernedering, tamheid tot bedaren van de strijdvaardige wil. Kortom, wit heeft op de aanvallende zwartspeler psychologisch overwicht. Waar het steeds om te doen is, zegt Haria, is het ‘eindeloos stellen van praktische problemen’.

 

Wie dacht dat je met het mijden van het Open Siciliaans voorbereidingstijd zou besparen, komt van een koude kermis thuis. De loper uitspelen en met de armen over elkaar onderuitzakken, denkende dat de tegenpartij zich nu wel beduusd zal voelen, is niet aan te raden. Om de zwartpartij te temmen, hen steeds een stap voor te zijn, moet men zich de meest subtiele voortzettingen eigen maken. De circusartiest die haar tijger voor een moment van diens natuurlijke dominantie laat ruiken, wordt verscheurd en verslonden. Men behoede zich dan ook te vervallen in de ‘logica van de eenvoud’. De flexibiliteit, verkregen door van de gebaande paden af te wijken, zal niet afdoende zijn om zonder voorbereiding een leuke partij te spelen.

Volgens Ravi Haria duikelt men hier nietsvermoedend in de ‘luiheidsval’. We leven in een tijd waarin supercomputers een zekere weg naar voordeel voorkauwen, waarbij databases het bestaan van deze of gene variant uitwijzen en het gemakkelijk maken om goed voorbereid aan de toernooitafel te verschijnen. Het zal met onze tegenstanders, de Siciliaan-exponenten, niet anders zijn.

Voorbeelden

Daarom is men genoodzaakt tot een flexibele voorbereiding, iets wat Haria opvangt door steeds twee verschillende benaderingen voor te stellen. Zo schrijft hij tegen het kritische antwoord 3…g6 zowel 4.0-0 als 4.Lxc6 voor. De eerste van deze varianten is gericht op centrumovername met 5.c3, de tweede echter op activiteit van de stukken met Te1 en e4-e5. We nemen een kijkje naar de concrete verschillen aan de hand van twee voorbeelden, één in de ene en één in de andere variant.

Na 4.0-0 Lg7 5.c3 e5 bereiken we onderstaande stelling.

 

 

Wit slaat toe met 6.d4! Met dit pionoffer maakt wit er gebruik van dat de zwarte velden rond het centrum braak komen te liggen. Doorn in het zwarte oog is zijn eigen d7-pion, die stukcontrole verhindert. Na 6…cxd4 7.cxd4 exd4 en 8.Lf4 kan zwart amper meer voorkomen dat de zwartveldige witte loper op d6 verschijnt (alleen 8…a6 9.La4 b5 10.Lb3 en …d6 lijkt te helpen, maar dan is zwart kwetsbaar op de damevleugel: 11.a4). 8…Pge7 9.Ld6.

 

 

Ter illustratie hier een partij van Roeland Pruijssers, die het tijdens de Europese Clubkampioenschappen voor Belgische schaakvereniging Echiquier Mosan opnam tegen Bogdan Podlesnik (2342). 9…a6 10.Ld3. Haria raadt 10.Lc4 aan, met het idee 10…b5 11.Ld5! Na 11…0-0 12.a4 wordt de damevleugel lamgelegd. Waarschijnlijk doet zwart er verstandig aan om op een moment de kwaliteit op f8 te offeren, maar de vraag is of hij voldoende compensatie heeft. 10…b5 11.Pbd2 Lb7 12.e5 0-0 13.Pe4 Te8 14.Pc5 …

 

 

Het is met de zwarte stukken niet best gesteld. De witte stukken hebben allerlei landingsplatformen. 14…Ta7 15.a4 bxa4 16.Pg5 …

 

 

Door het achterblijven van de pion op d7 zijn niet alleen de zwarte, maar ook de witte velden rond het centrum zwak geworden. Helemaal nu de b5-pion zijn station verlaten heeft. 16…Pf5 17.Lxf5 Dxg5 18.f4 Dh4 19.Lxd7 Td8 20.Dxa4 Pb8 21.g3 Dh5 22.Da5 …

 

 

De witte stukken vallen binnen. Let vooral op de zwarte toren op a7.

 

22…Txd7 23.Lxb8 Dh3 24.Tf2 Ta8 25.e6 Te7 26.Dd8+ Lf8

 

 

De toren, die inmiddels op a8 staat, is vakkundig afgesloten. Net als de andere stukken, trouwens. Alleen de loper op b7 heeft de schijn van activiteit; nu het mat is afgedekt (24.Tf2) heeft hij immers geen enkel aanvalsdoel. Wit gaat verder met de aanval.

 

27.f5 Lc6 28.Te1 gxf5 29.Te5 Dh6 30.Tfxf5 Dc1+ 31.Tf1 Dxb2 32. Tg5+ en mat op de volgende zet. 1-0

 

 

Heel anders werkt het na 4.Lxc6. De stelling na 4…bxc6 5.0-0 Lg7 6.Te1 is kenmerkend:

 

 

Hier kan zwart ervoor kiezen met 6.Ph6 en later …f7-f6 en …Ph6-f7 een bolwerk op te zetten tegen de marcherende pionnen in het centrum. Gebruikelijker is het om de pion met 6…Pf6 simpelweg naar voren te lokken, in de hoop dat het een aanvalsdoel wordt. 7.e5 Pd5 8.c4 Pc7 9.d4 cxd4 10.Dxd4.

 

 

Het lijkt alsof de pion op e5 te ver is doorgelopen; zeker nu wit ook nog eens de dame in de vuurlinie van de gefianchetteerde loper heeft geplaatst. Maar het is wit om de activiteit van de stukken te doen. Leuke bijkomstigheid is 10…d6? 11.Lh6!

 

 

Daarna loopt 11…Lxh6 immers stuk op 12.exd6 met een aftrekaanval op de toren.

 

10…0-0 11.Dh4!

 

 

Plots worden de witte intenties duidelijk. Zwart mist op het moment het paard op de koningsflank. We volgen Naiditsch – Sutovsky, 2014. 11…f6 12. Pc3 Pe6 13. Pe4 fxe5

 

 

Zonder deze zet is de kans klein dat zwart ooit loskomt (door de d7-pion op te spelen). 14. Pfg5 Pxg5 15. Lxg5 Db6 16. Tad1 Dxb2 17. Td2 Db6 18. c5 …

 

 

Opnieuw wordt de d7-pion vastgezet, mét tempo.

 

18…Da5 19. f3 d5 20. cxd6 exd6 21. Txd6 …

 

 

De witte stukken zijn dominant. Hoewel wit enigszins op moet passen voor de gevaarlijke zwarte dame, perkt de blokkade van de e5-pion de zwarte strijdmacht goed in.

 

21…Lf5 22. Ted1 Tab8 23. Le7 …

 

 

Dwingt op straffe van een paardinvasie een kwaliteitsoffer af. Zwart lijkt compensatie te hebben, maar wit speelt het handig.

 

23…Lxe4 24. Lxf8 Ld5 25. Le7 Dxa2 26. Te1 Dd2 27. Td7 Tb2 28. Dg3 Lh6 29. Td8+ Kf7

 

 

Tot dit moment, waar wit de verkeerde afslag neemt.

30.La3? 30.Lh4 was gevraagd, waarna de witte stukken wat meer vrijheid krijgen door de röntgendekking op e1 en de afsluiting van velden f6/e7.

 

30…Tc2  31. Td7+ Kg8 32. Td8+ Kf7 33. Td7+ Kg8 34. Kh1 Lf4 35. Rb1 Rc1+!

 

 

Na dit trucje moet wit remise zien te houden. Dat lukte hem niet. 36. Rxc1 Bxg3 en 0-1 na 61 zetten.

 

 

Evaluatie

Al met al biedt Ravi Haria een frisse blik op openingsmethodiek. Hoewel hij in deel 1 door allerlei ongebruikelijke zijvarianten te nemen de zonde van de compleetheidswaan lijkt te begaan, weet hij wanneer een variant af te breken, en ook van zijvarianten mee te nemen wat later – in de hoofdvarianten – nog van pas zal komen. Relevant is bijvoorbeeld het inzicht dat de zwarte pionstoot …d7-d5, die bevrijdend mag lijken (we hebben steeds de problematiek van de d7-pion gezien), vaak een serieuze positionele fout behelst:

 

 

Dat toont een variant als deze goed aan: 4.Pc3! d4 5.Pa4 e6 6.Lxc6+ bxc6 7.0-0 en wit kan ten allen tijde met b2-b3 en La3 de ondekbare pion op c5 gaan ondermijnen, alsmede deze vastleggen met een manoeuvre als Pf3-d2-c4.

 

 

Dat de jonge Britse IM ook fijn kan schrijven, is een niet te miskennen pré: ook schaakschrijvers zijn per slot van rekening schríjvers. Wat evenwel ontbreekt is een partijenindex. Haria lijkt het wiel opnieuw te willen uitvinden en is spaarzaam met het noemen van partijen. Die geven de lezers echter houvast bij het herinneren en plaatsen een variant in historische context (het is bijvoorbeeld bekend dat – zoals Haria overigens wel noemt – Boris Gelfand de zwarte zijde aanvoert in de variant 3…e6 en 4…Pge7, wat zijn partijen tot geschikte kandidaten maakt om deze variant te bestuderen). Van een geschiedenisstudent hadden we dat inzicht wel mogen verwachten. Desalniettemin moeten we ons afvragen of het dit boek, dat in de huidige vorm al 520 (!) pagina’s telt, wel ten goede was gekomen.

De liefhebber van afwijkende varianten kan zijn hart ophalen. Wij wachten in spanning af tot de overige volumes in de schappen liggen, zodat de invasie op Sicilië compleet is.

 

Boek: The Modernized Anti-Sicilians. Vol. 1: Rossolimo Variation (2021)
Auteur: Ravi Haria
Uitgeverij: Thinkers Publishing
ISBN-nummer: 9789464201055
Pagina’s: 520
Prijs: €33,95
Hier te vindenthinkerspublishing.com/product/the-modernized-anti-sicilians-volume-1-rossolimo-variation/
Voorproefje: thinkerspublishing.com/wp-content/uploads/2020/12/The-Modernized-Anti-Sicilians-V1-FIRST-TEASER.pdf

Link naar onze recensenten.

Over Daniël Zevenhuizen

Student Filosofie in Nijmegen en Rotterdam, gestationeerd in de eerste. Gediplomeerd trainer, redacteur boekenrubriek, liefhebber van het spel. Vooralsnog gestrand op de zandbank tussen 2100 en 2200 elo.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.