Hing Ting Lai verslaat Dimitri Reinderman in Laren

Hing Ting Lai heeft zaterdag het jaarlijkse rapidtoernooi in het Gooise dorp Laren op zijn naam gebracht. Dat dankte hij vooral aan een overwinning op Dimitri Reinderman. Niet in een partij van twee minuten per persoon, Lai’s specialiteit, maar in een partij van twintig minuten. “Dat is best wel lang”, vertelde hij me achteraf, “maar in serieuze partijen gaat het de laatste tijd ook goed”.

Hing Ting Lai in mei 2016. Foto: Frans Peeters.

Lai had in de partij een pion meer, maar een onveilige koningsstelling. Een blunder van Reinderman kostte hem een stuk en meteen de partij. De grootmeester karakteriseerde zijn toernooi na afloop met de diepgravende analyse: “Eén slechte zet.”

Lees meer >

Top-40 Nederlandse schakers. 20: Nico Cortlever

Wie in de jaren dertig en veertig aan de Nederlandse top stond, kon geen kampioen worden, want dat werd Max Euwe. Van zijn achtervolgers verdient Nico Cortlever een hoge plaats op deze lijst. Hij behoorde tot de sterksten van 1936 tot 1970.

Nico Cortlever in 1939

Nico Cortlever (geboren 14 juni 1915) debuteerde op zijn 21e, in 1936, op het Nederlands kampioenschap met een zevende plaats. Twee jaar later (het NK werd niet ieder jaar gespeeld) werd hij in een uitzonderlijk sterk bezet kampioenschap tweede achter Euwe. De volgende vier NK’s waren kandidatentoernooien, waarvan de winnaar een match tegen Euwe mocht spelen. In 1942 won Cortlever samen met De Groot en Van den Hoek, maar verloor hij de barrage. In 1947 werd hij tweede achter Theo van Scheltinga, zijn grote rivaal en medestrijder gedurende zijn hele carrière.

Lange tijd was Euwe onaantastbaar, maar in 1954 werd hij onttroond door Donner. Die versloeg hem echter niet, Donner heeft nooit een partij van Euwe gewonnen. Euwe verloor van Cortlever, die samen met hem tweede werd achter de nieuwe kampioen. In 1958 werd Cortlever opnieuw tweede achter Donner. Let wel: dat was dus twintig jaar nadat hij tweede werd achter Euwe!

 

Bescheiden

Ook de Olympiades wijzen erop dat Cortlever als een van onze grootsten werd gezien. Hij maakte deel uit van de opeenvolgende teams van 1939, 1950, 1952 en 1954. De eerste keer aan het tweede bord achter Van Scheltinga, met een kleine plusscore. In 1950 behaalde hij met 8,5 uit 11 een zilveren medaille aan bord vier.

Lees meer >

Timman’s Titans onderscheiden

 

Opnieuw is uitgeverij New in Chess in de prijzen gevallen. Deze keer met haar meest prominente auteur, namelijk Jan Timman. Zijn boek ‘Timman’s Titans’ won de ‘English Chess Federation 2017 Book of the Year Award’.

Het juryrapport begint met: ‘The judges unanimously agreed on a chess book which covers nearly every aspect of chess: history, character, ambition, styles of play, technical aspects,

Lees meer >

Top-40 Nederlandse schakers. 21: Hans Bouwmeester

Leraar wiskunde, dat was de professie van Hans Bouwmeester. Die baan weerhield hem ervan meer dan drie maal deel te nemen aan het Nederlands kampioenschap. Hij was wel een veel grotere schaker dan je uit die drie toernooien kunt afleiden.
Hans Bouwmeester (geboren 16 september 1929) debuteerde in 1952 op het NK met een vijfde plaats. Bijzonder was dat hij Euwe zijn eerste nederlaag op een NK toediende sinds 1924. Vijf jaar later werd hij gedeeld tweede achter Donner. Pas in 1967 speelde Bouwmeester zijn derde NK. Samen met Ree werd hij eerste, voor Scholl, Donner, Kuijpers, Langeweg en Zuidema, alle groten van de jaren zestig. De beslissingsmatch verloor hij met 2,5-1,5.
Al in 1954 had Bouwmeester het Hoogoventoernooi gewonnen, samen met Pirc, voor de Nederlandse toppers Prins en Van Scheltinga. Een jaar later werd hij tweede, achter Milic, samen met Donner en voor Prins. Hoewel hij niet veel speelde, mag je Bouwmeester ongeveer van 1954 tot 1967 een Nederlandse topper noemen.

 

Schoolmeester en schaakmeester
Dat mag je ook afleiden uit zijn deelnames aan de Olympiade. Van 1956 tot en met 1970 was hij er zeven van de acht keer bij, meestal aan bord drie. Hoogtepunt was de Olympiade van 1966, toen hij 71% scoorde aan het eerste bord. In totaal is Bouwmeester met 63% een van onze grootste Olympiadespelers.

Lees meer >

Rotterdam gelooft in schoolschaak

Schaken bevordert de leerprestaties. De sport stimuleert zowel de hersenactiviteit als het concentratievermogen. Dat blijkt uit talloze wetenschappelijke onderzoeken. De gemeente Rotterdam heeft daarom Wilfred den Breejen voor achttien uur per week aangesteld als ‘combinatiefunctionaris schaken’. Zaterdag besteedde het dagblad Trouw er paginagroot aandacht aan.

Teun Koorevaar schreef afgelopen tijd al over het grote BASAMRO-jeugdtoernooi in Rotterdam, waar Anatoli Karpov zaterdag eregast was bij de opening.

Lees meer >

Top-40 Nederlandse schakers. 22: Coen Zuidema

Vier keer werd Coen Zuidema eerste bij het Nederlands kampioenschap. Drie keer moest hij die eerste plaats delen en verloor hij de barrage. Van 1965 tot en met 1973 (zeven toernooien) werd hij daarmee op Hans Ree na wel de meest succesvolle NK-deelnemer.

Coen Zuidema (geboren 29 augustus 1942) werd in 1961 en 1962 jeugdkampioen van Nederland. Ook in 1959 werd hij eerste, maar samen met Frans Kuijpers, die daarmee zijn titel behield zonder een barrage te hoeven spelen. Eigenlijk waren ze het in vijf jaar tijd dus allebei drie keer.

In 1961 verraste Zuidema bij het wereldjeugdkampioenschap in Den Haag. In de laatste partij van de voorronde versloeg hij favoriet Vlastimil Hort in een partij van tien en een half uur, terwijl de wedstrijdleiding al op de indeling van de finalegroepen zat te puzzelen. Zuidema ging naar de kampioensgroep, Hort had geen zin meer in groep B en trok zich terug met de mededeling dat hij overschaakt was. Zuidema kreeg in allerijl Hans Bouwmeester als secondant aangewezen voor de finalepoule, waarin hij tot het laatst meedeed om de medailles. In de laatste ronde werd hij teruggewezen naar een gedeelde vierde plaats, samen met Helmut Pfleger, achter kampioen Bruno Parma.

Vier keer eerste

Na een goed debuut op het Nederlands kampioenschap van 1963 werd Zuidema in 1965 eerste, samen met Lodewijk Prins. Hij verloor de beslissingsmatch met 1,5-2,5. In 1970 deelde hij de eerste plaats met Eddie Scholl. Bij een stand van 3-3 ging de beslissingsmatch over in ‘sudden death’ en verloor Zuidema de eerstvolgende partij. Twee jaar later werd hij kampioen, voor Jan Timman, Kick Langeweg en Hans Ree. Een voor die tijd zeer sterk bezet NK. In 1973 werd hij weer eerste, maar moest hij die plaats delen met Bert Enklaar en de pas in Nederland gevestigde Genna Sosonko. De ex-Rus won de beslissingsdriekamp, Zuidema werd tweede.

Lees meer >

Utrechtse jongens steunen Kovalyov

Anton Kovalyov is naar huis. De Canadese grootmeester stuntte in de tweede ronde van de World Cup door Vishy Anand uit te schakelen. In de derde ronde kreeg hij echter ruzie met de toernooidirecteur, omdat hij in een Bermudabroek aan de start verscheen.

Dat had hij overigens in de voorgaande ronden ook al gedaan, maar dat was de arbiters kennelijk niet opgevallen. Kovalyov verdedigde zich verder met de opmerking dat hij iets was aangekomen in gewicht en dat zijn lange broeken nu te strak zaten.

Lees meer >

Top-40 Nederlandse schakers. 23: Frans Kuijpers

Nadat Hein Donner in 1954, 1957 en 1958 drie keer op rij kampioen van Nederland was geworden, lukte het hem niet net als zijn voorganger Max Euwe een hegemonie te vestigen. In 1961 was er Hoan Liong Tan, in 1963 Frans Kuijpers. Vanaf 1967 zat Hans Ree Donner in de weg, totdat in 1973 Jan Timman wel een nieuw tijdperk vestigde.

Frans Kuijpers (geboren 27 februari 1941) werd vanaf 1958 drie keer op rij jeugdkampioen van Nederland. In 1963 werd hij met zijn 22 jaar de jongste kampioen sinds Euwe in 1921. Weliswaar verloor Kuijpers van Donner, maar met 9 uit 11 bleef hij anderhalf punt op hem voor. Hij werd in de jaren zestig nog derde en twee keer vierde. Met zijn clubteam Rotterdam werd hij als eerstebordspeler kampioen van Nederland in 1966 en 1968.

Kuijpers werd uitgenodigd voor IBM- en Hoogovenstoernooien, waar hij niet heel succesvol was. Wel won hij partijen van wereldtoppers: Gligoric (twee keer), Benkö, Kotov en Uhlmann. Tot en met 1980 nam hij acht maal deel aan het Nederlands kampioenschap. In 1984 werd hij met zijn clubteam Eindhoven (tweede bord) verrassend kampioen van Nederland, voor het machtige Volmac Rotterdam. Je kunt Kuijpers twintig jaar lang een Nederlandse topspeler noemen. Niet zo bekend is dat hij ook een prima snelschaker was. Hij werd open snelschaakkampioen van Nederland in 1962, 1970 en 1971.

 

Olympiades

Kuijpers’ status van Nederlandse topspeler werd ook bevestigd in zijn vier deelnames aan de Olympiade. Daarin maakte hij bovendien grote faam.

Lees meer >

Top-40 Nederlandse schakers. 24: Dirk van Foreest

Was hij de sterkste Nederlandse schaker van de negentiende eeuw? Was hij eigenlijk de eerste ‘echte schaker’ van Nederland? Was hij veel sterker dan zijn broer Arnold? Had hij een wereldtopper kunnen worden als hij geen huisarts was geworden? Deze vragen over Dirk van Foreest zijn na meer dan een eeuw moeilijk te beantwoorden. Misschien zijn de antwoorden op de vier vragen respectievelijk ja, nee, ja en niet te zeggen.

Jonkheer Dirk van Foreest (geboren 3 mei 1862) kwam op negentienjarige leeftijd naar Amsterdam en werd meteen met overmacht kampioen van VAS. In 1885, 1886 en 1887 won hij de bondswedstrijden, die veel later met terugwerkende kracht officieuze kampioenschappen van Nederland werden genoemd. In dezelfde tijd voltooide hij zijn studie geneeskunde, waarna hij huisarts werd, eerst in Heemskerk en later in Oosthuizen (Noord-Holland).

Dat werk kon hij niet combineren met toernooischaak. Wel werd hij nog lang uitgenodigd voor wedstrijden met het Nederlandse team, speelde hij correspondentieschaak en componeerde hij problemen. Volgens Hans Bouwmeester en Bert Kieboom in het negende Prismaboekje was hij geen bijzondere componist, maar wel eentje die er aandacht aan besteedde in een periode dat het probleemschaak in Nederland kwijnend was.

Na zijn pensionering in 1928 vestigde Dirk van Foreest zich in Bussum. Dat was een idee van zijn broer Arnold, omdat Dirk geen stadsmens was en Bussum het enige dorp was met een sterke schaakclub. Voor BSG speelde hij van 1928 tot 1943 (dus tot op hoge leeftijd) nog zeventig partijen, de meeste in de hoofdklasse, met een score van vijftig procent.

Lees meer >

Top-40 Nederlandse schakers. 25: Gert Ligterink

Van de eenmalige Nederlands kampioenen is er niemand die in de buurt kwam van de formidabele prestatie van Gert Ligterink in 1979. In het sterkste NK tot dan toe bleef hij voor op de ‘grote vier’ van dat moment: Timman, Donner, Ree en Sosonko. De eerste drie versloeg hij, hij verloor alleen van Sosonko. Ook vanwege zijn vol punt voorsprong op de nummers twee was zijn zege overtuigend. Fameus was zijn voorbereiding. Naast het schilderen en behangen van zijn nieuwe woning had hij alleen partijen met analyses nagespeeld uit het inspirerende toernooiboek Zürich 1953 van David Bronstein.

IBM-toernooi 1976. Beide foto’s: Nationaal Archief

Gert Ligterink (geboren 17 november 1949) leerde pas op zijn veertiende schaken, maar debuteerde drie jaar later al met Unitas in de hoofdklasse. In 1969 werd hij jeugdkampioen van Nederland. In 1974 debuteerde hij op het NK, met een lage klassering maar een overwinning op Hein Donner. Van zijn elf tegenstanders had hij maar tegen drie eerder gespeeld. Hij ervoer zijn woonplaats en provincie Groningen als een schaakisolement ten opzichte van de Randstad en kon in regionale wedstrijden niets anders doen dan alles winnen, maar daar schoot hij niets mee op, zei hij in een interview.

 

Tien jaar topper

Na dat eerste NK was hij opeens wel een nationale topper. Van 1976 tot en met 1988 nam Ligterink alle keren deel. Na zijn zege in 1979 werd hij een keer tweede en drie keer derde. In 1985 had hij voor de tweede keer kampioen moeten worden, drie ronden voor het einde stond hij anderhalf punt voor op de nummer twee. Een bizar slot van een half uit drie wierp hem terug naar de vierde plaats.

In die jaren speelde Ligterink dertien keer mee in de Hoogovens- en IBM-toernooien, waarvan zes keer in de grootmeestergroep. In 1975 won hij het Open kampioenschap van Nederland, in 1983 de meestergroep (B-groep) van Hoogovens en een jaar later een sterk toernooi in Oxford. Die jaarlijkse Nederlandse toernooien, naast het spelen voor de sterrenploeg Volmac Rotterdam, noemde hij later als reden dat hij professional kon blijven.

Lees meer >