Schaakhistorie (12) : prof.dr. M. Euwe: “Kunnen computers denken?” (1964)

AlphaZero is een zelflerend computerprogramma. Zelf leren, dan moet de computer kunnen denken. Kan een computer dat? Over die vraag sprak dr. Max Euwe in 1964 een rede uit bij de aanvaarding van het ambt van buitengewoon hoogleraar in de methodologie van de automatische informatieverwerking aan de Katholieke Hogeschool te Tilburg.
Allereerst vraagt Euwe zich af wat we onder denken verstaan.
“Als eenvoudigste vorm van denken zou ik willen beschouwen de reproduktie, het putten uit het geheugen. ‘Wat is het Franse woord voor medelijden?’, vragen wij aan een leerling. Hij weet het niet. ‘Denk eens na.’ Wij gebruiken dus wel degelijk het woord denken.” Voor de computer is deze vorm van denken een eenvoudige zaak, constateert Euwe.
“Een andere manier van denken is het redeneren volgens vaste voorschriften waardoor, uitgaande van bepaalde grondwaarheden telkens nieuwe waarheden worden verkregen. Dit is wat bijvoorbeeld in de meetkunde en in de logica gebeurt.” Ook dit, meent Euwe, kan door een computer worden uitgevoerd.
“Als een nog hogere vorm van het denken wordt het creatieve denken beschouwd.” Het zal niemand verbazen dat Euwe de computer hier niet toe in staat acht.

Interessanter wordt het als hij ingaat op het begrip ‘leren’. “De computer kan leren op grond van zijn ervaringen en dit betekent, dat hij bij het nemen van een beslissing rekening kan houden met de uitkomsten van vroeger onder soortgelijke omstandigheden genomen beslissingen.”

Lees meer >

Wim van der Wijk leert van AlphaZero

Het boek van Matthew Sadler en Natasha Regan over AlphaZero heeft op een overdonderende wijze de schaakwereld veroverd. De schrijvers gaven er in Wijk aan Zee een goedbezochte persconferentie over en er verschenen diverse recensies, waaronder deze van Koen Leenhouts hier op Schaaksite. Is het boek ook nuttig voor eenvoudige clubschakers? Jazeker, zegt Wim van der Wijk, die in de interne competitie van HSG (Hilversum) direct een partij won met de opmerkelijke opmars van de h-pion en andere kenmerken van het spel van Alpha Zero. Hier is zijn verhaal te lezen, met aan het einde een link naar een interview dat hij in 2017 hield met computergoeroe Jaap van den Herik.

In een partij in de onderlinge competitie probeerde ik in de voetsporen te treden van AlphaZero. Ik waagde mij aan een amateuruitvoering van de  ‘Symfonie van de randpion’, zoals die partij inmiddels is gaan heten.  Wat kan een clubschaker leren van de dimensie die dit revolutionaire AI-programma aan het schaken heeft toegevoegd? Op die vraag hoopte ik spelenderwijs een antwoord te krijgen. Helaas klinkt mijn symfonie hier en daar vals, maar fascinerend was het wel.
Computerschaak heeft me nooit echt geboeid maar ik heb de ontwikkelingen wel altijd geprobeerd te volgen. Onder de indruk ben ik al lang, geïnspireerd was ik echter nog nooit. Nu wel. De game changer in dit verband is AlphaZero. Het gelijknamige boek moet ik nog lezen maar een voorpublicatie in het magazine New in Chess fascineerde me mateloos. Het gaat om  het hoofdstuk met de fraaie titel  ‘Symfonie van de randpion’ (‘The rook’s pawn symphony’).

In die partij kwam de ruilvariant van het damegambiet op het bord, een populaire opening op clubniveau.
De variant behoort tot mijn repertoire met zwart. De aanpak van AlphaZero, een zelflerend monster,  imponeerde mij en ik besloot het systeem ook zelf toe te passen, als ik de kans zou krijgen.
Die kans kreeg ik, sneller dan gedacht. Eigenlijk te snel, want ik had de partij eerst nog wel wat beter willen bestuderen. Vier zetten van AlphaZero waren me bijgebleven, maar niet precies de context waarin ze zijn gespeeld. Hieronder ter vergelijking de momenten waarop deze zetten in beide partijen op het bord komen. De omstandigheden wijken nogal af.

Lees meer >

Loek van Wely naar Noteboomtoernooi

Grote verrassing: het traditionele Noteboomtoernooi in Leiden komend weekend telt Loek van Wely tot de deelnemers.

Loek van Wely

Renzo Verwer nam contact met hem op en vroeg naar het hoe en waarom. Van Wely vertelt onder andere dat hij binnenkort meedoet aan een pokertoernooi waarvoor hij € 1200,- inleg moet betalen en dat dat ook de hoofdprijs is van het Noteboomtoernooi. Dat komt dus goed uit. Verder wil hij zich inspelen voor een toernooi in Vietnam. En voor Van Wely geeft het spelen van een weekendtoernooi een vakantiegevoel ten opzichte van de gezinssituatie.

Lees meer >

Strike Like Judit!

Is het interessant om in 2018 een boek uit te brengen over Judit Polgar, die in 2014 stopte met topschaak? Zijn er al niet genoeg boeken over haar? Dat waren mijn eerste vragen toen ik zag dat New in Chess vorig jaar dit boek presenteerde. Het antwoord is snel gegeven: het boek overlapt in elk geval niet met eerdere boeken en het is ook geen afsluiting van haar carrière, een magnum opus of iets dergelijks. Het is een boek met veel leuke partijfragmenten, toevallig afkomstig van één persoon.

Toch even een kort overzicht van de belangrijkste eerdere boeken. In 1990 schreef Ed van Eeden het boek ‘De Polgar-zusters, de creatie van drie schaakgenieën’. Judit is geboren in 1976 en was dus veertien jaar oud. Uit dezelfde tijd herinner ik me een eveneens Nederlandstalig boekje van Siep Postma en een Engelstalig boek van Cathy Forbes, waar de zussen niet blij mee waren. Het boek van Van Eeden is het enige dat ik heb bewaard.

In 1997 schreef Susan Polgar samen met haar man Jacob Shutzman het boek ‘Queen of the Kings Game’, over haarzelf, maar natuurlijk ging dat ook over de familie. In 2005 schreef ze samen met Paul Truang het boek ‘Breaking Through’ over alle drie de zussen. Het eerste boek is vooral verhalend, het tweede bevat vooral partijen.

In 2004 verscheen ‘Judit Polgar, The Princess of Chess’ van Tibor Karolyi, een fameuze Hongaarse auteur. Het bevat 89 uitvoerig geanalyseerde partijen plus artikelen over bijvoorbeeld haar speelstijl. Het was het eerste boek van enige importantie dat niet over de zussen, maar alleen over Judit ging. Even terzijde: wel opmerkelijk om Susan de Queen en Judit de Princess te noemen. Reden is natuurlijk dat Susan wereldkampioene is geweest en Judit niet. Maar dan nog.

In 2012 begon Judit Polgar zelf aan de serie ‘Judit Polgar Teaches Chess’, met het boek ‘How I beat Fischer’s record’. In 2013 gevolgd door ‘From GM to Top Ten’ en in 2014 ‘A game of Queens’. De boeken bevatten persoonlijke herinneringen, gedenkwaardige partijen en partijen op thema. Een beetje rommelig door elkaar, maar bij elkaar een prachtige trilogie, ook mooi uitgevoerd.

 

Nu dan ‘Strike Like Judit!’ van Charles Hertan, een FM uit Massachusetts die al meer dan dertig jaar werkt als trainer en schrijver. Het boek begint met zeven pagina’s over de invloed van de computer op het schaakspel. (Ik schrijf in het vervolg voor het gemak ‘de computer’, ook al zijn daar natuurlijk veel verschillen in.) Dat had niet langer hoeven te zijn, want vanaf het begin vroeg ik me af wat Hertan nou eigenlijk wil zeggen. Toch een paar belangrijke punten.

  1. Judit leerde schaken in een tijd dat computers nog niet van belang waren. Ze moest dus helemaal zelf nadenken.
  2. Er zijn stellingen die wij allemaal snappen en de computer niet, omdat die alleen varianten uitrekent.
  3. De computer is een hulpmiddel. Er moet ook een kapitein aan het roer staan die de beslissingen neemt.
  4. Een schaakschrijver moet de computer niet gebruiken om partijen tot in den treure te analyseren, maar als hulpmiddel om verhalen te vertellen en een mooi boek te schrijven.

De eerste drie punten zijn duidelijk, punt 4 vind ik een interessante mening van Hertan.

Lees meer >

Tata in de media (4): Wat moet Anish Giri doen?

De winnaar van het toernooi komt uit de top drie na aanstaande zondag. Dat is een voorspelling van Jeroen van den Berg, toernooidirecteur. Op basis van ervaringscijfers uit zijn lange tijd in Wijk aan Zee zegt hij dat het tweede weekend bepalend is voor de eindstand.

Wat moet Anish Giri doen om het toernooi te winnen? Behalve goed spelen, moet hij mikken op spelers die niet goed in hun vel zitten. Die moet hij pakken en daarnaast moet hij niet meer verliezen, maar dat doet Giri sowieso niet vaak.

Lees meer >

Tata in de media (3): Moed van Jorden van Foreest was overmoed

Jorden van Foreest was moedig. Hij zocht Magnus Carlsen op op eigen terrein. In plaats van moedig kun je het ook suïcidaal noemen. De jonge Nederlander ging er kansloos af. ‘Leuk begin, maar pijnlijk einde’, kopte het Noord-Hollands Dagblad. Trouw: ‘De stoute droom wordt langzaamaan een boze’.

 

Volkskrant, Gert Ligterink

“De deelnemers zijn gewend geraakt aan de trips naar soms verre Nederlandse steden. Niemand moppert meer over de verstoring van het toernooiritme en sommigen putten zelfs inspiratie uit de ongewone speelzaal. Toen Magnus Carlsen in 2015 kennismaakte met ‘Tata Chess on Tour’, legde hij in Rotterdam met een kapitale zege op concurrent Aronian de basis voor zijn vierde eindzege in Wijk aan Zee.

Ook het bezoek aan Alkmaar zal de wereldkampioen zijn bevallen. Na 21 remises op rij won hij eindelijk weer eens een klassieke schaakpartij ten koste van Jorden van Foreest. Op zo overtuigende wijze bovendien dat de verliezer na afloop twitterde dat hij in plaats van naar de toernooizaal naar een college was gegaan: ‘Gelukkig was het wel een heel goed college.’

Het pleit voor de instelling van de debutant dat hij niet op jacht ging naar een half punt, maar de strijd aanging op voor Carlsen vertrouwd terrein. In de hoop op een spannend, tweesnijdend gevecht koos hij een voor beide partijen riskante openingsvariant, die in de recente WK-tweekamp enkele keren aan de orde is geweest.

Lees meer >

Tata in de media (2): Jorden van Foreest voelt zich niet kansloos

Jorden van Foreest verloor zijn eerste partij van Viswanathan Anand, dat kan gebeuren. Vervolgens won hij van Jan-Krzystof Duda, dat was een aangename verrassing. Van tevoren had hij tegen Jan-Cees Butter (Trouw) gezegd dat hij zich niet kansloos voelde. Hieronder enkele citaten.

Foto: Harry Gielen

Kop:

“Het wordt genieten. Tot er een paar partijen verloren gaan.”

Over zijn wildcard en op de vraag wanneer hij tevreden zal zijn:

“In het begin zal ik zeker genieten. Dit is voor mij een droom die uitkomt. Maar zodra ik een paar partijen achter elkaar verlies, wordt het minder genieten en slecht slapen. Dan wordt de druk vervelend.”

Over zijn speelstijl:

“Ik zie mezelf graag als een universele speler, iemand die alles wel redelijk kan. Impulsief ben ik nog steeds. Dat heeft ook te maken met mijn karakter en persoonlijkheid. Ik heb wel eens wat gelezen om te kijken of ik daar iets aan kan doen maar vaak is het gewoon nutteloos, omdat je zwakke punt tegelijkertijd ook je sterke punt kan zijn. Af en toe impulsieve zetten doen, kan ook betekenen dat ik mijn tegenstander ineens hevig onder druk zet. Ik probeer er gewoon goed mee om te gaan.”

Over het zijn van de laagst gerate speler:

“De hele wereldtop is hier en ze willen allemaal van mij winnen. Tenzij ik er heel snel van af word gemept, kan ik hele lange partijen verwachten, waarbij ik elke keer onder druk sta. Dat kost veel energie.”

Over zijn kansen:

Lees meer >

Tata in de media (1): Carlsen niet blij met WK-match

Magnus Carlsen heeft meer plezier in het Tata-toernooi in Wijk aan Zee dan in november in de WK-match in Londen. Dat zei hij voorafgaand aan het toernooi in een ontmoeting met journalisten. Dat hij zich thuisvoelt in het schaakdorp, zal niemand verbazen.

Magnus Carlsen heeft zin in zijn favoriete toernooi.

Jeroen Haarsma, chef-sport van het Noord-Hollands Dagblad en andere regionale kranten: “Hij neemt het woord meerdere keren in de mond: ‘Pressure’. De druk, altijd maar weer die druk. Eerst was er dat stempel van wonderkind, tegenwoordig wordt hij als de Messi van het schaken neergezet. De allergrootste.”

Ook de WK-match gaf hem te veel druk en hij overwoog nooit meer om het wereldkampioenschap te spelen. Carlsen houdt niet van het format: “Geef mij maar een veld met meer deelnemers, met meer snelheid en de wetenschap dat je wedstrijden moet winnen in plaats van vooral niet verliezen.”

Volgens Haarsma beschouwt Carlsen Wijk aan Zee als zijn tweede huis, waar hij op dertienjarige leeftijd doorbrak. Hoewel: “Donderdag was er geen wind en geen regen! Dat zijn totaal nieuwe omstandigheden. Maar gelukkig, vandaag is alles zoals vanouds.”

Als kind van dertien wilde Carlsen vooral veel schaken en had hij geen grote ambities. Dat vond hij relaxed en dat mist de wereldkampioen nu.

Wijk aan Zee heeft op Carlsen een therapeutische werking op zijn geest, zo meent de journalist. Carlsen: “De vertrouwde geluiden en de lucht hier, ze zijn in vijftien jaar niet veranderd. Het mooie aan dit toernooi is dat het me herinnert aan makkelijkere tijden.”

Lees meer >

Wie zijn deze Haarlemse Heren?

Een verrassende vondst deed Casper Woudenberg bij Schaak- en Gowinkel Het Paard, aan de Haarlemmerdijk in Amsterdam. Casper schaakt bij HSG (Hilversum) en werkt op zaterdag bij Het Paard. Groot was dan ook zijn vreugde toen hij deze foto zag, van een HSG-team dat in het seizoen 1951-52 naar de hoofdklasse promoveerde.

De foto kwam terecht bij Wim van der Wijk en mij, omdat wij in 2012 een boek schreven over de 125-jarige geschiedenis van HSG. Wij waren verbaasd. Weliswaar hebben wij weinig oude foto’s, maar er staat werkelijk niemand op van wie wij een vermoeden hebben wie het is. De broers Van Oosterom leken ons jonger dan de jongelui rechtsboven en we vonden dat die er ook helemaal niet op leken. En wij misten graaf Van den Bosch, die op een foto uit die tijd zeker niet zou ontbreken. Trouwens, HSG drong toch pas rond 1960 door tot de hoofdklasse?

Lees meer >

Schaakhistorie (11) : Polgar-manie in Nederland (1989-1992)

 

Quality Chess, 2012

Judit Polgar zal vast nog door vele schaakliefhebbers gezien worden als een jongedame. Ze is echter 42, in de huidige top tien van de wereld zou ze na Anand en Kramnik de oudste zijn. Het is ook al dertig jaar geleden dat ze de wereldtop binnenkwam. Nederland speelde daarbij een belangrijke rol.
Natuurlijk, ook zonder Nederland zouden de Polgar-zussen zijn ‘ontdekt’ en zou Judit een wereldtopper zijn geworden. Maar het is aardig om de rol te zien van een groep jonge Eindhovenaren. In april 1985 beschreef Leon Pliester dit in het bondsblad.
Een jaar eerder waren Johan van Mil, Herman Grooten en Rudy Douven in Boedapest geweest en hadden kennisgemaakt met de familie. Terwijl ze met elkaar ravotten en voortdurend onder de tafel doken (Judit was zeven jaar) wonnen de meisjes moeiteloos van de Nederlandse meesters. Een halfjaar later ging Pliester zelf naar Boedapest, samen met Filip Goldstern en met Van Mil, die hem bij de familie introduceerde. Pliester hield contact en bracht de familie een paar jaar later in contact met Joop van Oosterom. Die bood de zussen maar liefst honderdduizend dollar per jaar aan voor trainingsdoeleinden. Pliester: “Van Oosterom zei: als jullie iets willen hebben, kom maar naar mij en ik regel het.” Een kleine tegenprestatie was, dat de meisjes een paar keer voor HSG zouden spelen, de Hilversumse club die door Van Oosterom werd gesponsord.

Voorpagina’s
Het eerste optreden van Judit Polgar in Nederland was bij het OHRA-toernooi in 1989 in Amsterdam. In de open groep (er was ook een kroongroep met zes spelers) won ze als dertienjarig meisje in de eerste ronde van Hans Ree. De media rukten massaal uit. De Volkskrant zette haar om die overwinning op de voorpagina en na de achtste ronde nogmaals, nadat ze een grootmeesternorm had gehaald. Het NOS-journaal was aanwezig toen ze in de laatste ronde de toernooizege miste. Samen met Gelfand werd ze derde, achter Azmaiparasjvili en Psakhis.
Judit schrijft erover in haar boek ‘How I beat Fischer’s record’ (2012), deel 1 van haar trilogie ‘Judit Polgar Teaches Chess’. Na een aantal goede resultaten was ze aanvankelijk uitgenodigd voor de kroongroep, maar haar vader oordeelde wijselijk dat dat te hoog gegrepen was. Inderdaad, de groep bestond, in volgorde van eindstand, uit Beljavski, Kortchnoi, Speelman, Gulko, Piket en Van der Wiel. Dat zou te gek zijn, meende vader, die zijn oudste dochter Zsuzsa (nu Susan) ook al eens door het ijs had zien zakken.

Lees meer >