De Stukkenjagers 1 consolideert koppositie tegen Oud Zuylen Utrecht

image_mini-knsb

Zaterdag 26 november stond de vierde ronde van de KNSB-competitie op het programma. Beide ploegen gingen in Tilburg gretig op jacht naar de felbegeerde matchpunten. De Stukkenjagers wil graag bovenin mee blijven spelen, terwijl Oud Zuylen Utrecht juist de onderste regionen wil verlaten. Op papier was de thuisspelende ploeg de favoriet met gemiddeld zo’n honderd ratingpunten meer. Dat is echter geen onontkoombare horde en Oud Zuylen Utrecht beschikt over de nodige spelers met Meesterklasse ervaring. Voordat Utrecht begin dit seizoen fuseerde met Oud Zuylen kwamen ze namelijk jarenlang uit in de Eredivisie van het schaken.

In de praktijk bleek professor Elo het (zoals zo vaak?) toch bij het rechte eind te hebben. Ondanks hevig verzet van Oud Zuylen Utrecht is het nooit een spannende wedstrijd geworden. De Stukkenjagers kwam al snel op voorsprong en die voorsprong werd niet meer uit handen gegeven. Het precieze wedstrijdverloop is me ontgaan, maar volgens mij werden de eerste volle punten aan Stukkenjagers-zijde door Stefan Beukema en Herman Grooten gescoord. Dat kun je overigens moeilijk een verassing noemen, beide spelers zijn het seizoen prima begonnen met respectievelijk 3 uit 4 en 4 uit 4!

In de partij van Stefan en Robert Beekman worden al snel de dames geruild. Nadat ook de lichte stukken geleidelijk van het bord verdwijnen, ontstaat er een toreneindspel dat Stefan keurig in winst weet om te zetten. Herman speelde tegen André Bouwmeester een modelpartij die niet zou misstaan in zijn nieuwste boek, Attacking Chess for Club Players. In een stelling met tegengestelde rokades bleek de witte aanval al snel het gevaarlijkst. Andre verzuimt op zet 18 een kwaliteit te offeren voor wat praktische kansen, en daarna is het eenrichtingsverkeer. Op zet 30 offert Herman een stuk, met als pointe een torenoffer drie zetten later. Het offer wordt geweigerd, maar dat verandert niets aan het resultaat. De zwartspeler laat zich een aantal zetten later sportief mat zetten. Zoals gebruikelijk heeft Herman zijn eigen partij van vakkundig commentaar voorzien.

 

Herman Grooten – Andre Bouwmeester (Stelling na 18.Pb3)

18…Tc8?! Te passief. Hier had hij hoe dan ook 18…Txc3!? moeten proberen. Die mogelijkheid hebben we allebei nauwelijks overwogen, maar waarschijnlijk is het de enige voor zwart om in de partij te blijven. Na 19.bxc3 Db6 20.Db2 Dxe3 21.The1+= heeft wit overigens ook het betere van het spel.

In onderstaande stelling volgt het moment suprême.

 

Herman Grooten – Andre Bouwmeester (Stelling na 29…Le5)

Zwart voert zijn plan uit, maar het leek me dat mijn aanval inmiddels zo sterk moest zijn dat het tijd is geworden om naar combinaties te gaan zoeken. De zet die ik al eerder overwoog, drong zich nu heel erg op. 30.Pf5! Het paard staat hier heel dominant omdat de dreiging Ph6+ gevolgd door Pxf7+ vrijwel dodelijk is. Daarnaast komt ook Pe7+ in de stelling hetgeen zwart in sommige varianten ook voor onoverkomelijke problemen kan stellen. Ik moest wel de nodige varianten berekenen en dat ging me redelijk af.

30…Pe6 Hij laat het paard voor wat het is en pareert de dreiging op f7. Maar redden zal deze zet hem niet! Essentieel is natuurlijk wat ik heb na aanname van het stukoffer. Er volgt natuurlijk 30…gxf5 31.g6 en nu dreigt er op twee manieren mat in twee door gxf7++ of gxh7++ vanwege het dubbelschaak. 31…hxg6 is dus gedwongen. (31…Lxf6 helpt dus niet vanwege bijvoorbeeld 32.gxf7+ Kh8 33.Dg8#) 32.hxg6. Maar waar ik me zorgen over maakte was 32…Txd5. (32…Dxf6 33.gxf7#; 32…Pxg6 kan niet vanwege de penning: 33.Dxg6+ Kf8 34.Th8#)

 

Herman Grooten – Andre Bouwmeester (Analysediagram na 32…Txd5)

Ik denk dat sommige jeugdspelers die ik train de volgende combinatie binnen een paar seconden uit hun mouw schudden, maar het kostte mij toch luttele minuten om de winnende treffer te vinden. Ik moest dit natuurlijk wel zien voordat ik 30. Pf5 speelde. César Becx zag het binnen een seconde: 33.Th8+!!. Inderdaad de meest elegante maar ook meest geforceerde winst. Weer brengt een aftrekschaak mij de winst. 33…Kxh8 34.g7+ Kg8 (34…Kh7 35.g8D+ Kh6 36.D2g5#) 35.gxf8D+ Kxf8 36.Dg7#.

Mijn tegenstander had er nauwelijks naar gekeken omdat hij dacht dat het na 33.gxf7+? ook gedaan zou zijn. Maar dat was nu juist het probleem. Na 33…Kxf7 loopt de koning vrolijk naar voren en gaat hij niet mat. 34.Dg7+ Ke6 35.exd5+ (Stefan Beukema suggereerde hier nog 35.Dg8+ en toen dachten we dat het alsnog zou winnen voor wit maar een controle met de engine levert op dat het na 35…Kxf6! 36.Th6+ Ke7 37.Txb6 Txd1+ 38.Kc2 Td4 volkomen onduidelijk is. Zwart heeft een toren en twee stukken voor de dame en dat is meer dan voldoende materiaal om deze stelling in elk geval binnen de remisemarge te houden. Een opmerkelijk geval!) 35…Kd6.

31.hxg6 hxg6 Er zijn nu diverse wegen die leiden naar Rome. 32.Pe7+ De engine kondigt mat in 11 na 32.Lxe6 maar dat zal allemaal wel. 32…Kf8 Hij gunt mij de eer, een sympathiek gebaar! (Uiteraard gaat hij ook ten onder na 32…Txe7 33.fxe7 Tc8 34.Lxe6 fxe6 35.Td2 waarna de strijd ook gestreden is. Behalve zijn materiële voorsprong heeft wit nog altijd de aanvalskansen over de h-lijn. Na bijvoorbeeld 35…Te8 36.Dh3 Txe7 37.Dh6+– loopt zwart ook mat.) 33.Th8# 1–0.

 

Op bord 7 en 8 was Oud Zuylen Utrecht licht favoriet en dat werd ook in de score uitgedrukt. Op die borden scoorden de Utrechters 1,5 uit 2. Of is het Utrechtenaars? Na even googelen blijkt Utrechter de voorkeur te hebben. Utrechtenaar is blijkbaar ook een scheldwoord voor homofiel of pederast. Hoe is Utrechtenaar aan die betekenissen gekomen? Dat gaat terug op de 17de-eeuwse sodomieprocessen die in Utrecht plaatsvonden. Weer wat geleerd. Iets wat Mart Nabuurs waarschijnlijk nooit zal leren, is zijn tijd indelen. In een Maróczy-achtige structuur van het Siciliaans leek de zwartspeler, Menno Okkes, al snel het betere van het spel te hebben. Dat Mart na twintig zetten niet meer dan 5 minuten op de klok heeft, helpt dan ook niet mee. Merkwaardig genoeg leek zijn stelling met de zet beter te worden. Rond zet veertig had zwart zijn zaakjes echter weer op orde. Beide spelers hadden een b-pion en drie pionnen op de koningsvleugel. De zwarte loper is in dat soort stellingen vaak superieur aan het paard, maar Mart bouwde een opmerkelijke “vesting”.

 

Mart Nabuurs – Menno Okkes (Analysediagram)

De precieze stelling heb ik niet tot mijn beschikking, maar de essentie wordt duidelijk in bovenstaand analysediagram. Zwart wil graag het witte paard wegjagen met 1…Lb8 om …Kxb5 te kunnen spelen. Het probleem is dat de zwarte loper staat aangevallen na 2.Pc6. Nadat de loper weg is gespeeld (2…Ld6) volgt opnieuw 3.Pa7 met een herhaling van zetten. ½–½ De buurman van Menno, Jaap van der Tuuk, wist de situatie treffend samen te vatten: “Je komt een lijn te kort!”. En inderdaad, de loper zou graag een extra veld tot zijn beschikking hebben links van a6.

 

Jasper Beukema mocht het op bord 7 opnemen tegen de andere buurman van Menno, Babis Lazaridis. De kritieke momenten van deze partij heb ik gemist. Gelukkig biedt de site van Oud Zuylen Utrecht antwoord op mijn vraag wat er gebeurd is. Volgens de site van Oud Zuylen Utrecht pakte Babis twee torens tegen een dame en wist hij een uitstekend punt te scoren. Diezelfde site geeft overigens ook antwoord op de vraag hoe je wereldkampioen schaken kan worden. Voor de nieuwsgierigen: zie de veelgestelde vragen! Op de minder vaak gestelde vraag hoe de remise van Nick Bijlsma tegen Pieter Nieuwenhuis tot stand is gekomen, wordt helaas geen antwoord geven. Aan de opening zal het niet gelegen hebben: het werd een scherpe Najdorf. Helaas weet ik niet meer te vertellen. De tussenstand halverwege kan ik wel verklappen! Die was 3-2 in het voordeel van de thuisploeg.

 

Met nog vijf partijen te gaan zag het er goed uit voor de Stukkenjagers. Lars Vereggen probeerde op bord 1 te bewijzen dat zijn loper sterker was dan de twee witte vrijpionnen van Vincent Diepeveen. Beide spelers hadden verder nog een toren en een handjevol pionnen. Twee borden lager had Anne Haast het zwaar tegen een goed voorbereide Dirk Floor. In een Aangenomen damegambiet kwam het bekende kwaliteitsoffer op het bord waarbij zwart de toren op a8 geeft voor een wit paard.

 

Anne Haast – Dirk Floor (Stelling na 6.Pc3)

Anne heeft dit ook tegen Sabino Brunello op het bord gehad, eerder dit jaar in het Bataviatoernooi. In beide partijen kwam 6…a6!? 7.Pxb5 axb5 8.Txa8 Lb7 op het bord. De variant biedt praktische kansen voor zwartspelers die er iets van willen maken, maar niet tegen een goed voorbereide tegenstander. Dirk bleek goed op de hoogte en Anne had een zware middag voor de boeg. Op de overige borden zag het er rooskleuriger uit. Bianca de Jong-Muhren was al geruime tijd bezig om een gat te schieten in de defensie van Sebastian Halfhide en op de onderste twee borden voelden Tijmen Kampman (tegen Sjoerd van Roon) en ondergetekende (tegen Jaap van der Tuuk) zich al geruime tijd als een vis in het water.

Tijmen wist ook daadwerkelijk het punt binnen te hengelen. In een Réti opening koos tegenstander Sjoerd voor een Slavische opzet. Dit leidt meestal tot solide stellingen, maar niet in deze partij! Na tegengestelde rokades koos de zwartspeler vol voor de aanval. Met een dubbel stukoffer probeerde Sjoerd ijzer met handen te breken. Tijmen hield zijn hoofd koel. Een van de stukken werd teruggeven en met een extra paard trok hij de overwinning gedecideerd naar zich toe. Ondergetekende viste, na verschillende goede mogelijkheden, alsnog achter het net.

 

Jaap van der Tuuk – Mark Haast (Stelling na 10…Pd7)

Bovenstaande stelling is al iets prettiger voor zwart, maar met 11.Tc1? bewijst wit zichzelf geen goede dienst. Er volgt 11…Pde5 met pionwinst. Na het uitvoeren van deze zet keek Jaap verbouwereerd naar het bord, pakte zijn pen om de zwarte zet te noren en hij maakte meteen van de mogelijkheid gebruik om zijn eigen elfde zet van twee vraagtekens te voorzien! Na de partij vertelde de witspeler dat hij hier serieus heeft overwogen om op te geven. “De witte stelling is compleet verloren.”, voegde hij er nog aan toe. Uiteraard kostte het mij geen enkele moeite om het tegendeel te bewijzen in het restant van de partij.

 

Jaap van der Tuuk – Mark Haast (Stelling na 50…f4)

Ondanks het feit dat zwart twee pionnen meer heeft, is het toreneindspel remise. Met mijn vijftigste zet offer ik een pion terug om een vrijpion te creëren. Wit maakt het zichzelf moeilijk met 51.gxf4?. Beide spelers hebben gemist dat 51.Kxg4 f3 52.Kh3! eenvoudig remise is. Ook 51…fxg3 52.Kxg3 Kd8 53.Ta3 Kc8 54.Tf3 is niks voor zwart.

 

Jaap van der Tuuk – Mark Haast (Stelling na 64.Tb1)

Nadat zwart opnieuw een winststelling heeft bereikt, gaat het definitief fout. Twee spelers van het tweede (Mark Clijsen en Koen Haast) zagen binnen luttele seconden het juiste winstplan: 64…a5, rennen met die a-pion! Van Mark Clijsen volgde een verwijzing naar de klassiekers (de a-pion van Donner) en Koen voegde er ook nog de bemoedigende woorden aan toe dat zélfs hij deze stelling had gewonnen. Ik koos voor het (onbegrijpelijke) plan om mijn koning voor de f-pion weg te halen. Na 64…Te3 65.Tb8+ Kf7 66.Tb7+ Ke8 67.Tb8+ Kd7? 68.Tg8 Te2 69.f7 was remise onontkoombaar.

Een meevaller was dat Anne haar stelling tegen Dirk, met een kwaliteit minder, remise hield. Dat leverde een 5-3 tussenstand op, en daarmee het eerste matchpunt. Aan Lars viel de eer te beurt om ook het tweede matchpunt over de streep te trekken. Het leek nog een hele (technische) klus om de vrijpionnen van Vincent onschadelijk te maken, maar Lars werd een handje geholpen. Vincent liet zich pardoes mat zetten! Hiermee was de overwinning een feit. Bianca ging er nog eens goed voor zitten tegen Sebastian om het toch al niet slechte doelsaldo verder op te krikken. Ondanks verwoede pogingen van Bianca, die al een tijdje op haar increment speelde, werd het punt gedeeld. Een 6,5 – 3,5 overwinning voor de Stukkenjagers derhalve!

Alleen ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.