UIT OPTEKENINGEN 11

De traditionele ontmoetingen met PTT België waren reeds jaren geleden stopgezet, aangezien de even traditionele monsternederlagen de Belgen hadden ontmoedigd. Die wedstrijden vonden plaats in de vijftiger jaren.. Maar ter gelegenheid van een x-jarig bestaan van de Belgische PTT Schaakfederatie werden de Ollanders nog maar weer eens genodigd het feest bij te wonen. Dat vond plaats in de prachtige Vlaamse stad Brugge, waar we met de bus heen togen. De geweldige Belgische hartelijkheid overrompelde ons ook weer deze keer. Maar, o wonder, ook de tegenstand mocht er ditmaal wezen! De match werd met 4½-5½ door ons gewonnen, maar gespannen heeft het erom… Ik trof Jef Timmermans, een voor mij onbekende Gentenaar, die echter prima met het hout wist om te gaan. Eerst tegen het einde kreeg ik winstkansen, maar zo ze aanwezig zijn geweest, ik wist ze niet te benutten en moest met het gedeelde punt genoegen nemen. Het eerste halfje, dat ik aan een Belg moest toestaan!

We hebben nog wel een poosje zitten zoeken naar een andere uitkomst, maar ten slotte werden we geroepen voor een copieus diner. En zo’n roep is uiteraard onweerstaanbaar!

Intussen was er weer een grote strijd ontbrand met vele PTT coryfeeën voor een plaatsje in een zestal, dat zich zou plaatsen voor een Europees PTT-landenkampioenschap .

Slechts 6 spelers konden de uitputtende selectie overleven. Het was dus zaak te winnen van wie gewonnen zou kunnen worden en niet te verliezen van de lui die ook snode plannen hadden. Uit de eerste 3 ronden haalde ik dan ook het maximum. De eerste serieuze tegenstander in de race naar de afvaardiging naar Hongarije, was Kees Sio, clubgenoot, en gebrand op winst. Ik trad hem tegemoet op een manier die hij niet verwachtte en stuurde aan op een stenen muur waartegen het moeilijk beuken was. Toch slaagde hij er in een toren binnen mijn stelling te krijgen en op pionnenroof uit te gaan. Maar door doortastend spel wist ik hem van me af te houden. Na 30 zetten was deze positie bereikt:

In mei van het jaar 1973 werd voor de eerste keer de laatste ronde van alle KNSB competities gezamenlijk verspeeld en wel in de Rijnhal te Arnhem. Voor NRSG Wilhelm Steinitz werd dat een ontmoeting met Ut Studs, dat later verder ging onder de naam Paul Keres. Ik herinner me nog wel de ambiance die in de hal was waar te nemen met zoveel clubwedstrijden tegelijk.

Voor het NVPTT kampioenschap leed ik een verschrikkelijke nederlaag tegen Albert Barkema als gevolg van 3 slechte zetten in lijn direct in de opening. Ik werd compleet van het bord geveegd. Mijn tussenscore kwam daarmee op 3½ uit 5. De volgende klip was Paul Bregman uit Utrecht (later speler van Vianen). Paul was ook een directe concurrent voor de ploeg voor Hongarije. Tot m’n verrassing bediende hij zich van de Aljechin Verdediging. Ik kwam met voordeel uit de opening, won zelfs 2 pionnen en wikkelde vervolgens naar een eindspel af, dat ik instructief naar winst voerde. De zogenaamd “mindere goden” tussen de Hongarije sollicitanten waren soms moeilijk te kraken. Een mooi voorbeeld was de narrow escape die ik had bij een huisbezoek in Bleiswijk. Daar woonde Wim Visscher, een Telecom-ingenieur. Hij kon ook ingenieus schaken! Wist ik in het begin op schalkse wijze een kwaliteitje in de wacht te slepen, later kwam ik in ernstige moeilijkheden. Alle zeilen werden bijgezet en zo wist ik nog net, hangend aan een rafelig eindje hoop, de veilige remisehaven te bereiken. Zo ontsnapte ik met een blauw oog, maar met dat oog had ik nog altijd uitzicht op het Balatonmeer. Dat geluk was me niet beschoren tegen Harry Grondijs, die later bekendheid zou krijgen als eindspelexpert. Harry was een zeer begaafde speler, die door gebrek aan tijd het praktische schaak wat moest laten vieren. Maar in die tijd was hij nog still going strong en dat moest ik aan den lijve ondervinden!

Barneveld, 1 september 1973

(de wedstrijden werden op zaterdag gezamenlijk gespeeld in de grote zaal in Barneveld, die in later jaren tot de grond toe is afgebrand)

H.H. Grondijs – A. de Jong

Voor de jaarlijkse 3 bondenontmoeting PTT-NS-Politie kwam het ‘s morgens tot een amusant treffen met een politiedienaar, wellicht een koddebeier of anders misschien een hoofdcommissaris. Ik mocht in ieder geval zelf proces-verbaal opmaken!

Bij deze wedstrijden treden 3 bonden aan met elk 12 spelers. De bonden spelen tegen elkaar steeds met 6 spelers, dus team A en team B. Op die manier kun je alle teams in 2 ronden volledig tegen elkaar laten spelen. Beetje ingewikkeld, maar het kan! Team A bestaat dan uit de borden 1-3-5-7-9-11 en Team B uit de borden 2-4-6-8-10-12. PTT A speelt in ronde 1 tegen Politie B en PTT B tegen NS A, Politie A tegen NS B. Zo hebben alle 36 spelers een partij. In ronde 2 gaat PTT A tegen NS A, PTT B tegen Politie A en Politie B tegen NS B. Aan het einde worden de behaalde bordpunten opgeteld en winnaar is het totale team (A+B) met de meeste punten. In de vele jaren dat deze ontmoetingen werden gehouden trok PTT vrijwel steeds aan het langste eind, voor Politie en NS. Ook heef PTT nog wel gespeeld met Defensie, de laatste beker hiervan staat nog bij mij thuis.

’s Middags trad ik aan tegen een spoorbeamte. Ook nu weer iemand het midden houdend tussen een wisselwachter en een roodgepette stationschef. Beide partijen werden in winst omgezet, zoals zo vaak.

In de finalereeks voor “Hongarije” kreeg ik in het voorjaar van ’74 o.a. te maken met Jan van Wijnen van het Arnhemse GOVA (het girokantoor). Deze Jan had het tot nu voortreffelijk gedaan en behoorde tot de kanshebbers voor afvaardiging. Weliswaar wist ik een pion voor te komen, maar hij benutte op tactische wijze zijn tegenkansen, waardoor ik het kleinood weer inboette. Uiteindelijk remise en behielden we beiden onze kansen. Diezelfde middag speelde ik ook nog tegen mijn “broer” Aad de Jong, een postbesteller uit Vlaardingen. Aad speelde jarenlang aan bord 1 van HVO te Vlaardingen en wist “van wanten”, wat bleek uit een langdurig verblijf in de topgroep van PTT. Aad was een liefhebber van gambietvarianten zoals het Morra-gambiet. Ook Scandinavisch stond op zijn programma. Met dat laatste systeem kreeg ik in onze “broederstrijd”te maken. We wisten geen van beide voordeel te bereiken en deelden ook nu weer “broederlijk”het punt. Na afloop gingen we in 1 auto (de mijne) vanuit Amersfoort richting Rotterdam en zelfs naar Vlaardingen, waar ik hem voor de huisdeur afzette.

Een ruime maand later was weer zo’n dubbelslag gepland in Amersfoort. Nu had ik de laatste maanden bijna geen schaakbord meer gezien, wat verband hield met weer een ingrijpende wijziging in m’n werkzaamheden. Na 5 jaar Personeelsdienst verkaste ik begin 1974 naar de toenmalige Centrale Directie van PTT in Den Haag, waar ik groepschef verzendingsvoorwaarden van het goederenverkeer werd. Afbouw (overdracht van werk) en inwerken in Den Haag, nota bene in dubbelfunctie(!), vergde alle vrije tijd. En in die vrije tijd schreef ik ook nog een lijvig studieboek voor opleiding van postpersoneel bij de douaneafdelingen. Schaken was dus helemaal uit beeld.

In de ochtendsessie in Amersfoort kreeg ik te maken met de Charlois/Europoort speler Jan Bakker. Het werd een vluggertje!.

J. W. Bakker – A. de Jong

Hiermee schakelde ik Jan uit voor Hongarije en zelf stond ik er goed voor, mits ik ’s middag Paul Bregman zou weten te weerstaan. Die middag bakte ik er echter weinig van en ging kansloos onderuit. Goed voor Paul, die hiermee zijn uitverkiezing in het team veilig stelde. Ik

had nog 1½ punt nodig uit 2 partijen om ook mee te mogen naar de puszta.

Een week later volgden de beslissende matches. Tegen Piet Beijk uit Roermond trok ik met veel moeite aan het langste eind en tegen Van der Velde haalde ik het ontbrekende halve puntje binnen. Maar de manier waarop….??? Aan het einde kwam ik goed weg toen hij volkomen onterecht remise voorstelde!

A. de Jong – P.A.M. v.d. Velde

Maar dank zij de veine en ondanks de drukke werkzaamheden toch geslaagd!

Met deze uitslag was ik verzekerd van bord 5. Geplaatst waren Cor Smit (Nijkerk), Kees Sio (Vlaardingen), Aad de Jong (Vlaardingen), Paul Bregman (Utrecht), ikzelf en Jan van Wijnen (Arnhem).

In maart weer eens naar MEMO in Amsterdam. Aan bord 5 C. de Leeuw. Ik bediende me weer eens van Aljechin. Na 32 zetten deze stelling:

In mei weer naar Amsterdam, nu naar Desisco/Watergraafsmeer, en weer een Aljechin , nu tegen Piet van Haastert. Het werd een boeiende pot, waarin duchtig met de pionnen werd gerommeld. Toen ik dacht het lek boven water te hebben, bleek pas hoe lek de zaak was. Het gebrek aan speelruimte voor Zwart in deze opening, werd door de Amsterdammer aardig aangetoond.

Amsterdam, 11 mei 1974.

P. van Haastert – A. de Jong

Alle fragmenten en partijen hieronder op een rijtje:

(wordt vervolgd)

De vorige afleveringen treft u hieronder aan:

Uit optekeningen 1

Uit optekeningen 2

Uit optekeningen 3

Uit optekeningen 4

Uit optekeningen 5

Uit optekeningen 6

Uit optekeningen 7

Uit optekeningen 8

Uit optekeningen 9

Uit optekeningen 10

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.