UIT OPTEKENINGEN 15

In de periode 1980-1985 was ik als het ware knecht van twee meesters. Enerzijds was er de oude vertrouwde “eigen” schaakclub, anderzijds deed mijn werkgever in Den Haag een min of meer dringend schaakberoep op me. Daarnaast vroeg de normale dagelijkse inzet veel tijd en inzet, niet in het minst omdat ik weer van werkveld veranderde, nu groepsleider Verzendingsvoorwaarden briefpost, binnen- en buitenland. Grote veranderingen op til, o.a. de verzelfstandiging van het totale bedrijf. Dat vroeg organisatorische aanpassing en veel binnenlandse bezoeken aan kantoren en bedrijven, dus vroeg op en laat thuis.

Uit deze periode heb ik nog de beschikking over 89 partijen, waarvan ik er 39 won, 33 remiseerde, terwijl er 17 verloren gingen. Een score dus van ruim 62%.

In Den Haag startte in de tachtiger jaren een groots opgezette bedrijvencompetitie. Waarin in de diverse teams veel sterke schakers een plaatsje vonden. De Centrale Directie van PTT formeerde 2 teams van elk 4 man en voor mij was ook een bord klaar gezet. Beide teams bestonden vrijwel uitsluitend uit PTT internationals. De ontmoetingen werden afgewerkt in de grote kantine van het Ministerie van WVC. Daarnaast bleef ik ook voor mijn vereniging uitkomen in de RSB kompetitie, aangevuld met een sporadische bezoek aan de clubavond.

Begin januari ’80 stond voor NRSG Wilhelm Steinitz een ontmoeting met Charlois/Europoort 3 op de rol. Dat team was samengesteld uit “oude rotten”, zoals Henk Mesman en Jo Sterk en nog wat van die gekende matadors. Ik speelde dat jaar aan bord 4 en Henk bleek die avond mijn maatje. Beide partijen wensten niet voor elkaar te buigen en dat geschiedde dan ook niet.

Rotterdam, 11-1-1980

H.G.A. Mesman – A. de Jong

In de Haagse bedrijvencompetitie speelde ik afwisselend voor team 1 en voor team 2. Tegen het CRM ministerie had ik bord 1 van team 1, tegenstander Fred van der Vliet (een Volmac Rotterdam 1 speler), tegen wie ik verloor.Tegen het RCC ook bord 1, nu tegen Van Loon, kampioen van Philidor Leiden, afgesloten met ondubbelzinnige winst, daarna bord 3, achter Barkema en Thieme tegen Van Holstein van de Zeven Provinciën, ook winst. Vervolgens Innemee van Shell, ook een sterke oudgediende, maar ook weer winst. Tegen Korving van de TU uit Delft ging ik onderuit, tegen Gijsen van het Rekencentrum, remise. Grappig was, dat team 1 ook tegen team 2 moest. In die wedstrijd speelde ik bord 1 van team 2 tegen Thieme van team 1. Niet alleen ik won, maar ook versloeg team 2 team 1. Dolle pret!

Internationaal lag via het NVPTT Beromünster in het verschiet. De Europese krachtmeting aldaar stond voor ‘81 op de rol. Weer 2 groepen waarvan de beste 3 zich zouden plaatsen, maar de zaken in de groep verliepen voor mij niet voorspoedig, nederlagen tegen Smit en Barkema werden onvoldoende gecompenseerd, zodat ik niet werd geselecteerd. Wel speelde ik nog remise met Jaap Brouwer, speler van Groningen 1. Uit mijn groep plaatsen zich Smit en Thieme en ook Brouwer, maar de laatste verliet het bedrijf en moest toen worden vervangen. De overige 4 geplaatsten waren Sio, Aad de Jong, Broekman en Theo Huijzer. Deze 6 deden het zeker niet slecht: een vierde plaats achter Hongarije, Grootbrittannië en de Duitsers, maar voor Oostenrijk, België, Noorwegen en gastland Zwitserland.

In de RSB competitie had ik een interessante ontmoeting met K. Abee, een speler afkomstig uit Bergen op Zoom. Lange tijd leek het dat Zwart het initiatief in handen had, maar ik verraste hem met een leuke combinatie, waarin een quasi dameoffer verborgen zat. De vlieger ging op en de winst was binnen: Na 42 zetten ontstond deze stelling:

In de wintercompetitie van NRSG Wilhelm Steinitz speelde ik sporadisch mee. Een partij die ik me goed herinner is die tegen Willem Regeer, heel lang een topspeler geweest van Steinitz.

In die partij bracht ik twee ruimingsoffers met pionnen op strategische lijnen. Daarna kon ik een leuk matnet breien.

Rotterdam, 20-9-1982

A. de Jong – W. Regeer

Aan het einde van deze cyclus van 5 jaren besloot ik ontslag te nemen uit mijn werkkring, na een verband van 40 jaren. De dagelijkse “struggle for life” had z’n sporen behoorlijk nagelaten. Ik verlangde naar een minder stressgevoelig bestaan en benutte de mogelijkheid om in de VUT te gaan. Mijn uitgangspunt daarbij was, dat de beste jaren van de rest van je leven altijd in de beginfase vallen. Naarmate de jaren klimmen komen de beletselen om je vrij en frank te bewegen. Maar “het lijf” besliste anders! Drie dagen voor mijn afscheidsreceptie was gepland kreeg ik op mijn ochtendreis per auto naar Den Haag zeer ernstige problemen met mijn hart. Ternauwernood wist ik Den Haag te bereiken, op naar de bedrijfsarts.Toch een licht infarct, terug naar Rotterdam (ik werd gebracht), vervolgens met loeiende sirene van een ambulance naar het ziekenhuis. Na 17 dagen weer naar huis met een constitutie, die een behoorlijke knauw had gekregen. Dat verbeterde eerst jaren later, nadat een aantal omleidingen waren aangebracht. Na maanden terug op de schaakvloer besloot ik me niet meer in te spannen dan strikt nodig was. De meeste partijen vroegen van mijn zijde dan ook hooguit een kwartier bedenktijd. Opmerkelijk was, dat heel vaak het resultaat toch strookte met de onderlinge krachtsverhoudingen!

Een thuiswedstrijd tegen Dordrecht 2 plaatste me weer eens tegen de inmiddels hoogbejaarde Wertheim. Er waren 2 Wertheims, broers, bijna even sterk. Beiden speelden al voor de tweede wereldoorlog in het Haagse DD met namen als Belinfante, Strick, Wijnans (ook 2 broers!). Broer Wertheim vertrok naar Nederlands Indië, waar hij een hoge bestuursfunctie vervulde en nog een rol in de naoorlogse geschiedenis speelde. De andere bekwaamde zich tot professor en overleefde de tijd. Ver in de negentig was hij toen onderstaand partijtje plaats vond. In het begin was het een kalm gedoe, maar later kwamen er verwikkelingen. Cruciaal was de stelling na de 25e zet van Wit, waarin een kwaliteitsoffer werd gebracht. Zwart nam het aanbod niet aan en verkoos z’n loper te behouden. Dat was het begin voor een leuk afspel. Een pion op c6 werd het doel en verbonden daaraan een promotie van de e-pion. Zwart moest toen de opmars van de b-pion wel toestaan en ook daarna was de wals niet te stoppen. De partij, verre van vlekkeloos(!), illustreert dat tot op heel hoge leeftijd met groot genoegen kan worden geschaakt.

17 november 1986

A. de Jong – J.H. Wertheim

Intussen had ik voor de eerste maal de finale om de Steinitzbeker gehaald. Eeuwige finalist daarin was Ebbe Mulder, de vijfvoudige winnaar van deze toch wel roemruchte beker. In het verleden en dat strekte zich uit over vele tientallen jaren, was nog nooit een deelnemer erin geslaagd de beker na 3x achtereen winnen of 5x in totaal voorgoed in zijn bezit te krijgen. Maar Ebbe was de eerste die de driewerf hoera kreet kon loslaten en de originele beker voorgoed in zijn prijzenkast mocht bergen. Daarna ging hij op weg ook de tweede beker te verschalken. Reeds tweemaal prijkte zijn naam er op en nu kreeg hij de kans opnieuw een record te vestigen! De partij opende ik anders dan ik gewend was: met Pf3 in de hoop er een soort Colle van te kunnen maken, maar daar kwam weinig van terecht. Geen van beide partijen wist enig voordeel te behalen en dus na 37 zetten besloten met remise. Ook de replay, waarin de maestro Wit had, een Konings Indiër, liep uit op herhaling van zetten! Een derde ronde was dus nodig….Dit keer tastte ik hem af met een flankgambiet, omdat ik de zwarte stukken had geloot. De ontmoeting werd vooral gekenmerkt door een zwart paard, dat in Romeinse tijden, zeker zou zijn voorgedragen voor benoeming tot Consul. Er werd zelfs gefluisterd, dat dit paard, toen het op de 36e zet ten onrechte voor de leeuwen werd geworpen, zou hebben uitgeroepen: “Qualis artifex pereo!”, wat zoveel betekent als “Wat een kunstenaar gaat er in mij verloren”. Zo’n bekerpartij, vastgesteld op 1 uur en 30 minuten per persoon, zonder verlenging, kent naarmate de vlag van de klok zich als waarschuwend element meer en meer aan de combattanten opdringt, een in snelheid van handelen oplopend tempo. Minder goede zetten komen dan soms voor en bijna altijd is de klok de scherprechter. Hier deze uitdagende kloppartij”

Mr. E. Mulder – A. de Jong

Alle fragmenten en partijen hieronder op een rijtje:

(wordt vervolgd)

De vorige afleveringen treft u hieronder aan:

Uit optekeningen 1

Uit optekeningen 2

Uit optekeningen 3

Uit optekeningen 4

Uit optekeningen 5

Uit optekeningen 6

Uit optekeningen 7

Uit optekeningen 8

Uit optekeningen 9

Uit optekeningen 10

Uit optekeningen 11

Uit optekeningen 12

Uit optekeningen 13

Uit optekeningen 14

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.