Jan Timman (2) : Wint hij de Tata B-groep 2012?

Tata Steel Chess Tournament 2012

Deze week start de 74ste editie van het Tata Steel Chess Tournament en wij zijn blij dat Jan Timman (60 jaar) weer acte de présence geeft in Wijk aan Zee. Hij is uitgenodigd voor de B-groep en hier staat hem een zware klus te wachten. Hij is in deze groep als negende geplaatst, er doen 14 grootmeesters mee waaronder het jonge talent Illya Nyzhnyk.

Het Schaakfestival in Groningen dat op 30 december 2009 eindigde werd onbetwist gewonnen door de 13-jarige Illya Nyzhnyk (Oekraïne, Elo 2494). Niemand had vooraf verwacht dat Illya een serieuze kandidaat was voor de eindoverwinning. Maar de jongeman bleek voor niemand ontzag te hebben.

Een jaar later behaalde hij, op 14-jarige leeftijd, in de achtste ronde van het toernooi in Groningen zijn derde grootmeesternorm. Samen met Jan Timman is hij de grote publiekstrekker in de B-groep. De onderlinge partij, tussen de jongste en oudste deelnemer, zal zeer veel aandacht trekken.

Illya op het EK 2005 Bron: Chessbase

Deze foto ging de hele schaakwereld over. Klik hier.

Met het winnen van de B-groep zou Timman zich weer kwalificeren voor de A-Groep volgend jaar bij de 75ste editie van dit wereldberoemde schaaktoernooi. Veel bewonderaars van Timman hopen op een wonder. De andere Nederlandse deelnemers in deze groep zijn Sergei Tiviakov, Sipke Ernst, Erwin L’Ami en Dimitri Reinderman. In deze groep zijn twee dames ingedeeld t.w. de jonge moeder Kateryna Lahnoo uit de Oekraïne en de Litouwse Viktorija Cmilyte, de ex-partner van Alexei Shirov.

(Vorig jaar, op de laatste speeldag van het Tata toernooi, werd Sacha, het zoontje van Kateryna Lahnoo en de Franse grootmeester en journalist Robert Fontaine , één jaar en verrasten wij haar met een cadeau voor de kleine Sacha. Klik hier.)

Brands met Boeken

Afgelopen vrijdag was Timman te gast bij het radioprogramma Brands met Boeken. Hij was samen met Hans Böhm en John Kuipers voor de bespreking van zijn recent verschenen biografie De geest van het spel. Timman legde uit dat hij het jammer vond dat hij nauwelijks nog wordt gevraagd voor belangrijke toernooien omdat zijn rating te laag is. Hij is al langere tijd aangewezen op het spelen van competitiewedstrijden. En aangezien hij vaak moet aantreden tegen spelers met een lagere rating loopt hij extra risico’s. Immers als hij tegen een zwakkere tegenstander zijn dag niet heeft en verliest of remise speelt kost dat veel ratingpunten.

Zij eventuele succes in de Tata B-groep zal volgens hem o.m. afhangen van hoe hij zich voelt. Dertien ronden met drie rustdagen is volgens hem goed te doen. Maar bij lange partijen slaat soms in het vierde uur de vermoeidheid toe en vermindert zijn concentratie. Ook is van belang of hij goed kan slapen en voldoende rust kan vinden tijdens het toernooi.

Net geen wereldkampioen, net geen killer

Naar aanleiding van het verschijnen van de biografie publiceerde Hans Klippus op de 60ste verjaardag van Timman een paginagroot artikel in het AD onder de kop:

‘Jan Timman is nooit een killer’

(…)’ Die karaktertrek heeft Timman niet. Hij is geen killer, oordeelde zijn vroegere coach Hans Bouwmeester en met hem vele anderen. Zijn plaaggeest Anatoli Karpov constateert eens dat Timman niet koelbloedig genoeg is op het moment dat het ‘middenspel overgaat in het eindspel’.

Jan Timman zou geen killerinstinct hebben? Jan Timman verwees in Brands met Boeken naar een uitspraak van John van der Wiel. ‘Geen killer? Jan heeft geen enkele moeite bloed te laten vloeien op het bord.’

John Kuipers, de biograaf van de Timman, kreeg even een felle aanval te verduren van Hans Böhm. Kuipers had zich met anderen afgevraagd onder welke omstandigheden Timman wel wereldkampioen geworden zou zijn. Wat als hij een andere jeugd had gehad? Wat als hij in de Sovjet-Unie was opgegroeid? Wat als er geen Karpov was geweest?

Onzinnige vragen vond Böhm, borreltafelpraat waar we niets aan hebben. Natuurlijk had Böhm hier een punt, maar hij weet ook dat het in de sportjournalistiek maar al te vaak over dit soort kwesties gaat. Als we in 1974 tegen de Duitsers …, als Sven Kramer op de Olympische Spelen goed had gewisseld …, Als Arjen Robben in Zuid-Afrika zou hebben gescoord tegen de Spanjaarden… en zo zijn er legio voorbeelden te noemen. Het net geen wereldkampioen of olympisch kampioen worden lokt altijd dit soort vragen uit, of we het nu leuk vinden of niet. Maar in het gesprek was van enige relativering op dit punt helaas geen sprake, dat was jammer. Wim Brands moest ingrijpen en zei dat ze er geen tribunaal van moesten maken. Timman, die de ontstane sfeer haarscherp aanvoelde, zei: ‘Mag ik iets interessants zeggen’, iedereen lachte en de kou was weer uit de lucht.

Net geen grootmeester

Deze kwestie blijft Hans Böhm maar achtervolgen, tot vervelens toe soms. Deels komt het ook door de verschillende reacties die Böhm zelf op deze vragen geeft. Omdat het ook in de biografie uitgebreid aan de orde kwam was het onderwerp van gesprek.

Toen hij enige tijd geleden samen met Magnus Carlsen optrad in het programma van Pauw & Witteman antwoordde hij op een vraag van Witteman dat hij onder de huidige regels grootmeester zou zijn. ‘Maar ik voel me geen grootmeester’, zo voegde hij er aan toe. Bij Brands zei hij dat hij er natuurlijk de pest in had dat hij verloor van Timman en het broodnodige halfje miste voor een grootmeesternorm. Ik voelde dat ik op een tweesprong stond of doorgaan voor het grootmeesterschap of kiezen voor mijn carrière in de media. Ik koos voor het laatste.

Onderaan dit artikel de link om het radioprogramma nog eens terug te luisteren.

Meer info op website New in Chess

John Kuipers, de biograaf van Timman, schrijft hierover o.m. :

‘De negatieve spiraal van de vriendschap bereikt zijn laatste draai gedurende het Ohra-schaakfestival in 1984 in Amsterdam.’

(…)’Bij het ingaan van de laatste ronde staan Timman en de Hongaarse grootmeester Lajos Portisch met ieder zes punten bovenaan, is Murray Chandler derde op een half punt en behoort onder anderen Böhm met vijf punten tot de volgers op de vierde plek. Gezien zijn sterke tegenstand tot dan toe heeft Böhm genoeg aan een halfje in de laatste ronde om zijn tweede en definitieve grootmeesterresultaat te halen. De paring? Uiteraard, Timman tegen Böhm. Vanaf dat moment lopen de meningen, de herinneringen en vooral de gevoelens wijd uiteen.’

(…)’Timman, achter de zwarte stukken gezeten, gaat óók uit van de situatie op het bord en die is sterk in zijn voordeel. Hij vindt dat hij als prof moet winnen, dat die insteek zwaarder weegt dan het halfje dat Böhm grootmeester zal maken. Was de stelling gelijk zo zegt hij later dan zou hij zeker remise hebben gegeven. Echter, een gewonnen stand en de ongedeelde toernooiwinst weggeven, is voor hem ondenkbaar. En dus verslaat hij de stomende Böhm.

Timman: ‘Ik ging er op een geven moment van uit dat Portisch zou winnen. Ik wilde Hans best ter wille zijn, maar niet als mij dat de gedeelde zege zou kosten. Toen Portisch toch remise maakte, had Hans echter een blunder begaan. Op dat moment kon ik hem niet meer helpen. Een zet voor de blunder had ik nog wel remise aangenomen. Het is pertinent onjuist dat ik per se het toernooi alleen wilde winnen. Dat het zo gebeurde, was alleen achteraf prettig voor mij. Hans maakte er met veel commotie een schandaal van en dat vond ik schandelijk’. Hans Ree neemt dit standpunt in : bedelen doe je in het schaken niet. Dat vind ik ook. Bovendien was ik Hans al eens ter wille geweest, in 1975, door met wit remise te geven toen hij dat nodig had’, blikt Timman terug.

(…) ‘Maar toch, toch blijft altijd dat kleine beestje diep verstopt in hem knagen aan dat gevoel over de band die hij met zijn vriend Jan dacht te hebben. Oh ja, het is goed dat hij werd verslagen want het heeft zijn leven positief beïnvloed. Maar hoe kan het dat de een de ander iets wezenlijks onthoudt? Een dom half punt verwijderd van schaakerkenning.

Vlastimil Hort zegt eens over dat laatste halfje: ‘Gun iemand zijn titel als hij het verdient.’

Timman gaat voor de winst omdat zijn tegenstander zwak schaakt, omdat hij prof is en de toernooiwinst met inkomsten onverwacht voor het oprapen heeft. Hij zegt Böhm op geen enkel ogenblik iets toe. Diens remiseaanbod komt op een moment dat hij al verloren staat.

Böhm: ’Het was Jans goede recht door te spelen. Ik dacht ’s avonds: ik ben dus geen schaker, ik moet me niet langer op deze discipline richten. Ik moet me ogenblikkelijk concentreren op de media en andere zaken. Het begon bij Jan en daar eindigde het.’

De teleurstelling is zó groot, dat een scheuring het gevolg is, het contact tussen de twee valt weg.’

Autobiografie Jan Timman

Toen Kuipers eind 2003 met Timman besprak dat hij een biografie wilde schrijven vroeg hij eerst of Timman zelf zijn autobiografie zou willen schrijven. Dat was (nog) niet het geval. Timman sluit niet uit dat er nog een autobiografie komt, maar misschien pas over twintig jaar.

In Brands met Boeken meldde Timman dat er in maart twee boeken van hem zullen verschijnen bij De Bezige Bij. Een boek met portretten van schakers en een boek met portretten van schrijvers. Eerst was het de bedoeling er één boek van te maken. Maar uiteindelijk werd besloten er twee te maken.

(Auto)biografie Hans Böhm

De vraag is of er nog ook een (auto)biografie komt van Hans Böhm. Het zou zeker interessant zijn , maar Mr. Chess heeft zich hierover nog niet uitgelaten. Hij is nog te druk met zijn serie Wij presenteren….

Zie ook (door te klikken op de regel):

Jan Timman (1), De geest van het spel en The Art of the Endgame

Terugluisteren Brands met Boeken (met Jan Timman, Hans Böhm en John Kuipers), Radio 1, 6 januari 2012, 19.00 uur

Wie is Illya Nyzhnik?

Magnus Carlsen bij Pauw en Witteman (met Hans Böhm)

Sascha 1 jaar (zoontje van Katheryna Lahnoo en Robert Lafontaine)

Portret Jan Timman, van Herman Grooten

Canon 63 over Jan Timman , van Johan Hut

Meer info over De geest van het spel

Meer info over The Art of the Endgame

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.