Bologan's Ruy Lopez – Victor Bologan

Schaaksite besteedt graag aandacht aan boeken. Daarvoor hebben wij op dit moment zes recensenten, van uiteenlopende speelsterkte. Bij het ene boek zijn we blij als dat wordt gerecenseerd door een grootmeester, bij het andere boek zijn we blij als het wordt gerecenseerd door een modale clubschaker. Wij streven ernaar regelmatig een recensie te plaatsen, zo veel mogelijk op dinsdag of vrijdag.

Nadat Victor Bologan eerder al een boek voor zwart over de Open Games schreef (1.e4 e5 sidelines, dus alles behalve het Spaans), heeft hij nu een boek uitgebracht over het Spaans voor zwart. Het boek begint dus bij 3.Lb5 a6 en behandelt alle zijvarianten en als hoofdvarianten de Marshall en de Breyer voor zwart. Beide systemen staan tot op wereldtopniveau bekend als zeer betrouwbaar en daarnaast prima geschikt om op winst te spelen. Aangezien wit vaak weinig bereikt tegen de Marshall zijn diverse soorten anti-Marshalls populair geworden. Ook daar worden een aantal hoofdstukken aan besteed.

Wat meteen opvalt is de zorg die door zowel de auteur als de redactie aan het boek is besteed. Het begint met 200 diagrammen aan ‘Arsenal of Strategic Ideas’ waarin alle mogelijke pionnenstructuren, belangrijke stukkenmanoeuvres en mogelijke pionoffers langskomen. Er is speciale aandacht voor hoe je met zwart tegen de witveldige ‘Spaanse loper’ speelt. Eerlijk gezegd vind ik het onderdeel over pionnenstructuren vooral een opsomming waar in het boek deze voorkomen (en dus niet veel nut toevoegen), maar vooral de stukkenmanoeuvres vond ik erg nuttig om te zien en ook meteen in welke varianten ze van toepassing zijn. Zo leert Victor me dat onderstaande bekend staat als Steiner’s Battery. Aha.

Zo leer je nog eens wat. Het is wel flink opletten geblazen want het gaat continu over dingen als Aronian’s Bishop, Geller’s Exchange of the Petrosian Line. Dat is in het begin even wennen maar als je er op een gegeven moment achter komt dat Marat’s sacrifice vernoemd is naar IM Marat Mukhutdinov (wie kent hem niet?), dan valt alles op zijn plaats.

Hier staat als typisch commentaar:

"The Steiner Battery 20…Pc5?! would allow the Yates break, 21.b4!

Met een fraai zwart doodshoofdje erbij, wat een standaard positionele of tactische valkuil aangeeft.

In sommige andere boeken van New In Chess staat het helemaal bol van de WEAPONS, TRAPS en TRICKS wat naar mijn mening wat over de top is. Hier vind ik het wel handig om geattendeerd te worden op wat je vooral NIET moet doen en dat is slechts een paar keer per hoofdstuk. Ieder hoofdstuk sluit af met een korte conclusie waar ook nog even de belangrijke ideeën, valkuilen en zetvolgordes worden doorgenomen.

Daarnaast is er een ‘Fast Lane’ in ieder hoofdstuk wat de belangrijke varianten van de minder belangrijke scheidt en zelfs een ‘Very Fast Lane’ die je aangeeft welke hoofdstukken je moet bestuderen om in zo min mogelijk tijd een volledig repertoire te bouwen. Bologan behandelt altijd wel minimaal twee opties voor zwart en hoewel dat natuurlijk heel nobel is (want je hebt altijd een alternatief) is de Spitsstrook wel ideaal voor mensen met minder tijd.

Alsof dat nog niet genoeg is sluit het boek af met 132 oefeningen waarbij zowel de Breyer als Marshallstellingen getoetst worden. De theorie leren is een ding, maar de stellingen snappen wordt daarmee wel gestimuleerd. Een voorbeeldje:

Zwart aan zet.

Ook over het redactionele aspect is goed nagedacht. De oefeningen staan op de rechterbladzijde met op de volgende bladzijde de oplossingen. (Dus hoef je niet helemaal achterin het boek te zoeken). Daarnaast bestaat het boek uit vier delen met een aantal hoofdstukken per deel. Het is dusdanig geprint dat je, als het boek dicht is, kan zien waar je moet zijn. Dus heb je altijd meteen het goede hoofdstuk te pakken. Dit zijn misschien maar details, maar deze maken het boek voor mij een stuk leesbaarder en praktischer.

Een heel verhaal over de inrichting van het boek, maar er zijn niet veel boeken die zo’n zorgvuldigheid uitstralen dus ik wilde daar wel even bij stilstaan. Tijd om even naar de inhoud te kijken. Laten we met de zijvarianten beginnen.

Persoonlijk was ik heel benieuwd naar het Afruilspaans, omdat ik dat zelf veel gespeeld heb. Wit speelt daar niet zozeer op objectief voordeel, maar vooral op een makkelijk speelbare stelling die hij beter begrijpt dan zijn tegenstander. Er zijn genoeg prima speelbare varianten voor zwart, maar tot mijn grote verbazing geeft Bologan 5…Le7 en 5…Pe7. De eerste speelt wit wat dat betreft mooi in de kaart, want dat speelt toch een stuk prettiger voor wit naar mijn mening. En Pe7 is zo ongeveer de enige variant waarin wit wél beter uit de opening komt, zo concludeerde ik een aantal jaren geleden in mijn enige NIC Yearbook Survey. Even kijken wat Bologan er tegen heeft bedacht. Na wat half-geforceerde zetten ontstaat de volgende stelling:

Hier beveelt Bologan 11…Dg4 aan met enkele variantjes. (Opmerking, na 11…Dxa1 12.Pc3 is de zwarte dame ingesloten). Er is overigens voor gekozen om de partijen met een referentie naar een ‘index of Games’ te verwijzen. Dg4 blijkt de toppartij Caruana-Carlsen te zijn uit 2011, lees ik daar. Nou, klinkt overtuigend dus.

Tot ik in de database kijk. Bovengenoemde pot was een snelschaakpartijtje (dat is niet vermeld in het boek) en het Dg4 was destijds nieuw, waarschijnlijk een ‘over the board’-inspiratie. Niemand die het op het bord heeft durven herhalen en slechts twee correspondentiepartijen. Binnen enkele minuten vond ik al drie zeer serieuze pogingen voor wit die wel zeker vermeld hadden mogen worden. Als je minpunten wilt scoren bij mij dan moet je het zo doen.

In het algemeen zijn de zijvarianten verder wel goed behandeld, met meer nadruk op de breedte dan op diepgang, wat in het algemeen prima is, maar in bovenstaand voorbeeld niet. Als je iets nieuws of iets scherps aanbeveelt verwacht ik wel meer uitwerking, zeker als het allebei is. Overigens is het wel goed dat er in de index of games ook correspondentiepartijen staan, dat zijn theoretisch vaak relevante partijen maar worden regelmatig door auteurs overgeslagen. Minder duidelijk in het hele boek is waar de gespeelde partijen ophouden en wat nu precies het nieuwtje van Bologan is.

Door naar de Marshall, die ontstaat na

In de Marshall offert zwart een pion voor activiteit en aanval. Op topniveau staat het vooral bekend als remisewapen. Dat komt ten dele omdat de zwartspelers een eindspel met minuspion meestal moeiteloos remise houden met hun loperpaar. In de lagere regionen krijg je gewoon een prima initiatief voor de pion, wat leidt tot leuke aanvalsstellingen met actief stukkenspel en genoeg kansen. Als wit het niet handig speelt kan je makkelijk situaties krijgen zoals in de opgave hierboven.

Wat ik wel een nadeel vind is dat je in de hoofdvarianten stellingen krijgt met zwart zoals

Of

In beide stellingen heeft zwart een aantal nauwkeurige zetten moeten spelen om dit te bereiken. In beide gevallen is het vrij makkelijk remise te houden (probeer maar eens een plan te verzinnen met wit ) , maar echt leuk spelen zou ik dit persoonlijk niet vinden. Bologan geeft wel een aantal alternatieven dus je kan met zwart wel kiezen hoe je je halfje binnensleept 🙂

Overigens is dit geen verwijt aan de auteur, maar meer een nadeel van de opening. Je neemt het risico om in zo’n stelling te belanden, maar neemt ook het (positieve) risico dat je je tegenstander binnen 25 zettten mat hebt staan. Dat zal niet zo snel gebeuren in de Breyer. Die ontstaat als zwart in onderstaande stelling zijn paard in de achteruitversnelling zet en Pb8 speelt:

Er ontstaat een Philidorachtige structuur waarin zwart alle stukken op het bord houdt, zodat er een strategisch complexe stelling ontstaat die nog alle kanten op kan. In de Very Fast Lane wordt de Accelerated Breyer aanbevolen die objectief iets minder goed is (wit bereikt een klein voordeeltje), maar het slaat wel vijf hoofdstukken over!

Soms wel lastig om de verschillende hoofdstukken, plannen en zetvolgordes uit elkaar te houden. Hier helpt de auteur goed en hij laat ook zien de strategische nuances goed te begrijpen. Bijvoorbeeld in de hoofdvariant na een strategisch dubieuze zet van zwart:

vertelt Bologan dat wit hier 21.De3!? moet spelen gevolgd door Tf1 en f4, terwijl zwart niet zoveel heeft op de damevleugel. Blijkbaar heeft Pavel Eljanov hier een DVD over geschreven, maar Bologan merkt fijntjes op dat dit plan door Eljanov helaas gemist was.

Ik wil graag afsluiten met het volgende briljante idee (erg moeilijk):

Zwart aan zet.

Concluderend, een erg goed boek waarin aan veel details aandacht is besteed. Een paar kleine minpuntjes, maar die wegen nauwelijks op tegen de vele pluspunten. Dit boek is met name geschikt voor mensen met 2000+ die een solide, maar toch ambitieus repertoire willen met zwart. Spelers van 1700-2000 zouden delen van dit boek ook kunnen gebruiken voor hun repertoire, met name de zijvarianten.

Meer informatie, citaten uit andere recensies en bestelmogelijkheden:

New in Chess

De Beste Zet

Of loop in Amsterdam eens binnen in de denksportwinkel van

Het Paard

2 Comments

  1. Avatar
    Hondekop februari 03, 2016

    Die partij van Caruana tegen Carlsen heb ik al eens op Youtube voorbij zien komen. Volgens de beschrijving was die partij trouwens van 2010. Inderdaad opmerkelijk dat zo’n snelschaakpartijtje in een openingsboek is beland.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.