Jan Timman, schaaklegende

 

Boeken van en over Jan Timman zijn er vele, toch was ik enigszins verrast toen er een boek over hem verscheen van een Hongaarse meester. Wat zou dit voor een boek zijn? Het bleek een boek met een originele invalshoek, dat een goede aanvulling is op wat er eerder over en door Timman is geschreven.

De schrijver

Tibor Károlyi (geboren in 1961) is niet meer heel actief als wedstrijdschaker, maar ik kende twee belangrijke boeken van hem.

In 2004 verscheen ‘Judit Polgar, The Princess of Chess’. Er waren al heel wat boeken over de Polgar zussen, die vooral gingen over hun jeugd, hun opmerkelijke opvoeding en hun opmars. Károlyi was de eerste die een gedegen boek schreef over Judit Polgar als wereldtopper.

In 2007 verscheen ‘Endgame Virtuoso Anatoly Karpov’. Er zijn vele boeken over Karpov, maar een apart boek over zijn eindspelen was nieuw. Károlyi schreef het boek samen met Nick Aplin.

Op de website van New in Chess zie ik dat hij meer boeken over Karpov heeft geschreven en ook over Tal en Topalov.

De serie

Károlyi heeft nu zes boeken geschreven over voormalige wereldtoppers: Jan Timman, Yasser Seirawan, Vlastimil Hort, Lajos Portisch, Eugene Torre en Nona Gaprindashvili. Ze bestaan uit biografische gegevens, waar de hoofdpersoon zelf commentaar op geeft. Ook komt uiteraard de speelstijl ter sprake. De tekst wordt afgewisseld met partijen en fragmenten en eventueel studies en analyses van de hoofdpersoon. De boeken tellen elk zo’n 120 pagina’s met een ruime opmaak. Als je alleen de tekst zou lezen, heb je de boeken binnen twee uur uit. De prijs, 20 euro, is daar ook naar. Maar in deze recensie van het deel over Timman hoop ik uit te leggen dat de partijfragmenten zorgvuldig gekozen zijn en de aandacht zeker verdienen.

In zijn inleiding schrijft Károlyi dat hij bewust heeft gekozen voor voormalige toppers, omdat de huidige toppers nooit hun opvattingen over het schaken met hem zullen delen. Dat klinkt spannend, maar wie vervolgens op onthullingen wacht, komt bedrogen uit.

Deze recensie gaat alleen over het deel over Timman. De andere vijf heb ik nog niet gelezen, maar dat ga ik wel doen. Daarmee verklap ik dus al dat het boek me zeer bevallen is.

Het begin

Voor het boek ging Károlyi op bezoek bij Timman en liet zich vergezellen door hun beider vriend Yochanan Afek. Dat is aangenaam gezelschap.

Het boek begint rustig met vragen als: van wie heb je schaken geleerd, wanneer besloot je professional te worden, wie was de eerste grootmeester die je versloeg? Op die laatste vraag antwoordt Timman: “Tja, wie was er in die tijd eigenlijk grootmeester?” Samen komen ze tot de conclusie dat Damjanovic de eerste was. Meteen valt al op dat Károlyi zich minutieus heeft voorbereid. Hij had ook in zijn eentje een boek over Timman kunnen schrijven, hij wist alles. Maar met commentaar is het natuurlijk leuker. Op de vraag wie de eerste wereldtopper was die hij versloeg, antwoordt Timman: “Misschien Polugaevsky in 1973, hij gaf een dame weg.” (Dat was in het AVRO-toernooi in Hilversum.) Nee, zegt de schrijver, het was Ivkov in het IBM-toernooi in 1971. Of beschouwde je die niet als wereldtopper? Jazeker wel, zegt Timman.

Het boek doet een klein beetje denken aan een tv-programma als ‘Dit is uw leven’ van Mies Bouwman. Károlyi laat gebeurtenissen zien en Timman zegt: o ja. Maar het wordt al snel serieuzer.

Nederlands kampioen

In 1974 werd Timman voor het eerst kampioen van Nederland en wel met grote overmacht. Hij eindigde twee punten voor Ree en Sosonko. Hoewel Jaap Vogel verrassend vierde werd (voor Donner), zou je toch niet verwachten dat Károlyi een fragment tegen Vogel uitkiest. Naast enkele van Timmans meest fameuze partijen wijdt de schrijver zich echter ook aan wat een liefhebberij van hem lijkt te zijn: het uitvergroten van subtiele strategische momenten.

Károlyi spreekt zijn waardering uit over de zet 31.Dd3, die hij zelfs een uitroepteken geeft. “Timman improves his queen and forces Black to defend the d6-square, which therefore limits his freedom.” Zeer uitgebreid analyseert hij vervolgens de overgang naar een pionneneindspel, dat Timman op subtiele manier wint. Het eindspel is misschien wel de favoriete fase van Károlyi, hij schrijft er met liefde over.

Van de Olympiade in 1976 laat hij het eindspel zien in de laatste ronde tegen Heiki Westerinen.

Timman speelde hier met zwart op winst. Natuurlijk niet omdat hij een pluspion had (al was dat op het eind wel belangrijk), maar vanwege de goede tegen de slechte loper. Dvoretsky nam de leerzame winstvoering op in zijn beroemde eindspelboek.

Vervolgens laat Károlyi wel de beroemde partij zien die Timman in Bugojno 1978 won van Karpov. Timman eindigde er als derde, een punt achter Karpov en Spassky. Hij geeft aan dat hij 1978 beschouwt als het jaar waarin hij definitief de wereldtop bereikte, met toernooizeges in Niksic en Amsterdam (IBM) en een tweede plaats in Tilburg.

In 1980 won Timman weer eens van Karpov, in Buenos Aires, nu na een goed gespeeld dame-eindspel. Extra plezier dus voor Károlyi.

Winst op Kasparov

Er volgt een uitgebreide terugblik op Timmans zeer succesvolle jaren tachtig, gevolgd door Timmans heroïsche zege in het rapidtoernooi in 1991 in Parijs. Hij versloeg Karpov met 2-0 en in de finale Kasparov met 1,5-0,5. Na zijn zege in de eerste finalepartij gaf hij de tweede met zwart remise in de volgende stelling.

Timman had hier kunnen winnen met bijvoorbeeld 72…Tb7 73.Lf8 c2 74.Lh6 b3. Eerst zijn de drie het erover eens dat het toernooi winnen het belangrijkst is. Afek: “If you had blundered, you would always regret it.” Om er plagerig aan toe te voegen: “Maybe that was a kind of weakness.” Dan schiet Timman toch in de lach. “Beating both Kasparov and Karpov 2:0 was tempting. At some point you hesitate. But it was the right idea to take the draw. Some people would have played on. Yes, beating Kasparov and Karpov 2:0 is not such a bad idea.”

De WK-match in 1993 tegen Karpov had Timman kunnen winnen, denkt hij. Hij verspeelde veel goede kansen en had met Andersson, Piket en Seirawan een beter secondantenteam dan Karpov, die alleen Epishin had. Misschien was er een psychologische barrière, sombert hij.

Timman speelde 95 partijen tegen Karpov, waarvan 65 in toernooien. Voor toernooipartijen is dat een record, denken de drie. Timman weet er alle toernooien en jaartallen bij te noemen, tot verrassing van Afek.

Timmans slechte jaren komen nauwelijks aan bod, wat niet vreemd is voor een boek dat over een schaaklegende gaat. Gelukkig kwamen er na 1993 ook nog heel wat goede resultaten en ook die passeren de revue.

Nieuwtjes

Het boek gaat verder over het brede openingsrepertoire van Timman, over de stijl van Karpov en dan de vraag (Károlyi wil toch een geheim weten) of Timman ooit een nieuwtje heeft bedacht dat hij nooit in praktijk heeft kunnen brengen. Het antwoord is verrassend. Timman had een zet 23.Dd2 bedacht in de Zaitsev-variant van het Spaans en zag Anand er in 2005 mee van Adams winnen.

Afek: “Anand probably found it by the computer.”

Timman: “I found it myself.”

Wat was dan het beste nieuwtje dat hij wel gespeeld heeft?

Timman: “This is the question Kasparov asked for his revolution in the seventies book.”

Károlyi: “Sorry, I didn’t read that book.”

Timman: “It’s worth reading. My most interesting novelty is in the Tarrasch. White plays dxc5, Lg5 and after d4 takes on f6 and plays Pd5.”

Károlyi: “Oh. Was it yours?”

Timman: “It was something I played first against Ivkov in Geneva in 1977, later it became quite popular.”

Na het gesprek zocht Károlyi het op en hij vond ruim 600 partijen met Timmans zet.

Paard of loper

Er volgt een gedeelte over Timmans analyseboeken en dan vraagt Károlyi naar zijn boek over het loperpaar. Misschien is het hem niet opgevallen dat Timman in dezelfde serie een boek schreef over de macht van het paard. Timman geeft aan dat hij liever met een paard tegen een loper speelt, als het niet te slecht is.

Afek: “For a composer it is more exciting, brings more colour into the game.”

Timman: “Yes, and gives more unexpected possibilities.”

Daar weet de schrijver dan wel een mooie illustratie bij te vinden, wellicht op aangeven van Timman.

In december 1985 speelde Timman in de KRO-studio in Hilversum een match tegen Kasparov. Het was Kasparovs eerste wedstrijd na het behalen van de wereldtitel. Timman verloor met 4-2, maar in de derde partij was hij de eerste schaker die de nieuwe wereldkampioen versloeg. In deze stelling speelde hij 32.Pf6!!, waarschijnlijk de meest fameuze paardzet in zijn leven.

Károlyi, die echt diep gespit heeft, voegt er een partij van Timman tegen Bert Enklaar uit 1975 aan toe.

Vakantieboek

Tot besluit volgt er een deel over eindspelstudies, waarbij Timman laat zien dat de ideeën vaak voortkomen uit gespeelde partijen. Hij vertelt ook dat hij meer houdt van studies met weinig stukken dan met veel stukken en dat hij vooral studies maakt die reëel in partijen kunnen voorkomen.

Als Károlyi hem bedankt voor het interview, vraagt Timman of hij nog een paar studies wil zien. Het viel de schrijver al op dat Timman bij dit onderwerp helemaal opgaat in het spel, veel meer dan bij de rest van het interview. Samen met Afek, ook zo’n liefhebber van eindspelstudies, blijft hij nog lang zitten. Het zal een gezellige dag zijn geweest en leverde alles bij elkaar een gezellig boek op, dat echter ook boeiend en leerzaam is. Voor wie nog op vakantie gaat: neem het boek mee. Maar neem dan ook echt een schaakbord mee, want de analyses zijn diepgravend. Daarmee doet Károlyi de grote analyticus Timman eer aan.

Meer informatie en bestelmogelijkheden:

De Beste Zet

New in Chess

 

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.