Jan Timman 65. Aflevering 4: Timman de grote analyticus

>Kan iemand uitzoeken wie er voor het eerst een analysediagram plaatste? Als ik zeg dat het Jan Timman was, is dat misschien wel omdat we hem deze week eren vanwege zijn 65e verjaardag. Maar het zou me niets verbazen als het zo is. In deze aflevering aandacht voor een meesterwerk in zijn oeuvre als schrijver: Het groot analyseboek. Het was een van zijn eerste boeken.

In een analyse moet je niet alleen varianten geven, je moet ook in gewone woorden uitleggen wat er aan de hand is. Timman deed het in 1979 allebei. In zijn inleiding van het boek vertelt hij hoe Botwinnik hem heeft gestimuleerd tot het maken van uitgebreide analyses en die ook te publiceren. Tijdens een partij heb je een kritische tegenstander, die je fouten afstraft. Thuis in de analyse kun je je objectiviteit verliezen. Door te publiceren, krijg je toch weer die kritische tegenstander. Het blad Schaakbulletin gaf Timman voluit de ruimte.

Hij maakte lange analyses, met varianten, subvarianten en zijvarianten. Timman hoopte op zoveel mogelijk kritiek, maar werd teleurgesteld. Aan de analyse van een partij Fischer-Petrosjan (1971) werkte hij maar liefst veertig uur (!) en toen kreeg hij in Schaakbulletin eindelijk reacties. Twee. Een jaar later schreef hij een matchboek over Fischer-Spasski, waarvoor Max Euwe het verhalende deel verzorgde. Een topboek, dat ver uitstak boven de flutboeken die er direct na de match verschenen, meent Timman. Het beste boek over de match, schreven experts. Maar, zo schrijft Timman: “Maar, ach hemel, stel je het hypothetische geval voor dat ze alle varianten kritisch hadden doorgenomen. Een nieuw boek zou nodig zijn om alle fouten en onvolkomenheden in de analyses te herbergen. Ik heb overwogen zo’n boek samen te stellen, maar al snel bleek dat geen enkele uitgever ook maar enige interesse had.”

Ik kan het me goed voorstellen. Het publiek dacht: wauw, een boek van Euwe, met analyses van Timman. Dat moet wel goed zijn. Maar de analyses waren zo doorwrocht, dat niemand de durf had ze te weerspreken. Tot teleurstelling van Timman, die juist weersproken wilde worden.

In latere boeken publiceerde Timman niet meer zulke uitgebreide analyses als in de jaren zeventig. Zijn rol is nu ook anders. Destijds was hij nog een leerling, die op advies van Botwinnik probeerde een sterkere schaker te worden door diepe analyses te maken. Hij ontwikkelde zich tot een leraar, die studieboeken schrijft over eindspelen of over de kracht van de loper of het paard en die ook schrijft over wat hij meemaakt. Dat laatste is eigenlijk het mooist. Met zijn luchtige schrijfstijl geeft hij vele inkijkjes in het topschaakleven. Daar horen geen lange varianten bij. Maar dat was in de jaren zeventig zijn passie, veertig uur studeren op een partij Fischer-Petrosjan. Bijna zou ik schrijven: wat deed hij dat goed. Maar dat kan ik niet beoordelen en dat vindt Jan Timman jammer. Liever zag hij dat ik zou aantonen dat er bij de 30e zet in variant B2a een lek zat.

3 Comments

  1. Avatar
    Henk Dissel december 12, 2016

    In “Ich Spiele auf Sieg” van Bent Larsen staan ook analysediagrammen, Johan. De zet 25.Dh3 krijgt niet alleen 3 vraagtekens van Larsen maar de analyse van betere voortzettingen 2 analysediagrammen. Zie  Bronstein – Larsen Interzonetoernooi Amsterdam 1964.

    • Avatar
      Henk Dissel december 12, 2016

      Het zijn overigens de enige twee analysediagrammen in het hele boek.

      • Avatar
        Henk Dissel december 12, 2016

        Ook in “My 60 Memorable Games” van Fischer staat al een analysediagram. In dit geval bij de partij tegen Botwinnik , Varna Olympiade 1962. GM Timman heeft ze ‘structureel’ ingevoerd denk ik.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.