Joop

Schakers houden van lijstjes. En vaak van wielrennen, en sowieso van teamsporten. Laat ik een poging doen om deze liefhebberijen bij elkaar te brengen.

Om met de lijstjes te beginnen: toen Paul Keres voor de zoveelste keer tweede werd bij de Teambattle, vroeg ik me af hoe vaak we dat al gepresteerd hadden. Gelukkig heeft organisator Govert daar een mooie site voor. Ik aan de Excel, braaf 2021 inkloppen, en ja hoor: de negen teambattles t/m 21 maart hadden vijf tweede, drie derde en een zesde plaats opgeleverd. De laatste vier keer waren we steeds tweede. Waar doet dat aan denken?

Inderdaad, aan wielrennen. Want waren we nou de Joop Zoetemelk van de teambattles? Of de Poulidor? Diverse grootheden uit het Keresiaanse legden parallellen buiten de wielrensport: misschien waren we wel het Nederlands Elftal (drie keer tweede op het WK) of natuurlijk gewoon Paul Keres zelf! Dat bracht mij bij de quizvraag of andere sporten ook eeuwige nummers twee hebben. Er zit hier een intelligent publiek, dus ik ben benieuwd naar nog niet ontdekte parallellen. Tot die tijd doen we het met informatie van Herman Finkers (vanaf een minuut of drie):

Brengt mij bij de teamsport. Het valt op dat de teambattles steevast druk bezocht zijn, in het algemeen maar zeker ook door Paul Keres. Gemiddeld bestond ons team uit 20,8 spelers, op 14 maart waren we met ‘maar’ 18 en op 28 februari hadden we er zin in: 25 spelers! En nog iets statistisch interessants: als je de score van onze tiende speler vergelijkt met de andere negen, dan was onze speler zeven van de negen keer topscorer! Het gaat dus niet alleen om de kopman, maar ook om de knechten. Eigenlijk is de teambattle een soort ploegentijdrit.

En zo komt alles weer bij elkaar: in 1980 won Joop Zoetemelk de tour! Uiteraard reed hij zelf erg sterk, maar de ploegentijdrit gaf een beslissend zetje. Op zoek naar informatie daarover kwam ik op het volgende mooie filmpje (geen paniek, we gaan zo schaken):

U begrijpt het al: Paul Keres werd eindelijk eerste! Ik stel me voor dat de manschappen de boel bij elkaar hebben geschreeuwd, maar uitgerekend gisteren moest ik wat improviseren en zat ik zelf niet in de Zoom. Daarom ga ik nu over naar wat schaakhoogtepunten, lichtelijk gesouffleerd uit de WhatsApp.

Onze topscorer deed wat hij altijd doet: veel winnen, door stug door te bikkelen. Een mooi moment tegen een directe concurrent (hee, dat rijmt):

Onze grootmeester was in zijn nopjes met sommige partijen, en dat kan ik me helemaal voorstellen. Kijk eens naar deze slotstelling, die wil je toch boven je bed hangen?

En altijd fijn om met zo’n zet je toernooi af te sluiten:

Sowieso was ZeveraarGlen vriendelijk voor onze manschappen. Meesterknecht Katinbakkie deelt twee rake klappen uit:

Kenmerkend aan een ploegentijdrit is dat je om de beurt de kop overneemt. Onze voorzitter schakelde wat later in, en scoorde een verzengende 9,5 uit 10! Voor dit soort eindspelen is een fris hoofd wel handig:

Achter deze kopmannen en meesterknechten fietsen nog wat waterdragers. Hun taak: lastige Sasvangenters en Leidenaren niet laten ontsnappen, en als het kan geregeld snelle punten scoren. Wat opportunisme is dan nooit weg. Ik vermoed dat de kreten van zwart binnen de gemeentegrenzen van Utrecht hoorbaar waren, ook zonder Zoom:

Als de klok van tienen nadert, zijn er tussensprintjes nodig. Daar is de h-pion voor uitgevonden:

Bijna-topscorer Opti73 schakelt vaak later in, en scoort dan altijd goed. Focussen op één punt is niet alleen bij wielrennen handig. Hier gaan alle stukken naar f7:

Kampioen laat-komen-en-toch-heel-veel-punten-maken is echter Joris01. Steevast binnen na de avondklok, dus komende keer hebben we niets aan hem. Een vrolijk potje met een beweeglijke dame en twee statische torens.

Op Todejo kan je rekenen: is er altijd bij, scoort altijd zo’n 25 punten en maakt de boel efficiënt af, zodat hij snel door kan naar het volgende slachtoffer. Een voorbeeld:

Tenslotte onze Dollemina, gespecialiseerd in het scheppen van verwarring bij de tegenstander. Hier staat hij een kwaliteit achter, maar iedereen bij Paul Keres weet dat een paard in zijn handen veel meer waard is dan een toren.

Dat waren de tien spelers die op het scorebord stonden, maar dan missen we iedereen die belangrijk is in de kleedkamer (lees: de Zoom). Om de serverkosten van Schaaksite beheersbaar te houden en zelf geen vierkante ogen te krijgen, ditmaal geen fragmenten van de klasbakken Rolfjewolfje, SKamillo, Juutje76, jp49, Beltpeter, RP-PK, HarryateU en JanBoel. Maar zonder hun noeste werk was er geen eremetaal. Aan de schrijver van het volgende verslag de speciale opdracht om hun spektakelstukken eruit te vissen.

Rest mij Govert opnieuw te bedanken voor zijn organisatiewerk, alle opponenten van hierboven voor het mogelijk maken van de combinaties en de lezer van dit veel te lange verslag voor zijn tijd en aandacht.

Over Jan Jaap Janse

Voorzitter van SV Paul Keres van 2003 tot 2018. Houdt van jubileumboeken, dubieuze openingen en gezellige toernooien. Vindt dat je schaken vooral niet te serieus moet nemen.

6 Comments

    • Avatar
      Richard Vedder maart 30, 2021

      De grote Kaaieman werd vaak tweede in de interne competitie van En Passant 🙂

  1. Avatar
    Wim Weehuizen maart 30, 2021

    Ik denk dat Joop Zoetemelk nooit meer van dat etiket Eeuwige Tweede zal afkomen. Maar Joop was een rouleur, die ook goed was in de bergen. In 1980 won hij de Tour, o.a. door twee individuele tijdritten van 52 en 35 km te winnen. Hij reed in de tijd van Merckx en Hinault, wielrenners die in de bergen de rest op afstand konden rijden. Maar ze stopten veel eerder dan Joop. Die werd tot zijn eigen verbazing in 1985 op zijn 38e nog wereldkampioen en op zijn 40e pakte hij gewoon nog de Amstel Gold Race. Joop was dus vaak wel een winnaar en ook de grootste wielrenner, die we ooit gehad hebben.

  2. Avatar
    Wim Weehuizen maart 30, 2021

    Aan de beste Nederlandse profwielrenner wordt jaarlijks de Gerrit Schulte Trofee uitgereikt. Joop Zoetmelk heeft die trofee 9 keer gekregen, gevolgd door Jan Janssen 5 keer. Adrie van der Poel kreeg die maar één keer, wat ik knap weinig vind voor zijn grote prestaties. Zijn zoon Mathieu van der Poel heeft die trofee al tweemaal gewonnen. Voor de dames zal er wel een aparte trofee zijn.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.