In de schijnwerpers: Eddy Sibbing

Wanneer u naar de rating van Eddy Sibbing zoekt, dan vindt u een zeer constante reeks. Er is de laatste jaren niks aan veranderd. Dat heeft weinig met corona te maken. Eddy speelt alleen nog maar partijtjes met een korter speeltempo. Hij was trouwens een prima schaker en werd een keer doorgeefschaakkampioen van Nederland, samen met Johan Booij. Maar dat is al weer lang geleden (1989).

Lesgeven op het MEC

Omdat hij alleen nog maar een beetje voor de lol speelt, geeft Eddy er de voorkeur aan dat ik hem vragen stel over wat hij nu doet. Tot mijn grote vreugde kwam daarop een zeer uitgebreid antwoord!

Wat kan ik daar nog aan toevoegen? Dat Eddy de drager is van de Euwering? Dat hij een prima leermeester is en me heeft laten zien hoe je de jeugd traint? Dat hij nog steeds als schaakleraar actief is op twee scholen in Amsterdam? Dat hij daar streng, doch rechtvaardig is in zijn houding richting deze leerlingen? Dat zijn leerlingen die duidelijkheid van hem waarderen? En dat hij manager is van het Max Euwe Centrum? Dat is lang niet alles. Het beste is om hem zelf aan het woord te laten.

Wanneer ben je begonnen met schaken en wie heeft het je geleerd?

“Als jongste telg van een schaakfamilie kende ik de regels al wel, maar ik ben pas serieus gaan schaken toen ik 15 jaar was. Ik hielp mijn broers Harry en Ton met het maken van Kontakt, het clubblad van BSG (Bussum). Daar stond een aankondiging in voor het Goois Kampioenschap van 1977. Voor de lol schreef ik me in, en hoewel ik slecht scoorde vond ik het wel leuk.

Een paar maanden later, inmiddels 16 jaar, werd ik lid van BSG. Enorm oud, als je dat vergelijkt met de beginners vandaag de dag. Ik heb het vooral geleerd door veel te spelen en te snuffelen in de schaakboeken van mijn broer Harry. Vooral de opgaven uit de combinatieboeken, zoals Kombinationen van Kurt Richter, vond ik leuk om op te lossen.”

Heb je naast schaken nog andere sporten of hobby’s?

Zaalvoetbal!

“Ik zaalvoetbal elke week, al ligt dat nu al ruim een jaar stil vanwege corona. Als het mooi weer is fiets ik veel. Ook gaan we regelmatig naar film en theater.”

Hoe ben je ertoe gekomen om trainer te worden?

“Ik had al af en toe, zonder opleiding, lesgegeven aan clubgenoten en op een school in Bussum. Rond 1985 was ik minder gemotiveerd voor mijn eigen schaakcarrière. Ik had mijn aanvankelijke doelen (spelen in de hoofdklasse en een elo van 2000) gehaald en ijverig studeren om beter (IM?) te worden trok me niet aan. Ik studeerde en woonde in Amsterdam en was veel aan het honk- en softballen. Ik wilde een cursus honkbaltrainer volgen, maar die zat vol. In Schakend Nederland stond een aankondiging voor een trainerscursus van de KNSB. Die ben ik toen gaan volgen met mijn clubgenoten Marcel Peek, Ton van der Heijden en mijn broer Harry. Voor deze cursus, die bondscoach Cor van Wijgerden gaf, moesten we veel opdrachten maken en ook praktijkervaring opdoen. Het lesgeven en het maken van eigen lesmateriaal vond ik direct leuk. Zo is het begonnen.”

Hoeveel tijd/hoe vaak geef je schaaktraining per week en waar?

“Ik geef nu nog schaakles op twee basisscholen in Amsterdam en af en toe een training en een kadercursus. Dus heel weinig vergeleken met twintig of dertig jaar geleden. Toen gaf ik rond de 25 uur training per week, exclusief de voorbereidingstijd en reistijd.”

Op welk moment of waardoor, kreeg je het idee dat je goed bent in trainingen geven?

“Ik gaf al training aan volwassenen en jeugdspelers bij clubs en regionale bonden, toen ik in 1988 door bondscoach Cor van Wijgerden gevraagd werd om in te vallen bij de landelijke jeugdtrainingen. (Als vervanger van mijn goede vriend Marcel Peek, want die had bij het jaarlijkse schaakvoetbal-toernooi een hersenschudding opgelopen). Cor was tevreden en daarna heb ik bijna twintig jaar jeugdtrainingen gegeven voor de KNSB en later het Servicepunt. Hele generaties landelijke jeugdtoppers hebben in Sint-Michielsgestel en op Papendal trainingskampen gehad. Vrijwel iedereen kijkt daar met plezier op terug, niet alleen vanwege de schaaktrainingen trouwens.”

Wat is het lastigste aspect van schaaktrainingen geven? Welk advies heb jij voor trainers bij schaakverenigingen?

“Rekening houden met het individuele schaakniveau van de pupillen is één van de lastigste aspecten van het lesgeven. Ik probeer daar met mijn lesmateriaal, instructie en persoonlijke omgang op in te spelen. In elke groep benader ik pupillen anders, de één moet je wat meer helpen, de ander wat meer ‘prikkelen’ en sommigen zelfs afremmen. Daarnaast zijn afwisseling van werkvormen en uitdagend lesmateriaal belangrijk om de training of les gevarieerd, leuk en interessant te houden. Op veel clubs is het stramien nog steeds: instructie geven, opgaven maken, competitie spelen. Dat kan veel aantrekkelijker! Op mijn website [www.chessed.nl] kan je veel ideeën en lesmateriaal vinden om je les gevarieerder en leuker te maken.“

Wat vind je het leukste aspect aan schaaktrainingen geven?

“De omgang met de pupillen, of die nu 6 of 86 jaar zijn. Natuurlijk is de vooruitgang bij pupillen, zoals vroeger met de Nederlandse topjeugd, ook leuk om te volgen. Ik kan nog steeds genieten van pupillen op school als ze schaken leuk vinden en progressie boeken. Daar doe je het als leraar voor!”

Het verloop onder jongeren is vrij groot. Heb jij ideeën hoe verenigingen jongeren kunnen behouden voor de schaaksport?

“Elke club is anders, maar de traditionele schaakclubs, met veel schakers op leeftijd, spreken de jongeren minder aan. Het sociale aspect speelt daarbij een voorname rol, want schaken kun je – digitaal – op elk moment van de dag. Veel jongeren gaan ook voor de gezelligheid naar de schaakclub. Zijn er weinig leeftijdgenoten of is er geen ‘derde helft’, dan is dat voor veel jongeren minder aantrekkelijk. Niet voor niets zijn er meer kroegtoernooien, vriendenteams en vriendenclubs gekomen. Jeugdspelers die minder ambitieus zijn geworden, kun je voor de schaakclub proberen te behouden door hen een andere rol te geven. Denk dan bijvoorbeeld aan trainer, webmaster, jeugdleider of bestuurslid.”

Hoe zou jij jezelf als trainer karakteriseren?

“Dat vind ik lastig om over mezelf te zeggen, maar toen ik in 2018 de Euwering ontving, waren de reacties van voormalige pupillen: bevlogen, didactisch sterk, enthousiast, humorvol, maar ook streng als dat nodig is. Daar kan ik me wel in vinden 😊!”

Is er een schaaktrainer die voor jou als voorbeeld heeft gediend? Zo ja, wie en waarom?

“Cor van Wijgerden is – niet alleen voor mij – het voorbeeld van een goede en deskundige trainer. Niet alleen heeft hij talloze titelhouders opgeleid, maar Cor heeft samen met Rob Brunia de schaakdidactiek in Nederland populair gemaakt. Alle facetten van die schaakdidactiek hebben ze uitgewerkt in hun Stappenmethode. Vroeger werd vaak de clubkampioen gevraagd om training te geven, maar ‘een goede schaker is nog geen goede trainer’. (Analoog aan voetbaltrainer Co Adriaanse: ‘Een goed paard is geen goede ruiter’.)

Ik heb veel ‘toptrainers’ meegemaakt, vooral uit het Oostblok, die didactisch matig waren. Die behandelden stelling na stelling, zonder enige interactie. Daarnaast gaven ze uitleg op (te) hoog niveau, waardoor het voor veel pupillen amper te volgen was. In de trainersopleidingen van de FIDE gaat het nog steeds voornamelijk over schaaktechniek en niet over didactiek.”

Wie vind jij de beste schaaktrainer aller tijden?

“Ik zou hier Rob Brunia willen noemen. Ik heb Rob veel meegemaakt en heb gezien hoe hij elke training weer interessant en uitdagend wist te maken. Dat was indrukwekkend, met name door zijn didactische kwaliteiten en variëteit aan werkvormen.”

Wat vind je het beste schaakboek, bekeken vanuit je rol als trainer, dat je ooit hebt gelezen?

“Ik heb als schaaktrainer veel schaakboeken gelezen en gebruikt, maar ik heb maar een paar boeken van de eerste tot de laatste pagina doorgewerkt. In mijn jeugd maakte ‘Het offer in het schaakspel’ van Vladimir Vukovic grote indruk. Ik was erg materialistisch ingesteld (‘een pion is een pion’), maar dit boek opende mijn ogen voor activiteit en dynamiek. In het toernooi van Bagneux, een voorstad van Parijs, dat ik vlak na het bestuderen van dit boek speelde, heb ik in elke partij geofferd.

Webinars geven

Ook ‘Understanding move by move’ van John Nunn vond ik goed. Zijn uitleg sloot goed aan bij mijn niveau van dat moment. Dit zijn slechts twee persoonlijke tips, want er zijn talloze goede schaakboeken. Het is van groot belang dat een boek aansluit bij het niveau van de koper, maar dat is op voorhand (via een recensie, titel of kaft) lastig te beoordelen. Veel schakers kochten bijvoorbeeld ongezien de boeken van Dvoretski omdat die als ‘toptrainer’ te boek stond. Na enkele bladzijden kwamen ze erachter dat het boek veel te moeilijk voor hen was en verdween het voorgoed in de kast.”

Wij hebben het al even gehad over training geven aan de jeugd. Hoe kunnen wij trainingen voor volwassenen structureler op de kaart zetten?

“Het animo voor trainingen is bij de meeste volwassen clubleden niet groot, vandaar dat er maar weinig clubs zijn waar trainingen voor volwassenen worden gegeven. Een knelpunt is het grote niveauverschil tussen de deelnemers. Training geven aan spelers met een elo van 1400, 1600 en 1800 in dezelfde groep is niet ideaal. Je geeft ook geen wiskundeles aan een brugklasser, examenkandidaat en een student in dezelfde groep. In de schaakwereld gebeurt dat echter vaak, omdat er te weinig deelnemers zijn voor twee groepen of om kosten te besparen.

Een oplossing zou kunnen zijn om dergelijke trainingen regionaal te organiseren en dan groepen samen te stellen van ongeveer gelijk schaakniveau. Lesmateriaal en trainers zijn er genoeg en op deze wijze is het ook financieel haalbaar. Ook clubs zouden op dit terrein prima kunnen samenwerken, maar dat gebeurt zelden.”

Wat zijn (als je naar volwassenen kijkt) de belangrijkste verschillen met jongeren?

“Trainingen voor volwassenen hebben vaak ook een sociale functie. Men wil natuurlijk beter leren schaken, maar de omgang met andere deelnemers is minstens zo belangrijk. Bij de jeugd ligt de nadruk vooral op het verbeteren van het eigen schaakniveau.”

Welke rol speelt naar jouw smaak de computer bij schaaktrainingen? Hoe kunnen spelers die het beste gebruiken?

“Schaken kan niet meer zonder computer: vrijwel elke schaker volgt toernooien en analyseert zijn partijen met de computer. Daarnaast schaken er enorm veel mensen via de computer, tablet of mobiel. De computer geeft echter varianten die onmenselijk zijn qua rekenkracht. De computerbeoordelingen zijn vaak niet te begrijpen. Zelfs een commentator als Peter Leko begrijpt ze vaak niet. De clubschaker heeft meer aan een goede schaakleraar of schaaktrainer, die kan uitleggen waarom iets goed of fout is. Natuurlijk zijn er genoeg websites, dvd’s en filmpjes op internet die leerzaam zijn, maar die moet je wel weten te vinden in het grote aanbod.”

Succes met de jeugd!

Jij bent manager bij het Max Euwe Centrum (MEC), wat vind jij de belangrijkste waarde van het MEC?

“Het MEC is in eerste instantie een museum over Euwe en schaken in het algemeen. Jaarlijks komen er meer dan 2.000 bezoekers, waarvan rond de 50% toeristen is. We hebben een vaste expositie over Euwe, wisseltentoonstellingen, een grote bibliotheek en een groot archief (o.a. beeld- en geluidsmateriaal) waarin we nog steeds leuke ontdekkingen doen. Ook organiseren we diverse activiteiten (Pleinfestival, trainingen, lezingen, boekenmarkten, filmmiddagen, Tata-instuif), maar jammer genoeg nu even niet.

Voor de jeugd hebben we filmpjes, museumquizzen, leuke spelletjes en kleurplaten. Onze website (onlangs geheel vernieuwd!) en de Nieuwsbrieven zijn onze ‘visitekaartjes’ naar buiten toe. Ten slotte zijn we actief op sociale media. Denk dan bijvoorbeeld aan de series ‘Ruperts hoekje’ en ‘Het WK schaken in 1935’, maar ook door talloze berichten op Facebook, Twitter en Instagram.”

Hoe zie jij de toekomst voor het MEC?

“Het MEC is al bijna 35 jaar een vaste waarde in de schaakwereld en ik hoop dat velen ons museum komen bezoeken. Vrijwel alle bezoekers vinden het MEC interessant en leuk. De stroom internationale toeristen, in 2019 de helft van al onze bezoekers, is door corona stil komen te liggen. Hopelijk mogen we binnenkort (half juni?) weer open en voor Nederlandse bezoekers zou het dan ideaal zijn om ons te bezoeken: het centrum van Amsterdam is – zonder toeristen – rustiger dan ooit! Daarnaast denk ik dat we digitaal nog actiever kunnen gaan worden, om onze collecties en publicaties aan een groot publiek te tonen. Denk dan aan museumstukken met foto en verhaal tonen, bespreken van bijzondere boeken, foto’s met uitleg laten zien, geluidsopnames van Euwe laten horen, etc. “

Waarom moet elke schaker beslist eens een keer een bezoekje aan het MEC brengen?

“Veel bezoekende schakers vinden het MEC leuk om – gevoelsmatig – een stap terug te doen in de tijd. Hoewel we natuurlijk computers en beeldschermen hebben, is de sfeer uit de tijd van Euwe voelbaar in het MEC. Ook de tientallen filmpjes die men bij ons kan bekijken zijn reuze interessant. Veel schakers snuffelen ook graag in de boeken in onze bibliotheek en halen herinneringen op. Voor de meeste toeristen is het MEC een ‘eyeopener’, omdat die veelal niet weten wie Euwe was.”

Wil je nog iets kwijt aan de bezoekers van Schaaksite?

“Schaken is meer dan het potje dat we spelen. De schaakhistorie is rijk aan interessante verhalen, zoals ook op Schaaksite regelmatig te lezen zijn. Laten we die wereld koesteren, en kom naar het MEC zodra het weer kan!”

Goed nieuws: het MEC gaat weer open op 8 juni!

Het MEC is dinsdag tot en met vrijdag van 12.00-16.00 uur geopend. Voor bezoekers hebben staan tissues en gel klaar. Als er bezoekers in het museum zijn, dan kunnen nieuwe bezoekers in de hal wachten. De medewerkers van het MEC hopen u weer snel te zien!

Over Michel Hoetmer

Michel schaakt al sinds begin jaren '70. Hij speelde bij schaakclub Utrecht (2e klasse KNSB) en hij was ook redacteur van het clubblad. Tegenwoordig is hij lid van sv Zukertort in Amstelveen. In het dagelijks leven is hij verkooptrainer en publiceerde diverse boeken en artikelen over verkopen en marketing. Sinds kort mag hij zichzelf ook gediplomeerd schaaktrainer (2) noemen.

2 Comments

  1. Avatar
    Hendrikom juni 03, 2021

    Het NK doorgeefschaak in 1988 werd onderbroken, zodat alle deelnemers de finale van het EK voetballen konden kijken. Daarna werd het voortgezet en daarna was het openbaar vervoer in Amsterdam gratis.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.