Geluk in Groningen (1)

Het was alweer een tijd geleden dat ik een open toernooi (met klassieke partijen) had gespeeld: Dieren 2019. Dat toernooi ging overigens niet zo erg goed, 5.5 uit 9. Maar ik bedacht vorig jaar op een gegeven moment dat ik in het toernooi van Groningen altijd goed speel. Een grootmeesternorm in 1996 (toen werden er overigens nog elf ronden gespeeld), tweede achter Nyzhnyk in 2009, match gewonnen tegen Jorden van Foreest en in 2022 bij het NK 2.5 uit 4 tegen Swinkels en Warmerdam. Een kwestie van een selectief geheugen overigens, want nu ik het nakijk in de database zie ik dat ik veel deelnames vergeten was die minder goed gingen. Maar goed, ik had me dus aangemeld, de organisatie regelde een hotel, ik huurde een OV-fiets en ik had geluk: het regende soms wel tijdens mijn ritten naar (of van) de speelzaal maar nooit in die mate dat ik doorweekt aankwam. Deelnemen was overigens ook wel een soort van geluk: ik herinnerde me weer dat meedoen aan een open toernooi los van het resultaat best wel leuk is. Het probleem is echter dat hoe leuk het is best wel afhangt van het resultaat. Als het slecht gaat is het een stuk minder leuk. Maar mijn verwachtingen van mijn eigen resultaat waren wel realistischer dan die een ex-senator had bij het toernooi van Vlissingen afgelopen jaar. Zijn verwachtingen van zijn eigen resultaat werden elke ronde naar beneden bijgesteld, een beetje zoals de beroemde sketch van Statler & Waldorf:

Zelf bedacht ik dat ik in deze tijd van underrated Indiase talenten etc. het met een klein ratingverlies niet slecht zou doen. En al in de eerste ronde kreeg ik een Aziatische Duitser van twaalf jaar tegen me, eentje die al in het nationale team van Duitsland (bij de volwassenen) had gespeeld. Ik was dus op mijn hoede, maar Besou bleek tegen mij (of ├╝berhaupt dit toernooi, 1 uit 5 en teruggetrokken) niet op zijn sterkst. Misschien was hij niet fit of zo. Wel een leuke partij voor mij om te spelen, ik kon rustig mijn stukken naar de beste plekken verplaatsen (koningsloper: f8-g7-f6-d8-b6-a5-d8-h4-g3xh2, damepaard: b8-a6-c7-e8-f6-h7).

En hier gaf hij na 31…Lxh2 32.Kxh2 hxg4 op wegens materiaalverlies.

De tweede ronde speelde ik dan tegen zo’n Indiaas jeugdtalent (hoewel, al 18). De partij werd remise, maar dat was slordig van mij, want ik kreeg deze stelling met drie kwartier meer op de klok (1:09 vs. 0:23).

Maar daarna speelde ik te haastig. Ten eerste te haastig mijn e-pion op zet 32, die had op e3 moeten blijven. En daarna miste ik nog een kans.

Ik sloeg niet op b7 wegens 34…Ta3 met de dreiging te verdubbelen op de derde rij, maar als ik wat langer had nagedacht had ik 35.Tcb4! wel gevonden (al is het voordeel na 35…Td2! niet zo groot). In de partij werd het echter snel remise.

De derde ronde kreeg ik weer iemand uit India, maar dan iemand die al vaak in Nederland gespeeld heeft, Mary-Ann Gomes. Ze was in Groningen goed op dreef en scoorde 2.5 punten uit haar vier partijen tegen grootmeesters. Waaronder een remise tegen mij, maar ik miste in de opening al een kans.

Ik overwoog 8…a6 (of 8…Tb8) maar was niet helemaal zeker van hoe het stond als wit op e5 offert. Dat is echter gewoon goed voor zwart. Ik wilde er echter niet te veel tijd aan besteden omdat gewoon Pge7 + Pd5 ook er goed uitziet voor zwart. Ik kwam inderdaad ook wel wat beter te staan, maar het was minder makkelijk spelen.

Hier had ik in eerste instantie 23…Pd6 gepland, maar na 24.Lc6 Dxf5 25. Dxf5 Pxf5 26.Lxe8 Txe8 27.Tc6 vond ik de compensatie niet zo duidelijk, wit is actief. De computer gaat echter verder met 27…Lb4! 28.Pe4 Tb8! met duidelijk voordeel voor zwart. Dat is best wel lastig te vinden en te beoordelen, dus niet zo gek dat ik dat niet vond. Mijn voordeel was daarna echter wel weg en zij speelde het goed.

Het was wel hoog tijd voor een overwinning en dat lukte tegen Eelke de Boer. Tegen hem had ik een week eerder ook al met wit gespeeld, maar toen werd het remise, nadat hij eerst goed stond en ik in juist later een paar winsten miste. Nu ging het echter makkelijk: voornamelijk een kwestie van mijn stukken ontwikkelen.

Ik had wel gezien dat hij hier 18…Pg7 moest doen (en niet dat dan 19.h4! de beste zet is) maar zijn zet 18…c6 kwam niet als een grote verrassing, want het is logisch om de ontwikkeling van Lc8 voor te bereiden. Er is echter een tactisch probleem: 19.La5! en dan verliest zwart na b.v. 19…Dd7 20.g4 een stuk of meer na 20…Dxg4 21.Te8+ Kg7 22.Dxg4. Wel slordig was dat ik op zet 29 gemist had dat ik gewoon zijn toren kon slaan: na terugslaan loopt mijn c-pion door. Het bleef gelukkig makkelijk gewonnen voor mij. En zo ging ik toch wel met een goed gevoel de rustdag in: best goede partijen, nog alle kans om mee te doen om toernooiwinst, nergens echt in gevaar gekomen. Dat gevaar zou echter snel komen, maar daarover later meer.

 

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.