Boekrecensie: Ris verliest niets aan kracht in tweede deel

De pareltjes
We zitten niet verlegen om schaakboeken in deze tijd. Elke week komt er wel weer een zelfbenoemde schaakschrijver naar voren die het zijne van ons spelletje denkt. Dat maakt het des te lastiger om de pareltjes er tussenuit te vissen. Mijn voorstel: beoordeel het boek op de kaft. Goed, misschien niet alléén op de kaft, maar op de esthetische kwaliteiten in het algemeen. Pagina’s vol met varianten?

Lees meer >

Boekrecensie: Praktisch trainen met IM Robert Ris

Cruciale vaardigheden voor de schaakfanaat

Boekrecensie van Robert Ris’ Crucial Chess Skills for the Club Player, vol. I (2018) door Daniël Zevenhuizen

In zijn schaakhandleiding Crucial Chess Skills for the Club Player deelt Internationaal Meester Robert Ris zijn inzichten als trainer van schaakliefhebbers in de middencategorie (ELO 1500-2200). In twee delen vat hij de, zijns inziens, meest fundamentele thema’s voor het schaakbegrip samen. Het werk is een welkome uitgave in een tijd gedomineerd door dweperige computerverering: praktische methode vervangt roekeloze imitatie.

Lees meer >

‘Winnen wat je winnen kunt!’, met schaakschrijver Cyrus Lakdawala

Winnen wat je winnen kunt!

Boekrecensie van Cyrus Lakdawala’s Clinch it! (2018) door Daniël Zevenhuizen

Met Clinch it! is Amerikaanse schaakschrijver Cyrus Lakdawala  aan zijn tigste boek aangekomen. En de ervaring loont: het boek is tot in de puntjes uitgewerkt, boeiend en vooral erg goed geschreven. Het hoofddoel van de auteur is om het winnende voordeel vast te stellen en dan tot een goed einde te brengen.

Lees meer >

Een eigenzinnig schaakdidacticus

Recensie van Alexey Dreevs Improve Your Practical Play in the Middlegame (2018).

Een eigenzinnig schaakdidacticus

Toen ik voor het eerst de titel Improve Your Play in the Practical Middlegame (2018) zag, wist ik dat de auteur van het werk, Alexey Dreev, uitermate creatief moest zijn geweest. Niet alleen verraadt de titel een eindeloos interessant onderwerp – want over het eindspel en de opening is al veel te veel in omloop –, maar de titel was ook dermate oncreatief, dat de inhoud er wel voor móest compenseren. Toegegeven, de titel is dan wel een niet echt pakkende beschrijving, ze heeft wel een enorme aantrekkingskracht. Recht voor z’n raap. Praktisch middenspel: dat gaan we leren.

Lees meer >

Introductie in het Hypermodernisme: Réti revisited

Introductie in het Hypermodernisme: Réti revisited

Wat is de aantrekkingskracht van Richárd Réti’s (1889 – 1929) ‘hypermoderne’ benadering van de opening? De inmiddels alweer lang overleden meester van de moderne school hield van fianchetto’s, van spel over de flanken, en beslist niet van het strikt navolgen van de traditionele Gouden Regels. Pionnen in het centrum kunnen een kwetsbaarheid zijn, meer nog dan een vaste waarde. Daarnaast waren er zelfs toen al genoeg partijen verspeeld met steeds maar weer diezelfde beginzetten. Ik kan me zo voorstellen dat Réti zuchtend langs de schaaktafels liep als hij overal 1. d4 – d5 en 1. e4 – e5 op de borden zag staan. Nee, de meester van het hypermodernisme beroemde zich op de flexibiliteit van zijn openingsaanpak. Met 1. Pf3! zou hij maximaal kunnen anticiperen op het spel van zijn tegenspeler, of deze nou een agressieve of positionele speelstijl zou willen hanteren.

 

Maar elk “nadeel heb z’n voordeel”, en zo zit het ook met het schaakhypermodernisme. De flexibiliteit gaat ten koste van het scherpe gevecht om een openingsvoordeel. Want wie de teugels laat vieren kan niet garanderen dat hij in het zadel blijft zitten. Daarmee bedoel ik natuurlijk niet te zeggen dat de tegenspeler steeds beroep kan maken op dat voordeeltje, slechts dat de flexibiliteit, waar ook hij van profiteert, hem de mogelijkheid verschaft om voor dat voordeel te strijden. Maar dat spreken over voordeeltjes is iets dat voornamelijk relevant is voor computers en misschien voor heel sterke meesters. Voor ons liefhebbers, maar toch ook voor de meeste meesters, speelt het menselijke aspect een veel belangrijkere rol: heeft de tegenspeler moeilijkheden om een plan te vinden? Wordt haar stelling steeds bedreigd? Kan zij ‘vrijuit’ spelen en het initiatief nemen, of loopt zij achter de feiten aan?

Lees meer >

De ‘Perfecte’ Pirc!?

In 2013 bracht de Oekraïense schaakgrootmeester Viktor Moskalenko (1960) met The Perfect Pirc-Modern een provocatieve nieuwe bijdrage aan de moderne openingstheorie. De titel stelt ons immers al gelijk voor de vraag: “hoezo ‘Perfect’?”. Zoals Ivanchuk in zijn openingswoord al toegeeft: “When playing the Pirc Defence, the black player does not aim to equalize the position” (Moskalenko 2013, 7). Inderdaad, vaak komt het neer op een wapenwedloop waar beide spelers de koningsstelling van de ander proberen binnen te vallen zonder omzien naar de strategische balans. Onder ‘perfect’ verstaan we tegenwoordig doorgaans juist die varianten waarover de computer haar goedkeuring heeft uitgesproken. Wanneer het echter gaat om zulke schijnbaar roekeloze aanvallen slaat het oordeel van de machine vaak flink uit. Wat betekent het dan in hemelsnaam om een volmaakte Pirc te spelen?

Een antwoord vinden we misschien in het opvallende feit dat Moskalenko kiest voor de meest speelbare en interessante varianten, boven degene die worden aangewezen door het rekentuig. Toegegeven, hij geeft überhaupt veel varianten. Maar door constant te evalueren en op risico’s te wijzen geeft hij wel een goed uitgekiende en praktische studiegids voor zijn lezers, die doorgaans zweren bij de enginebijbel (er is maar één beste zet voor iedere stelling, namelijk diegene die de sterkste computer uitwijst!). Tekenend is zijn annotatie bijvoorbeeld wanneer hij een uitroepteken geeft aan de meest praktische zet, die voordeel voor de speler behoudt zonder duidelijk tegenspel, terwijl de computervariant slechts een “!?” (interessant) verdient.

Lees meer >