Koffiehuispartij
De laatste jaren begeef ik mij samen met onze zoon Tommy naar diverse toernooien in Nederland. Vooral omdat hij vanaf 2023 zeer gemotiveerd is geraakt voor ons mooie spel en dit jaar ook zijn progressie in ratingcijfers uitgedrukt ziet worden, speelt hij regelmatig in de top van het vaak niet geringe deelnemersveld mee.

Thomas Beerdsen (foto Harry Gielen)
Het toernooiveld bestaat vaak uit de “usual suspects”, gezichten die je overal tegenkomt. Behalve veel jeugdig elan vind ik het ook mooi om te zien dat de nodige senioren niet bang zijn om de degens te kruisen tegen de veelal voornamelijk tactisch onderlegde monstertjes. Afgelopen zaterdag begaven we ons naar Arnhem om daar deel te nemen aan het Voorjaarstoernooi. Zo kwam ik oudgediende Jaap Vogel tegen die zich ook regelmatig laat zien en met wie ik een leuk gesprekje had. Op het programma stonden zeven ronden met een speeltempo van 18+5 (18 minuten plus 5 seconden increment) waarvan de uitslagen zouden worden doorgegeven, zowel aan de KNSB als aan de Fide. Ik had het toernooi in 2018 nog weten te winnen, maar dat zijn vervlogen tijden die in het heden niet meer tellen. Met een niet al te hoge eerste prijs van € 150,- voor de A-groep in de editie van 2026 zou je verwachten dat het wellicht niet heel sterk bezet zou zijn. Maar toch stond er al een tijdje de naam van de Apeldoornse grootmeester Thomas Beerdsen bovenaan en omdat het een mooie lentedag werd, kon je aannemen dat hij inderdaad op het appèl verscheen. Thomas is volgens mij een echte liefhebber van het spel die ook probeert er een inkomen mee te verwerven. Dan is elke 150 euro welkom. Ik trof de enige grootmeester in dit gemêleerde gezelschap in de laatste ronde. De stand aan kop na de voorlaatste ronde zag er zo uit:
Lees meer >
Het moet wel heel gek lopen wil 
Jarenlang gaf ik les aan clubschakers. Het waren cursussen die ik zelf organiseerde in mijn toenmalige woonplaats Eindhoven. Een zaaltje was zo geregeld, maar vervolgens begon de werving en dat was – dacht ik – niet zo eenvoudig. Achteraf bleek dat, zeker in het begin, mee te vallen omdat er juist bij veel clubschakers een grote behoefte bestaat aan het krijgen van schaaktraining. Dus toen ik de aankondiging voor een schaaktraining op een paar websites had gezet en er ook in geslaagd was om flyers bij de grote verenigingen te verspreiden, bleken er snel zo’n 20-25 schakers bereid te zijn om naar Eindhoven te komen voor een doordeweekse trainingsavond van 2½ uur waarin uiteraard de nodige interactie en diverse oefenvormen op het menu stonden. Voordat ik mijn leerplan voor acht avonden en de specifieke invulling (inclusief werkvormen) begon uit te werken, nam ik contact op met de KNSB om er eens achter te komen wat nou de gemiddelde rating was van de bij de bond aangesloten leden. Normaal delen zij dit soort gegevens niet (en terecht!) maar er kon mij meegedeeld worden dat de speelsterkte tussen 1500 en 1600 zat. Ik had daar al zo’n vermoeden van, maar het was een duidelijk signaal dat veel trainers veel te moeilijke stof aanbieden aan het gros van de mensen. Dat ging ik anders doen! Moeilijke onderwerpen makkelijker maken en uiteraard differentiëren in de oefeningen. Voor de betere schakers tijdens dit soort cursussen had ik aparte kaartjes of bladen met oefeningen klaarliggen. De intentie was wel om de groep op de gemiddelde speelsterkte te bedienen tijdens de instructie. Deze cursussen heb ik zo’n 20 jaar volgehouden met afwisselende bezettingen.
Vorig jaar tijdens het toernooi van Hoogeveen stapte er voorafgaande aan een ronde ineens een heer op mij af, stelde zich voor, vertelde dat hij een kleine serie schaakboeken in eigen beheer aan het ontwikkelen was, of ik een recensie wilde schrijven over (of meer) van deze boeken. Hij had al een eerste boek
Wanneer wordt het schaken een volkssport? Dat vroeg ik me serieus af na de afgelopen zondag (25 januari) toen zich een gedenkwaardig moment voordeed bij de Masters. Ondanks een zeer matige start was onze ‘overgrootmeester’ (zoals we Anish Giri zo langzamerhand wel mogen noemen) bezig aan een comeback. In de ronde ervoor had hij de wereldkampioen, Dommaraju Gukesh aan zijn zegekar gebonden en in de achtste ronde speelde Giri – wederom met zwart – een uitstekende partij tegen de Oezbeekse topspeler Nodirbek Abdusattorov.







