Marleen van Amerongen levert dappere strijd

Voorzitter Koninklijke Nederlandse Schaakbond, Klantknuffelaar, mother of two, chess, PSV, Eindhoven. Zo luidde het profiel van Marleen van Amerongen op Twitter. Vorige week zette ze ervoor: ‘Heeft acute leukemie en wordt beter’.

Marleen bij wat ze graag doet: schaken promoten onder kinderen.

Woensdag gaf ze op de sociale media openheid van zaken, vrijwel onmiddellijk nadat de ziekte haar had overvallen. Maandagmorgen was ze bij de huisarts geweest met wat onschuldige klachten, maandagavond zat ze op de spoedeisende hulp en werd de diagnose gesteld. Binnen twee dagen volgden een beenmergpunctie en drie chemokuren. Marleen hoopt dat de kuren aanslaan, maar gaat er ook van uit dat een beenmergtransplantatie op termijn noodzakelijk is.

De KNSB laat op zijn site weten dat de taken van Marleen als voorzitter worden waargenomen door de overige bestuursleden.

Marleen is heel open over wat haar overkomt.

Lees meer >

Jan Werle en Iozefina Paulet getrouwd… al twee maanden

Toen Jan Werle en Iozefina Paulet van Groningen naar Woerden verhuisden, dacht Govert Pellikaan, clubgenoot van hen bij Groninger Combinatie: dat doe je niet voor je lol, dan gaan ze vast trouwen.

Het gelukkige paar drie jaar geleden. Foto: Harry Gielen.

Nou is er niets mis met wonen in Woerden, maar vermoedelijk is Pellikaan een verstokte Groninger die zich een verblijf elders niet kan voorstellen. Hoe dan ook, met die voorspelling over het huwelijk zat hij goed, Jan en Iozefina trouwden op 7 september. Er is een cartoon waarop een dominee bij het altaar tegen het bruidspaar zegt: “U mag nu uw Facebook-status updaten”. Iozefina deed dat misschien niet op haar trouwdag, maar wel vrij snel. Ze schreef er niets over, maar heette opeens Iozefina Werle.

Vandaag plaatste Govert Pellikaan een verhaaltje op de website van Groninger Combinatie, waarnaar op Twitter werd gelinkt. Ja, schaakjournalisten moeten ook de sociale media in de gaten houden. Hij vertelt hoe het stel elkaar ruim tien jaar geleden heeft ontmoet.

Lees meer >

Hoe oud moet je zijn voor een biografie?

Er is een biografie verschenen over de 22-jarige voetballer Frenkie de Jong. Het boek telt maar liefst 320 pagina’s. Is 22  niet erg jong voor een dikke biografie? Toen ik de aankondiging zag, dacht ik aan de eerste biografie van Magnus Carlsen. Die verscheen in 2004, toen Carlsen dertien jaar was. Het boek werd geschreven door Simen Agdestein, de trainer van Carlsen, en in de Nederlandse vertaling uitgegeven door New in Chess. Ik pakte het boek erbij en zag dat ik er een uitgeprinte column had ingestopt die Gert Ligterink had geschreven op de site van Tata Steel Chess.

Ligterink schrijft dat het eerste boek over Bobby Fischer verscheen in 1966, toen hij 23 jaar was. Garry Kasparov kreeg op z’n 18e een eerste klein boekje. Beiden hadden toen al een grote staat van dienst. Carlsen had in 2004 net de C-groep in Wijk aan Zee gewonnen. Van wereldtop was nog geen sprake, dat kan ook niet voor een dertienjarige, maar waarom dan toch al een biografie?

Ligterink: “Dertien jaar, is dat niet een tikje jong voor een biografie, zegt u misschien. Uit de inleiding blijkt dat die bedenking ook bij de auteur is opgekomen. ‘Aan de Noorse pers’, schrijft Agdestein, ‘leg ik soms uit dat iemand die zo jong de grootmeestertitel verovert vergelijkbaar is met een dertienjarige die de Nobelprijs voor scheikunde wint.’ Na zo’n entree weet de lezer dat de auteur het moeilijk zal vinden afstand tot zijn onderwerp te bewaren en dat een lofzang op het punt staat te beginnen. En inderdaad, bijna alles wat Magnus heeft gedaan is in dit boek buitengewoon of op zijn minst opmerkelijk.”

Ligterink vond Carlsens optreden in de C-groep de mooiste herinnering van 2004, maar hield bedenkingen bij de biografie: “Ik hoop dat ik ongelijk heb maar ik kan me niet voorstellen dat de vroege commerciële exploitatie van Carlsens talent een goede invloed op zijn ontwikkeling zal hebben. Voetballen moet hij en studeren natuurlijk op de finesses van het toreneindspel en de Svesjnikov-variant.

Lees meer >

De twee werelden van Thomas van Beekum

Het is een beetje jammer dat je pas na iemands overlijden dingen over die persoon te weten komt waar je geen idee van had en die je dus bij leven wel had willen weten. In het in memoriam van Thomas van Beekum op de website van zijn schaakvereniging Botwinnik, waar we gisteren al naar linkten, wordt hij geportretteerd als iemand die honderden kinderen de spelregels van het schaken heeft geleerd en ze ook verder heeft gebracht. Een groter contrast is niet denkbaar met zijn andere wereld, namelijk die tussen de sterkste schakers op aarde.

Thomas van Beekum was hoofdarbiter van het Hoogovenstoernooi als opvolger van Constant Orbaan, die in 1990 overleed. Hij bleef het tot 2008, toen hij werd opgevolgd door Pavel Votruba, die die functie nog steeds bekleedt.

Lees meer >

Derde zege Hing Ting Lai in Laren

Voor de derde keer op rij heeft Hing Ting Lai het rapidtoernooi in Laren gewonnen. De schaakclub Laren, in het Gooi, is een kleine club, maar het toernooi is altijd vrij goed bezet. Deze keer met een grootmeester, twee IM’s en twee FM’s.

Hing Ting Lai relaxed tegen Henk van der Poel. De partij werd wel remise. Foto: schaakclub Laren | Jordan van Wijk.

De Belgische grootmeester Alexandre Dgebuadze, winnaar in 2014, had de hoogste rating. Slechts iets hoger dan Lai en dat verschil had geen enkele betekenis, want Lai is een angstgegner voor Dgebuadze. Lai’s vaste begeleider Dirk Goes schat de score in dit soort toernooien op 12-1 voor de Amsterdammer. Onlangs in een ander toernooi bood Dgebuadze met wit na zeven zetten remise aan, wat Lai aannam vanwege de toernooistand. Die remise was dus in het nadeel van de Belg, maar hij is inmiddels bang voor het vluggermonster.

Nou ja, vluggermonster, Hing Ting Lai speelt het liefst partijen met een bedenktijd van twee minuten per persoon, dat heet bullet. Daarin is hij misschien wel de beste in Nederland. In Laren was het tempo 20 minuten per persoon per partij. Twee jaar geleden zei Lai daarover tegen mij: “Dat is best lang, maar in serieuze partijen word ik ook steeds beter.” Een partij van 20 minuten beschouwt hij waarschijnlijk als serieus. Vorig jaar zei Bruno Carlier tegen mij: “Dit is gewoon schaken, met dit tempo kun je een behoorlijke partij spelen. Bij het snelschaken ging het altijd om handigheid. Al spelen de echte toppers dan ook een goede partij.’’ Carlier was in de jaren zeventig en tachtig net zo’n gevreesde snelschaker als Lai nu. Deze keer was hij er niet bij.

Lees meer >

Skaakstikken: voor Friezen en buitenlui

Na het recente verschijnen van nummer 4 van het Friese tijdschrift Skaakstikken is het tijd eens aandacht aan dit blad te besteden. Een blad van Friezen, is dat ook voor Friezen? Bij het eerste nummer dacht ik dat wel, maar Skaakstikken heeft al een ontwikkeling doorgemaakt.

De redactie bestaat uit Harm-Jan Dijkstra, Eelke Heidinga, Jan Hibma, Migchiel de Jong, Dik Kruithof en Dolf Wissmann. De opzet is niet vergelijkbaar met die van een clubblad (bestaan die nog?), maar is meer iets tussen de voormalige bladen Schaakbulletin en Matten. Alleen qua opzet, genoemde bladen konden bogen op een verzameling medewerkers van groot formaat. Alhoewel Kruithof, redacteur van Skaakstikken, ook een van de eerste redacteuren van Schaakbulletin was.

Wat het blad gemeen heeft met Matten, is dat het in hoofdzaak gaat om verhalen. Die zijn overigens wel veel korter dan in Matten, maar dat doet er niet toe. Zelf trekt de redactie zulke parallellen niet. Partijen komen wel in het blad voor, maar alleen als er iets heel bijzonders in gebeurt. Wedstrijdverslagen komen er niet in voor, het is echt een blad voor een groot publiek.

De bedoeling was ieder nummer een thema mee te geven. Voor nummer 4 was dat ‘door de dam(p)kring gaan’, er zouden verhalen in moeten over de relatie tussen schaken en dammen. De redactie kwam echter tot de conclusie

Lees meer >

Schaakhistorie (19) : De eerste grote match van Jan Timman (1976)

Jan Timman staat bekend om zijn grote matchervaring. Niet zo bekend is, dat dat in 1976 begon met een trainingsmatch in Leeuwarden tegen Viktor Kortchnoi. Dit artikel schreef ik voor het Friese tijdschrift Skaakstikken.

Een kleuren-tv en een fles Beerenburg plus 5000 gulden voor Viktor Kortchnoi, dezelfde cadeaus plus 3000 gulden voor Jan Timman. Dat was de aanzienlijke beloning voor beide giganten voor twee weken Leeuwarden in 1976.

 

Jan Timman in 1973 bij het AVRO-toernooi in Hilversum

Eerst speelden ze een match van acht partijen, daarna heersten ze in een loodzwaar bezet snelschaaktoernooi.
In de zomer van 1976 besloot Viktor Kortchnoi na het IBM-toernooi in Amsterdam om niet terug te keren naar de Sovjet-Unie, maar in Nederland een verblijfsvergunning aan te vragen. In 1974 had hij de finale van de WK-kandidatenmatches nipt verloren van Karpov met 12½-11½, waarna Karpov wereldkampioen werd omdat Fischer zijn titel niet verdedigde. Kortchnoi voelde zich vervolgens beperkt in zijn bewegingsvrijheid, wat zijn reden was om het land te verlaten. Volgens het bondsblad kreeg hij onderdak op een schuiladres in Westzaan, Noord-Holland. Dat was bij Walter Mooij, een fervent schaakliefhebber. De Russische schaakbond reageerde woedend, nam Kortchnoi al zijn titels en onderscheidingen af en drong er bij de FIDE op aan hem uit te sluiten van de komende WK-kandidatencyclus. Dat deed de FIDE natuurlijk niet.
Kortchnoi vond in Nederland bronnen van inkomsten, waarbij hij vooral werd geholpen door de bekende schaakmecenas Joop van Oosterom. Hij ging in de competitie spelen voor Volmac Rotterdam, gaf simultaans, werd trainer van de Nederlandse Olympiadeploeg en gaf training aan Van Oosteroms clubs Rotterdam en HSG (Hilversum).

 

Toekomstige wereldkampioen?
Zijn eerste grote uitnodiging kwam uit Leeuwarden. Verzekeringsmaatschappij AGO sponsorde in haar hoofdkantoor een match van acht partijen tegen Jan Timman, van 15 tot 25 november. Waling Dijkstra was tweekampdirecteur, met Haije Kramer als tweede man. Berry Withuis was perschef, zoals hij dat bijna overal was. Hij werd zoals altijd bijgestaan door zijn vrouw Jenny en in Leeuwarden ook – dat zal niemand verbazen – door Siep Postma. Rob Hartoch was publiekscommentator. Kortchnoi kreeg Hans Böhm als secondant toegewezen, Timman werd bijgestaan door Hans Ree. Na afloop van de match verscheen een eenvoudig boekje, waaraan alle betrokkenen gratis hun medewerking verleenden en waarvan de opbrengst ten goede kwam aan de Nederlandse Schaakvereniging voor Visueel Gehandicapten.
De reden om een match te organiseren voor Kortchnoi was duidelijk,

Lees meer >

Schaakfeest bij boekhandel Los in Bussum

Wie een boek schrijft, kan in de eigen woonplaats altijd rekenen op een leuke activiteit bij de plaatselijke boekhandel. Gaat het boek over schaken en woon je in Naarden of Bussum, dan zit je helemaal goed.

Iozefina Paulet had er plezier in. Beide foto’s: boekhandel Los.

De lokale boekhandelaar Cor Wiersma, die samen met zijn partner Lenneke Gons eigenaar is van boekhandel Los, is namelijk een schaakliefhebber. Vrijdag kwam Joyce van der Meijden deel 2 van Simon de Schaker signeren (zie hier de recensie) en dat werd opgefleurd met een kindersimultaan van niemand minder dan Iozefina Paulet, kampioen van Nederland bij de vrouwen.

Iozefina Paulet, die sinds haar huwelijk met Jan Werle ook zijn achternaam gebruikt, speelde twee simultaans achter elkaar, op elk vijftien borden. Verslaggeefster Joyce Huibers van De Gooi- en Eemlander noteerde hoe leuk de schaakkampioene met de kinderen omging.

Joyce van der Meijden, en Iozefina Paulet met tussen hen in de boekhandelaren

“Paulet heeft duidelijk eerder met dit bijltje gehakt. Ze past haar zetten aan aan het niveau van het kind en geeft tussendoor aanwijzingen (‘je paard staat een vakje te ver’), tips (‘als je je pionnen wat verder verschuift, maak je het mij lastiger’) en complimenten (‘ja, heel goed dat je mijn loper pakt’). Niemand wordt direct van het bord geveegd, iedereen krijgt de kans om in het spel te komen.” Jeugdschakers zijn vaak meer ingesteld op het pakken van stukken dan op mat. De journaliste signaleert ook hoe een meisje haar armen in de lucht steekt en roept: “Mam, kijk, haar toren!”.

Iozefina Paulet is bestuurslid jeugdzaken van de KNSB en genoot met volle teugen van de kindersimultaan. Ze hoopte dat een van de kinderen remise tegen haar zou spelen en het liefst een meisje. Die hoop kwam uit: eentje.

Lees meer >

Schaakhistorie (18) : Corry Vreeken Lid van Verdienste

Vorige maand werd Corry Vreeken benoemd tot Lid van Verdienste van de KNSB. Bij haar 90e verjaardag, vorig jaar december, werd ze al door haar schaakvereniging Maassluis en de Rotterdamse Schaakbond in het zonnetje gezet. Corry Vreeken was Neerlands sterkste vrouwelijke schaker in de jaren zestig en ook nog wel daarna, tot de komst van Katy van der Mije in 1974. Haar verdiensten reiken verder dan dat.

Corry Vreeken met Marleen van Amerongen bij haar benoeming tot Lid van Verdienste van de KNSB. Foto: Frans Peeters.

Als Corry Bouwman werd ze in 1928 geboren in Enkhuizen. Haar levensloop baseer ik hier voor een groot deel op het verhaal van Dirk Jan ten Geuzendam in het tijdschrift Matten in 2010. Op haar achttiende leerde Corry schaken, in een periode dat ze in het ziekenhuis lag. Ze werd lid van de schaakclub VVV in Alkmaar. Corry was een charmante jongedame en er waren altijd wel mannen die haar graag les wilden geven.
Ze trouwde met Piet Vreeken, ook een schaker. Hij accepteerde dat Corry regelmatig toernooien speelde in binnen- en buitenland. Ook met haar werk, ze had diverse administratieve banen, kon ze dat regelen. Van 1960 tot 1970 werd Corry Vreeken vijf van de zeven keer kampioen van Nederland bij de dames. Daarmee was ze de opvolgster van Fenny Heemskerk, die vanaf 1937 vrijwel onafgebroken kampioen was. Nadat Vreeken haar in 1960 onttroonde, kreeg Heemskerk in 1961 nog wel een revanchematch, die ze won. Daarna was Vreeken de sterkste. Toen Fenny Heemskerk in 2007 overleed, belde ik Corry Vreeken voor een artikel in Schaakmagazine. Ze vertelde onder andere dat ze een haat-liefdeverhouding had met haar rivale. Ze konden goed met elkaar opschieten, maar als Corry hoger eindigde in een toernooi, deed Fenny lelijk tegen haar. Tegen Ten Geuzendam zei ze hetzelfde.

 

Hans Bouwmeester
Fenny Heemskerk was rond 1950 een wereldtopper, maar Corry Vreeken meent, zo zei ze voor Matten, dat ze in de jaren zestig sterker was dan Heemskerk ooit was geweest. Ze boekte internationaal ook goede resultaten. Ik geloof haar wel, Vreeken speelde in de jaren zeventig met Rotterdam in de hoofdklasse en Heemskerk kwam niet in de buurt van dat niveau. De twee kregen in de jaren zestig samen training van Hans Bouwmeester. Vreeken in Matten: “Dat moest dan altijd samen met Fenny en Fenny had altijd meteen haar antwoord klaar als ik nog zat te denken. Of ik dacht, het zal wel zo zijn, maar dan had Fenny het alweer gezegd. En dan zei Bouwmeester: ‘Fenny, ja die snapt het’. Ik had dan meestal dat antwoord ook wel maar ik was niet zo snel om dat uit te roepen.”

Lees meer >

Schaken in het openbaar in Utrecht

Drie opvallende initiatieven zijn genomen in de stad Utrecht, voor schaakliefhebbers die (nog) geen lid zijn van een schaakclub. Dat Utrechtse schaakclubs goed kunnen samenwerken bleek al bij de ‘buitenronde’ van het Tata Steel Tournament, een paar jaar geleden.

Schaken in het park, op initiatief van Jesus Medina Molina, van wie ook deze foto is.

Ze maakten van het dagje Utrecht voor de grootmeesters een grote dag van schaakpromotie. De activiteiten waar het nu om gaat komen niet allemaal van de gezamenlijke clubs, maar zullen zeker door alle clubs worden omarmd. KNSB-voorzitter Marleen van Amerongen kwam de drie initiatieven tegen en deelde ze vandaag alle drie op Twitter. Hieronder presenteren we ze zonder verdere toelichting.

 

Schaken in het park

Voorvechter voor de schaaksport, de in Leidsche Rijn woonachtige Jesús Medina Molina zet zich al jaren in voor de promotie van het schaken. Zijn motivatie hiervoor is “… het fit houden van het brein, het zorgen voor verbinding en ontmoetingen via het instrument schaken.” Jesús is gedreven en door zijn inzet en met steun van het Utrechtse Initiatievenfonds zijn in het Máximapark inmiddels vier schaaktafels geplaatst waarvan gretig gebruik wordt gemaakt. Nu is er dus een parkschaakvereniging opgericht waarbij zich inmiddels, op het moment van schrijven van dit artikel, elf mensen hebben aangesloten. Het is geen voorwaarde het schaakspel al machtig te zijn, er zal ook schaak instructie worden gegeven. De leden van de parkschaakvereniging willen op gezette tijden in het park gaan schaken en toeschouwers zijn daarbij van harte welkom. Zoals Jesús in zijn motivatie al aangeeft streeft hij verbinding en ontmoetingen na, hiervoor gebruik makend van het instrument schaken.

Lees meer >