Tata in de media (3) : Schaken maakt kinderen slim

Schaken is goed voor kinderen en eigenlijk voor iedereen. Dat soort verhalen horen we al decennia, maar geloven mensen het wel? Leuk is dat het dagblad Trouw de mooie gedachten nu combineert met een ontwikkeling die ik nog niet had gezien: het aantal jeugdleden van de KNSB stijgt spectaculair. Hoe dat komt? Niet door de clubs, maar door internet.

De stijging van jeugdleden bij de KNSB is spectaculair.

De clubs profiteren wel. Ook een bijzondere constatering: de dagen van ‘Tata Steel Chess on Tour’ leveren veel extra publiciteit op. Daarom is het jammer dat er dit jaar vanwege bezuinigingen niet twee, maar één buitendag is.

In de afgelopen drie jaar is voor de KNSB niet alleen de grens van 10.000 jeugdleden gepasseerd, maar ook die van 15.000. Trouw-verslaggever John Graat schrijft dat volgens Iozefina Paulet, bestuurslid jeugdzaken van de KNSB, het werkelijke aantal jeugdschakers misschien wel tien keer zo hoog is. Via de online-methode Chessity is het spel zelfstandig te leren. Graat sprak in Eindhoven een jongetje voor wie schaken via Chesskids.com is wat voor andere kinderen Fifa2000 is. Nou trof hij toevallig wel een jongetje dat op zijn negende al op de middelbare school zit. Iozefina Paulet: “Schaken biedt hoogbegaafde kinderen de uitdaging die ze op school vaak missen.”

Neurowetenschapper Martin Elberson van de RU Groningen wil aantonen dat schaken kinderen slimmer maakt. “Schaken is goed voor de concentratie, je leert een planning te maken, strategisch te denken, omgaan  met tegenstellingen, met emotie, met spanning. Onze hypothese is dat schaken leidt tot betere schoolprestaties.”

Publiciteit was er ook rond het wereldrecord van Magnus Carlsen, dat hij overnam van Sergei Tiviakov. De wereldkampioen was 113 partijen op rij ongeslagen. Zelf zegt hij 111, want twee partijen uit de Noorse competitie telt hij niet mee. Die tegenstanders waren namelijk net zo zwak als veel tegenstanders van Tiviakov (110 partijen op rij ongeslagen) en dat vindt Carlsen niet interessant. Zijn laatste nederlaag leed Carlsen in juli 2018 in Biel tegen Mamedyarov. De Noor is dus anderhalf jaar ongeslagen, dat klinkt al net zo indrukwekkend als 113 partijen. Van die 113 won hij er 36 en speelde hij 77 remise. Een percentage van 66%, wat tussen de wereldtop bijzonder hoog is.

Lees meer >

Tata in de media (2) : Carlsen reageert op Giri

Vergeten is de tijd waarin algemeen werd gedacht dat een schaker pas tussen zijn dertigste en veertigste levensjaar op het hoogtepunt van zijn kunnen was. Dat schreef Gert Ligterink in de Volkskrant van maandag. Wie het topschaak goed volgt, weet dat al, maar het huidige Tata Steel Chess Tournament illustreert het nog eens.

Slechts een van de dertien tegenstanders van Anand was al geboren toen hij Wijk aan Zee voor het eerst won. Giri niet. (Foto: Tata Steel).

Bij de Masters is de gemiddelde leeftijd lager dan ooit en bij de Challengers spelen zelfs drie vijftienjarigen. Ligterink voegt eraan toe: “Voor oud-wereldkampioen Vishy Anand zal het een vreemde gedachte zijn dat slechts één van zijn concurrenten (de Rus Vitjoegov) was geboren, toen hij in 1989 de eerste van vijf eindzeges in Wijk aan Zee behaalde. Vaak moet de vijftigjarige Indiër de vraag beantwoorden of hij wel eens aan zijn pensioen denkt. Zijn antwoord is steeds dat hij van schaken houdt en pas zal stoppen als die liefde mocht verdwijnen.”

 

In een ander artikel in dezelfde krant wordt de bijzondere situatie beschreven van Alireza Firouzja. De pas zestienjarige debutant in Wijk aan Zee is Iraniër, maar schaakt onder de vlag van de FIDE. De confrontatie Iran-Amerika zou voor de Iraanse schaakfederatie onverteerbaar zijn. Firouzja mocht al niet uitkomen tegen schakers uit Israël. Daarom dreigde hij in december het WK rapid en blitz mis te lopen, maar dat omzeilde hij door in Moskou al onder de FIDE-vlag te spelen. Hij werd verrassend tweede achter Magnus Carlsen.

Yasser Seirawan is juist niet bang voor politieke spanningen in Wijk aan Zee:  “Al veertig jaar zijn Amerikaanse en Iraanse topsporters de ideale ambassadeurs van hun land, beter dan de diplomaten die het voor iedereen verpesten.”

Firouzja woont in Frankrijk. “Ik ben naar Frankrijk verhuisd, omdat de meeste toernooien in Europa worden gespeeld. Nu waren we in een paar uur in Nederland, het is voor mij de perfecte locatie.” Vader Firouzja grijpt op dat moment in het interview in met het verzoek geen politiek getinte vragen te stellen. “Alleen over schaken graag.”

Lees meer >

Tata in de media (1) : Anish Giri optimistisch naar Wijk aan Zee

Als de kwalificatieregels voor het WK-kandidatentoernooi anders waren geweest, had Anish Giri zich ook geplaatst. Dat zegt hij in een interview met Robèrt Misset in de Volkskrant aan de vooravond van het Tata Steel Chess Tournament. Verder spreekt hij over zijn openingsvoorbereiding met computers, het combineren van Wijk aan Zee met het kandidatentoernooi en over zijn toekomst.

Anish Giri met Jorden van Foreest tijdens de ‘Tata-meet and greet’ in het PSV-stadion, deze week.

Het interview verscheen vandaag. Hieronder enkele citaten.

 

Giri bereikte het WK-kandidatentoernooi, Maxime Vachier-Lagrave niet.

“De Grand Prix was een ramp, maar ik heb mijn doelen bereikt. In Shenzen won ik eindelijk een toptoernooi, het was ook een mentale kwestie. Je zag het bij Vachier-Lagrave die telkens een kans miste om zich te kwalificeren voor het kandidatentoernooi. Het werd onbewust een psychologisch spel, een barrière in zijn hoofd. Of hij de plek bij het kandidatentoernooi meer verdiende dan ik? Sommige mensen vonden het oneerlijk dat ik me op basis van mijn rating over 2019 wist te plaatsen. De kwalificatie is veranderd, maar bij elke andere regel zou ik ook bij de acht spelers voor het kandidatentoernooi hebben behoord.”

 

Wil Giri met het oog op het kandidatentoernooi zijn openingsgeheimen wel prijsgeven in Wijk aan Zee?

“Het kan ook voordelig uitpakken. Ik wil plan B spelen in Wijk aan Zee en soms is dat beter dan plan A. Ik ontdekte tijdens diverse rapidtoernooien dat zelfs een slecht idee rendement kon opleveren. Ik ben benieuwd hoe ver ik kom met deze aanpak, al wordt het lastig wanneer Carlsen en Caruana hun plan-A inzetten tegen mijn plan B.”

Lees meer >

The Club Player’s Modern Guide to Gambits

Gambieten spreken tot de verbeelding. In de negentiende eeuw speelde men bijna niet anders, met vooral het Koningsgambiet en het Evans Gambiet als snelle wegen om de koning van de tegenstander naar de strot te vliegen. Dat is allang niet meer het hoofddoel, vertelt Nikolai Kalinichenko al op de achterflap van dit boek. Als redenen om een gambiet te spelen onderscheidt hij:

– een voorsprong in ontwikkeling;

– open lijnen tegenover de andere koning;

– bezetting van het centrum (Blumenfeld Gambiet);

– verhinderen van rokade van de tegenstander (Cochrane Gambiet of Traxler);

– verzwakking pionnenstructuur van de tegenstander (Anti-Moskou-variant);

– een stuk van de tegenstander naar een ongemakkelijke positie lokken (offeren b-pion);

– positioneel voordeel bereiken (Wolga Gambiet).

 

In het boek staan 48 gambieten op 255 pagina’s. Met die constatering loop ik eigenlijk al vooruit op een van de conclusies, namelijk dat het boek niet zelfstandig geschikt is om een gambiet in je repertoire op te nemen. Dat kan ook niet de ambitie zijn van de schrijver en de uitgever. Het is een bonte verzameling, bloemlezing, van wat er op dit gebied allemaal bestaat, een soort encyclopedie van gambieten. Overigens niet compleet, zegt de schrijver, maar met 48 komt hij wat mij betreft behoorlijk ver. Wil je een gambiet serieus gaan spelen, dan heb je een aanvullend boek nodig. Zeker als het op je club bekend is dat je die opening speelt.

Is het boek inhoudelijk dan te mager? Om een proef op de som te nemen, bekeek ik een paar gambieten die ik zelf gespeeld heb.

 

Evans Gambiet

1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lc4 Lc5 4.b4

De toelichting is dat wit een vleugelpion geeft om twee tempi te winnen en de loper naar a3 of b2 te ontwikkelen. Een degelijk gambiet, Fischer en Kasparov hebben het gespeeld.

4…Lxb4 5.c3 La5 6.d4 d6

Na 6…exd4 7.0-0 krijgt wit compensatie, wordt kort aangegeven. De schrijver geeft twee varianten zonder toelichting plus een illustratieve partij waarin zwart alle pionnen aanneemt, wat niet is aan te bevelen.

7.Db3 Dd7 8.dxe5 Lb6

Beter niet 8…dxe5 9.La3.

Lees meer >

Schaakhistorie (20) : Botwinnik en Flohr op tournee in Nederland (1958 en 1963)

Donderdag wees het Max Euwe Centrum er op zijn Facebookpagina op dat het de geboortedag was van Salo Flohr, die in 1908 in Polen was geboren. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden zijn (Joodse) ouders vermoord en vluchtte de kleine Salo naar Tsjecho-Slowakije.

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog vielen de nazi’s dat land binnen en vluchtte Flohr naar Rusland. Er was al serieus sprake van een match tegen Aljechin om de wereldtitel, die Aljechin in 1937 op Euwe had heroverd, Flohr had ook al een sponsor gevonden (de uitdager moest destijds nog een zak met geld op tafel leggen), maar vanwege de oorlog werden uiteraard de prioriteiten verlegd, zowel bij Flohr als de sponsor. Na de oorlog bleek Flohr niet meer de absolute wereldtopper en kwam hij niet meer in de buurt van de wereldtitel.

Salo Flohr (boekomslag)

Het bericht van het Max Euwe Centrum deed mij zoeken naar een boekje over de tournees van Flohr en Botwinnik door Nederland. Een eenvoudig boekje van Evert-Jan Straat uit 2002, met verslagen van zijn vader Evert Straat uit de Volkskrant en analyses van Evert-Jan. Flohr was geen wereldtopper meer, maar nog wel een graag geziene gast voor simultaanseances. In het boekje van Straat & Straat worden twee optredens beschreven van beide grootheden die beide keren een simultaantournee combineerden met een zeskamp met vier van de sterkste Nederlanders. Het artikel dat u nu leest is mede gebaseerd op de bondsbladen uit die tijd en de omschrijvingen zijn alleen van Straat als dat staat aangegeven.

 

Perschef of toernooidirecteur?
Grote man achter de twee tournees was Berry Withuis, journalist bij het communistische dagblad De Waarheid. Bij het WK-kandidatentoernooi van 1956 in Amsterdam en Leeuwarden had hij voor het eerst een persdienst opgericht, een organisatie die nog niet bestond bij Nederlandse schaaktoernooien. Later vervulde hij deze functie bij het zonetoernooi in Wageningen in 1957, het Hoogoventoernooi, het IBM-toernooi, Nederlandse kampioenschappen en het WK-kandidatentoernooi van 1962 op Curaçao.

Lees meer >

Marleen van Amerongen levert dappere strijd

Voorzitter Koninklijke Nederlandse Schaakbond, Klantknuffelaar, mother of two, chess, PSV, Eindhoven. Zo luidde het profiel van Marleen van Amerongen op Twitter. Vorige week zette ze ervoor: ‘Heeft acute leukemie en wordt beter’.

Marleen bij wat ze graag doet: schaken promoten onder kinderen.

Woensdag gaf ze op de sociale media openheid van zaken, vrijwel onmiddellijk nadat de ziekte haar had overvallen. Maandagmorgen was ze bij de huisarts geweest met wat onschuldige klachten, maandagavond zat ze op de spoedeisende hulp en werd de diagnose gesteld. Binnen twee dagen volgden een beenmergpunctie en drie chemokuren. Marleen hoopt dat de kuren aanslaan, maar gaat er ook van uit dat een beenmergtransplantatie op termijn noodzakelijk is.

De KNSB laat op zijn site weten dat de taken van Marleen als voorzitter worden waargenomen door de overige bestuursleden.

Marleen is heel open over wat haar overkomt.

Lees meer >

Jan Werle en Iozefina Paulet getrouwd… al twee maanden

Toen Jan Werle en Iozefina Paulet van Groningen naar Woerden verhuisden, dacht Govert Pellikaan, clubgenoot van hen bij Groninger Combinatie: dat doe je niet voor je lol, dan gaan ze vast trouwen.

Het gelukkige paar drie jaar geleden. Foto: Harry Gielen.

Nou is er niets mis met wonen in Woerden, maar vermoedelijk is Pellikaan een verstokte Groninger die zich een verblijf elders niet kan voorstellen. Hoe dan ook, met die voorspelling over het huwelijk zat hij goed, Jan en Iozefina trouwden op 7 september. Er is een cartoon waarop een dominee bij het altaar tegen het bruidspaar zegt: “U mag nu uw Facebook-status updaten”. Iozefina deed dat misschien niet op haar trouwdag, maar wel vrij snel. Ze schreef er niets over, maar heette opeens Iozefina Werle.

Vandaag plaatste Govert Pellikaan een verhaaltje op de website van Groninger Combinatie, waarnaar op Twitter werd gelinkt. Ja, schaakjournalisten moeten ook de sociale media in de gaten houden. Hij vertelt hoe het stel elkaar ruim tien jaar geleden heeft ontmoet.

Lees meer >

Hoe oud moet je zijn voor een biografie?

Er is een biografie verschenen over de 22-jarige voetballer Frenkie de Jong. Het boek telt maar liefst 320 pagina’s. Is 22  niet erg jong voor een dikke biografie? Toen ik de aankondiging zag, dacht ik aan de eerste biografie van Magnus Carlsen. Die verscheen in 2004, toen Carlsen dertien jaar was. Het boek werd geschreven door Simen Agdestein, de trainer van Carlsen, en in de Nederlandse vertaling uitgegeven door New in Chess. Ik pakte het boek erbij en zag dat ik er een uitgeprinte column had ingestopt die Gert Ligterink had geschreven op de site van Tata Steel Chess.

Ligterink schrijft dat het eerste boek over Bobby Fischer verscheen in 1966, toen hij 23 jaar was. Garry Kasparov kreeg op z’n 18e een eerste klein boekje. Beiden hadden toen al een grote staat van dienst. Carlsen had in 2004 net de C-groep in Wijk aan Zee gewonnen. Van wereldtop was nog geen sprake, dat kan ook niet voor een dertienjarige, maar waarom dan toch al een biografie?

Ligterink: “Dertien jaar, is dat niet een tikje jong voor een biografie, zegt u misschien. Uit de inleiding blijkt dat die bedenking ook bij de auteur is opgekomen. ‘Aan de Noorse pers’, schrijft Agdestein, ‘leg ik soms uit dat iemand die zo jong de grootmeestertitel verovert vergelijkbaar is met een dertienjarige die de Nobelprijs voor scheikunde wint.’ Na zo’n entree weet de lezer dat de auteur het moeilijk zal vinden afstand tot zijn onderwerp te bewaren en dat een lofzang op het punt staat te beginnen. En inderdaad, bijna alles wat Magnus heeft gedaan is in dit boek buitengewoon of op zijn minst opmerkelijk.”

Ligterink vond Carlsens optreden in de C-groep de mooiste herinnering van 2004, maar hield bedenkingen bij de biografie: “Ik hoop dat ik ongelijk heb maar ik kan me niet voorstellen dat de vroege commerciële exploitatie van Carlsens talent een goede invloed op zijn ontwikkeling zal hebben. Voetballen moet hij en studeren natuurlijk op de finesses van het toreneindspel en de Svesjnikov-variant.

Lees meer >

De twee werelden van Thomas van Beekum

Het is een beetje jammer dat je pas na iemands overlijden dingen over die persoon te weten komt waar je geen idee van had en die je dus bij leven wel had willen weten. In het in memoriam van Thomas van Beekum op de website van zijn schaakvereniging Botwinnik, waar we gisteren al naar linkten, wordt hij geportretteerd als iemand die honderden kinderen de spelregels van het schaken heeft geleerd en ze ook verder heeft gebracht. Een groter contrast is niet denkbaar met zijn andere wereld, namelijk die tussen de sterkste schakers op aarde.

Thomas van Beekum was hoofdarbiter van het Hoogovenstoernooi als opvolger van Constant Orbaan, die in 1990 overleed. Hij bleef het tot 2008, toen hij werd opgevolgd door Pavel Votruba, die die functie nog steeds bekleedt.

Lees meer >

Derde zege Hing Ting Lai in Laren

Voor de derde keer op rij heeft Hing Ting Lai het rapidtoernooi in Laren gewonnen. De schaakclub Laren, in het Gooi, is een kleine club, maar het toernooi is altijd vrij goed bezet. Deze keer met een grootmeester, twee IM’s en twee FM’s.

Hing Ting Lai relaxed tegen Henk van der Poel. De partij werd wel remise. Foto: schaakclub Laren | Jordan van Wijk.

De Belgische grootmeester Alexandre Dgebuadze, winnaar in 2014, had de hoogste rating. Slechts iets hoger dan Lai en dat verschil had geen enkele betekenis, want Lai is een angstgegner voor Dgebuadze. Lai’s vaste begeleider Dirk Goes schat de score in dit soort toernooien op 12-1 voor de Amsterdammer. Onlangs in een ander toernooi bood Dgebuadze met wit na zeven zetten remise aan, wat Lai aannam vanwege de toernooistand. Die remise was dus in het nadeel van de Belg, maar hij is inmiddels bang voor het vluggermonster.

Nou ja, vluggermonster, Hing Ting Lai speelt het liefst partijen met een bedenktijd van twee minuten per persoon, dat heet bullet. Daarin is hij misschien wel de beste in Nederland. In Laren was het tempo 20 minuten per persoon per partij. Twee jaar geleden zei Lai daarover tegen mij: “Dat is best lang, maar in serieuze partijen word ik ook steeds beter.” Een partij van 20 minuten beschouwt hij waarschijnlijk als serieus. Vorig jaar zei Bruno Carlier tegen mij: “Dit is gewoon schaken, met dit tempo kun je een behoorlijke partij spelen. Bij het snelschaken ging het altijd om handigheid. Al spelen de echte toppers dan ook een goede partij.’’ Carlier was in de jaren zeventig en tachtig net zo’n gevreesde snelschaker als Lai nu. Deze keer was hij er niet bij.

Lees meer >