Gespot 22: Over vestingen

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders. In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen.

Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.


Ooit was ik in de Zwitserse badplaats Lugano waar jaarlijks een sterk open toernooi werd gespeeld. In een van de jaren speelden daar ex-wereldkampioen Boris Spassky en wereldkampioenschapskandidaat Viktor Korchnoi (Zie foto Jos Sutmuller). Beide heren leefden toen kennelijk niet op voet van oorlog, wat later in een tweekamp tussen hen beide wel het geval was. Ze konden het zelfs goed met elkaar vinden.

Ik raakte geïntrigeerd door een partij die Korchnoi speelde tegen de Amerikaan Whitehead. Die stond de halve partij verloren met wit, maar de Zwitser aarzelde een paar keer bij het uitdelen van de beslissende klap. Hij liet zich steeds niet in op een scherpe doorbraak in het centrum omdat hij iets ‘onduidelijks’ had gezien. De Amerikaan bleek van dit alles niets in de gaten te hebben gehad. Toen hij tijdens de analyse in zijn naïviteit een paar keer vroeg, waarom Korchnoi niet een bepaalde zet had gespeeld, kreeg hij een variant van heel wat zetten om de oren. Naast Korchnoi zat Spassky de analyse te volgen en als Korchnoi het antwoord een keer schuldig moest blijven, kreeg de Amerikaan à tempo een pasklaar antwoord van de oud-wereldkampioen voor de kiezen. Uiteindelijk blunderde Korchnoi en na 40 zetten stond hij bij het afbreken totaal verloren. De partij zou twee uur later worden hervat. Terwijl zijn tegenstander een hapje ging eten, bleef Korchnoi aan het bord zitten om te analyseren. Ik wilde zelf ook weggaan, maar ik was toch erg benieuwd hoe dit ging aflopen. Van een afstandje volgde ik dit tafereel. Korchnoi kreeg hulp van een andere grootmeester, de Roemeen Gheorghiu, als ik me goed herinner. Korchnoi vroeg hem of hij wilde proberen om die gewonnen stelling van hem te winnen. En hier bleek hoe sterk de Zwitser was. Het lukte de Roemeen nauwelijks om te bewijzen dat wit gewonnen stond, hoewel iedereen die erbij stond daar vast van overtuigd was. De partij ging verder en toen ik later op de avond terugkwam, waren de spelers nog bezig. En wat bleek: Korchnoi had materiaal moeten geven, maar hij was bezig een vesting op te bouwen. Toen Whitehead het niet optimaal speelde, kreeg Korchnoi waar hij naar gestreefd had: een onneembare vesting. De vraag is natuurlijk wat dat is. Het volgende diagram is daar een duidelijk voorbeeld van.

1. Td3 De stelling is een zogenaamde vesting. Ondanks wits grote materiële achterstand kan zwart geen vorderingen boeken. Het belangrijkste kenmerk van een vesting is dat de verdedigende partij nooit in tempodwang gedreven kan worden. Met andere woorden: hij moet altijd minimaal een ‘veilige’ zet kunnen spelen. In het onderhavige geval kan wit bijvoorbeeld met de toren tussen de velden b3 en d3 pendelen. Ook kan hij zijn koning tussen b1 en b2 heen en weer spelen, zonder dat zwart ook maar een steek verder komt. 1… De5+ 2. Kb1 De1+ 3. Kb2 Db4+ 4. Tb3 Dd2 5. Td3 en zwart komt niet verder. 1/2-1/2

Als je eenmaal zo’n geval gezien hebt, dan kom je er vanzelf meer van tegen. En inderdaad, in de volgende partij ontstond ook een frappant geval tussen twee toenmalige wereldtoppers. De confrontatie tussen deze twee, Jan Timman (zie foto Jos Sutmuller) en de Engelsman John Nunn werd een spannend gevecht tussen twee eindspelvirtuozen.

Timman, Jan H – Nunn, John DM, Wijk aan Zee 1982.

Na een spannende partij is er een strijd ontstaan van een toren tegen een paard en twee pionnen. Het paard vervult een belangrijke rol op c4 waar het de belangrijke pion b2 dekt. Met de pion op b2 kan wit zijn koning niet gebruiken en daarmee worden zijn winstkansen drastisch gereduceerd. Belangrijk is ook dat wit het paard niet kan verdrijven met Kb1-a2-b3 omdat zwart dan … b2-b1+D gevolgd door … Pc4-d2+ kan spelen. Timman besluit daarom om wat lijnen te openen voor zijn toren in een poging om met de toren binnen te kunnen dringen en aldus het paard te kunnen verdrijven. 47. g4 Een goede winstpoging. [De toren kan niet via de d-lijn iets uitrichten omdat dan de voorste e-pion te sterk wordt. 47. Td1 e4 en nu zijn er geen mogelijkheden om binnen te komen met de toren. Men zie: 48. Td5? [48. Td4? e3 en ook nu is de zwarte e-pion te sterk.] 48… e5 49. Tc5 e3 en de pion loopt door.] 47… fxg4 48. Tg1

48… e4! Nunn speelt het heel handig! 49. Txg4+ Kh7 50. Tg7+ [Het is duidelijk dat zwart op 50. Txe4 het gemene paardvorkje 50… Pd2+ had klaarliggen.] 50… Kxh6 51. Txe7

Er dreigt nog geen Txe4, maar wel na Kb1-a2 dus zwart moet iets doen. 51… e3 52. Tc7 Dit had wit voor ogen toen hij tot zijn 47ste zet besloot. Het paard kan zijn trotse positie op c4 niet handhaven. Daarmee lijkt wit alles losgeweekt te hebben. Maar Nunn blijkt een soort tovenaar te zijn. 52… Pe5! Het paard maakt mooie sprongen. Het waarom van deze paardzet wordt snel duidelijk. 53. Tc3? Timman trapt in de val die de Engelsman gespannen heeft. [Wit moet genoegen nemen met een remise door herhaling van zetten. 53. Te7 Pc4 54. Tc7]

53… Pf3! Deze truc heeft Timman gemist. 54. Kxb2 [Wit wordt opnieuw het slachtoffer van een paardvork na 54. Txe3 Pd2+ 55. Kxb2 Pc4+ Dat het dan nog remise is, was erg lastig vooruit te zien. 56. Kb3 Pxe3 Wits strategie is om met zijn koning naar de zwarte a-pion te lopen. Wil zwart kans maken ergens op, moet hij de pion van ‘achteren’ met het paard dekken, dus op veld c8. Als wit het paard wil verdrijven, gaat de pion ervan door. Ondertussen moet wit ervoor zorgen dat zijn eigen c-pion ver genoeg is om gelijktijdig dame te kunnen halen. Voor zover ik het kan zien, moet dat (weliswaar op het nippertje) lukken. 57. c4 Kg6 58. Kb4 Pf5 59. c5 Pe7 60. Kb5 Kf6 61. Ka6 Pc8 Zoals gezegd is de strategie om de pion van achteren te dekken, maar de witte c-pion is ver genoeg voor de remise en de zwarte koning te ver af. 62. Kb7 a5 63. Kxc8 a4 64. c6 a3 65. c7 en beide partijen halen een dame.] 54… e2 55. Txf3 Timman had voorzien dat deze stelling nog altijd remise is, vanwege de vesting. Het verschil met het eerste diagram is wel dat zwart er nog een a-pion bij heeft en dat biedt natuurlijk kansen. Nunn gaat daarom door. [Hetzelfde gold voor 55. Te3 e1D 56. Txe1 Pxe1 57. Kb3 en de variant verloopt ongeveer op dezelfde manier als eerder.] 55… e1D

Deze stelling is theoretisch remise. Maar Nunn gaat het natuurlijk proberen. 56. Ta3 Db4+ 57. Ka2 Dc5 58. Kb2 Kg5 59. Tb3 Kf4 60. Td3 Ke4 61. Ta3 a5 62. Td3 a4 63. Ta3 Dat is een van de redenen dat de stelling remise is: wit heeft dit veld ook waar de toren gedekt staat. 63… Db4+ 64. Ka2 Kd5 65. Td3+ Kc5 66. Ta3 Dc4+ 67. Kb2 Kb4

Langzaam maar zeker heeft zwart de stukken waar hij ze wil hebben; maar de stelling is en blijft remise. 68. Td3 De4 Nog altijd is er niets aan de hand, maar nu moet wit het wel goed doen. 69. Ka2?? Dat is nu net de enige zet die verliest. [69. Ta3! is bijvoorbeeld afdoende.]

69… a3! En nu verliest wit de pion. Het eindspel van dame tegen toren is gewonnen. Hoe dat moet is weer een ander verhaal! [Een voorbeeld: 69… a3 70. Tb3+ [70. Kb1] 70… Kc4 71. Td3 [71. Txa3 Dxc2+ 72. Ka1 is theoretisch verloren.] 71… De2 72. Kb1 a2+] 0-1

Dit fragment via de viewer:

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die hij op Schaaksite heeft gezet.

5 Comments

  1. Avatar
    Hendrikom oktober 28, 2011

    "er dreigt nog geen Txe4, maar wel na Kb1-a2" lijkt me niet te kloppen. Na Kb1-a2 en Txe4 volgt immers b2-b1+ en een paardvork?

  2. Avatar
    HermanGrooten oktober 28, 2011

    Je hebt natuurlijk gelijk, het paard is voorlopig ‘onkwetsbaar’.

  3. Avatar
    Johan Hut oktober 28, 2011

    Timman-Nunn: ik dacht, als wit nou eens de toren geeft en heel hard naar de a-pion rent? Helemaal geanalyseerd, maar pas toen zag ik dat je dat zelf ook schreef. Toch nog maar even mijn varianten, anders heb ik het voor niets gedaan:

    54.Txe3 Pd2+ 55.Kxb2 Pc4+ 56.Kb3 Pxe3 57.Kb4 Pd5+ 58.Kb5 Pe7 59.Ka6 Pc8 60.c4! Kg6 61.c5 Kf6 62.Kb7 a5 63.Kxc8 a4 64.Kd7 remise

    Zelfde truc:

    59…Pc6 60.Kb5 a5 61.c4! Kg6 62.c5 Kf6 63.Kxc6 a4 64.Kd7 remise

    Beter lijkt voor zwart:

    58…Pc7+ 59.Kc6 a5 (59…Pe6 60.Kb5) 60.Kc5 Kg6 61.Kc4 Kf5 62.Kb3 ongelofelijk, maar deze trage omloop levert ook remise op.

    We komen dus tot dezelfde conclusie. Op het moment dat zwart Pc8 speelt ga je tellen en zie je dat de c-pion te laat komt. Totdat het tot je doordringt dat je die c-pion alvast kunt opspelen, omdat zwart niet kan bewegen.

    De laatste variant vind ik heel grappig, ook daar zie je dat paard en a-pion niet kunnen bewegen. Ik heb het zonder computer gevonden en dat kon ook niet anders. Na afloop wel gecontroleerd: in mijn laatste variant geeft mijn trage computer zelfs na 62.Kb3 nog -0,16 dus zwart iets beter. Voor eindspelen heb ik niets aan mijn computer. Inmiddels heb ik wel een snellere gekocht en dan moet ik Fritz ook maar eens updaten.

  4. Avatar
    Johan Hut oktober 28, 2011

    Misschien was die derde variant wel de reden dat Timman het niet aandurfde. Na 58…Pc7 is het moeilijk te geloven dat wit nog remise kan maken. Ik wilde er eerst ook niet naar kijken, maar dacht: toch maar even doen.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.