Gespot 29: Wie is de baas?

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders. In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen.

Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.


Sinds Kasparov zich teruggetrokken heeft uit de actieve toernooiarena is niet helemaal duidelijk wie ‘de baas’ is. Magnus Carlsen voert al tijden lang de ranglijst aan, maar de verschillen met de concurrentie zijn klein. Daarbij is hij geen wereldkampioen, omdat hij zichzelf om principiële redenen buitenspel heeft gezet. Veel mensen zijn misschien vergeten hoe Karpov en Kasparov heersten toen zij op de hoogste troon zaten. In de tien jaar tijd dat Karpov wereldkampioen was, won hij vrijwel elk toernooi waaraan hij deelnam. Kasparov deed hetzelfde zelfs in de vijftien jaar daarna. De toernooien waar zij niet met de eerste prijs naar huis gingen zijn op de vingers van een hand te tellen. Vooral in de periode dat Kasparov ‘aan de macht’ was, werd hij met ontzag benaderd. Ook na afloop van de partij had hij het hoogste woord en aangezien hij ook zo verschrikkelijk veel gezien had, was het moeilijk om hem daarin te overtroeven.

Ik heb ‘The Boss’ een paar keer van nabij mee mogen maken bij de post mortems. De kracht waarmee hij met de stukken smeet gecombineerd met verbaal geweld kwam in de buurt van wat Fischer ooit zei dat het doel van het spel was om ‘ego’s te knakken’. Deze bepaald niet prettige eigenschap vertonen meerdere sterkere schakers. Kennelijk vind men het nodig om na afloop de nederlaag bij de tegenstander nog eens flink in te peperen zodat er een psychologische voorsprong voor de volgende keer genomen kan worden. Toen Fischer de belangrijke kandidatenmatch van Petrosian had gewonnen, waardoor hij zich uitdager van wereldkampioen Spassky mocht noemen, doet het verhaal de ronde dat Petrosian na afloop als een gebroken man van de trappen afkwam. Hij had nog nooit zo vaak achter elkaar verloren en daarmee was zijn ego geknakt. Het is duidelijk dat hij nooit meer de oude is geworden naderhand.

Zelf was ik ooit toeschouwer bij de tweekamp tussen Kasparov en Timman (zie foto’s Jos Sutmuller) die in 1985 in Hilversum door de KRO werd georganiseerd. Het was een ware schaakhappening, zoals je die tegenwoordig zelden nog ziet. Vele mensen vereerden Hilversum met een bezoekje om te zien hoe onze belangrijkste vertegenwoordiger het zou doen tegen de wereldkampioen. Timman was destijds absolute wereldtop, hij stond na Kasparov en Karpov derde op de wereldranglijst. Het werd een desillusie, Kasparov won met 4-2. Gelukkig slaagde Timman er eenmaal in om de wereldkampioen op de knieën te krijgen. En daarmee werd de grote mond ook voor eenmaal gesnoerd.

In de andere partijen leek het een soort eenrichtingsverkeer te worden. Timman speelde graag het Dame-Indisch met zwart en daarin koos hij – zijn stijl getrouw – voor de meest principiële en scherpe voortzetting die er toen was. Deze partijen interesseerden mij hogelijk aangezien ik de variant met zwart ook graag zo speelde. De strijd spitste zich toe op de vraag of wit genoeg compensatie zou krijgen voor zijn slechte pionnenstructuur. Zwart verwaarloosde zijn ontwikkeling, gooide de eigen koning vrijwillig open, in de hoop om later in de partij gebruik te kunnen maken van de vele zwakke velden in het witte kamp. Dat is tegen Kasparov natuurlijk de kat op het spek binden. De wereldkampioen had een paar zeer venijnige nieuwtjes klaarliggen, waar Timman tijdens de partijen meestal het antwoord op schuldig moest blijven. Niettemin blijkt dat nu anno 2012 Timman achteraf gezien waarschijnlijk toch gelijk heeft gekregen met zijn opzet. In een partij Bacrot-Topalov uit 2010 volgt de Bulgaar Timmans voorbeeld en hij toont aan dat zwart na de opening zeer bevredigend staat; hij mist later een opgelegde winst.

In de zesde partij in Hilversum komt Kasparov met een positioneel stukoffer dat Timman achter het bord niet adequaat weet te bestrijden. Na afloop pochte Kasparov tegen de aanwezigen journalisten dat hij nog meer stukoffers in de studeerkamer had bedacht in deze variant, maar dat hij de meest onschuldige tegen Timman op het bord gebracht. Over ego-knakkerij gesproken…

Hieronder mijn analyse van deze opmerkelijke partij.

Kasparov, Garry – Timman, Jan, Hilversum KRO 1985 (zesde matchpartij)

1. d4 Pf6 2. c4 e6 3. Pf3 b6 4. Pc3 Lb4

Hierdoor ontstaat een soort overgang naar een Nimzo-Indisch-achtige stelling, waar Timman een grote voorkeur had.

5. Lg5 Lb7 6. e3 h6 7. Lh4 g5

De ‘harde’ aanpak. Zwart verzwakt vrijwillig zijn koningsstelling om grote invloed in het centrum te krijgen.

8. Lg3 Pe4 9. Dc2 Lxc3+ 10. bxc3 d6 11. Ld3 f5

Zwart hoopt zijn mooie paard op e4 te kunnen handhaven, maar de strijd verhardt zich hierna. [Een belangrijk alternatief is 11… Pxg3 maar dan verliest zwart de strijd om het centrum.]

12. d5

Wit ‘knipt’ de verbinding tussen de loper op b7 en het paard op e4 door.

12… Pc5

Dit was indertijd de kritieke zet, maar het is duidelijk dat de paardzet wat onnatuurlijk is. Zwart doet een zet met een stuk dat al ontwikkeld is en ondertussen wordt de rest van zijn ontwikkeling verwaarloosd. [Tegenwoordig weten we dat 12… Pa6 de juiste voortzetting is voor zwart. In een partij Bacrot-Topalov (te vinden in de viewer met commentaar uit de Megadatabase van Chessbase) voegde de zwartspeler daar even later zelfs nog een belangrijk nieuwtje aan toe, waardoor nu blijkt dat Timman indertijd een uitstekend gevoel had hierover. Het is bekend dat wit met 13. Lxe4 fxe4 14. Dxe4 Df6 een pion kan winnen, maar de stelling is geen probleem voor zwart: remise is daarna de meest waarschijnlijke uitslag.]

13. h4

Een belangrijke inlassing, omdat daarmee de zwarte velden op de koningsvleugel worden aangetast.

13… g4 14. Pd4 Df6 15. O-O Pxd3

Op zich een mooi succesje voor zwart. Hij heeft een mooie loper van wit onschadelijk gemaakt.

16. Dxd3 e5

Dit is bedoeld als een tijdelijk pionoffer. Het voordeel van de zet is dat wits loper op g3 voorlopig op non-actief wordt gezet.

17. Pxf5

Zwart offert (tijdelijk) een pion omdat hij ervan uitgaat da zijn prachtige structuur voldoende compensatie biedt.

17… Lc8

18. Pd4!

Tegen Kasparov kun je natuurlijk op je vingers natellen dat hij iets klaar heeft liggen. Het is een bizar paardoffer waar wit positionele compensatie voor terugkrijgt. Die bestaat voornamelijk uit het sterke pionnencentrum en de onveilige zwarte koningspositie. Daar komt nog bij dat zwarts ontwikkeling ook sterk achterloopt, hetgeen voor Kasparov genoeg argumenten zijn om zich hierop in te laten. [De normale zet is natuurlijk 18. e4 maar na 18… Lxf5 19. exf5 Pd7 ooit gevolgd door een toren naar f8 waarmee zwart pion f5 herovert, staat zwart fantastisch.]

18… exd4 19. cxd4 Df5

Dat ziet er merkwaardig uit; Timman wil e3-e4 uitlokken, hoewel dat tot wits plan behoort. [Een andere mogelijkheid is 19… Pd7 dat na 20. e4 Dg6 21. Dc3 tot een soortgelijke stelling als in de partij leidt.]

20. e4 Dg6 21. Dc3 O-O 22. Tfe1 Pd7

Hij kon deze stelling dus met een tempo meer krijgen.

23. e5 Lb7 24. Te3

[Een mogelijkheid lijkt mij ook 24. a4 waarmee wit zwart volgende zet rigoureus verhindert.]

24… b5!?

De thematische manier om het witte pionnenbolwerk aan te tasten. Het laat echter ook het nodige toe.

25. Da5! Pb6 26. Dxb5 Dc2

Hier heeft Timman zijn zinnen op gezet: de aanval op de witte velden is ingezet.

27. exd6 cxd6

28. Te7!

Maar Kasparov komt nu over de zwarte velden binnen.

28… Tf7 29. Txf7 Kxf7 30. c5 Dc4 31. Db1

Allemaal even gepointeerd, na dameruil staat zwart vrijwel zeker op winst.

31… Dxd5 32. Dh7+ Kf6

De koning blijft op onveilige velden, heel vervelend, vooral als je tegen een aanvalskunstenaar als Kasparov zit te spelen.

33. Dxh6+ Kf7 34. Df4+ Kg8

De koning mag natuurlijk nooit naar de e-lijn omdat dan de toren met schaak erbij komt.

35. Dxg4+

Maar daardoor plukt wit de ene na de andere pion van het bord en ondertussen kan hij ook het dreigende mat op g2 bezweren.

35… Kh7 36. Lf4

Wit moest natuurlijk ook rekening houden met … Tg8, vandaar deze loperzet.

36… Lc8?

Na deze zet gaat het hard. [Relatief het beste is 36… dxc5 37. Te1! Dxg2+ 38. Dxg2 Lxg2 39. Kxg2 cxd4 maar ook dan zal zwart het loodje leggen.]

37. Dg3 dxc5

Nu gaat het zelfs heel hard. [Maar ook 37… Pc4 38. Te1 Le6 39. Dd3+ Df5 40. Dxf5+ Lxf5 41. Te7+ is geen lolletje voor zwart.]

38. Te1 Df7 39. Dg5 Pd5 40. Dh6+ Kg8

41. Te5

De witte stukken zijn allemaal op het strijdtoneel verschenen waardoor grote materiële verliezen niet meer te voorkomen zijn.

1-0

Deze partij en nog meer partijen met deze openingsvariant via de viewer:

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die hij op Schaaksite heeft gezet.

2 Comments

  1. Avatar
    MvanLeeuwen januari 03, 2012

    Bij mijn weten is Topalov nog steeds Bulgaar (geen Hongaar).

    Met vriendelijke groet.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.