Begrijp wat u doet: Wolgagambiet 1

Wolgagambiet-structuren 1

Basisplannen Wolga-gambiet

De oorspronkelijke naam van de opening is het Wolga-gambit, genoemd naar de rivier de Wolga als gevolg van een artikel over 3 … b5? door B. Argunow dat werd gepubliceerd in het tweede nummer van 1946 van het tijdschrift Schachmaty in de USSR. De term wordt nog steeds veel gebruikt in de Russische literatuur. Omdat in de jaren ’60 de Amerikaan Pal Benko (zie foto Wikipedia, waar hij voor een demobord met ‘zijn’ opening staat) deze opening met succes begon te spelen en zijn bevindingen ook publiceerde, heeft de opening – vooral bij de Engelssprekende schakers – zijn naam (Het Benkögambiet) meegekregen.

Net zoals we met de Benoni hebben gedaan gaan we ons oriënteren op de belangrijkste basisideeën die deze openingsvariant met zich meebrengt. We maken opnieuw een splitsing tussen strategische en tactische ideeën.

Strategische ideeën

Het Wolgagambiet is een prachtig systeem voor spelers die van actief spel houden. Als je tactisch handig bent, is het misschien een aanrader om tegen 1. d2-d4-openingen te spelen. Door de druk die zwart uitoefent op de damevleugel, komt er de nodige tactiek om de hoek kijken. Tegelijkertijd ontwikkel je ‘spelenderwijs’ je strategisch inzicht; het gaat er tenslotte wel om dat je je stukken naar de goede velden weet te manoeuvreren.

Na de openingszetten 1. d4 Pf6 2. c4 c5 3. d5 brengt zwart met 3… b5 4. cxb5 a6 5. bxa6 een pionoffer op lange termijn.

Dit is de uitgangsstelling van de hoofdvariant waarin wit het pionoffer aanneemt.

De compensatie voor het pionoffer kunnen we grotendeels als volgt formuleren:

  • Zwart beschikt over een ontwikkelingsvoorsprong;
  • De kwetsbare pionnen op a2 en b2;
  • Wits problemen om zijn ontwikkeling te voltooien door de druk die zwart uitoefent op zijn damevleugel;
  • De moeilijkheid voor wit om spel te creëren (bijvoorbeeld door het centrum met e4-e5) vanwege de actieve stand van de zwarte stukken.
  • Al met al een interessant systeem dat door diverse topspelers met zwart is gespeeld.

    Zwarts plan om te ontwikkelen

    In het volgende schematische diagram zien we duidelijk in kaart gebracht wat zwart meestal voor ogen heeft over hoe hij zijn stukken wil ontwikkelen. Met torens op de a- en de b-lijn oefent hij (zware) druk uit. De loper op g7 ondersteunt van afstand al deze operaties, terwijl ook de zwarte dame de helpende hand uitsteekt. De positie van de dame hangt overigens af van welke opstelling wit gaat innemen (zie diagram 1).

    Diagram 1

    Diagram 2

    Hier zien we dat het voor wit in de praktijk niet eenvoudig is om zelf iets te ondernemen. Zo zal hij in de toekomst graag met e2-e4 het centrum willen bezetten om ooit tot e4-e5 te komen. Door de sterke loper op a6 moet hij veel voorbereidingen treffen. Komt hij eindelijk tot de zet e2-e4, dan ontstaat er ook een gat in het witte kamp: veld d3. Met … c5-c4 gevolgd door … Pd7-c5 kan zwart proberen daar gebruik van te maken.

    Gunstige eindspelen

    Door de druk die zwart uitoefent op de damevleugel is het niet denkbeeldig dat hij een pion terugwint. Een mogelijk eindspel zal in veel gevallen erg gunstig kunnen uitpakken, vooral vanwege de sterke pion op c5, zoals in het volgende diagram getoond wordt (zie diagram 2).

    Doordat de b-pion is gesneuveld, heeft zwart nu een gedekte vrijpion op c5. De witte vrijpion is in veel gevallen van weinig betekenis omdat hij geblokkeerd kan worden en dan alleen nog maar zwak blijft (zie diagram 3).

    Diagram 3

    Diagram 4

    In een dergelijk type stelling mag zwart – zelfs met een pion minder – naar een eindspel afwikkelen met … Db6-b3! Door de grote druk die zijn stukken uitoefenen, kan wit nog altijd nauwelijks een ‘poot bewegen’. De witte stukken kunnen zich vrijwel niet ontplooien.

    Het opbergen van de witte koning

    In het spel van wit hangt veel af van hoe wit zijn koning gaat opbergen, vandaar de wat cryptische subkop boven deze paragraaf. In de praktijk duiken een paar opties op (zie diagram 4):

    • Met de korte rokade: Wit speelt g2-g3, Lf1-g2 en rokeert.
    • Wit geeft de rokade op door e2-e4 te spelen waarmee hij de ruil toelaat met … La6xf1, Ke1xf1. Vervolgens heeft hij verschillende manieren om een plek voor zijn koning te vinden:

      Met g2-g3 gevolgd door Kf1-g2 kan de koning naar g2, waarna de toren van h1 in het spel gebracht kan worden. Het nadeel hiervan schijnt te zijn dat de koning soms onveilig kan komen te staan. Er worden nogal wat witte velden verzwakt en de koning staat kwetsbaar op de lange diagonaal.

    • Ambitieuze spelers kiezen zelfs voor g2-g4, dan de koning naar g2, gevolgd door h2-h4.

      Met h2-h3 gevolgd door Kf1-g1-h2 wordt de koning naar h2 getransfereerd. Dit duurt een zet langer, maar het voordeel hiervan is dat de koning iets veiliger staat en dat de stereotiepe paardmanoeuvre Pf6-g4 uit de stelling gehaald is.

    Centrale doorbraak met e4-e5

    Een van de belangrijkste plannen voor wit is het doorzetten van e2-e4-e5. De voornaamste bedoeling is om de pionnenstructuur bij zwart te verzwakken (bijvoorbeeld door e5xd6, of ook e5-e6). Als wit e4-e5 eenmaal heeft doorgezet kan zwart doorgaans niet antwoorden met … d6xe5 omdat hij daarmee pion c5 zijn natuurlijke dekking ontneemt (zie diagram 5).

    Bijkomstigheid is dat wit na e4-e5 ook de diagonaal van de loper op g7 afsluit.

    Strijd om de controle van e5

    Dit brengt ons op het belangrijke gevecht dat in het middenspel veelal gevoerd wordt: het gevecht om de controle van veld e5 (zie diagram 6).

    Diagram 5

    Diagram 6

    Een van de ‘standaardmanoeuvres’ voor zwart is (zoals al eerder opgemerkt) om te werken met de paarduitval … Pf6-g4 gevolgd door … Pg4-e5 of … Pd7-e5. Daarmee beoogt zwart niet alleen om de actie van wit (e4-e5) te verhinderen, maar ook om mogelijkerwijs gebruik te maken van de velden d3 of c4. Met een loper op a6 (of een dame) is veld d3 van afstand gedekt waardoor het zwarte paard hinderlijk binnen zou kunnen komen op d3. In veel gevallen zie je dat wit een tempo spendeert met h2-h3 om … Pf6-g4 onmogelijk te maken.

    Spel op de velden c4, d4 of d3

    Bovengenoemde bespiegelingen hebben direct betrekking op een van de belangrijkste plannen die zwart in de stelling heeft: het spelen op de velden d3 of c4 (zie diagram 7).

    Diagram 7

    Als zwart erin geslaagd is een paard op e5 te krijgen (nadat wit zijn pion van e2 op e4 heeft gezet), kan hij soms proberen gebruik te maken van de zwakte van veld d3. Dat kan het mooiste met … Db6-a6 waarna het paard op d3 naar binnen kan springen. Een andere, wat meer rigoureuze aanpak is door op het juiste moment … c5-c4 te spelen, gevolgd door … Pe5-d3. Het nadeel van deze pionzet is wel dat wit veld d4 in handen krijgt, waardoor ook Pf3-d4-c6 tot de mogelijkheden gaat behoren.

    In veel stellingen kan zwart ook de druk opvoeren door een paard naar c4 om te spelen. Dat kan vanaf e5 daar komen, maar ook (wat logischer is) via b6. Vanaf veld c4 valt het paard b2 aan, waardoor wit voor het blok gezet wordt. Na een eventueel b2-b3 gaat de lange diagonaal open en daar valt wellicht op het tactische vlak gebruik van te maken.

    Geraadpleegde bronnen:

    – ‘Mastering the Modern Benoni and the Benko Gambit’ van Robert Bellin & Pietro Ponzetto.

    – Megadatabase van Chessbase

    De uitgangsstelling van het Wolgagambiet via de viewer:

    Reageren? Stuur een e-mail naar .

    (wordt vervolgd)

    Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.