Gespot 47: Nog een laatste groet aan Leon Pliester

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders. In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen.

Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.


Onlangs overleed Internationaal Meester Leon Pliester. Hij is al de zoveelste generatiegenoot die er niet meer is. Vorig jaar overleed mijn goede schaakvriend Huub van Dongen (voor wie ik nog een In Memoriam heb geschreven) en een paar geleden IM Johan van Mil. Eerder wijdde Johan Hut al een uitgebreid artikel aan Leon Pliester.

Pliester was een stuk ouder dan ik, maar desondanks kregen we toch betrekkelijk vaak met elkaar te maken. Hoewel ik hem als Amsterdammer had ontmoet, bleek dat hij toch zuidelijke roots had. Zo heeft hij jaren aan een hoog bord van de Eindhovense schaakvereniging gespeeld, de club waar ik later ook lid van werd en waarin ik de nodige successen zou boeken. Afkomstig uit Dommelen, vlakbij Valkenswaard dat onder de rook van Eindhoven ligt, nam hij deel aan Brabantse jeugdkampioenschappen. Net als Leon was ik een betrekkelijke laatbloeier en in de dagen dat hij aan deze kampioenschappen deelnam, was ik nog een volkomen anoniem toeschouwer. Mijn leermeester Huub van Dongen – die me vaak naar toernooien meenam – zei ooit nadat hij van Pliester had verloren: “Ik moest tegen een gast met van die bolle ogen en een merkwaardige snor, maar voor ik het wist, lag ik eraf!”

Pliester bleek toen al een behoorlijk sterke schaker te zijn, die echter door een paar duidelijke zwaktes in zijn spel toch nog jarenlang moest wachten eer hij eindelijk tot het gilde van Internationaal Meesters kon doordringen. Dat kwam onder meer ook omdat hij zich grotendeels had gestort op zijn psychologiestudie, waardoor het schaken wat op het tweede plan kwam.

In de tijd dat ik me begon te mengen in de landelijke schaakarena, werd ik als jonge twintiger meermalen uitgenodigd voor zogenaamde subtoptrainingen. In mijn tijd was er een betrekkelijk sterke lichting die relatief weinig training had gehad en dus zeer gemotiveerd naar deze trainingsweekeinden kwam. In een van deze trainingskampen kreeg ik ook te maken met Leon Pliester die eigenlijk al te oud was om hiervoor uitgenodigd te worden. Maar met de voor hem gebruikelijke humor had hij de KNSB-bestuurders ervan weten te overtuigen dat hij eigenlijk nog maar een jeugdspeler was omdat hij zeven jaar aan zijn studie had gewijd en dat dat weggegooide jaren waren, omdat hij met zijn vak toch geen baan kon vinden!

Veel later heb ik met Pliester samengewerkt aan een boek dat hij over het Nimzo-Indisch ging schrijven. Hij was benaderd om voor uitgeverij Het Spectrum een van de deeltjes van Euwe te herzien. Omdat ik hem in de halve finales voor het Nederlandse Kampioenschap in een memorabele partij met zwart in deze opening had verslagen, vroeg hij mij of ik hieraan mee wilde werken. Daar had ik wel oren naar, omdat ik net bezig was het Nimzo- en Dame-Indisch op mijn repertoire te zetten. Pliester had echter een verkeerde indruk van mij. Hij dacht dat ik veel wist van dit systeem, maar toen wij met onze samenwerking begonnen, kwam hij erachter dat ik vrijwel geen parate kennis had. Dat was ook een belangrijk verschil in de manier waarop we dit project wilden benaderen. Pliester wilde zich graag houden aan de oorspronkelijke opdracht: het boek van Euwe herzien. Hij wilde niet zoveel veranderen aan de structuur van het oude boek: een opsomming van varianten die in een soort boomdiagram steeds dieper werden onderverdeeld. Als aankomend schaaktrainer wilde ik een heel ander boek schrijven, een boek dat gebaseerd was op instructieve partijen, verbale uitleg, stereotiepe tactische wendingen en typische eindspelen. Pliester vond deze invalshoek heel interessant en we besloten onafhankelijk van elkaar elk aan een eigen hoofdstuk te beginnen. Mijn eerste domein was de Hübnervariant (die ontstaat na 1. d4 Pf6 2. c4 e6 3. Pc3 Lb4 4. e3 c5 5. Ld3 Pc6 6. Pf3 Lxc3+ 7. bxc3), die mij mateloos intrigeerde. In de sessies waarin we bij elkaar kwamen (we pendelden beiden tussen Eindhoven en Amsterdam heen en weer) probeerden we beide benaderingen met elkaar te integreren. Zo heb ik nog twee andere hoofdstukken uitgewerkt, maar omdat Pliester toch erg graag de “variantenboom” wilde laten prevaleren boven de uitgebreide strategische uitleg die ik voor ogen had, heb ik op een gegeven moment besloten om me terug te trekken uit dit project. Dat ging overigens in volledige onderlinge harmonie. Ik respecteerde zijn gedachte dat hij de uitgever op zijn wenken wilde bedienen, maar deze gang van zaken lag mij helemaal niet. Pliester daarentegen was een groot analyticus en mede daardoor zag het boek toch binnen afzienbare tijd het levenslicht. Tenminste dat was de bedoeling, maar helaas ging de uitgever failliet! Wat een pech, wat een werk had hij erin zitten. Het voorschot had hij voor een groot gedeelte wel gehad, daar had hij mij ook mee betaald, maar het boek zou nooit in de boekhandel komen te liggen.

We kwamen toen op het idee om het boek in de Engelse taal uit te brengen. Pliester vond dat ik mijn naam ook als auteur moest vermelden, maar ik zag daarvan af omdat ik vond dat hij toch wel het leeuwendeel had gedaan. Hij vroeg mij of ik een schaker kende die het Engels als moerstaal had. Toevallig kende ik inderdaad iemand in Brabant die bereid was deze klus voor een acceptabel bedrag te gaan doen. Dat liep uit op een eerste klas drama. Niet alleen omdat we indertijd nog met simpele computers en floppy disks zaten te werken. De medewerker bleek op papier niet zo vaardig te zijn als hij verbaal leek te zijn. Er werden deadlines overschreden, disks raakten zoek en zo waren er nog een paar tegenvallers. Alles had ook nog te maken met schermutselingen in het persoonlijke leven van deze medewerker. Uiteindelijk slaagde Pliester erin om zijn ‘levenswerk’ toch aan de man te brengen via Yvette Nagel en Yasser Seirawan. De Amerikaanse grootmeester, die ook in Amsterdam woonde, wilde het boek wel uitgeven via zijn tijdschrift Inside Chess en zo geschiedde. Achteraf hebben Leon en ik er nog hartelijk om gelachen, maar destijds kreeg hij er al grijze haren van.

Tot slot nog een aardige anekdote die ik de lezer niet wil onthouden. Op een van vele schaakreizen, waarin Pliester een van de medepassagiers was die in mijn auto meeging, belandden we in Lugano in Zwitserland waar een prachtig open toernooi werd gespeeld. Daar klopten wij met een man of zes aan bij een hotel. Ze hadden geen een- of tweepersoonskamers meer over, maar wel een hele grote met maar liefst zes tot acht bedden. Een soort slaapzaal dus. Als een stelletje jonge honden namen wij daar genoegen mee. Als ik me goed herinner lagen we toen met zijn zessen op een kamer. Pliester had erg veel last van zijn keel – door het slechte weer in Amsterdam opgelopen – en de huisarts had hem geadviseerd om rauwe uien te eten en dat een weekje vol te houden. In de auto hadden sommigen al last van onfrisse adem, maar op de hotelkamer begon de uiengeur zich te verspreiden. Pliester zag er zelf wel de humor van in, want hij zag steeds meer landgenoten op de kamer hun bedden verplaatsen zodat hij als een soort koning een groot gedeelte van de kamer aan het opeisen was, terwijl anderen hutje mutje aan de andere kant moesten bivakkeren. Als psycholoog zag hij ook in dat je van een zwakte een wapen kon maken. De uiengeur die over het bord walmde, zal menig tegenstander de stuipen op het lijf hebben gejaagd! Pliester kwam met een goed resultaat thuis, of het met elkaar te maken had…?

Dat hij goed kon schaken blijkt uit diverse partijen die hij won van sterke spelers. Een aantal van de overwinningen die hij boekte op hogere ratinghouders, heb ik hieronder bij elkaar gezet. De meest opmerkelijke is de klinkende overwinning die hij met zwart boekte op de latere Russische kampioen Alekseev.

Alekseev-Pliester via de viewer:

Hoewel onderstaande partij niet past in het eerbetoon aan een hoogst origineel speler, heb ik me er toch mee verzoend om de volgende partij te publiceren. Een andere goede schaakvriend van Pliester, Piet Peelen, heeft me ervan overtuigd om de partij aan een groter publiek te laten zien. Het is misschien wel een van mijn beste partijen ooit, die ook de schoonheidsprijs kreeg toegekend. Peelen zei dat voor een goede partij twee spelers nodig zijn en dat Leon de laatste zou zijn om mij ervan te weerhouden deze partij te tonen. Onze confrontatie speelde zich af in de tweede ronde van de halve finales voor het Nederlands Kampioenschap. Later wist ik mij, mede door deze overwinning, als een totale outsider te plaatsen voor het NK in Leeuwarden.

Pliester, Leon – Grooten, Herman, Eindhoven 1980.

1. d4 Pf6 2. c4 e6 3. Pc3 Lb4

Het was in die tijd dat ik net begonnen was het Nimzo-Indisch en Dame-Indisch in mijn repertoire op te nemen. Ik had er destijds niet veel kennis van en ook vrij weinig ervaring mee, maar dat het speltype me wel lag, werd in de loop van de jaren duidelijk.

4. Lg5

Deze variant was toen al nieuw voor me, hoewel ik wel de basisideeën kende.

4… h6 5. Lh4 c5 6. d5 Lxc3+ 7. bxc3

7… e5

Achteraf gezien wat onnauwkeurig. 7… d6 is hier de hoofdvariant, maar die komt soms op hetzelfde neer. Met de tekstzet geeft zwart zijn tegenstander onnodig een extra mogelijkheid.

8. e3

8. d6! is volgens Van der Poel een betere kans.

8… d6 9. Ld3 Pbd7

9… e4!? is ook interessant. Ik wilde dat liever niet spelen omdat zwart daarmee de zwarte velden opent voor wits loper op h4.

10. f3

Pliester stelt de ontwikkeling van het paard uit. De normale zet is hier 10. Pe2.

10… O-O 11. Ph3?!

Een vreemde keuze voor de paardontwikkeling, het paard staat hier niet zo goed.

11… Da5 12. Dc2

12… b5!

Zwart grijpt het initiatief.

13. e4

13. Lf5!? bxc4 14. e4.

13… bxc4 14. Lxc4 Pb6 15. Le2 g5 16. Lf2?!

Wit kan een stuk offeren en daar drie pionnen voor terugkrijgen. Maar dat loopt na 16. Pxg5 hxg5 17. Lxg5 Ph5 18. Le7 Te8 19. Lxd6 Pf4! niet goed voor hem af.

16… Pa4 17. Kd2

17… g4!?

De juiste voortzetting, maar ik was me niet bewust van de gevaren die ik over mezelf afroep. Ook interessant is 17… Tb8!? Pliester speelde nu razendsnel

18. Lh4!

Oeps, niet gezien. Maar gelukkig pakt het allemaal goed uit voor mij. De bedoeling was 18. fxg4? Pxc3! Terwijl wit na 18. Pg1? Tb8 ook bedrogen zou uitkomen.

18… gxh3

Interessant is ook 18… Pxd5!? om na 19. exd5 Lf5! 20. Ld3 Lxd3 21. Dxd3 gxh3 te spelen met beter spel voor zwart, maar wel een zeer chaotische stelling.

19. Lxf6 hxg2 20. Thg1 Lh3

Natuurlijk dekt zwart zijn mooie doorgebroken pion op g2.

21. Lc4?

Dat dit een fout is, was moeilijk vooruit te zien. Noodzakelijk was 21. Lf1! Kh7 [21… Tfb8? 22. Lxg2 Tb2 23. Lxh3+ Kf8 24. Dxb2 Pxb2 25. Tg7 en nu moet zwart remise door herhaling van zetten afdwingen: 25… Pc4+ [Vooral niet 25… Da6?? vanwege 26. Tag1 Dd3+ 27. Kc1 Dxc3+ 28. Kb1 Dd3+ 29. Ka1! en wit geeft mat.] 26. Kd3 Pb2+ 27. Kd2 Pc4+ 28. Kd3 Pb2+] 22. Lxg2 Lxg2 23. Txg2 Tg8 24. Tag1 Tg6 25. Txg6 fxg6 26. Tb1 Pb6 27. Le7 Da6! en de kansen lijken in evenwicht na 28. Ke1!

21… Tfb8 22. Lb3 Pb6 23. Kd1?!

Objectief gezien niet juist, maar er dreigt plotseling zowel Txg2 als Df2 gevolgd door Dg3+. Dat was dus de bedoeling van het wegspelen van de loper, iets wat ik natuurlijk ook niet had zien aankomen.

23… Pd7?!

Het paard lijkt precies op tijd bij de verdediging teruggekeerd te zijn, maar er was beter! Zwart had de dreiging kunnen negeren met 23… c4! 24. Txg2+ Kf8! en de witte tegenaanval komt niet van de grond. Bijvoorbeeld: 25. Dd2 Lxg2 26. Dxh6+ Ke8 de zwarte koning komt gewoon in veiligheid. Dit zijn allemaal varianten die achter het bord heel lastig te berekenen zijn.

24. Le7?!

Hij zet niet door en dat is mijn geluk. Nu had hij door moeten zetten en dan zou de partij in evenwicht gebleven zijn. 24. Txg2+ Lxg2 25. Dxg2+ Kf8 26. Dg7+ Ke8 27. Dg8+ Pf8 Zo had ik het ook berekend. 28. Tc1 en hoewel zwart de kansen heeft, zijn de witte kansen ook niet te onderschatten. Zo kan hij misschien ooit een toren op de g-lijn krijgen. 28. Lg7 Ke7!

24… Kh7

Ook met 24… c4!? 25. Txg2+ Lxg2 26. Dxg2+ Kh7 was zwart beslissend in het voordeel gekomen.

25. c4

Hij moet nu wel iets doen tegen de dreiging … c5-c4, omdat die nog altijd in de lucht hangt. 25. Lxd6? c4! 26. Lxc4 Db6 met een dubbele aanval.

25… Txb3!

Op het eerste gezicht een merkwaardig offer. Zwart geeft een toren voor wits slechtste stuk! Ik herinner me dat ik me er tijdens de partij echt toe moest zetten om tot dit kwaliteitsoffer te besluiten. Ik hoorde het commentaar al in mijn oren galmen: “Die geeft een toren voor wits slechte loper…”. Maar omdat de andere toren via de b-lijn kan ingrijpen, is het offer meer dan gerechtvaardigd!

26. Dxb3 Tb8 27. Dd3

Direct verliezend is 27. Dc2 wegens 27… Da3 met de drievoudige dreiging … Tb2, … De3 en … Dxf3+.

27… Tb2 28. Lh4

Pliester probeert zijn verdediging op orde te brengen. Zwart stond klaar voor een nieuwe paardmanoeuvre: Pd7 b6 a4 enz.

28… Pb6

Daar komt het paard. Nog nauwkeuriger was 28… Da4+ 29. Kc1 Txa2 30. Txa2 Dxa2 met beslissend voordeel voor zwart.

29. a4

29… Pxc4!

Een grappige manier om het paard in de aanval te betrekken.

30. Le1 Da6 31. Kc1

Even lijkt het erop dat wit het zwarte initiatief tot staan gebracht heeft. Het paard staat gepend, de toren hangt een beetje in de lucht (na Lc3) en het is niet duidelijk hoe zwart nog dreigingen tegen de witte koning kan creëren. Maar de volgende zet beschouw ik als een van de meest esthetische zetten die ik ooit gespeeld heb.

31… Lc8!!

Ik kwam er pas na een tijdje achter dat wit in een soort positionele zetdwang verkeert. Elke zet met een stuk heeft een groot nadeel. Omdat ik in sommige varianten het paard wil spelen, moet mijn dame gedekt staan.

32. f4

Een pionzet waarmee wit echter zijn stelling dusdanig verzwakt dat hij daarna met nieuwe problemen opgezadeld wordt. Een zet met elk ander stuk faalde onmiddellijk, zoals de varianten uitwijzen: Slecht is 32. Tb1 wegens 32… Ta2 en pion a4 valt, waarna er ook geen verdediging meer is. Op 32. Dc3 had ik 32… Te2 klaarliggen met als pointe dat wit na 33. Dd3 met het fraaie (zie analysediagram)

33… Pe3! geconfronteerd wordt. 34. Dxa6 Lxa6 waarna er … Tc2 gevolgd door … Ld3 dreigt. 35. Ld2 wordt dan heel artistiek beantwoord met 35… Pf1! 36. Lc3 Ld3 37. La5 Pe3 en de drie zwarte aanvalsstukken in combinatie met de gevaarlijke vrijpion zorgen voor de winst. Zeer trots was ik op de variant die ontstaat na 32. Lc3 namelijk (zie analysediagram)

32… Pe3!! Zwart lijkt met deze zet alles te laten hangen, maar het klopt als een bus!

33. Dxe3 [Op 33. Dxa6 volgt de tussenzet 33… Tc2+ 34. Kb1 Lxa6 ° en de zwarte stukken werken wederom fantastisch samen. Tegen deze overmacht valt niets te beginnen. Bijvoorbeeld: 35. La5 Ld3 36. Ta3 Tf2+ 37. Txd3 Tf1+ 38. Ka2 Txg1 39. Txe3 Th1 en de pion haalt dame.] 33… Te2 met een soort van damevangst. Materiaal gezien is het nog gelijk na 34. Dd2 Txd2 35. Kxd2 maar na 35… Lh3 beslist zwart de partij over de witte velden. Een illustratieve variant luidt bijvoorbeeld: 36. a5 f5 37. Ke3 fxe4 38. fxe4 Db7 39. Kf2 Df7+ 40. Kg3 en nu een mooi slot met [40. Ke3 c4!] 40… Df4+ 41. Kxh3 Df3+ 42. Kh4 h5 43. Kg5 Kg7!

32… Lg4

Nu wit zijn witte velden verzwakt heeft, kan de loper via de andere kant enteren.

33. f5 Le2 34. Dg3

Wit probeert nog met f5-f6 verwarring te stichten, maar de zwarte aanval draait op volle toeren.

34… Db7!

De laatste mokerslag.

35. Dc3

De enige zet om een direct mat te voorkomen, maar nu krijgt hij een ‘witte velden-massage’ over zich heen. Nu zou wit na 35. f6 zelf matgezet worden met 35… Tc2+! 36. Kxc2 Db2#.

35… Tb3 36. Dc2 Ld3

Hier gaf Leon mij een hand, helemaal dizzy van de wervelstorm die over hem heen was gekomen. Bij de analyse was hij bijzonder vriendelijk, want hij liet weten dat hij zelden zo fraai had verloren. Een mogelijk vervolg is: 36… Ld3 37. Da2 Tb2 waarna het doek valt.

0-1

(De schaaktechnische analyses komen deels ook van Henk van der Poel, toevallig de latere clubgenoot van Leon Pliester, in de Megadatabase van Chessbase.)

De partijen van Pliester plus deze analyse via de viewer:

6 Comments

  1. Avatar
    HermanGrooten november 09, 2012

    Een fragment uit een mail die ik van IM Gerard Welling ontving:

    "Leon was een interessante kamergenoot, die hele aparte bezigheden had. In Budapest daagde hij me uit "mastermind met woorden" met hem te doen, tegenwoordig bekend als Lingo.

    Hij was een meester in het raden van 5-letterige woorden, maar de tweede dag lokte ik hem in de val met het woord "kreek", twee k’s, twee e’s, dat verwacht je natuurlijk niet. Dat was een klap voor zijn zelfvertrouwen, al verdween zijn goede humeur er niet mee : " je had het ook met ‘taart’

    kunnen doen " zei hij na een paar minuten met een brede glimlach. Leon had ook een apart gevoel voor humor. Toen Johan van Mil een afgebroken partij moest uitspelen gingen wij mee om hem te supporteren. Johan won zoals verwacht maar bleef nog even analyseren terwijl wij de metro opzochten.

    In de 20 minuten dat we onderweg waren werd door Leon met zorg voor detail een prachtig verhaal in elkaar gedraaid met bijbehorende zetten, om onze schaakvrienden te kunnen overtuigen dat Johan had verloren. Hij wilde gewoon de gezichten wel eens zien en ik moest alles beamen 🙂 .

    Ook in Lugano deelde ik met hem de kamer. Geen van beiden waren we nachtmens en/of kroegtijger dus dat lag voor de hand. Hij had tijdens het toernooi van Lugano een andere hobby, die hij tot aan zijn premature dood hardnekkig is blijven beoefenen.

    Het herschikken van de letters van iemands naam.

    Zijn zelfspot bleek uit "’n loens reptiel", de creatie uit de letters van zijn eigen naam. Maar hij had er nog veel meer en was ook in dit spelletje bijzonder creatief."

  2. Avatar
    Johan Hut november 14, 2012

    Pieter Tolk = titelkoper

    Dat anagram is door Leon bedacht en Pieter vond het zelf prachtig. Hij is namelijk FM en heeft dus zelf voor zijn titel aan de FIDE moeten betalen. Voor IM en GM betaalt de KNSB.

  3. Avatar
    Richard Vedder november 14, 2012

    IM’s moeten al een paar jaar ook zelf hun titel kopen!

  4. Avatar
    HermanGrooten november 15, 2012

    Leuk om te vermelden is dat iemand vroeger pas FM werd door 3 FM-resultaten te behalen. Zelf heb ik dat nog meegemaakt tot deze eis ineens afgeschaft werd en je met een rating boven 2300 automatisch de titel kon aanvragen. Het werd een soort ‘melkkoe’ van de Fide, omdat ze er behoorlijk wat geld mee opgestreken hebben.

  5. Avatar
    Lukas Boutens november 15, 2012

    Toch jammer dat zo’n memorabel onderwerp al zo snel off topic raakt.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.