Eindspelfinesses 9: De strijd van stukken tegen elkaar II

Krijgt u wel eens een eindspel op het bord in uw partijen? En was u tevreden over de afloop? Of knaagde er iets waarvan u later dacht: “Dat had ik anders kunnen spelen?”

Schaaksite biedt een eindspelrubriek aan waarin u uw kennis kunt opfrissen of eventueel uitbreiden. De internationale meesters Twan Burg en Herman Grooten zullen op frequente basis u proberen bij te praten over diverse eindspelfinesses.

In de vorige rubriek van mijn hand bespraken we de strijd van de dame tegen de toren. Het is nu tijd om het eindspel van toren tegen loper te onderzoeken. Dit eindspel zal in de regel in remise eindigen. Als de koning van de zwakkere partij aan de rand staat, zijn er meer problemen. De kleur van de loper is dan van belang. In het volgende voorbeeld zien we hoe wit kan profiteren als de loper van de verkeerde kleur is.

Deze stelling staat in veel leerboeken. De zwarte koning is op twee velden van de voor wit gunstige hoek gezet. Het idee is namelijk dat wit met tempowinst op de loper een schaakje op de onderste rij wil uitdelen. De loper zou er dan tussen moeten, waarna er een wachtzet volgt. Zwart is dan gedwongen zich te laten matzetten.

1… Lg1

De meest hardnekkige verdediging. Na een zet als 1… Lb6 is het afdwingen van de winst een peulenschil. 2. Tb7.

2. Tf1 Lh2

De loper mag om opzichtige redenen niet naar de andere diagonaal gespeeld worden.

3. Th1

De toren blijft hem opjagen.

3… Lg3

De loper heeft weinig mogelijkheden. Na 3… Lf4 heeft wit het elegante 4. Te1! bij de hand. 4… Kf8 faalt dan op een penning: 5. Tf1.

4. Th3

4. Tg1 Lh2 5. Tg2 Le5 6. Te2 Ld6 7. Te8+ Lf8 8. Ta8.

4… Ld6

Nu wint wit de loper ook met 4… Lf2 5. Tb3 Kf8 6. Tf3+.

5. Td3 Le7 6. Tc3!

Wit moet nauwkeurig blijven spelen, maar dan is het ook gedaan met de zwartspeler. Het schaakje op c8 is funest.

1-0

Het is niet altijd dat wit kan winnen als de vijandelijke stukken zich aan de rand bevinden. Er zijn de nodige stellingen met de stukken in het centrum waarin de loper op kunstige wijze veroverd kan worden. Hieronder zo’n geval.

Vancura 1922

In deze ‘open’ stelling heeft de loper vrij weinig bewegingsruimte. Dat hij gevangen kan worden, mag desondanks een klein wondertje genoemd worden.

1. Ke4!

De loper kan naar vier beschikbare velden. Ze hebben allemaal een nadeel.

1… Lh2

Dit is het enige veld waar de loper nog niet meteen verloren gaat.

  • 1… Lh6 2. Tg6+ met een dubbele aanval.
  • 1… Ld2 2. Td1 en de penning is funest.
  • 1… Le5 2. Tg6+ en de koning moet de dekking op de loper prijsgeven.

2. Tg2! Le5 3. Tg6+

Analoog aan de vorige variant.

1-0

Sackmann 1921

Aan de rand van het bord doen zich allerlei soorten gevallen voor waarbij een ‘ongeluk’ in een klein hoekje zit.

1. Th2 Kg5

De enige zet om de loper niet meteen te verliezen. Na 1… Kh5 2. Kf4 komt zwart in tempodwang.

2. Th1!

Een mooie zet, waardoor de loper zichzelf niet in veiligheid kan brengen. Alle velden zijn onder controle.

2… Kh5 3. Kf4

En dit hadden we al gezien als winststelling.

1-0

En nu we ontdekt hebben dat een loper met weinig bewegingsvrijheid in de problemen is, weten we dat we in onderstaand diagram ook op zoek moeten.

Richter 1931

Een opmerkelijk staaltje is ook het volgende.

1. Kf5!

Het is inmiddels wederom duidelijk dat de loper over niet al te veel velden beschikt.

1… Lh8

Het enige veld waarbij de loper niet meteen verloren gaat.

  • 1… Ld8 faalt op 2. Td7+
  • Het röntgenmotief na 1… Lh4 2. Tb4+ is aardig.
  • 1… Le5 werkt niet vanwege 2. Td7+

2. Th7!

Dwingt de loper naar een ongunstig veld.

2… Le5 3. Td7+! 1-0

En hoe zit het dan als de vijandelijke koning zich in de voor hem goede hoek bevindt? Dat zal in de meeste gevallen remise zijn, maar uiteraard zijn hier ook uitzonderingen op. Daar is natuurlijk ook weer een fraaie studie mee geconstrueerd.

Werner 1983

De zwarte koning staat bijna in de hoek, maar het is voor wit de verkeerde! De loper staat nog wat geïsoleerd en daar weet wit aardig van te profiteren.

1. Th7!

Om te beginnen met een tussenschaakje lijkt slim, maar is het niet. 1. Tb7+? Ka8!

[Niet 1… Kc8? 2. Tf7! Lb4 3. Tf4 Le7 4. Tg4 en het is wit wel gelukt om een winststelling te krijgen.] 2. Th7 La3 3. Th4 Lc1! 4. Kc7 Le3! 5. Ta4+ La7 en nu blijkt dat het voor wit de ongunstige hoek is omdat zwart zich redt met pat of anders genoeg zetten kan doen. 6. Tb4 Le3!

1… La3

Opmerkelijk genoeg het enige veld. 1… Lb4 2. Tb7+.

2. Th1!

Een lastige zet om te vinden. Met deze torenzet brengt wit de venijnige dreiging Tb1+ gevolgd door Ta1 in de stelling.

2… Le7

Zwart moet een loperzet spelen omdat een koningszet faalt op mat of loperverlies. Deze zet verliest niet meteen een loper, maar wel in twee zetten.

3. Th8+ Ka7 4. Th7 1-0

Komen we toe aan de traditionele opgave. Dit keer moet u als ‘loperpartij’ de juiste verdediging zoeken.

OPGAVE

Alle partijen of fragmenten via de viewer:

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die hij op Schaaksite heeft gezet.

3 Comments

  1. Avatar
    Wiebe Cnossen februari 28, 2013

    Dat werkt dus niet. Hoe voeg ik wel een FEN-string in?

    Betreffende stelling komt trouwens uit Orsag-Karttunen en wit heeft slechts 1 zet.

  2. Avatar
    Wiebe Cnossen februari 28, 2013

    En hier is er nog een stelling met slechts 1 zet voor zwart uit Elliot – Del Castillo:

    Wit: Kf7, Tb8

    Zwart: Kh6, Lc8

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.