Mark Dvoretsky is overleden (1947 – 2016)

Vandaag is de beroemde Russische schaaktrainer Mark Dvoretsky overleden. Hij is 68 jaar geworden. Op jonge leeftijd openbaarde zich bij hem een inzicht talent voor het spel, maar al snel besloot hij om zijn talent aan te wenden om anderen sterker te maken en daar werd hij – mede door veel prachtige publicaties – wereldberoemd mee.

Mark Dvoretsky bij een trainingssessie (bron open2013.moscowchess.org/en/news/89)

Mark Dvoretsky werd geboren op 9 december 1947 in Moskou. Nadat hij zijn studies wiskunde en economie succesvol had afgerond besloot hij zich te richten op een beroep als schaaktrainer en schaakcoach. Hij had daarvoor bewezen te kunnen schaken door onder meer in het Kampioenschap van de Sovjet-Unie in 1974 vijfde te worden en door de tB-groep van het Hoogovensschaaktoernooi in Wijk aan Zee 1975 op zijn naam te schrijven. Het leverde hem in elk geval de IM-titel op. Grootmeester zou hij nooit worden, hoewel hij wel de kracht daarvan had. Dat hij zich toelegde op het trainen, kwam voort uit het feit dat de Sovjet-Unie op schaakgebied de grootmacht was in de wereld. Trainers waren hard nodig om die positie te kunnen handhaven. Zo kwam hij onder andere terecht in de fameuze schaakschool die wereldkampioen Mikhail Botwinnik had opgericht.

Hij had vele pupillen onder zijn hoede, die later zeer bekend werden. De meest succesvolle was Arthur Jussupow, die het tot de derde plaats op de wereldranglijst schopte. Onder de hoede van Dvoretsky werd hij in 1977 jeugdwereldkampioen tot en met 20 jaar en twee jaar later bevestigde het jonge talent zijn faam al door tweede te worden in het Kampioenschap van de Sovjet-Unie achter de zwaargewicht Efim Geller.

Jussupow werd in 1985 de plaaggeest van Jan Timman door onze landgenoot in het Kandidatentoernooi om het wereldkampioenschap uit te schakelen. Jussupow verloor op zijn beurt weer van zijn landgenoot Andrej Sokolov.

Arthur Jussupow (bron www.jussupow.de/23301/home.html)

In 1978 herhaalde Dvoretsky zijn huzarenstukje als coach door Sergey Dolmatov jeugdwereldkampioen te laten worden. Daarmee was zijn reputatie als schaakcoach eeuwig gevestigd, want hij zou altijd het altijd het ‘aureool’ van ‘Beste schaaktrainer ter wereld’ om zijn hoofd hebben.

Uiteindelijk werd Jussupow de meest succesvolle van deze twee jeugdwereldkampioenen. Hij schakelde zijn landgenoot uit in het Kandidatentoernooi van 1992 om het wereldkampioenschap.

 

Toen de Sovjet-Unie was opgeheven bewoog Dvoretsky zich vaak in het Westen, waar hij zich liet inhuren om vele trainingen en lezingen te geven. Zo was hij een graag geziene gast in Apeldoorn waar Karel van Delft erin was geslaagd om hem en Arthur Jussupow zo ver te krijgen iets voor de club te betekenen.

 

Zelf werd ik daar ooit, samen met IM Cor van Wijgerden, uitgenodigd om een lezing van Dvoretsky bij te wonen. Daar liet de beroemde trainer aan Nederlandse schaaktrainers in hoog tempo zien hoe je bijvoorbeeld een eindspel zou kunnen behandelen aan talenten. In een praatje na afloop vroeg ik hem of hij de Stappenmethode kende. Hij was er inderdaad mee in aanraking geweest, maar hij gaf volmondig toe hij geen idee had hoe je jeugd met een rating onder 2250 zou moeten trainen. Zijn pupillen waren altijd veel sterker…

 

Dvoretsky staat ook bekend om de vele boeken en publicaties die hij op zijn naam heeft staan. Sterke schakers zullen allemaal de ‘Endgame Manual’ in hun boekenkast hebben staan. Daarin gaat hij op uitgebreide wijze te werk om basiskennis, en nog veel meer aan te reiken aan sterke schakers. De soms taaie kost wordt gelardeerd met opgaven en de zogenaamde ‘Tragicomics’. Leerzame blunders in het eindspel, gemaakt door sterke schakers.

 

In andere boeken heeft hij verschillende co-auteurs benaderd die ieder een of meer hoofdstukken voor hun rekening hebben genomen over onderwerpen die Dvoretsky ongetwijfeld met hen heeft voorgekookt. Het mag geen verwondering wekken dat hij hier zijn oogappels Jussupow en Dolmatov aan het woord laat. Jussupow zal later ook een succesvolle schaakacademie in Duitsland opzetten, zijn leermeester achterna dus.

 

Een van mijn favoriete trainingsstellingen komt uit zijn boek Positional Play in het hoofdstuk Prophylactic Thinking. Het idee van profylaxe is bedacht door Aaron Nimzowitsch. Met profylactisch denken wordt ongeveer bedoeld ‘het voorkomen van toekomstige dreigingen’.

 

Profylaxe instructievoorbeeld

Ik laat Dvoretsky even aan het word over deze stelling:

Many years ago, when I was still at school, GM Simagin set up this position and asked me to find the winning move for White. After thinking, I announced that there was no solution. Simagin moved the bishop to a2. ‘Can a move like that really be winning?’ I wondered. ‘Go ahead; try to find a satisfactory reply’. I tried and could not. I remember that this episode made a very strong impression on me – for the first time I could sense the power and beauty of quiet positional moves.

  1. La2!!

Deze geniale zet is bedacht door Keres die daarna de volgende varianten geeft: 12. d5 c5? [ 12…Lc7 13. dxc6 bxc6] [ 12…Lxc3 13. Lxc3 cxd5 14. Lb4 Pc5 15. Lxd5 Pxd5 16. Lxc5 Dc7] [ 12…Pb6 13. La2 Lxc3 14. Lxc3 Pbxd5 15. Lxe5 Lg4] 13. d6! Reshevsky-Euwe 13…Dxd6 14. Pb5 Db6 15. b4 12. Tae1 Botwinnik-Euwe. 12…Lc7 13. Pe4 [ 13. Ld3 Te8 14. dxe5 Pxe5 15. Pxe5 Dxe5 16. f4 Dh5] [ 13. h3? Ook een profylactische zet die de dreiging … e4 14. Pg5 Lxh2+ pareert.] 13…Pxe4 14. Dxe4 a5! [ 14…Ld6! 15. Lc3 exd4 16. Dxd4 Pf6=] [ 14…Pf6 15. Dh4 e4 16. Pe5 Le6=] 15. La2 Pf6 16. Dh4 e4 17. Pe5! En wit kreeg later met f2-f3 het initiatief.

12…Lc7!

De enige zet omdat wit o.a. klaar stond voor 13. Pd5 waarmee hij het loperpaar verovert. Hier blijkt ook een van de merites van de loperzet. Op a2 kan hij niet met tempo (… Pb6!) worden aangevallen en tegelijkertijd krijgt de loper een nieuw leven op de andere diagonaal (b1-h7). De belangrijkste pointe is eigenlijk dat wit nu verder kan gaan het voor zwart vervelende 13. Pb5! 12…e4? 13. Pxe4 12…Lxc3? 13. Lxc3 e4 14. Pe5 met de positionele dreigingen Lb4 en f3. 12…exd4! 13. exd4! en wit kan snel ontwikkelen terwijl zwart problemen heeft zijn damevleugel los te werken. 12…Te8? f7 is nu verzwakt. 12…h6? 13. Ph4 velden f5 en g6 zijn zwak geworden. 12…Lb6! 13. Tae1 en het is niet duidelijk hoe zwart verder moet gaan.

  1. Pb5 Lb6!

Blijkt de enige speelwijze te zijn waardoor zwart op de been blijft. 13…Lb8?! 14. Lb4 c5 15. Lxc5 en wit wint een gezonde pion.

  1. Lb4 c5

Hier houdt de analyse op.

1-0

 

Nog een van de mooie stellingen in mijn trainingsarchief, is afkomstig uit zijn boek Secret of Chess Tactics. In een partij Heuer-Dvoretsky, Viljandi 1972. De auteur voorziet zijn partij  van commentaar en breekt de partij steeds af met een (moeilijke) vraag.

 

Heuer – Dvoretsky

Deze stelling is ontleend aan een partij Heuer-Dvoretsky, Viljandi 1972. Die partij heeft de zwartspeler gewonnen (zie volgende partij in deze gamefile). Deze stelling lijkt weinig op wat er in de partij gebeurt, maar Dvoretsky was er een meester in om uit varianten die hij tijdens de partij had gezien een mooie trainingsstelling te distilleren. Zo ook hier. Zwart heeft twee stukken voor een toren en een pion. Toch is hij een beetje in de problemen, zo lijkt het. De witte toren is binnengedrongen op de zevende rij en de verdubbeling over de h-lijn zou ook nog lastig kunnen worden. Niettemin zou zwart zichzelf kunnen redden als hij pion g6 verovert (met bijvoorbeeld de manoeuvre Ld7-e8xg6). Daarbij komt er in deze stelling de nodige tactiek om de hoek kijken. Probeert u zelf eens te bepalen of u het verschil kunt ontdekken tussen de drie plausibele mogelijkheden: A) 1. Kg3 B) 1. Ke3 C) 1. Kg1

 

 

 

 

 

 

 

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die hij op Schaaksite heeft gezet.

1 Comment

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.