The Fabulous Budapest Gambit

In 2007 was het de Oekraïense GM Viktor Moskalenko (peakrating: 2591) die begon met zijn schaakboeken carrière. Hij begon zijn boekpublicaties met het boek The Fabulous Budapest Gambit. Na deze publicatie heeft hij de afgelopen tien jaar nog zes andere boeken uitgegeven waaronder twee uitgaves over de Franse opening. Tien jaar na zijn eerste boek heeft hij naast ervaring in schrijven ook genoeg nieuwe interessante partijen en ideeën gezien over de Budapest Gambit, waardoor hij besloot in 2017 een herziende versie uit de brengen van zijn eerst geschreven boek. De laatste jaren is dit gambiet nog meermaals gespeeld door topgrootmeester Mamedyarov (2814).

Verschil met oude editie  

In de herziende versie heeft Moskalenko ervoor gekozen om het boek te voorzien van zes symbolen waarmee je snel belangrijke punten uit het boek kan halen. Zo heeft hij een symbool gemaakt voor de volgende punten:

  • TRICK: verborgen tactieken en bepaalde truc ideeën
  • PUZZLE: mogelijke transposities, zetvolgorde nuances, interessante en zeldzaam gespeelde varianten
  • WEAPON: Sterke of verrassende optie voor zowel de aanval als verdediging wat de nodige aandacht verdient.
  • PLAN: De hoofd ideeën voor wit/zwart in de volgende fase van de partij
  • STATISTICS: Overwinningspercentage voor wit/zwart in een bepaalde variant.
  • KEEP IN MIND: Hier worden de belangrijkste ideeën samengevat.

Verder heeft Moskalenko in zijn herziende versie 50 extra pagina’s toegevoegd, 18 oude partijen eruit gehaald en vervangen door recentere partijen en tevens zijn er een hoop verbeteringen in zijn herziende versie waaronder nieuwe varianten en ideeën. Ten slotte heeft hij extra werk gestoken in de Fajarowicz Gambit en daarmee een basis gelegd voor het idee dat deze opening goed speelbaar is.Opbouw

Het boek is voorzien van vijf verschillende hoofdstukken waarvan er vier gaan over de Budapest Gambit en het laatste hoofdstuk laat wat zien over de Fajarowicz Gambit. Ieder hoofdstuk is daarnaast nog opgesplitst in twee of drie deelhoofdstukken. Voordat hij in elk hoofdstuk meteen overgaat naar de varianten geeft hij altijd even een geschiedenisles over het ontstaan van de variant, de ontwikkeling ervan en wie hier verantwoordelijk voor zijn. Zo kreeg hij mij zelf snel enthousiast nadat ik las dat Rubinstein in 1918 de Budapest Gambit voor het eerst op GM niveau tegen kreeg in een vierkamp en verloor van Vidmar. De twee andere spelers in dit vierkamp besloten dit vervolgens ook maar te spelen tegen de grote Rubinstein en dit leidde een schamele score van 0,5 uit 3 in voor de witte stukken van Rubinstein. Na de geschiedenisles gaat hij verder met verschillende partijen die bepaalde varianten afdekken waardoor je een goed gevoel krijgt van alle mogelijkheden en ideeën. Ook alle gemiste kansen en of alternatieve zetten worden dieper geanalyseerd. Hij maakt je goed wegwijs in de opening. Ik vind het echter wat jammer dat hij geen concreet repertoire voorschrijft. Aan de hand van alle mogelijkheden die hij je geeft moet jezelf een repertoire samenstellen.

 

Hoofdstuk 1:

Dit hoofdstuk is duidelijk de uitgebreidste van allemaal en bevat maar liefst 111 pagina’s. In dit hoofdstuk wordt de variant 1. d4, Pf6 2. c4, e5 3. dxe5, Pg4 4. Lf4 behandeld. Dit hoofdstuk heeft hij verder opgesplitst in drie deelhoofdstukken die de varianten met 6. Pc3, 6. Pd2 en 4. Lf4, g5! behandelen. De eerste twee hoofdstukken die de klassieke varianten met Pc3 en Pd2 afdekken zijn partijen vanaf het begin van de Budapest Gambit tot aan hedendaagse partijen. De standaard ideeën blijven toch veelal hetzelfde en ondertussen is er steeds meer aan theorie bekend over deze varianten waardoor het (indien bekend bij wit) lastig wordt om winstkansen te krijgen met zwart. In zijn derde deelhoofdstuk behandeld hij echter nog de agressieve zet 4….g5. Hiermee wordt de zwarte loper met tempo gefianchetteerd. Het nadeel is natuurlijk dat de pion op g5 komt te staan, maar deze pion weet in verschillende varianten ook juist weer een kracht te worden. Het interessante aan deze variant is dat dit pas gespeeld werd in 21e eeuw waardoor er nog niet heel veel over bekend is. Zo bleek ook maar weer dat deze variant niet zo makkelijk te weerleggen is zonder voldoende kennis ervan. In 2014 (Wijk aan Zee) wist GM Jobava (2710) de Poolse GM Wojtaszek (2711) te verrassen met deze variant. Zie hieronder de stelling die op het bord kwam na 12 zetten.

Zwart heeft ondanks zijn g-pion net kort gerokeerd. De g-pion kan echter in deze variant een extra hulpmiddel vormen in de aanval. Wit zal daarnaast ook een keer kort moeten gaan rokeren of de koning in het midden laten staan. Wojtaszek koos voor het laatste en mocht op zet 27 zijn meerdere herkennen in Jobava. Zwart kan vrij gemakkelijk alles goed gaan zetten terwijl wit een goed plan moet gaan verzinnen.

Hoofdstuk 2:

In het tweede hoofdstuk gaat hij dieper in op de zet 4. e4. De zet e4 is de aanvallende keuze vanuit wit. Waar de meeste partijen gebaseerd zijn op het dekken van de gewonnen op e5 met de zetten 4. Lf4 (hoofdstuk 1) en 4. Pf3 (hoofdstuk 3) is de zet e4 juist de keuze voor wit om zwart meteen aan te vallen en direct de gewonnen pion weer terug te geven. Dit hoofdstuk is opgesplitst in twee deelhoofdstukken waarin hij twee soorten van spel bespreekt. In part I geeft hij voorbeelden van de directe aanval voor zwart met de zetten 4…h5 en 4… d6. Hij geeft hierin ook aan dat de zet Pxe5 nauwkeuriger is, maar in bovenstaande varianten geeft hij ook weer genoeg interessante ideeën waarmee je de Budapest beter leert begrijpen. In part II geeft hij in zijn introductie aan dat hij de na de zetten 4…Pxe5, 5. f4, de zetten 5… Pg6, 5…Pe-c6 en 5…Pb-c6 zal bekijken.

De stelling na de zetten 4. e4, Pxe5 5. f4

Zeker de zet 5… Pe-c6 werkt hij goed uit met verschillende opties voor zwart. Het gene wat mij wel opviel is dat de zet 5… Pb-c6 geen voorbeeldpartijen bevat. Hij heeft alleen in de introductie één variant gegeven waarin een partij snel in remise eindigde. 1. d4, Pf6 2. c4, e5 3. xe5, Pg4 4. e4, Pxe5 5. f4, Pb-c6
6. xe5, Dh4+ 7. Kd2, Df4+ 8. Ke1, Dh4+ ½-½ Boyd-Hardy, Bognor Regis 1968. Het alternatief voor Ke1 is de zet Kd3! Ik mis hier echter wel een voorbeeldpartij van in zijn boek.

Hoofdstuk 3:

In het derde hoofdstuk gaat hij dieper in op de klassieke zet 4. Pf3. Dit hoofdstuk staat vol met interessante partijen en hierin komt het gebruik van zijn zes symbolen duidelijk naar voren. Zeker zijn symbool ‘weapon’ zie je meermaals verschijnen in dit hoofdstuk. Hij geeft in dit hoofdstuk aan dat het veelal draait om Drimer’s Rook en Maroczy’s Bishop. Hiermee refereert hij naar de toren die van a8 naar a6 gaat en later een gevaar kan worden op de velden g6 en h6. Maroczy’s  Bishop is ook wel de loper die ontstaat na de zetten 4. Pf3, Lc5 5. e3. De loper kijkt nu tegen e3 aan en zal vaak na de zet Pe4 weggestuurd worden van c5.

Hij geeft in zijn boek een belangrijke zet volgorde aan waardoor deze loper daarna altijd de mogelijkheid heeft om zowel naar a7 als f8 te gaan (zie bovenstaand diagram). Beide opties geven interessante mogelijkheden voor de rest van de partij ondanks de misschien de op het oog wat onlogische velden. Dit hoofdstuk is een goede samenvatting van hoe je moet spelen tegen dit klassieke systeem.

Hoofdstuk 4:

Dit hoofdstuk heeft hij omschreven met de woorden Peace and War. Hierin bespreekt hij de niet veel gespeelde systemen tegen de Budapest Gambit. In deel 1 van dit hoofdstuk gaat hij in op de oorlog (war), waarmee hij bedoelt dat de gambiet wel wordt geaccepteerd, maar daarna afwijkt van de standaard zetten Pf3, Lf4 of e4. In deel 2 van dit hoofdstuk gaat het over de vrede (peace) die wordt gesloten door het gambiet niet te accepteren en probeert te negeren met de mogelijke zetten 3. d5, 3. Pf3 of 3. e3.

Hij geeft aan dat deze varianten nauwelijks op toernooiniveau voorkomen, maar wel regelmatig op het internet. Indien bekend bij zwart is er echter vrij weinig om bang voor te zijn. De standaardvarianten worden door hem zeker hoger aangeschreven voor de witte stukken. Ik zelf vond het jammer dat hij slechts één partij besteedde aan de manoeuvre met 3. xe5, Pg4 4.e3, Pxe5 5. Ph3!?. Vooralsnog is het een niet heel veel gespeeld systeem, maar steeds meer boeken raden dit systeem aan tegen de Budapest Gambit. Zo ook het boek The Shereshevsky Method to Improve in Chess: From Club Player to Master waar vorige week nog een recensie over werd geschreven door Mark Haast.

Hoofdstuk 5:

In het laatste hoofdstuk wordt de Fajarowicz Gambit bestudeerd. De Fajarowicz Gambit wordt gekenmerkt door de zet 3…Pe4 in plaats van de 3….Pg4 zoals in de Budapest Gambit. Dit gambiet is iets dubieuzer dan de Budapest Gambit, maar met goede nieuwe ideeën zoals Moskalenko die brengt in zijn boek is het toch een interessante optie. Hij geeft dan ook duidelijk aan dat je eerst de Budapest goed moet beheersen voordat je de nog vele malen scherpere Fajarowicz Gambit wilt spelen. Mocht je wit graag willen uitdagen in het maken van fouten dan is deze variant zeker een leuke optie. Hieronder vind je een voorbeeld die meermaals in partijen is voortgekomen en waarmee de partij direct werd gewonnen.

In bovenstaande stelling werd de partij gewonnen na de volgende zetten: 14…g4 15. Pd2, Lxh2+!
16. Kxh2, Dh4+ 17. Kg1, Lxg2! 18. Kxg2, Dh3+ 19. Kg1, g3 0-1

Conclusie:

Moskalenko heeft een leuk boek geschreven wat eigenlijk alles omvat om een goed gevoel te krijgen wat de Budapest Gambit nu precies inhoudt. De klassieke manieren, de ontwikkeling van de opening en de hedendaagse nieuwe ideeën vormen samen een uitgebreid beeld bij de opening. Moskalenko laat je de keuze welke varianten jij zelf graag zou spelen door bijna alle opties die mogelijk zijn te bespreken en voorbeeldpartijen ervan te laten zien. Helaas helpt hij je dus niet een duidelijk repertoire te creëren. Het laatste hoofdstuk over de Fajarowicz Gambit is daarentegen iets minder uitgebreid, maar bevat genoeg interessante partijen en ideeën om een goed gevoel te krijgen bij deze opening. Gezien deze variant ook aanzienlijk minder wordt gespeeld dan de Budapest Gambit is hier minder materiaal op niveau over te vinden. Zijn boek bevat de officiële titel The Fabulous Budapest Gambit: Much more than just a sharp surprise weapon. Na het lezen van zijn boek ben ik het deels eens geworden met zijn titel. De Budapest Gambit is goed speelbaar al blijft wit beter bij correct spel, maar de Faja rowicz Gambit is in mijn optiek vooral een sharp surprise weapon. Voor de liefhebber van creatieve partijen, zonder al te veel theorie te kennen is dit boek zeker een aanrader!

Aantal pagina’s: 288

Uitgever: New in Chess

ISBN: 9789056917487

 

 

 

 

Een overzicht van onze recensenten en hun recensies staat hier.

4 Comments

  1. Avatar
    Johan Hut april 17, 2018

    In de tijd dat ik het Boedapester Gambiet speelde, had ik de meeste moeite tegen 3.Lf4. Het lijkt me daarom prima dat daaraan de meeste aandacht is besteed.

  2. Avatar
    Zuid Limburg april 18, 2018

    Lijkt me een interessant boek. Ik neem aan dat de beruchte variant van de Fajarowicz 1 d4 Pf6  2. c4 e5  3. dxe5 Pe4  4. Pf3 b6!  5. Dd5 Lb7  6. Dxb7 Pc6 niet aan de orde komt? Kwam een poos geleden in het nieuws doordat een jochie hiermee een GM had verslagen in een blitzpartij. Ikzelf speel dit al bijna 20 jaar (op weliswaar mijn povere +- 1900 ELO niveau)… Zonder theoretische kennis van wit kun je de overwinning al bijna noteren op je biljet…  Durft wit de ‘stukwinst’ met 5 Dd5 niet aan dan lukt het me al te vaak nog de boel remise te houden (nogmaals: op mijn niveau….).

     

    • Avatar
      Jordy Schouten april 18, 2018

      Ook de variant die je hier boven aan geeft komt aan bod in zijn boek. Hij laat meerdere varianten zien waarbij het idee met b6 en Lb7 naar voren komt en niet alleen bij de zet Pf3. Indien wit de Fajarowicz inderdaad niet begrijpt kan er inderdaad een heleboel mis gaan.

    • Avatar
      Johan Hut april 18, 2018

      Er zitten veel meer schakers op of onder het niveau 1900 dan erboven. Dus dit is zeker een nuttige reactie.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.