Recensie: Cyrus Lakdawala – Winning ugly in chess

Dit is de eerste recensie van de nieuwe recensent Barry Braeken. Barry schaakt al tientallen jaren recreatief. Hij speelt momenteel voor Voerendaal (en in het verleden voor Brunssum, HSV en Philidor Leiden). Zijn rating is al jaren stabiel tussen 1900-1950. Hij wil zijn recensies vooral toespitsen op de clubschaker die graag wat bijleert maar daar maar weinig tijd voor heeft. Klik voor een korte cv op ‘onze recensenten‘.

Aangezien ik al jarenlang behoorlijk goed ben in het door lelijk spel verliezen van partijen was ik erg nieuwsgierig naar het boek “Winning ugly in chess: playing badly is no excuse for losing”. We weten allemaal dat schaken een spel van imperfecties is en dat, om met Tartakower te spreke,n de speler die de één na laatste fout maakt, wint. Het is zeker de moeite waard om je niet steeds te laten betoveren door prachtige partijen van topspelers maar te leren hoe je in de strijd der mindere goden je punten kunt pakken.

Daarnaast heeft de schrijver van het boek, Cyrus Lakdawala, een goede reputatie. Hij heeft al een twintigtal boeken op zijn naam staan waaronder een paar goede openingsboeken en partijverzamelingen van onder andere Capablanca en Botwinnik. De laatste jaren schreef hij ook goed ontvangen leerboeken, zoals Clinch it!en How Ulf beats black. Vertrouwenwekkend dus.

Toch valt dat bij lezing ietwat tegen. De schrijver geeft in de inleiding al een (onbedoelde) waarschuwing af: “When I began this book, I didn’t intend it to be one full of contradictory/anomalous games, which merely amuse the reader, yet don’t teach anything”. Dat is echter precies wat het boek wel is. Lakdawala probeert daar nog een mouw aan te passen door aan elke partij opgaves en ‘Moments of contemplation’ toe te voegen, maar buiten het feit dat heel onpraktisch de oplossingen meteen onder de opgave staan, hebben ze ook niet de diepgang om echt tot een leereffect te leiden. De vijftien lessen die de schrijver vervolgens belooft in de inleiding worden helaas niet waargemaakt. Daarvoor is het boek te zeer een verzameling “contradictory/ anomalous games”.

In de eerste vier hoofdstukken komen interessante thema’s langs die geïllustreerd worden met boeiende partijen, maar een duidelijke leerlijn ontbreekt. We zien in het eerste hoofdstuk ‘Missed appointments’ vele schwindels die zeer zeker bemoedigend zijn voor de clubschaker, maar na tientallen pagina’s is de boodschap wel overgekomen. Na een weinig relevant hoofdstuk over openingsverrassingen volgen de twee leerzaamste hoofdstukken over complexe posities en technische eindspelen. De partijen die hier worden voorgeschoteld zijn instructief en gevarieerd.

Hieronder een exemplarisch voorbeeld van de stijl en didactiek van de schrijver uit hoofdstuk vier ‘How to squeeze something from nothing’ uit de partij Cyrus Lakdawala – B. Baker (San Diego rapid 2010; pagina 206-207):

38. …. b6

Moment of contemplation: If a person with amnesia commits a terrible crime when he still has his memory, should the new, memory-free person of the present be held accountable? My opponent told me after the game he knew not to move his queenside pawns, yet during the time pressure phase he completely forgot about his former resolution and decided to do it, since he was worried that he would hang his a-pawn if he didn’t. Black makes a vexing unforced paranoia error, terrorized far more by his own imaginations than by the actual opponent. There is an old saying which goes: ‘If it ain’t broke, then don’t fix it’, which, although grammatically incorrect, is true at its core. He should have continued his policy of stalling with 38…Lc7! 39.Dc8 Le5 (doing nothing isn’t always the equivalent of a five year old playing with his food. Sometimes our best plan is to just shuffle and pass) 40.Da8 Dc7 41.Lf5 (intending 42.Lc8) Lg7 and now White can’t play 42.Lc8 De5 43.Db7 De2+ 44.Kb3 Dd1+ 45.Ka3 Lf8 46.Ka2 (46.b4?? ab4 47.cb4 Dc1+ 48.Kb3 Lg7! and it is White who gets mated or drops his queen) Da4 47.Kb1 Dd1+ with perpetual check.

39. Dc8 Lc7 40. Da8! c5

Each concession comes with a cascading effect on Black’s position, with each one giving up more than the last one. 40…Dd6 41.De8 Ld8 42.Le4! forces c5 which punctures his queenside light squares and allows my king to march forward.

41. Dg8 Le5

It’s time to implement the second stage of the plan: march the king along the light squares.

42. Kb3! Ld6 43. Lf5 

I want to leave a De6+ option in case the opposite-colored bishops ending is winning for White.

43… Lc7 44. Kc4 De2+ 45. Kd5 De5+ 46. Kc6 Dd6+ 47. Kb7 De7

Exercise: This one is easy. How does White convert his strategic advantages into something more tangible?

Answer: 48. Dh7+!

Simplification. White’s king in the heart of the enemy camp overburdens the defense. White wins two pawns and the rest is easy.

48… Dh7 49. Lh7 Ld8 50. Ld3 Kg7 51. Kc8 c4

On 51…Le7, 52.Kc7 wins.

52. Lc4 Le7 53. Kc7 Lc5 54. Kc6

White’s simple plan is Kb5 and b2-b4, creating a queenside passed pawn which will win Black’s bishop.

54… Le3 55. b4 ab5 56. cb4 Ld4 57. a5 ba5 58. ba5 1-0

Inmiddels is de lezer het gevoel bekropen dat er geen gestructureerde opbouw in het boek zit. Je krijgt haast de indruk dat het een compilatie is van in de loop van de tijd geschreven artikelen. Dit geldt des temeer voor de tweede helft. In hoofdstuk vijf ‘Rise of the machines’ bekijkt Lakdawala met weemoed de progressie van de computer. In 1977 zien we Fischer nog de sterkste computer compleet vloeren, maar binnen een paar partijen zijn we dertig jaar later uitgekomen bij een meesterlijke partij tussen AlphaZero en Stockfish. Het is aardig om de ontwikkeling in speelkracht te zien, maar curieus genoeg sluit Lakdawala af met een eigen partij tegen een tiener met de motivatie dat deze kids zo ‘booked up’ zijn. Het voegt niets toe aan het hoofdstuk.

Ook de volgende hoofdstukken hebben geen enkele relatie tot de thematiek van het boek. In hoofdstuk zes ‘When bunnies attack’ tonen een partijn van Lakwadala en van Silman hoe ze tegen hun normale speelstijl in heel agressief spelen en na vele avonturen toch nog winnen en in hoofdstuk zeven ‘Combustion’ analyseert hij vier partijen van twee vrienden van hem onder het motto: ‘Tegen sommige tegenstanders spelen we altijd geïnspireerd’. Leuk om na te spelen maar vreemde eenden in de bijt. En zo gaat het nog drie hoofdstukken door waarbij wel een eervolle vermelding dient te gaan naar het laatste hoofdstuk ‘The king’. Zelden zie je dat in Engelstalige boeken de loftrompet wordt gestoken over Jan Hein Donner.

Is dit een slecht boek? Dat zou je wellicht concluderen op basis van mijn kritische opmerkingen maar toch wil ik daar wel een nuancering aan toevoegen. Ik heb het boek immers met veel plezier gelezen en heb me zeer vermaakt met de partijanalyses van Lakdawala. Kortom, geen tijdverspilling, verre van. Wat echter wel problematisch is, is dat de vlag de lading niet dekt. Afgaand op de titel en de achterflap zou je kunnen denken dat je een leerboek in handen hebt maar niets is minder waar. Als de potentiele koper dat maar in het achterhoofd houdt, is er niet zoveel aan de hand. Dan kan hij met dit boek heel wat uurtjes omkrijgen.

Koop dit boek als je graag vermaakt wil worden met leuke spectaculaire partijen die met humor worden gepresenteerd.

Koop dit boek niet als je schaakboeken leest om een betere speler te worden of echt wil leren hoe je ondanks je lelijke spel toch partijen kunt winnen.

Boek: Winning ugly in chess: playing badly is no excuse for losing
Auteur: Cyrus Lakdawala
Uitgeverij: New in Chess
ISBN-nummer: 978-90-5691-828-6
Pagina’s: 336
Gepubliceerd: 2019

Link naar website uitgever: www.newinchess.com/winning-ugly-in-chess

Link naar onze recensenten.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.