Recensie: Chess Tactics Workbook for Kids door John Nunn

Als er een grootmeester in de wereld is waarvoor ik groot respect heb, is het de Engelsman John Nunn (geboren 25 april 1955). Hij werd in 1974 Europees jeugdkampioen en 1978 benoemd tot grootmeester. Hij behoorde een tijd tot de sterkste spelers ter wereld, waarbij hij het in januari 1985 schopte tot de negende plaats op de wereldranglijst. Wat later (januari 1995) behaalde hij zijn hoogste rating ooit: 2630 maar daarmee was hij geen negende van de wereld meer. Naast deze prestaties werd hij ook driemaal wereldkampioen in het oplossen van schaakproblemen.

Daarnaast had hij nog een andere opmerkelijke bliksemcarrière in de wiskunde. Hij meldde zich al als 15-jarige aan op de prestigieuze universiteit van Oxford. Daar promoveerde hij ook op jonge leeftijd tot Doctor in de wiskunde. Als ik het goed heb stond hij al ruim voor zijn 24ste colleges te geven op deze universiteit maar in 1981 zei hij dit bestaan vaarwel om professioneel schaker te worden. Dat heeft hem geen windeieren gelegd, hij is een zeer succesvol schaker geworden en misschien nog wel succesvoller met de vele boeken en publicaties die hij op zijn naam heeft staan. Als (mede-)directeur van uitgeverij Gambit valt het aantal boeken dat hij geschreven heeft bijna niet te tellen. Op zijn Wikipediapagina staat een uitgebreid overzicht.

GM John Nunn in de tachtiger jaren (foto Jos Sutmuller)

Zelf heb ik in de jaren tachtig en negentig een paar keer met hem te maken gehad. Zo hoorde ik dat hij de coach/trainer was van het Engelse wonderkind Nigel Short. In een toernooi in 1982 in Manchester verloor ik met zwart van het wonderkind die mij in een toreneindspel de baas was. Maar datzelfde jaar nam ik vreselijk revanche door hem in Ramsgate met zwart in 24 zetten te verslaan. Zijn coach was hierbij niet aanwezig en naar verluidt bracht Short teveel achter de flipperkast door… Het jaar daarna speelden wij weer tegen elkaar in Lugano en ditmaal had ik wit. De Benoni die Short moest spelen van Nunn pakte in het begin goed voor hem uit, maar op een gegeven moment, wist ik de rollen om te draaien totdat hij zich wist te redden met een verschrikkelijk mooie truc. In plaats van de remise te pakken, bleef ik halsstarrig op winst spelen en verloor nog. Ik weet nog goed hoe Nunn bij de analyse aanwijzingen gaf aan ons allebei. Dit alles staat beschreven in mijn artikel ‘Een wonderkind’ .

In Leeuwarden 1995 mocht ik dan eindelijk zelf aantreden tegen de grote man. In een Siciliaan bracht de Brit een vlijmscherp pionoffer waar ik niet goed op reageerde. Hij hield mijn koning gevangen in het centrum en die werd in korte tijd uitgerookt. Ik was volkomen van het bord ‘gerekend’ en toen ik na afloop van de partij ging analyseren, had ik gevoel dat ik door een wervelwind van het bord was geblazen.

Overigens werd dit één van mijn meest succesvolle toernooien ooit want ik haalde daar een grootmeesternorm en werd beste Nederlander.

 

Toen ik hoorde van het nieuwe boek ‘Chess Tactics Workbook for Kids’ met als ondertitel ‘Teach yourself tactics with this carefully structured assault course’, was ik heel benieuwd wat de grootmeester hiervan gemaakt zou hebben. Ik heb zelf een zoontje van negen jaar, die op tactiek oefent. Hoewel hij dat liever via een app op een tablet doet, heb ik hem toch kunnen verleiden om een aantal van Nunn’s puzzles te doen. De lezer wordt uitgedaagd om een zo hoog mogelijke score te halen want achterin staat een tabel waarin het puntenaantal wordt gekoppeld aan een bepaalde status. Om er een paar te noemen:
61-80 punten: Promising Talent
81-90 punten: Potential international player
91-95 punten: Potential Master strength
96-100 punten: Potential Grandmaster

 

Hoe groot het belang is van het leren van tactiek bevestigt Nunn in zijn voorwoord als hij de uitspraak van de beroemde Richard Teichmann aanhaalt: ‘Schaken is 99% tactiek’. Nunn zelf was een meester in het vinden van (verborgen) combinaties in zijn eigen partijen. Talloze aanvalspartijen van zijn hand zijn een lust voor het oog. Nunn schrijft verder dat strategie belangrijker wordt op een meer gevorderd niveau, maar dat ook uitstekend strategisch spel nog altijd niets oplevert als je geen goed begrip van tactiek hebt. Daar moet ik het helaas roerend mee eens zijn gezien het feit dat ik veel van mooi opgebouwde partijen uit de hand zag lopen door het overzien van tactische wendingen.

 

In de opbouw van de 100 puzzels die Nunn met grote zorg heeft uitgezocht, zet ik de Engelstalige titels van de verschillende hoofdstukken onder elkaar, met de Nederlandse ‘schaakbetekenis’ erachter:
1. Fork (vork)
2. Pin (penning)
3. Skewer (röntgen)
4. Deflection and Decoy (weglokken en naartoe lokken) *)
5. Discovered Attack (aftrekaanval)
6. Discovered and Double Check (aftrekschaak en dubbelschaak)
7. Removing the Guard (uitschakelen van de verdediging)
8. In-Between Moves (tussenzetten)
9. Trapped Piece (insluiten van een stuk)
10. Pawn Promotion (pion promotie)
11. Opening and Closing Lines (openen en sluiten van lijnen)
12. Forcing a Draw (forceren van remise)
13. Test Papers (toets)

*) Nunn legt uit dat er een verschil is tussen deze twee vormen van lokken. In het eerste geval wordt een stuk ergens weggelokt (“Deflection is the departure of an enemy piece”) en in het tweede geval wordt er een stuk naar een veld gelokt (“Decoy is the arrival of an enemy piece”).

 

Bij elk hoofdstuk geeft hij één of twee instructievoorbeelden om het begrip uit te leggen. Daarna volgen er een paar pagina’s met oefeningen, gevolgd door een sectie met ‘tougher positions’. De pagina ‘Does the tactic work’ spreekt mij aan. Deze vraag moet elke partijspeler zich telkens afvragen. Kan een bepaalde combinatie eigenlijk wel of zit er een weerlegging in?

Maar bij de hele indeling van het boek moest ik toch even achter mijn oor krabben. Zelf ben ik kaderdocent bij de KNSB en heb ik een aantal jaren ondersteuning gekregen van IM Cor van Wijgerden bij het implementeren van zijn fameuze Stappenmethode in het Nederlandse jeugdschaak.

Zo kreeg ik inzicht in de indeling die Van Wijgerden en Brunia gemaakt hebben bij het samenstellen van hun methode. Zij hebben heel goed nagedacht over hoe in hun ogen tactische thema’s in een didactisch kader geplaatst zou moeten worden. Het gaat veel te ver om daar een uitgebreide verhandeling over te openbaren, maar een kleine indicatie kan ik wel geven. Na talloze boeken bestudeerd te hebben en nagedacht te hebben over een logisch systeem kwamen zij tot de volgende hoofdgroepen van combinaties:
I) Mat
II) Dubbele aanval
III) Penning
IV) Uitschakelen van de verdediging
V) Insluiten
VI) Remise
VII) Restgroep (o.a. vrijpion)

Al die hoofdgroepen worden ingedeeld in subgroepen. Zo kennen we bij de dubbele aanvallen de paardvork, de dubbele aanval dame, maar ook de aftrekaanval, het aftrekschaak evenals het dubbelschaak en zelfs de ‘röntgenaanval’ (skewer!) zijn vormen van dubbele aanvallen!

Om het voor beginnende schakertjes toegankelijk te maken, wordt er bij alle opgaven gekeken naar het aantal zetten. Zo zijn opgaven bij Stap 2 nooit langer dan 3 ply (drie halve zetten). Ook bij Stap 3 wordt gestreefd naar dit aantal. Pas bij Stap 4 wordt de ‘voorbereidende zet’ geïntroduceerd. Dat blijkt een geniale vondst. In veel boeken en ‘methodes’ zie je dat auteurs vervallen in onduidelijke en kunstmatige termen die soms kant noch wal raken. Maar in de Stappenmethode blijft dezelfde overzichtelijke indeling van kracht omdat na één of meerdere voorbereidende zetten exact hetzelfde combinatiemotief wordt getoond. Die voorbereidende zet kan diverse gedaantes aannemen, zoals ‘lokken’, ‘uitschakelen verdediging’, ‘jagen’, ‘richten’ en ‘ruimen’. Kort gezegd gaat de Stappenmethode uit van de filosofie dat thema’s die op een zeer gestructureerde manier aangeboden worden met een uitgekiende zoekstrategie leiden tot het automatiseren van bepaalde combinatiethema’s. De heldere structuur zorgt voor de systematische opslag in het geheugen.

Anne en Mark Haast in 2005 samen met WGM Elmira Mirzuva bij de prijsuitreiking

In Nederland zijn er hele generaties getraind met de Stappenmethode. Grootmeester Jan Smeets is misschien wel de bekendste exponent omdat hij zowel bij Rob Brunia als bij Cor van Wijgerden vele lessen heeft gevolgd. Ik herinner me nog een aardig voorval uit 2005. Via Michael Basman, die letterlijk vele duizenden kinderen in Engeland aan het schaken heeft gebracht, werd er een uitnodiging gestuurd naar ons land. Er werd door hem een fantastische schoolschaakcompetitie opgezet waar vele kinderen aan deelnamen.

Uiteindelijk brachten de besten het tot de zogenaamde ‘Megafinale’ en daar wilden ze graag een paar buitenlanders bij uitnodigen. Zo kreeg ik indertijd een telefoontje van Allard Hoogland, de man achter New in Chess, of ik een tweetal jonge spelers wist, die geen gek figuur zouden slaan daar.

Daar hoefde ik niet lang over na te denken: het werden de toen 13-jarige Mark Haast (sinds vorige week IM) en toen 11-jarige Anne Haast (inmiddels WGM en later vier maal Nederlands dameskampioene geworden). Deze twee Stappenmethode-adepten hielden vreselijk huis in deze finale. Mark won het toernooi met 6 uit 6 waarbij hij een prachtige partij won van FM Bob (Robert) Eame. Anne haalde een zeer verdienstelijke 4½ punten. Basman koppelde dit terug aan Hoogland: hoe kan het dat deze twee jonge spelers waar hij nog nooit van gehoord had zo te keer waren gegaan tegen de top van het Britse jeugdschaak…

De wijze waarop de 13-jarige afrekent met de Engelse FM is indrukwekkend.

Haast, Mark – FM Eames, Robert
1. e4 c5 2. Pf3 d6 3. d4 cxd4 4. c3 Pf6 5. e5 dxe5 6. Pxe5 a6 7. Lc4 e6 8. cxd4 Le7 9. a4 O-O 10. O-O Pbd7 11. Pc3 Dc7 12. De2 Ld6 13. Te1 Pb6 14. Ld3 Pbd5 15. Ld2 Pxc3 16. bxc3 b6 17. Lg5 Pd5 18. c4 Pb4

Het zwarte paard is uit de verdediging gedreven. Het is logisch dat er dan een truc in zit. Die haalt Mark er snel uit:
19. Lxh7+! Kxh7 20. Dh5+ Kg8
21. Lf6!
Deze formidabele zet heeft de zwartspeler wellicht gemist. Het is een blokkade-offer om te verhinderen dat zwart met …f7-f6 of …f7-f5 nog stukken in de verdediging kan krijgen. Zo zou zwart winnen na 21. Te3? omdat hij met 21…f6! de aanval afslaat. Bijvoorbeeld: 22. Pg6 fxg5 23. Dh8+ Kf7 24. Tf3+ [24. Dh5 Lb7 en wit heeft niet voldoende.] 24…Kxg6 en het houdt op.
21…gxf6 22. Dg4+
Zwart gaf het op. Na 22. Dg4+ Kh8 23. Te3 valt het mat niet meer te verhinderen.
1-0

Via onderstaande link valt nog een verslag van Malcolm Pein te lezen over deze ‘aanslag’ op het Britse jeugdschaak. Hij schrijft overigens abusievelijk dat Haast de prijs van 2000 pond mee naar huis mocht nemen. Ze deden buiten mededinging mee…

Verslag Malcolm Pein over dit evenement: UK Chess International 2005

 

Als ik even terugkeer naar de indeling die Nunn hanteert, zouden zijn hoofdstukken 3, 5 en 6 in de Stappenmethode onder dezelfde noemer (dubbele aanval) worden ondergebracht maar natuurlijk wel afzonderlijk in opgavevorm worden aangeboden.

Alle stellingen in het boek zijn zeer zorgvuldig uitgewerkt en van instructief commentaar voorzien. Omdat ik geen namen van spelers of andere bronnen tegenkom, ga ik ervan uit dat Nunn alle stellingen zelf heeft verzonnen. Dat moet een enorme klus geweest zijn, maar hij is als erkend componist van eindspelstudies, er wat mij betreft in geslaagd om de oplosser een hele reeks mooie puzzels aan te bieden.

 

Conclusies:
Chess Tactics Workbook for Kids is, ook vanwege de mooie uitgave met de hardcover en tekeningen, een interessant puzzelboek geworden. De opgaven, op thema gezet en ook in verschillende vorm aangeboden (‘Tougher Positions’ en ‘Does the Tactic Work?’) is een welkome afwisseling en dwingt de oplosser tot een andere manier van denken die ook tijdens een partij van groot belang is. Ik heb mijn twijfels over de gehanteerde structuur in de thema’s die Nunn aanbiedt, maar dat neemt niet weg dat een speler tijdens een partij in een willekeurige stelling domweg de juiste combinatie moet zien te vinden en met dit boek flink kan oefenen.

Rest me natuurlijk om toch een paar van de voorbeelden en opgaven te laten zien.

 

Dit is uit hoofdstuk 10 over de vrijpion, opgave 16.

Wit speelt en wint.

 

Uit hetzelfde hoofdstuk 10 over de vrijpion, opgave 34.

Deze staat onder het paragraafje ‘werkt de tactiek?’

“Can White win as in Exercise 16?”

Een intrigerend hoofdstuk vond ik hoofdstuk 11, het openen en sluiten van lijnen. Hieronder de twee instructievoorbeelden die Nunn geeft en die ik als opgave aanbied voor de bezoekers van Schaaksite.

 

Opening and Closing Lines – Instructie vb 1

 

Opening and Closing Lines – Instructie vb 2

 

Tot slot nog dit: er wordt aan het eind van het boek nog even de aandacht gevestigd aan het feit dat dit boek (en natuurlijk ook andere boeken van deze uitgeverij Gambit) gedownload kunnen worden op hun eigen ‘Gambit’s Chess Studio app’ die ‘free’ beschikbaar is. Als ik dan de gerelateerde titels voorbij zie komen, kan ik toch even een glimlach niet onderdrukken, als ik deze titel zie: op een wat lager niveau is beschikbaar ‘How to beat your dad at Chess’. Ik weet dat mijn zoontje best aardig schaakt, maar met dit boek (dat 50 standaard matpatronen aanbiedt) zal hij voorlopig nog even zijn ‘dad’ niet gaan verslaan…

Boek: Chess Tactics Workbook for Kids
Auteur: John Nunn
Uitgeverij: Gambit
ISBN-nummer: 1-911465-31-7
Pagina’s: 128
Gepubliceerd: 2019
Link naar onze recensenten met hun recensies.

1 Comment

  1. Avatar
    wimw september 08, 2019

    Dit is een goede, leerzame boekbespreking en het lijkt me ook goed oefenmateriaal. Toch denk ik dat in een leerboek de strategie uit de schaakpraktijk met tactiek gecombineerd zou moeten worden. In 2006 werd er in Amsterdam het toernooi Youth Experience gespeeld, waarin een aantal jonge schakers het met wit en met zwart opnamen tegen 5 geroutineerde grootmeesters. Carlsen was toen 15 jaar en won beide partijen van Nunn. In de onderstaande partij wordt Nunn strategische weggespeeld door Carlsen. Heel leerzaam om te zien dat een goede strategie met een juiste tactiek tot een simpel gewonnen eindspel leidt.
    [pgn eo=t pd=https://www.schaaksite.nl/wp-content/uploads/2019/09/carlsen_nunn_2006.pgn][/pgn]

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.