Kwaliteitsoffers: hoe en waarom?

Boekenlogo

 

Een praktische handleiding. Dat is de ondertitel van het boek ‘Het kwaliteitsoffer’ (Engelstalig) van Sergey Kasparov. Ik vind de titel sterker dan de ondertitel. Het boek geeft geen kant-en-klare aanwijzingen over wanneer je een kwaliteit zou moeten offeren. Het brengt je wel gevoel bij voor het verschil tussen toren en paard of loper. Opvallend aan het boek is dat het geen juichboek is, het staat niet vol met offers die direct tot winst leiden. Er staan ook offers in die het halve punt moeten redden en zelfs offers die mislukken.

Petrosian en Karpov

Het boek begint met twee hoofdstukken over de kwaliteitsoffers van Petrosian en Karpov. Boeiend om te zien hoe deze twee grootheden dit thema aanpakken. Echter, het hoofdstuk over Petrosian begint met een partij waarin een offer van hem tot remise leidt. Het hoofdstuk over Karpov begint met een partij waarin een offer van zijn tegenstander tot winst leidt. Tot winst van die tegenstander, wel te verstaan. Een merkwaardig begin en ik ga maar snel over naar het grootste deel van het boek. Dit bestaat uit tien thematische hoofdstukken. Wat voor soort kwaliteitsoffers kunnen we onderscheiden?

1. Domination

Een offer leidt niet tot concreet resultaat, maar tot een optimalisering van de posities van zijn stukken.

Kasparov (als ik in deze recensie die naam noem, bedoel ik de schrijver van het boek) speelde met wit tegen de Oostenrijker Rainer Bezler. Begrijpelijk dat hij vond dat zwart twee mooie paarden had. Daarom speelde hij:

33.Txd4 exd4 34.Pc2 Kf7 35.Pxd4

Nu heeft wit zelf twee mooie paarden.

35…Kg6 36.Kf3 b5 37.g4 Pf6

Nu speelde Kasparov 38.Pxf6, maar vond achteraf dat hij voordeel had kunnen krijgen met:

38.gxf5+ Kf7 39.Pb6 Tb7 40.Pc6 Te8 41.c5 dxc5 42.bxc5

Hoe groot is het voordeel en wat is het winstplan? Daarover weidt Kasparov niet uit. Hij schrijft dat de witte paarden bijna het hele zwarte kamp controleren. Dat is kenmerkend voor het boek. Hij zegt: kijk, nu sta ik er een stuk beter voor dan in de diagramstelling, dankzij dat kwaliteitsoffer. Een complete winstgang, daar gaat het boek eigenlijk niet over.

2. Fighting for the Initiative

Dit hoofdstuk gaat over kwaliteitsoffers waarvoor geen noodzaak bestaat, maar die bedoeld zijn om de balans te verstoren.

3. Trying to “Muddy the Waters”

Deze uitdrukking kende ik niet, maar lijkt zoiets te betekenen als: in een bedenkelijke stelling proberen er nog het beste van te maken, ook als dat in het ergste geval tot een snelle nederlaag kan leiden. Kasparov wijst erop dat niet iedereen in Zwitserland of Noorwegen woont, waar de inkomens volgens hem hoog zijn. Nee, schakers uit het Oostblok moeten tot het uiterste gaan om bij een toernooi een geldprijs binnen te halen. Hij laat een partij zien waarin de Oekraïner Pavel Eljanov, die veel sterker is dan hij, geen zin had om tegen hem een saai eindspel te verdedigen dat hooguit remise kon worden. Eljanov gokte op een kwaliteitsoffer, maar Kasparov verdedigde goed en won. Weer iets wat me opvalt in dit boek: sterke schaker offert een kwaliteit, maar had dat beter niet kunnen doen. Het boek is dus geen successtory, maar van fouten leer je meer dan van glanspartijen.

4. Utilizing an Advantage

Je staat al goed, maar hebt nog een klap nodig om te winnen. Ja, dat komt dus ook voor in het boek, offers die pats-boem tot winst leiden.

Kasparov speelde hier met zwart tegen de betreurde Vugar Gashimov.

36…Txd2

Ik zou zeggen dat dit wanhoop is. Zwart kan immers zijn koning en zijn paard niet bewegen, wat wit dreigt uit te buiten met Tf1+. Kasparov ziet dat anders, hij wijst op de drie pionnen die zwart voorstaat. Dat daar een dubbele h-pion bij zit is geen nadeel, want de zetten h4 en h3 zijn heel nuttig om de g-pion weg te spelen, waarna zwart een prachtig pionnenduo op de e- en f-lijn heeft. Alleen deze klap was ‘nog even’ nodig.

37.Lxe4+ Kxe4 38.Kxd2 h4 39.Ke2 f5 40.Td6 Le3 41.c4

Nu krijgt wit ook een vrijpion.

41…bxc4 42.b5 h3 43.gxh3 f4

Dit eindspel wist Kasparov moeiteloos te winnen.

5. Simply the best

Het offer is de enige mogelijkheid.

Met zwart had Kasparov hier overwicht over de veel lager gerate Duitser Guthmann. Na 21.Tcc1 Pd3 22.Tc2 Pxb2 zou zwart al bijna gewonnen staan. Je zou dus denken dat het volgende kwaliteitsoffer voortkomt uit wanhoop, maar de schrijver ziet het anders. Het is gewoon wat wit moet doen.

21.axb4 Txa1 22.bxc5 dxc5 23.Le3

Hierna miste zwart nog een paar kansrijke voortzettingen, waarna wit zonder heel veel moeite de remise binnensleepte. Daarmee zien we weer dat merkwaardige van dit boek. Het kwaliteitsoffer is niet de zet die remise maakt, daarvoor is in dit geval ook nog inaccuraat spel nodig van de tegenstander. Kasparov merkt daarover hier en daar in het boek op dat een kenmerk van het kwaliteitsoffer is dat het de tegenstander in verwarring brengt.

Het offer was hier dus niet direct remise-makend, maar wel ‘simply the best’.

6. Launching an Attack against the King

De schrijver zegt dat een kwaliteitsoffer voor de aanval niet noodzakelijk tot mat hoeft te leiden. “In dit boek zijn we meer geïnteresseerd in de positionele voordelen die het pad banen tot algemeen succes.” Dat is inderdaad een juiste omschrijving voor het boek. Het eerste voorbeeld in dit hoofdstuk is toch wel hardhandig.

Kasparov-Solomon, Kaapstad 2013

40.Txe6

Geen offer dat heel veel verbazing zal wekken, maar de afwikkeling moet accuraat.

40…Txe6 41.Txe6 fxe6 42.Lh3 Kh7 43.Lxe6 Ta8 44.f5!

De enig juiste zet.

44…De5 45.Dxg6+ Kh8 46.Dh6

Mat.

exchangesacrife

7. Reducing Your Opponent’s Offensive Potential

Een speler wil de verdediging van zijn koning vergemakkelijken door de stelling te vereenvoudigen. Ter compensatie moet hij dan zelf wel een troef hebben, bijvoorbeeld een of twee pionnen extra.

8. Destroying a Pawn Chain

De titel spreekt voor zich. Als twee bekende voorbeelden noemt Kasparov het offer Tc8xc3 in het Siciliaans en Tf8xf3 in het Frans.

9. Building a Fortress

Een verdedigend offer. Een speler offert een kwaliteit om een vesting te bouwen waar de tegenstander niet meer doorheen komt, of ervoor te zorgen dat de tegenstander niet genoeg pionnen overhoudt. Er zitten in dit hoofdstuk nogal wat voorbeelden waarin het offer niet tot het gewenste resultaat leidt.

10. Activating Your Bishop

Een loper kan te zwak geworden zijn. Kasparov laat voorbeelden zien van een gefianchetteerde loper op g7 (bijvoorbeeld in het Konings-Indisch of de Ben-Oni) met een pion op e5. Een kwaliteitsoffer Tf8-f4 gevolgd door (als wit slaat) exf4 kan de loper bevrijden. Liever een kwaliteit achter dan een dode loper.

Conclusie

Mijn conclusie over het boek staat al gedeeltelijk in mijn inleiding. Het gaat over kwaliteitsoffers, maar het is geen ‘Zo win ik met een kwaliteitsoffer’-boek. Sergey Kasparov erkent dat volledig in zijn conclusie. Hij stelt dat het boek boordevol voorbeelden staat van kwaliteitsoffers van sterke schakers. Dat alleen al is leerzaam. Hij verwacht zelf meer van deze offers te zullen plegen, nu hij dieper in de nuances van deze techniek is gedoken. Begrip bijbrengen lijkt hier belangrijker dan kennis bijbrengen. Dat is ook typerend voor een middenspelboek. Belangrijk is ook dat er niet veel boeken zijn die helemaal over dit onderwerp gaan. Misschien is dit boek daarom meteen wel een standaardwerk.

The Exchange Sacrifice, A Practical Guide

Sergey Kasparov

256 pagina’s, paperback

Uitgeverij Russell Enterprises

€ 22,95

 

Meer informatie en bestelmogelijkheden:

De webshop van New in Chess

De webshop van De Beste Zet

De winkel van Het Paard in Amsterdam

 

Alleen ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.