UIT OPTEKENINGEN 4

Na te zijn opgenomen in de PTT gelederen in Rotterdam als werknemer en zeker ook na mijn intrede in de schaakafdeling van dat bedrijf kwamen er ook bestuurlijke zaken aan de orde. Al spoedig na het aanvaarden van het lidmaatschap werd ik gepolst om in het bestuur plaats te nemen. Dat leidde ertoe, dat ik de taak van Anton Oomen, destijds secretaris afdeling schaken, op zijn verzoek heb overgenomen. In de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw had de schaakclub zijn domicilie in de grote kantine van het Telegraafkantoor aan de Coolsingel. Dat telegraafkantoor was gehuisvest op de eerste verdieping van het grote postkantoor met die prachtige tot de nok van het gebouw open hal , die heel hoog was overdekt met een dak van gebombeerd glas. Dat dak had bij het bombardement grote schade opgelopen, maar was na de oorlog weer in oude luister hersteld en had die stijlvolle gebogen vorm, waar je vanuit de hal naar boven blikkend tegenaan keek.

In het midden van die hal resideerde een portier, die de bezoekers de weg wees naar de tientallen loketten, die rondom die enorme hal waren gepositioneerd. Als er eindeloze rijen stonden en een bepaald loket moest voor een poosje dicht, omdat zo’n loketbediende toch ook eens even moest eten, dan greep de portier in en dirigeerde de staande queue in dezelfde volgorde naar een loket dat voor de aflossing werd geopend.

Na 19.30 uur was die kantine iedere avond beschikbaar voor de diverse sportbeoefenaars en dan ook nog eens kosteloos. Grote gamellen goed hete koffie waren bovendien ook nog gratis beschikbaar voor het lessen van de dorstige kelen. Ach, dat zijn nog eens kostbare herinneringen!

Nu was het niet zo, dat zo’n telegraafkantoor na 19.30 uur gesloten was, maar na die tijd was er voor het werkend personeel niets meer te verkrijgen. Die moesten dan een verdieping hoger, wan ook daar was zo’n kantine, maar dan weer ten behoeve van het Telefoonbedrijf. Het telegraafwerk ging 7 dagen per week en 24 uur per dag aan een stuk door. Die werkzaal, was verdeeld in 2 gescheiden afdelingen boven het postkantoor. De ene was gevuld met tientallen meisjes, die per telefoon door het publiek (meestal zakelijk publiek vanuit scheepskantoren en dergelijke) opgegeven telegrammen noteerden en dan voor verzending gereed maakten. In de andere zaal vond dan de verzending plaats en daar werkten ook vele tientallen mensen, ook weer veel meisjes en zo’n tien jongens ( Leuk hoor, ook dat staat nog goed in het geheugen gegrift!). In die tijd ging het verzenden van telegrammen voornamelijk nog met behulp van morsetoestellen, maar ook de telex deed al spoedig zijn intrede. Die toestellen waren dag en nacht bemand en onderhielden verbindingen met alle postkantoren in Nederland, met Scheveningen Radio voor telegrammen bestemd voor schepen op alle wereldzeeën en daarnaast met rechtstreekse verbindingen met Parijs, London, Berlijn en dergelijke steden. En dat alles in de begeleidende talen, waarin men met de andere kant van de lijn converseerde. Zo hoorde ik van mijn Parijse collega, dat Wim van Est in het ravijn was gevallen en door opgave de gele trui in de Tour de France was kwijtgeraakt. Hij vertelde er niet bij, dat zijn Pontiac horloge nog liep.

Het was daar op dat telegraafkantoor, dat ik mijn eerste contact met de schaakafdeling legde. Zittend naast een collega, die ook een morsetoestel bediende, zag ik dat hij in de schaarse momenten van even rust ondertussen ook bezig was met een insteekzakschaakspel. Ik zei dat ik dat spel ook wel kende en dat resulteerde tussen de werkbedrijven door in het wisselen van een partijtje! Ik won en de man vroeg of ik geen lid wilde worden van de PTT schaakclub. Dat was mijn eerste stap op een heel lange weg, die tot heden nog niet tot een einde is gekomen… Binnen enkele weken speelde ik toen wedstrijden mee met PTT 2, PTT 3, PTT 4, weer PTT 2 en opnieuw PTT 3 in respectievelijk Rotterdam bij Unilever, bij het GEB, in Waddinxveen, tegen Regina (toen nog los van Het Westen en later van Schiebroek) en ook nog DONK in Gouda. Ik was gelijk goed ingeburgerd!

Al spoedig werd ik toen dus ook secretaris en dat secretariaat eindigde na 17 jaren vergaderen en notuleren eerst in 1966. Bij die ene bestuurlijke werkzaamheid bleef het echter niet….

Al gauw deed ik er ook de competitie indeling en het wedstrijdleiderschap bij en dat ging ook door tot 1966. Toen men dat bij het bestuur van de omnivereniging met 3000 leden mij ook in de gaten kreeg, kwam er nog een vice-voorzitterschap van de omniclub bij, maar dat besloeg maar enkele jaren. Een mens heeft tenslotte maar één lijf.

Mijn intrede bij de club was wat de externe competitie betreft redelijk stormachtig. Dat ge jojo door wat reserveteams met uitsluitend overwinningen mocht dan het nodige stof hebben doen opwaaien, maar dat wilde nog niet zeggen, dat ik intern ook de wind in de zeilen had! Ik mocht in groep 2 meedoen, mits ik de resultaten van een verdwenen lid overnam. Geen bezwaar, maar de goede man had een half punt gescoord uit 5 partijen…. Uiteindelijk had ik aan het eind van de rit toch de tweede plaats nog bereikt en mocht ik promotie/degradatiewedstrijden spelen. Ook dat varkentje werd gewassen en zo kwam ik 1948 in team 1 terecht van PTT Rotterdam. Al in het volgend jaar werd ik in groep 1 tweede achter Cor Smit en die positie is zo lang ik in die club heb gespeeld altijd zo gebleven! Intern heb ik bij PTT Rotterdam nimmer een kampioensvlag kunnen hijsen! Toch heb ik in de onderlinge resultaten met Smit een pluscore van een vol punt staan, dat is dan nog een troost.

De club was door de jaren heen goed succesvol maar het werd in de promotieklasse van de RSB nooit bekroond met promotie naar de KNSB.

Eind april van 1951 liep ik tot mijn verrassing een oude vriend tegen het lijf en nog wel in de straat waar ik woonde. Het was Arie Schoenmakers, waar ik in de oorlog zo vaak mee had gespeeld en die ik nadien uit het oog had verloren, vooral door mijn verhuizing naar Rotterdam. Hij bleek vlakbij te wonen en lid te zijn van een Rotterdamse schaakclub, die in de hoogste Nederlandse klasse speelde, Het Centrum. Een oom van hem, Henk Roos, was daar ook lid. In mei ging ik met de verloren Arie mee naar die club en speelde daar een vrij partijtje, wat na 24 zetten in mijn voordeel werd beslist. De interesse was aan twee zijden gewekt. Ik was toe aan het spelen met sterkere tegenstanders en de “gevestigde orde” van de club zag wel wat in mijn acteerprestaties op het bord. Ik besloot in ieder geval de zomercompetitie mee te spelen. Ik werd ingedeeld in de tweede groep, waarin ik alle partijen won. Het tweede besluit volgde: Ik ging ook in de volgende wintercompetitie meedoen. De tegenstand was daar beduidend zwaarder. De eerste partij, met Henk Roos, verloor ik met Zwart, een Franse partij. Na bijna 60 zetten waren zijn combinerende paarden mij te machtig geworden. Vervolgens kreeg ik van Gerrit van Dalen, in een Aljechin Chatard een afstraffing. Na het stoppen van het ene gat, viel er weer een ander. En toen ik dacht het lek boven water te hebben, begon het opnieuw te regenen. Een weinig hoopvolle start dus, maar het getij keerde! In de volgende 13 partijen verloor ik niet eenmaal!. Ik scoorde daarin 10½ punten.

Het gevolg van die serie was, dat ik met Henk Roos de tweede plaats in de eindstand innam. Het kampioenschap werd behaald door Wout Boogaard. De gedeelde tweede prijs leverde

ƒ 5.—op, hetgeen protesten opleverde van Henk, die kennelijk in het begin van het seizoen een begroting had opgesteld, die deling van “zijn “ prijs uitsloot! Zo’n nieuwkomer als ik was, mocht wel meespelen maar toch zeker niet met een deel van de clubkas aan de haal gaan! Ach ja, die Henk, later hebben we er nog vaak om gelachen.

De volgende winter heb ik er nog een seizoen bij Het Centrum aan vast geknoopt. In de eindstand deelde ik de eerste plaats en de daarop volgende zomercompetitie sloot ik nog winnend af.

Dat jaar luidde het einde in van de club Het Centrum. Het ging een fusie aan met Kralingen en werd getransformeerd in “ Rotterdam”, dat in latere jaren zulke grote successen zou boeken.

Het werd ook het eind van mijn lidmaatschap van Het Centrum, er wachtte mij het huwelijk en daarin was voor 2 clubs per week geen plaats!

(wordt vervolgd)

De vorige afleveringen treft u hieronder aan:

Optekeningen 1

Optekeningen 2

Optekeningen 3

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.