UIT OPTEKENINGEN 10

Toch waren ook in 2e klasse wel drama’s te zien! In Leiden, tegen Philidor 2 dit miniatuurtje: Een Hongaarse rapsodie, waarin Wit geen égards voor zijn dame kende….

W. Ketting – A. de Jong

Tot mijn verwondering bezaten ze in 1966 in Nijmegen al Hoppe! Ik kon er dus met een gerust gemoed naar toe om er één van mijn bekende KNSB miniatuurtjes tot stand te brengen.

SMB had in die jaren nog meer schilderachtige figuren, zoals die zenuwpees van een Marcus en niet te vergeten pater Krekelberg. Van de naam Hoppe alleen al moet ik beneveld zijn geraakt, want op Zwarts voorstel stemde ik in met remise na 13 zetten.

10 december, 1966

SMB 1 – Steinitz 1

A. de Jong – A.G. Hoppe

Ook verre uitreizen op zaterdag stonden wel eens op het programma. Zo bracht Steinitz o.a. een bezoek aan Brunssum, waar we een smalle trap op gingen boven een café naar een donker gelambrizeerde speelzaal. In herinnering ligt nog het kraken van de houten vloer en de af en aan rennende ober, met een blad beladen met bier voor de gastheren! Wij dronken uiteraard koffie. Zo’n match begon om half twee ’s middags en vroeg 40 zetten in 2 uur (toen al wel). Afgebroken partijen werden meestal overgelaten aan de visie van een arbiter, die dan weken later zijn Salomé’s oordeel. De terugreis (overigens ook de heenreis) werd, zoals gewoonlijk, gemaakt in enkele auto’s, eigendom van de erkend rijken onder ons.Zo was ik bijna steeds metgezel van Nico de Klerk, die er een gewoonte van maakte, op de terugweg altijd van de kickdown gebruik te maken, zodat je aanhoudend het gevoel kreeg een ruimtereis te maken. Terug uit Zuid Limburg ging hij echter steevast aan bij een eetgelegenheid in Eindhoven, waar hij dan ook de volledige schade voor 4 man voor zijn rekening nam! Dat waren nog eens tijden! Even terug naar het gepresteerde gedachtenwonder in de kraakzaal: ik speelde weer eens een Budapestertje, maar ook ditmaal werd het geen pestertje, maar remise.

Ook bij een ander bezoek aan Brunssum kwam het tot afbreken, maar nu werd er niet gearbitreerd. Dat betekende dus , en dan in je eentje, een paar weken later een vervolgreisje naar het diepe Zuiden. Daar aangekomen kreeg ik doodleuk te horen dat mijn tegenstander er de voorkeur aan had gegeven op te geven… In de daarop even vallende stilte zijn er dan leukere dingen na te vertellen, dan de woorden die toen werden gebezigd!

Ook in 1967 stond op het programma Wilhelm Steinitz tegen Westen Regina 1. Tegenstander werd voor mij, de toen nog piepjonge Willem Broekman, waarmee ik later vaak in het nationale PTT team zou uitkomen. Onze ontmoeting werd toen nog voor mij een feestje! Een Pirc Verdediging pakte ik energiek aan en dat leverde een fraaie partij met tot slot een overwinning op.

11 november 1967

A. de Jong – W. Broekman

In november 1968 had ik mijn eerste aanvaring met de regering. Bij DD uit Den Haag speelde Verdam, die op dat moment bij een of ander departement staatssecretaris was. Zo kort als zijn politieke loopbaan was ook onze strijd op het bord. Het enige verschil – neem ik aan – was dat hij in het bestuursbeleid waarschijnlijk wat minder blunders beging dan in onze partij. Een open koningsstelling werd gevolgd door een “stukoffer”, waarop hijzelf niet had gerekend!

Dat het niet altijd koek en ei kan zijn werd weer eens bewezen in de wedstrijd tegen Wageningen. Of eigenlijk al weg daar naar toe. Want onderweg, prinsheerlijk gezeten in de limousine van Ebbe Mulder, zagen we een grote rookpluim verschijnen. Al het koelwater was verdwenen, want de slangverbinding met de radiator had het plotsklaps begeven. Wachten op de Wegenwacht en op de montage van een nieuwe slang. Gelukkig waren we nog in hotel De Wereld binnen de reglementair toegestane tijd. Maar het grote tijdnadeel werd naast de tegenstander een geduchte medestrijder aan de zijde van de bergbewoners. Zelf werd ik in de resterende tijd keurig geknipt door Knipscheer, die me in een Siciliaan overtroefde. De open b-lijn gaf Zwart ook in die partij weer eens een belangrijke troef in handen.

Het nieuwe jaar bracht een bezoek aan de Residentie Schaakclub (RSC). M’n opponent die dag was een man van Russische origine. Hij had een plat koffertje bij zich en ik vroeg me al af of ik soms op “borsjt” zou worden getrakteerd, maar niets bleek minder waar! Onder het schaken kwam ik er wel achter. De man had voor zich op tafel een pakje van die bekende lange Russische saffies. Op het moment dat de eerste zet werd gepleegd, zaten er daar nog vier in. Die werden er in recordtempo doorheen gepaft. Dat ging zo: Heel lange halen, zodat er een vurige punt ontstond. Was hij voldoende de lippen genaderd, dan werd een volgende pinkel gepakt en tegen de vuurpunt gehouden. De peuk in de asbak en op naar de volgende sigarettenwisseling. Nadat de vier in de asbak waren beland, ging de koffer open! Die bleek gevuld met een groot aantal volle pakjes. In de loop van de partij, die zo’n drie en een half uur vroeg, verdwenen op die manier 84 lange Russen in het hiernamaals. Maar wij, de Rus en ik, bevonden zich in een blauwe deken van rook. En uit die wolk kwamen mijn stukken zegevierend te voorschijn. Speltechnisch bezien was het een Aljechin Verdediging met de 4. f4 variant. Ik besloot de e-pion te ruilen, waar ook Lf5 had gekund. Verder liep alles thematisch met Dd7, f6 en 0-0-0 en kreeg ik een mooie koningsaanval, waarbij ik zelfs de dame jon winnen maar de voorkeur gaf aan het doorzetten van een leuke mataanval.

Den Haag, 11 januari 1969

G.A. Ottochian – A. de Jong

Een nieuwe fase in de “regeringscrisis” werd ingegaan in februari van ’69 en wel in Rijswijk, waar de plaatselijke 2e klasser wachtte met in hun midden de Minister van Binnenlandse Zaken. Zijne Excellentie, getooid met uitbundige sigaar, maakte zich kenbaar als Mr. De Niet. Nu was zelfs die naam in politieke kringen niet onbekend, maar ik dacht er niet over deze gefingeerde naam aan mijn notatiebiljet toe te vertrouwen. Ik schreef dus op: Mr. J.W. Beerninck en daaronder mijn naam en voorletter. Vervolgens duwde ik het formulier onder Zijne Excellentie’s neus met de woorden: “En zo schrijft u mijn antecedenten”! Hij vertrok geen spier en pende mijn gegevens neer. Nu wilde het toeval dat ik die zaterdag na afloop nog van Rijswijk naar Eindhoven moest voor een familiebijeenkomst.Ik wilde dus wel graag zo spoedig mogelijk mijn partij beëindigen en afreizen. Maar onze hoogwaardigheidsbekleder draalde zeer lang met opgeven, hoewel de stand daar al minstens een uur reden toe gaf. Beernink had in die tijd ook juist de krant gehaald met een “smokkelaffaire”! Hij had namelijk na een bezoek aan Baarle Nassau aldaar inkopen gedaan in een sigarenmagazijn Zijn buit (toen contrabande!) bevond zich op de achterbank van zijn limousine, uitgestald naast zijn omvangrijke lijfelijke gestalte. Nu wilde het bekende toeval, dat de marechaussee jjuist zijn mobiel aanhield en de smokkelwaar ontdekte. En die omstandigheid haalde uitgebreid het lezerspubliek van de landelijke dagbladen. Deze kennis zat – uiteraard – ook tussen mijn oren. En toen de hoogmogende uiteindelijk, na vele malen te hebben gepreveld: “Nu is de situatie weer wat anders”, de wapens neerlegde en ik de opgerukte wijzers op de klok bezag, kwam ik tot de volgende krasse uitlatingen: “Je ben m’n politieke kleur niet, je kan niet schaken en je kan nog niet smokkelen ook!” Daarna stond ik op, liet de Excellentie achter bij z’n verloren stelling en verliet hard hollend de arena op weg naar de laatst mogelijke trein naar Eindhoven. De partij:

Rijswijk, 8 februari 1969

Mr. J.W. Beernink – A. de Jong

Alle partijen en fragmenten nogmaals op een rijtje:

(wordt vervolgd)

De vorige afleveringen treft u hieronder aan:

Uit optekeningen 1

Uit optekeningen 2

Uit optekeningen 3

Uit optekeningen 4

Uit optekeningen 5

Uit optekeningen 6

Uit optekeningen 7

Uit optekeningen 8

Uit optekeningen 9

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.