Jongste grootmeester aller tijden

Iedere keer als er een jeugdspeler grootmeester wordt, haalt men een lijst van stal die vooral op de site van ChessBase steeds verder geperfectioneerd wordt – die van jongste grootmeester ter wereld.

De meest recente versie van begin dit jaar toen Illya Nyzhnyk in Groningen zijn 3e en laatste IGM-norm scoorde, ziet er zo uit.

Jongste grootmeesters in de historie (1.1.2011)

Nr. Speler Nat. Jaren Maanden Dagen Jaar
1 Sergey Karjakin UKR 12 7 0 2002
2 Parimarjan Negi IND 13 3 22 2006
3 Magnus Carlsen NOR 13 3 27 2004
4 Bu Xiangzhi CHN 13 10 13 1999
5 Richard Rapport HUN 13 11 15 2010
6 Teimour Radjabov AZE 14 0 14 2001
7 Ruslan Ponomariov UKR 14 0 7 1997
8 Wesley So PHI 14 1 28 2007
9 Etienne Bacrot FRA 14 2 0 1997
10 Jorge Cori PER 14 2 0 2009
11 Illya Nyzhnyk UKR 14 3 2 2010
12 Maxime Vachier-Lagrave FRA 14 4 0 2005
13 Peter Leko HUN 14 4 22 1994
14 Hou Yifan CHN 14 6 2 2008
15 Anish Giri RUS 14 7 2 2008
16 Yuri Kuzubov UKR 14 7 12 2004
17 Dariusz Swiercz POL 14 7 29 2009
18 Nguyen Ngoc Truong Son VIE 14 10 0 2004
19 Ray Robson USA 14 11 16 2009
20 Fabiano Caruana ITA 14 11 20 2007
21 Koneru Humpy IND 15 1 27 2002
22 Hikaru Nakamura USA 15 2 19 2003
23 Pentala Harikrishna IND 15 3 5 2001
24 Judit Polgar HUN 15 4 28 1991
25 Alejandro Ramirez CRI 15 5 14 2003
26 Bobby Fischer USA 15 6 1 1958

Er is echter nog een ander lijstje – namelijk van jongste grootmeester aller tijden.

Dat is veel korter en ondergaat aanzienlijk minder schommelingen.

Traditioneel begint de eeuwige ranglijst van jongste grootmeester ter wereld met Bobby Fischer, die in 1958 op een leeftijd van 15 jaar, 6 maanden en 1 dag de IGM-titel binnensleepte.

Na Fischer hebben zes spelers de ranglijst van jongste grootmeester aller tijden aangevoerd.

(1991) Judit Polgar, 15-4-28

(1994) Leko, 14-4-22

(1997) Bacrot, 14-2-0

(1997) Ponomariov, 14-0-17

(1999) Bu Xiangzhi, 13-10-13

(2002) Karjakin, 12-7-0

Sindsdien is de lijst ongewijzigd gebleven en ik moet zeggen dat ik ook niet zo snel iemand Karjakin zie onttronen.

In 2009 stelde ik een vraag op het NK Schaaktrivia ter gelegenheid van mijn 50e verjaardag die je slechts zelden hoort: “Wie werd in 1958 door Fischer afgelost als de jongste grootmeester aller tijden?”

Het antwoord daarop is Boris Spasski, die in 1955 op 18-jarige leeftijd zijn titel verkreeg in het kandidatentoernooi te Gothenburg. Zijn precieze gegevens: 18 jaar, 7 maanden en 24 dagen.

Spasski op zijn beurt loste Tigran Petrosian af, aan wie drie jaar eerder tijdens het kandidatentoernooi van Stockholm de titel werd verleend. En wel tezamen met Taimanov en Averbach, op de sluitingsplechtigheid, door FIDE president Folke Rogard. Zo las ik in de memoires van Yuri Averbach, die binnenkort in het Engels zullen verschijnen bij New In Chess. Petrosian was toen 22 jaar, 11 maanden en 5 dagen.

En wie loste Petrosian af?

ANTWOORD

Het volledige lijstje ‘jongste grootmeester aller tijden’ ziet er dus als volgt uit

1. Bronstein

2. Petrosian

3. Spasski

4. Fischer

5. Polgar

6. Leko

7. Bacrot

8. Ponomariov

9. Bu Xiangzhi

10. Karjakin

Zeg eens eerlijk, hoeveel had U er goed?

René Olthof (Foto Harold v.d. Heijden)

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.