Een bijzonder schaakstuk van Adriaen van der Werff

klik hier voor overzicht publicaties
klik hier voor verloting

In het Rijksmuseum bevindt zich een van de weinige schaakfiguren die ook buiten de Nederlandse grenzen bekendheid geniet. Deze schaakfiguur is, naar algemeen wordt aangenomen, gemaakt door de kunstschilder Adriaen van der Werff en heeft behoord tot een schaakspel gemaakt door de schilder (zie hier onder).

Over Adriaen van der Werff het volgende.

Deze kunstschilder en architect is geboren in Kralinger Ambacht, 21 januari 1659 en overlijdt op 22 november 1722 in Rotterdam.

Adriaan is de zoon van een molenaar. Zijn moeder wil dat hij dominee wordt. Adriaan kiest evenwel voor een schildersopleiding en gaat in de leer bij Eglon Hendrick van der Neer in Rotterdam. In 1691 wordt hij hoofdman van het Lucasgilde. Van der Werff trekt de bijzondere aandacht van keurvorst Johann Wilhelm von der Pfalz (Düsseldorf). Adriaan wordt voor zes maanden per jaar tot hofschilder benoemd van de keurvorst. In 1703 wordt van der Werff door de vorst in de ridderstand verheven.

Hij genoot grote faam als schilder maar ook als architect en bouwmeester is van der Werff actief. Hij ontwerpt onder meer particuliere herenhuizen zoals de herenhuizen Haringvliet 34 en 36 in Rotterdam. Maar ook de koopmansbeurs uit 1722 aan de Blaak in Rotterdam is door hem ontworpen.

De werken van Adriaan van der Werff zijn in Nederland onder andere te zien in het Rijksmuseum in Amsterdam, in het Historisch museum in Rotterdam en in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.

In de catalogus Beeldhouwkunst in het Rijksmuseum 1973 (Leeuwenberg, pag.262) wordt deze pion als volgt beschreven, citaat: ”BORSTBEELDJE VAN EEN SOLDAAT, pion.

De lachende kop is iets naar links gewend. Hij draagt helm en harnas; een sjaal is losjes over de schouders gedrapeerd. Een palmblad bedekt horizontaal rug en snijrand. Een haakje vooraan op het harnas. Op de onderzijde van het gedraaide voetstukje in inkt geschreven in oud schrift:

ADRIAEN VAN DER WERFF FECIT.

toestand: ontbreken enkele nageltjes op de helm.

inventarisnummer: N.M.2927.

materiaal/maten: palmhout, uit één stuk; hoogte met voetstukje 8,25 cm.”

Dit borstbeeldje van een soldaat, het schaakstuk, is eerder tentoongesteld in het Mary Hill Museum of Fine Arts, Maryland (Washington) 1957. Bij ’Schach im Wandel der Zeiten’ in Leipzig 1960 en in Düsseldorf in 1971. Dit schaakstuk wordt uitvoerig getoond in onderstaande afbeeldingen.”

Links: De schaakfiguur van Adriaen van der Werff in het Rijksmuseum. De hoogte met voetstukje bedraagt 8,25 cm. De figuur is gedraaid en gesneden uit één stuk palmhout.(Foto: Rijksmuseum Amsterdam)

Rechts: Linker aanzicht van de schaakfiguur van Adriaen van der Werff. De linker schouder en arm worden bedekt door een sjaal en een palmtak.(Foto: Rijksmuseum Amsterdam)

Links: Rechter aanzicht van de schaakfiguur van Adriaen van der Werff. De rechterarm en hand zijn niet te zien en worden bedekt door een palmtak. De palmtak eindigt bij de elleboog in een krul. (Foto: Rijksmuseum Amsterdam)

Rechts: Rugzijde van de schaakfiguur van Adriaen van der Werff. Een sjaal, het borstschild en een palmtak bedekken de rug.(Foto: Rijksmuseum Amsterdam)

Deze afbeelding toont de onderzijde van het voetstukje met in oud handschrift:
ADRIAEN VAN DER WERFF FECIT.”
Foto: Rijksmuseum

Ook in andere boeken wordt deze schaakfiguur getoond en beschreven. Schuyer (pag. 46) beschrijft in zijn boek Het schaakspel in de kunst- en cultuurhistorie (pag. 46) het schaakstuk als volgt: ”Vermoedelijk van de hand van de eerder genoemde Adriaen van der Werff. Op een sokkel van 3,5 cm doorsnede staat 8 cm groot een uit palmhout vervaardigde krijger met helm en pantser. Niet alleen het lachende gezicht van de jongeling noch uitsluitend zijn loshangend gewaad met die merkwaardige drapering waarin de barok zich toont maken dit stuk belangwekkend.”

Later in zijn boek schrijft Schuyer (pag. 64): ”Het stuk is naar alle waarschijnlijkheid wel een pion”. Maar hij spreekt wel zijn verbazing uit over de volle wapenuitrusting in combinatie met het kunstig gedrapeerd kleed.

In Künstlerische Schachfiguren aus zehn Jahrhunderten (Behrends, afbeelding 17) staat dit schaakstuk eveneens afgebeeld.

De begeleidende tekst luidt:

“Bauer. Von dem holländischen Maler Adriaen van der Werff (1659-1722). Handschriftlich signiert: Adriaen van der Werff Fecit. – Buchs-holz. Höhe 8 cm – Amsterdam, Rijksmuseum.

Auf gedrechseltem Sockel die Büste eines ju-gendlichen lachenden Kriegers im Panzer.

Dieser Figurensatz, von dem sich bisher nur dieses Stück nachwiesen ließ, ist bereits in der Zeit – genössichen Kunstliteratuur belegt .“

Schuyer (pag. 27) en Niemeijer (pag. 20) berichten dat Adriaen van der Werff ons een drietal schilderijen met een schaaktafereel nalaat waarop volgens hen telkens hetzelfde spel staat afgebeeld. Over dit spel merkt Niemeijer op; citaat: ”…..zelf verwoed schaker, heeft hij op drie werken een spel afgebeeld, dat telkens uit dezelfde figuren bestaat, en mogelijk uit zijn eigen bezit en door hemzelf gesneden was. Dit zou dan hetzelfde zijn als het schaakspel met uitmuntende, van palm- en ebbenhout gesneden figuren, door den Ridder A. van der Werff, dat op de veiling van zijn achterkleinzoon Abraham Gevers te Rotterdam op 24 juli 1827 onder nummer 55 voor fl200,- verkocht werd. Het werd door den schilder blijkbaar bewaard in de ronde spanen doos, die op alle drie schilderijen figureert”.

Sindsdien is het spel spoorloos verdwenen op een schaakstuk na, die op mysterieuze wijze in het Rijksmuseum in Amsterdam is beland.

Van der Linde (pag. 117) verhaalt over een bezoek van Richard Twiss aan Holland in 1780. Twiss schrijft hierover het volgende (Chess, I.p.4): ”De meest waardevolle schaakfiguren die ik ooit heb gezien heb ik gevonden in Rotterdam. Zij zijn gemaakt door Ridder van der Werff (de gevierde schilder) die deze figuren gedurende 18 jaren in zijn vrije tijd heeft gesneden. De hoofdfiguren zijn drie inches hoog (7,6 cm), de pionnen twee inches (5 cm). De ene partij is van palmhout, de tegenpartij van ebbenhout. Behalve de torens zijn alle figuren bustes geplaatst op voetstukken. De koningen dragen een leeuwenvacht waarbij de poten met de klauwen gevouwen zijn voor de borst.

De bisschoppen (de lopers) zijn uitgebeeld als narren met zotskappen met bellen en vertonen potsierlijke gelaatsuitdrukkingen. De paarden zijn paardenhoofden met wapperende manen.

De pionnen worden allemaal verschillend uitgebeeld net als alle hoofdfiguren. Het spel kent acht blanke figuren en acht negers”.

Twiss vermeldt niets over de koninginnen en de torens.

Vraagstelling.

Om meer achtergrondinformatie te vinden over het schaakstuk van Adriaen van der Werff en om de stellingen van Schuyer en Niemeijer te onderzoeken zijn we op zoek gegaan naar de drie schilderijen waarover beide auteurs spreken.

We vonden de drie schilderijen van Adriaen van der Werff met schakende personen die we hieronder weergeven.

Afbeelding van het schilderij ‘Herr und Dame beim Schachspiel’ van Adriaen van der Werff. Niet gesigneerd, 1680. Het schilderij bevindt zich in de Gemäldegalerie Alte Meister, Staatliche Kunstsammlungen Dresden.

Afbeelding van het schilderij ‘Zwei Schachspieler’ van Adriaen van der Werff. Het schilderij bevindt zich in het ‘Herzog Anton Ulrich Museum, Braunschweig’.

Afbeelding van het schilderij ‘Zwei Schachspieler’ van Adriaen van der Werff. Gesigneerd, 1679. Het schilderij bevindt zich in het Staatliches Museum Schwerin’.(Fotografe: Elke Walford)

Het eerste dat opvalt is dat alle drie de schilderijen een nagenoeg identieke compositie vertonen. Het gaat steeds om twee schaakspelende personen, telkens rechts in beeld gebracht. Voorts zijn

alle drie de schilderijen relatief klein. Het grootste schilderij is dat in Braunschweig en meet 66 x 56,4 cm (h x b). Binnen de drie schilderijen vormen het schaakbord en de schaakstukken slechts een klein deel van de afbeelding. Met name met behulp van het schilderij in Dresden hebben we de afmeting van het bord op het schilderij kunnen reconstrueren . Volgens onze berekeningen meet dit bord circa 7,5 cm op het originele schilderij (de diagonaal circa 11 cm). Van alle drie de schilderijen stonden ons foto´s ter beschikking. Met behulp van computertechnologie hebben we de schaakafbeeldingen op de drie doeken van Adriaen van der Werff vergroot en bestudeerd (zie hieronder).

Detailopname van het schaakbord op het schilderij ‘Herr und Dame beim Schachspiel’ van Adriaen van der Werff. Alle figuren zijn duidelijk te herkennen. Het is wellicht overbodig op te merken dat de schaakfiguur in het Rijksmuseum geen enkele overeenkomst vertoont met de pionnen op het bord. De vraagstelling spits zich toe op de zwarte loper, dit is de tweede figuur van rechts op het bord.

Detailopname van de spanen opbergdoos met schaakstukken en een schaakfiguur in de rechterhand op het schilderij ‘Zwei Schachspieler’ in het Herzog Anton Ulrich Museum Braunschweig. Op het schilderij is geen schaakbord te zien. Het spel is gespeeld en de laatste witte figuur, waarschijnlijk de koning, verdwijnt in de opbergdoos.

Detailopname van het schaakbord en vier schaakfiguren van het schilderij ‘Zwei Schachspieler van Adriaen van der Werff’. De toren is identiek aan de torens afgebeeld op het schilderij in Dresden. Het schilderij bevindt zich in het Staatliches Museum Schwerin.

Samenvattend:

1) Op alle drie de schilderijen is een spanendoos met deksel te zien. Op het schilderij in Schwerin is de doos slechts vaag op de achtergrond te zien.

2) De schaakfiguren zijn het duidelijkst te zien op het schilderij in Dresden. Op dit schilderij zijn de volgende schaakfiguren op het bord te zien: twee koningen, twee koninginnen, twee torens, een paard, vier pionnen en een zwarte figuur. Aangezien alle overige schaakfiguren duidelijk herkenbaar zijn moet deze zwarte figuur een loper zijn.

De pionnen zijn kegelvormig met een bolletje op de punt. Voor alle duidelijkheid merken wij nog op dat het schaakstuk niet lijkt op de pionnen op dit schilderij.

3) Het afgebeelde schaakspel op het schilderij in Schwerin is met hoge mate van waarschijnlijkheid hetzelfde spel als afgebeeld op het paneel in Dresden. Die conclusie is gebaseerd op een nauwkeurige bestudering van de torens in beide spellen. De poortjes en de twee ramen van de torens bij beide spellen zijn identiek. Voorts dragen alle koningen en koninginnen soortgelijke puntige kronen.

In eerste instantie meenden wij nog een schaakstuk te zien voor de zwarte koning. Voor meer informatie hebben wij daarover contact opgenomen met Dr. Gero Seelig van het Staatliches Museum Schwerin en hebben hem onze vraag voorgelegd. Hij berichtte ons dat er slechts vier figuren op het bord staan en dat hij voor alle zekerheid het door ons aangegeven gebied voor de zwarte koning ook nog microscopisch heeft onderzocht. Er staat derhalve geen schaakstuk voor de koning.

4) Over de schaakfiguren op het doek in Braunschweig kan het volgende worden opgemerkt. De figuur in de rechterhand van de linker speler op het schilderij is waarschijnlijk de witte koning die als laatste in de spanendoos wordt opgeborgen. Een kroon op het hoofd van deze koning is echter niet te zien. Bij sterke vergroting van de speelscène is links naast de spanen-doos nog een gekroonde zwarte figuur te zien. Boven de rand van de spanendoos prijken wel twee figuren met kronen.

Onze conclusie luidt:

1) Aannemelijk is dat het bij de afgebeelde schaakfiguren in de drie schilderijen steeds om hetzelfde spel gaat met de bijbehorende spanen opbergdoos.

2) Het afgebeelde spel op de schilderijen is ook niet het spel eerder door Twiss beschreven. Met name de pionnen op de drie schilderijen voldoen niet aan de beschrijving van Twiss.

3) Uit het hiervoor besprokene leiden wij af dat het schaakstuk uit het Rijksmuseum eerder een witte loper is, behorend tot het spel zoals afgebeeld op de schilderijen, dan dat sprake is van een pion.

Volgens ons is deze loper dan een fou, een hofnar, vol grappen en grollen. Die veronderstelling zou ook een verklaring kunnen zijn voor zijn opgewekte stemming, vreemde opmaak met zotskap (geen helm), het gedrapeerde kleed en het borstschild.

Om onze stellingen, te weten dat het schaakstuk van Adriaan van der Werff in het Rijksmuseum een witte loper is en staat afgebeeld op zijn schilderij in de Gemälde Galerie Alte Meister in het Museum in Dresden nader te onderzoeken, heeft het Rijksmuseum ons nog een serie kleurenafbeeldingen doen toekomen en voorts zijn we in de gelegenheid gesteld het schaakstuk persoonlijk uitvoerig te bestuderen.

De zwarte loper op het schilderij in Dresden vertoont een aantal bijzondere kenmerken die we in afbeelding 9 schematisch weergeven, te weten:

– de helm; steekt bij het voorhoofd en in de nek uit.

– De kin en de neus zijn op het schilderij sterk geproportioneerd afgebeeld.

– Aan de borst/buikzijde zijn drie kleine bolvormige uitstulpingen te zien.

– Op het schilderij is ter hoogte van de rechterelleboog een donkere vlek te zien met centraal een lichte vlek. Bij het schaakstuk is ter hoogte van de rechterelleboog de palmtak sterk gekruld. Hierdoor ontstaat in het midden van deze kromming een heldere punt.

Bevindingen bij het schaakstuk.

De helm steekt bij het schaakstuk voor het voorhoofd uit. Bij de nek ligt de helm tegen de huid aan, de rand is evenwel vrij geprepareerd. De nekzijde wijkt dus af van de weergave op het schilderij (zie hieronder).

De sterk vergrootte contouren van de loper zoals geschilderd op het schilderij ‘Herr und Dame beim Schachspiel’ van Adriaen van der Werff. De afbeelding kwam tot stand met behulp van geavanceerde computertechnologie.

De sculptuur draagt onmiskenbaar een forse neus. Voorts is op de sculptuur een baardje te zien en is de groeve onder de onderlip verdiept.

De kromming van de rug bij de sculptuur wordt met name veroorzaakt door de palmtak op de rug. De drie kleine uitstulpingen op de buik kunnen worden verklaard als een projectie (van boven naar beneden) van de mantel rond de schouder, de punt van de palmtakkrul boven de rechterarm en de punt van de linkerarm.

De vergelijking tussen de afbeelding van de zwarte loper op het schilderij in Dresden en bestudering van de originele sculptuur en het fotomateriaal hebben ons tot de conclusie geleid dat de ‘pion’ in het Rijksmuseum een witte loper is die behoort tot het spel zoals afgebeeld op het schilderij in Dresden.

Met dank aan:

– Mr. R.C.L. Cornelissen, Amsterdam.

– Dr. Gero Seelig, Abteilung Gemälde Staatliches Museum Schwerin.

– Mevrouw A. Pauzert, Gemäldegalerie Alte Meister, Dresden.

– Drs. W.A.P. Hoeben, Hoofd Beheer & Behoud, Rijksmuseum Amsterdam.

– Mevrouw I. Labeur, afdeling Beeld, Rijksmuseum Amsterdam.

Literatuur:

BEHRENDS, R. (1963): Künstlerische Schachfiguren aus zehn Jahrhunderten. Im Insel – Verlag, Leipzig. Pagina 60

LEEUWENBERG, J. (1973): Beeldhouwkunst in het Rijksmuseum Amsterdam/Catalogus. Pagina 262

LINDE van der, A. (1875): Het schaakspel in Nederland. G.A. van Hoften, Utrecht. Pagina 117

NIEMEIJER, J.W. (1961): Schaken als thema in de beeldende kunst. Wassenaar (eigen uit-gave). Pagina 20

SCHUYER, E.H. (1968): Het schaakspel, in de Kunst- en cultuurhistorie. Van Dishoeck, van Holkema & Warendorf, Bussum. Pagina 27, 46 en 64

Uit: Het schaakspel in Nederland, Mathieu en Ine Kloprogge, 2011

Klik hiervoor de uitgebreide presentatie van dit boek met veel links en foto’s.

Voor meer informatie en bestellen boek klik hier.

Schaaksite.nl verloot drie exemplaren van het boek Het schaakspel in Nederland. Het is een waardevol collectors item. Als je aan deze verloting wilt meedoen stuur dan een mail naar onder vermelding van ‘Kloprogge ’. De termijn van inzenden sluit op 31 december 2011 . De winnaars melden we daarna zo snel mogelijk op onze site en zij krijgen ook persoonlijk bericht.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.