Spel uit de kunst in de kunst (1)

klik hier voor overzicht publicaties
klik hier voor verloting

Leo Diepstraten heeft baanbrekend werk verricht door onderzoek te doen naar Schaken en Schilderkunst in de Nederlanden van Middeleeuwen tot aan begin van de 21ste eeuw. Hij heeft de resultaten van zijn onderzoek in 2001 vastgelegd in een prachtig boek, in groot formaat uitgevoerd, met de titel: Spel uit de kunst in de kunst.

130 pagina’s, met veel zwart/wit- en kleurenafbeeldingen

In vogelvlucht maken we een reis door dit prachtige boek met schilderijen, tekeningen, etsen, gravures, andere grafische technieken en we blijven natuurlijk ook af en toe even stilstaan.

Zijn inleiding begint met:

‘Het mag wel als bekend worden verondersteld : het schaakspel is het koninklijk spel bij uitstek, niet alleen intrinsiek want het wordt gespeeld met twee koningen, voor elke partij één, die het doel zijn waarop spelers het gemunt hebben, maar ook wat de spelers zelf betreft: van oudsher waren het koningen en edellieden, die dit spel speelden en het als één der deugden van het ridderschap beschouwden. Zo had in de dertiende eeuw Petrus Alfonsi, de lijfarts van Koning Alfonso VI van Castilië en León (1065 -1109), geschreven.

Hij noemde rijden, zwemmen, boogschieten, schermen of z waardvechten, vogelvangen, schaken en verzen schrijven als de belangrijkste vaardigheden, welke de adel zich moest eigenmaken. Hij duidde deze vaardigheden aan als ridderdeugden.’

De eerste afbeelding in het boek is een ‘Schaakvoorstelling’ van een onbekend moslim kunstenaar. Het is een plafondschildering in tempera Capella Palatina, Palermo (1140 – 1150).

‘In de Nederlanden is het schaakspel omstreeks 1200 bekend en waarschijnlijk niet veel eerder. De bronnen daarvoor liggen in oude handschriften. Allereerst behoort daartoe het Deventer Gedicht, een Vlaams manuscript onstaan tussen 1200 en 1250, dat in een klossterbibliotheek te Deventer werd teruggevonden. Voorts kwam het schaakspel aan de orde in een aantal middelnederlandse romans. Romans waren van oorspong verhalen, meestal op rijm, in een romaanse taal, d.w.z. niet in het Latijn. Me kan grosso modo drie grote groepen onderscheiden: De Karelromans, de Arthurromans en de Alexanderromans.

Hieronder een illustratie uit de Arthurroman van Penninc en Pieter Vostaert.

Walewijn en het vliegende schaakbord, ca. 1250, kunstenaar onbekend

Interessant is in de Noordelijke Nederlanden het werk van Dirc van Delft: Die tafel van den Kersten Ghelove uit 1404. Dirc van Delft was – evenals Cessolis – een Dominicaner monnik en hofkapelaan van Graaf Albrecht van Beieren, die het Graafschap Holland bestuurde.

(…) Hoewel het hof was gevestigd in Den Haag was Dirc van Delft tevens nog een soort buitengewoon hoogleraar aan de Universiteit van Erfurt. Hij had ook de academische titel van ‘meester’. Het werk, dat tussen 1404 en en 1410 tot stand kwam is in twee delen gecomponeerd: een Winterstuc en een Somerstuc. Er is meer dan één illustrator aan het werk geweest voor dit bijna encyclopedische boek. Wie dat waren weten we niet. Zij worden meestal aangeduid met de benaming Meesters van Dirc van Delft en de voorstelling Koning en Koningin aan het schaakspel is opgenomen in Somerstuc in een miniatuur, welke in een grote beginletter aan het begin van het hoofdstuk werd geschilderd. Het is het hoofstuk dat handelt Van spele of tijdverdrijf der her of d’ vrouwen dair men nochtan goede exempelen bi mach verstaen ende leren. Het heeft te maken met de geschiedenis van het schaakspel, dat enerzijds voor de edelen als een van de zeven deugden werd beschouwd, zoals door Petrus Alfonsi omstreeks 1106 omschreven en anderzijds, zoals Jacobus Cessolis omstreeks 1280 had gepredikt en geschreven, voorbeelden kon aandragen voor normen en waarden en het zedelijk gedrag. Het boek is te vinden in het British Museum te Londen.

Op de voorstelling zien we een soort Liefdestuin, waarin onder een boom een koning en een koningin aan het schaakbord zijn afgebeeld. Daaronder bevinden zich nog een viertal andere personen, mogelijk de dochter en drie zonen met kronen op het hoofd, die zich verpozen in het gras. ‘Liefdestuinen’ waren in de middeleeuwen een geliefd object om de hoofse liefde weer te geven en in diverse schaakprenten kan men die terugvinden. In het schaakspel en zijn verbeelding zal de liefde nog een andere rol spelen. Geen vrouw van stand kon het zich in de middeleeuwen veroorloven zich zonder chaperonne met een man te vertonen. Er was echter één uitzondering: zij kon zich met een man aan het schaakbord begeven zonder het wakend oog van een derde persoon. Een vrouw van stand kon dan ook schaken en als men opging in het spel was er geen oog voor andere dingen.

Loyset Liédet kwamen wij al tegen in Schaken in de Beeldende Kunst (1 ), waar wij zijn miniatuur ‘Comment Regnault de Dourdogne ocit Berthoulet, le Neveu de Charlemagne en jouant aux échecs.

Johan Huizinga zegt in zijn Herfstij der Middeleeuwen:

‘Wie het verschil in prikkelbaarheid tussen de vijftiende eeuw en onze tijd niet ziet, kan het leren uit een klein voorbeeld op een ander gebied dan dat der tranen, namelijk dat der heethoofdigheid. Wij kunnen ons waarschijnlijk moeilijk een vreedzamer en rustiger spel denken dan het schaakspel… Twist van koningszonen over een spel schaak was in de vijftiende eeuw nog een even gangbaar motief als in de Karelromans.’

Zo ook bij Liédet, die niet alleen Reinout vertoont met een opgeheven zwaard om Bertholet te doden, maar tevens andere schakers te keer laat gaan met het schaakbord om elkaar ermee de hersens in te slaan. Overal liggen schaakstukken en nog een schaakbord over de vloer. Alles bijeen weer een levendig tafereel waarin hartstocht hoogtij viert.

‘Comment Regnault de Dourdogne ocit Berthoulet, le Neveu de Charlemagne en jouant aux échecs.

Miniatuur uit een der Karelromans,Musée de l’Arsenal Paris

Schilders van de 16e en 17e eeuw

Na de boekverluchters komen we aan de schilders en tekenaars die in de 16e en 17e eeuw aandacht aan het schaken hebben besteed.

We moeten dus weer even terug in de tijd en komen dan op de eerste plaats uit bij een van de belangrijkste schilders uit Leiden dit die thema ter hand namen : Cornelis Engebrechtsz (1468 – 1533). Hij was de leermeester van Lucas van Leyden. Cornelisz behoort tot een kunstenaarsfamilie te Leiden. Volgens Dr. Antonius van der Linden bevindt zich in de collectie van Suermondt te Berlijn, welke sinds sinds 1872 behoort tot het Staatsmuseum, een werk van Cornelis Engebrechtsz met de titel Een kleine schaakspel scene. Nadere bijzonderheden zijn daarover door hem niet gegeven. Cornelisz was de leermeester van Lucas van Leyden waarover we publiceerden in Leydenaren ontsteld. Lucas schilderde rond 1508 ‘De schaakspelers’.

De Schaakspelers , Lucas van Leyden, 1508
Olieverf op eikenhouten paneel
Staatsmuseum, Berlijn

Anthonis Mor Dashorst (ca. 1519 – 1577) ook bekend onder de naam Antonio Moro werd geboren in Utrecht. Hij was vooral een portretschilder die internationale faam heeft gekregen. Evenals zijn stadgenoot Jan van Scorel (1495 – 1562) trekt hij naar Rome, waaraan hij zijn benaming Antonio Moro overgehouden heeft. Jan van Scorel heeft grote invloed op hem gehad.

Voor ons van belang is zijn werk uit 1549: Prins Johann Friedrich de Oudere van Saksen aan het schaakspel met een Spaanse officier tijdens zijn gevangenschap. Het is een olieverf schilderij op paneel van 65 x 92 cm. Het werk bevindt zich in de collectie van het Schlossmuseum te Gotha. Een kopie van het werk, door de Mor zelf vervaardigd is te vinden in het Museum voor Beeldende Kunsten te Leipzig.

Prins Johann Friedrich de Oudere van Saksen aan het schaakspel met een Spaanse officier tijdens zijn gevangenschap. Olieverf op paneel, Anthonis Mor Dashorst, 1549

In deze aflevering tot slot komen we bij een schilder, van wie we eigenlijk niet heel zoveel weten: Hans Ewoutsz (1520? – 1574?) Hij werd in Antwerpen, waar hij zijn opleiding genoot en waar ook andere leden van de familie schilders waren, in 1540 lid van het Sint Lukasgilde. Hij werkte in de traditie van Frans Flores (1516 – 1570). Hans Ewoutsz was een tijdgenoot van Frans Flores en het zou kunnen , dat zij dezelfde leermeester hadden. Ewoutsz ‘ schilderstijl heeft de invloed ondergaan van verschillende belangrijke schilders zoals Jan van Scorel, Hans Holbein, Anthonis Mor en Quinten Metsys. In 1545 verhuisde hij naar Engeland en werd er in oktober 1550 genaturaliseerd. Sinds die tijd is de schrijfwijze van zijn naam onduidelijk geworden. Er zijn mogelijk wel tien variaties, waarvan nog de meest voorkomende : Haunce Eworth

Voor ons is van belang Ewoutsz’ werk : De Familie van de Hertog van Windsor bij het schaak- en kaartspel uit 1568.

De familie van de Hertog van Windsor bij het schaak- en kaartspel. Olieverf op paneel, Hans Ewoutsz, 1568
Coll. Cardiff Castle, Glanmorganshire

Het portret is nog steeds familiebezit gebleven, al draagt de huidige familie niet meer dezelfde naam. Opgemerkt moet daarbij worden, dat zij geen familie zijn van de huidige Windsors. Afgebeeld zijn :

Edward the third Lord of Windsor, zijn echtgenote, dochter van de Earl of Oxford, een gouvernante van de kinderen en beneden : de vier kinderen Lord Frederick Windsor, Lord Henry Windsor en twee jongere broers. De twee oudsten spelen schaak, de jongsten houden zich met het kaartspel bezig.

Wordt vervolgd.

Met dank aan Leo Diepstraten.

Schaaksite.nl verloot vijf exemplaren van het boek Spel uit de kunst in de kunst . Dit boek is een waardevol collectors item. Als je aan deze verloting wilt meedoen stuur dan een mail naar onder vermelding van ‘Diepstraten’. De termijn van inzenden sluit op 31 december. De winnaars melden we daarna zo snel op onze site en zij krijgen ook persoonlijk bericht.

Tegelijkertijd verloot Schaaksite.nl ook vijf exemplaren van het boek Het schaakspel in Nederland . Ook dit boek is een collectors item. Als je aan deze verloting wilt meedoen stuur dan een mail naar onder vermelding van ‘Kloprogge’. De termijn van inzenden sluit ook op 31 december. De winnaars melden we daarna zo snel op onze site en zij krijgen ook persoonlijk bericht.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.