Schaakrubrieken 31 maart 2012

Schaaksite.nl is een site voor iedere geïnteresseerde in het schaken.

Daarom mag aandacht voor de schaakrubrieken in de landelijke bladen niet ontbreken.

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken.


INTRO

‘Regelneven raken mataklap´

Onder de kop ‘Regelneven raken mataklap’ geeft Hans Ree in de NRC van 31 maart/1 april 2012 commentaar op de gebeurtenissen in de negende ronde in Plovdiv. Hij meent dat het met de regels een gekkenhuis is geworden. Vervolgens noemt hij de zeven reglementaire nullen wegens te laat komen vanwege de invoering van de zomertijd, het tien seconden te laat komen van Mamedyarov en de ongeldige, snelle remise van Mamedyarov. De kledingvoorschriften van de Europese Schaakunie vindt Ree ook maar niets.

Lees verder…

Het PAROOL

In deze rubriek ook de column van Max Pam van 31 maart.

Hans Ree

Zijn rubriek ‘ Regelneven raken mataklap ’begint met:

‘Schaakeindspelstudieoploskampioen, een mooi woord voor een partijtje MegaScrabble. De oploskampioen is niet een mens die zichzelf met de snelheid van een bouillonblokje weet te vervluchtigen in heet water, maar een schaker die een wedstrijd heeft gewonnen waarin eindspelstudies worden opgelost.

Tijdens het laatste Tata Steel toernooi in Wijk aan Zee won David Klein (18) zo’n wedstrijd.’

(…)’ Zo’n overwinning levert slechts beroemdheid op in een kleine niche van de schaakwereld, maar is wel een bewijs van ware schaakliefde en van scherp gevoel voor wat de stukken kunnen doen.’

(…)’Maar een grote verrassing was het succes van Klein (EK in Plovdiv), die de bescheiden titel van FIDE-meester heeft, maar tijdens dit kampioenschap eerts de titel van internationaal meester binnenhaalde en vervolgens ook nog een grootmeesternorm scoorde.’

(…)’In de vorige rubrieken heb ik geschreven over de strenge regels die in Plovdiv gelden. De kledingvoorschriften, maar veel erger nog, de zogenaamde zero tolerance rule die zegt dat een speler die ook maar een seconde te laat aan zijn bord verschijnt, de partij heeft verloren.

Het is nu een gekkenhuis geworden. Afgelopen zondag kregen zes Georgiërs en een Griek een nul omdat ze te laat waren. Bij de Georgiërs kwam het door de zomertijd, die in hun land niet bestaat. Volgens Chessbase hadden ze door onwennigheid hun klokjes een uur teruggezet in plaats van vooruit.’

Hij behandelt de partij Maxim Matlakov – Viktor Bologan, EK Plovdiv 2012.

De schaakopgave deze week is een stelling uit de partij Emil Sutovsky – Sergey Grigorinats, EK Plovdiv 2012. Zie hieronder.

Wit begint en wint

Oplossing: ‘ 1T1e5 Pxe5 (na 1…Dxf3 volgt 2. Th5 mat) 2.Pf6+ en zwart gaf op wegens 2…gxf6 3.Dh5+ Kg7 4.Dh8 mat of 2…Kh6 3.Pg8+ Kg5 4.Txe5+ Dxe5 5. Dg4 mat. ’

Gert Ligterink

Zijn rubriek ´Anish Giri brekebeentje van Nederlandse ploeg ´ begint met:

De overgang naar de zomertijd verliep niet geruisloos bij het EK-toernooi in Plovdiv. Ondanks vele waarschuwingen van de wedstrijdleiding waren zeven deelnemers, een Griekse speelster en zes Georgiërs, afgelopen zondag niet op tijd aanwezig bij het begin van de zesde ronde. Een reglementaire nul was hun deel.

In sommige berichten werd vergoelijkend opgemerkt dat de stommiteit van het Georgische zestal begrijpelijk was omdat hun vaderland geen zomertijd kent. Dat mag waar zijn, maar het verklaart niet waarom de drie Georgische grootmeesters in Plovdiv er wel aan hadden gedacht hun horloge een uur vooruit te zetten. Of impliceert een hogere rating ook een grotere alertheid in praktische zaken?

De Nederlandse spelers hadden geen last van dergelijke perikelen. Ivan Sokolov, Erwin L’Ami en Jan Smeets speelden voortreffelijk in de eerste zeven ronden en verzekerden zich met een score van 5 uit 7 van een kansrijk uitgangspunt voor de beslissende fase. David Klein, die indrukwekkend begon met een overwinning op de Kroaat Saric, weerde zich in het vervolg van het toernooi kranig tegen een rij sterke topspelers en hield met een score van 4 uit 7 uitzicht op een grootmeesterresultaat.

Lees meer …

Hans Böhm

Zijn rubriek’ Troostprijzen ’ begint met :

Het zal een klein wonder zijn als een Nederlander Europees kampioen schaken wordt. Op het moment van schrijven, na acht van de elf ronden, heeft alleen Ivan Sokolov nog kansen. Hij staat met 6 punten samen met zeventien anderen op een half punt achter de drie koplopers: de Russen Vladimir Malakhov en Maxim Matlakov en de Armeniër Vladimir Akopian. Jan Smeets volgt direct daarachter met 5,5 punt en kan met een formidabele eindsprint ook nog heel hoog eindigen. Belangrijk zijn de eerste 23 plaatsen die recht geven op een WK-ticket voor 2014.

We nemen wat cruciale partijfragmenten door, waaruit zal blijken hoe dicht geluk en pech bij elkaar liggen. Zou je na afloop aan alle 350 deelnemers vragen wat ze hadden kunnen halen als alles had meegezeten, dan kom je op een veelvoud uit van de 3850 te vergeven punten. Als je in vorm bent pak je als door hogerhand geleid zomaar je beste kans, als je je dag niet hebt, grijp je precies de verkeerde keus. Het kan verkeren.

Voor de volledige column klik hier.

Bab Wilders

Voor zijn rubriek met een driezet van R. Cheney, met boekbesprekingen en een analyse van de partij Richard Vedder – Manuel Bosboom klik hier.

Johan Hut

Zijn rubriek ’ David Klein tussen de grootmeesters ’ begint met:

In de Bulgaarse stad Plovdiv wordt vandaag de laatste ronde gespeeld van het Europees kampioenschap. Van de zeven Nederlandse deelnemers leken er vooraf vijf tot de kanshebbers voor een hoge positie te behoren: Anish Giri, Ivan Sokolov, Jan Smeets, Erwin l’Ami en Sipke Ernst. Voor één Nederlander was het een soort schaakvakantie: Jorgen Henseler, speler van HSG 2. En dan was er David Klein, van wie vorige week op deze plaats een mooie overwinning stond. Van de achttienjarige inwoner van Heemstede mocht geen hoge klassering worden verwacht, het toernooi zou voor hem vooral een avontuur zijn. Het werd een mooi avontuur, hij begon met een overwinning op de Kroatische grootmeester Ivan Saric, kreeg daarna alleen nog maar grootmeesters tegen zich en stond na zeven ronden nog steeds een half punt boven de vijftig procent. Daarmee is al voor de slotronde zeker dat hij zijn derde meesternorm heeft gescoord en zich daarom voortaan internationaal meester mag noemen. Tevens is het zijn eerste grootmeesternorm. Van alle jonge spelers die de afgelopen jaren via de Kennemer Combinatie zijn doorgebroken lijkt David Klein op dit moment duidelijk de sterkste.

Een Nederlander die vandaag misschien nog steeds in de race is voor de hoogste posities is Ivan Sokolov. Dat is mooi, want zijn laatste echte successen dateren van maart 2011 (gedeelde eerste plaats in een open toernooi in Reykjavik) en een maand later (gedeelde tweede plaats in een open toernooi in Azerbeidzjan). Sokolov heeft een prachtige erelijst, maar die moet wel een beetje up-to-date gehouden worden. In de Nederlandse competitie maakt hij ook geen indruk meer. Nadat hij jarenlang procentueel topscorer was in de Meesterklasse speelt hij nu met SISSA (Groningen) in de derde klasse. In Plovdiv begon hij voortvarend met vier uit vijf, verloor toen van de Duitser Arkadij Naiditsch maar herpakte zich met de volgende fraaie overwinning.

Voor de volledige rubriek klik hier

Henk Prins

Ruud Beugelsdijk (1957-2009) stond bekend als componist van allerlei soort schaakproblemen. Zijn sterkste genre was de helpmat. In een helpmat werkt zwart mee om mat gezet te worden door wit. Een juweeltje is het helpmat van diagram 1.

Diagram 1 : R. Beugelsdijk, helpmat

De opgave is: helpmat in twee, 4 oplossingen. In een helpmat is het gebruikelijk dat zwart begint. De eerste oplossing is: 1. Kc5 Db3 2. d4 Pb7 mat. In de tweede oplossing komt de matzet terug: 1. Ke5 Pb7 2. d4 Df5 mat. Het kunstje van het herhalen van de matzet volgt in de derde oplossing: 1. Ke3 Df5 2. d4 Pc4 mat. In de laatste oplossing weer de herhaling: 1. Kc3 Pc4 2. d4 Db3 mat. De laatste zet is weer de eerste zet van wit in de eerste oplossing. De zettenreeks -Db3, Pb7, Df5 en Pc4- vormt een cyclisch patroon. De zwarte koning heeft in de vier oplossingen een koningsster gemaakt. Interessant is ook dat iedere matzet een “modelmat” heet. Een modelmat is een matstand waarbij de velden rondom de zwarte koning maximaal door één wit stuk is gedekt.

789 – R. Beugelsdijk, driezet

Ook op het gebied van de driezet was Ruud Beugelsdijk sterk. De driezet van hem die als probleem 789 in deze rubriek werd geplaatst, heeft een rijke inhoud. Sleutelzet is 1. Tc7 en was niet eenvoudig te vinden. Wit dreigt met deze zet geen mat in drie, dus is zwart in tempodwang. Als zwart 1. …Tg1 of 1. …Tgg3 speelt dan speelt wit 2. Lxg7, dreigt daarmee 3. d5 mat. Op 2. ….Txg7 komt 3. Pxg7 mat en op 2. …Td3 3. Pxf4 mat. Ook na 1. …Tff2 komt 2. Lxg7 met als vervolg 2. …Txd2 3. Pxf4 mat. Op 1. …Tf1 speelt wit 2. Lxf4, dreigt weer 3. d5 mat. Op 2. …Txd2 komt dan 3. Pxg7 mat en op 2. …Txf4 3. Pxf4 mat. Op 1. …Tg4 heeft wit het mooie 2. Tc6+, Kd7 3. e6 mat. Op 1. …Tg5 komt 2. Lxg5 en 3. Pxg7/Txe7 mat. Op 1. ….Tg6 is 2. Te8 de weg naar het mat op de volgende zet 3. Txe7. Na 1. …Lf5 speelt wit 2. Txf5, dreigt 3. d5 mat, Verder komt op 1. …gxh6 2. Pf6, dreigt 3. Tc6 mat en op 2. …exf6 komt 3. Txf6/Te8 mat.

Max Pam, 31 maart 2012

Zijn rubriek ‘De verloren partijen van Fischer’ begint met:

‘Op het moment dat ik deze rubriek schrijf, is het Europese kampioenschap in volle gang en valt er nog niets te zeggen over een eventuele winnaar.´

(…) ´Een paar onbekende partijen van Bobby Fischer zijn teruggevonden en hun notatie is gedeeltelijk ontsluierd.

In 1992 speelde Fischer een soort revanche match tegen Spasski. De tweekamp werd gehouden in Sveti Stefan, een vakantieoord in het toenmalige Joegoslavië. Fischer doorbrak daarmee de boycot die door de Verenigde Staten tegen dat land was uitgeroepen. Tijdens een persconferentie bespuugde hij een brief van het State Department, waarin hij aan de boycot werd herrinerd. Wereldnieuws.’

(…)’Maar ondertussen maakte Fischer zich schaaktechnisch grote zorgen. Hij had twintig jaar niet meer geschaakt en was bang voor de komende confrontatie. Dus vroeg hij de Joegoslavische grootmeester Svetozar Gligoric een oefenmatch tegen hem te spelen´.

(…)’Uiteraard is de schaakwereld benieuwd naar de partijen. De notatieformulieren van drie duels zijn in facsimile gepubliceerd in het boek Bobby Uncensored van David en Alexander DeLucia, twee bibliofile schaakfanaten. De oplage is klein en een exemplaar kost vierhonderd euro. Met dez publicatie is ook het ontcijferen van Fischers grillg handschrift begonnen. Een heel karwei, want de stelling dat het handschrift een spiegel is van de geest, gaat zeker op voor Fischer´.

Hij behandelt de partijen Glicoric – Fischer, Fischer – Glicoric (Mercére) en Fischer – Glicoric (Winants).

Rini Kuijf

Uit zijn rubriek ‘Dagschaak’ opgave A5751 voor beginners en B5751 voor gevorderden.

A5751 Wit aan zet, wat moet hij doen?

B5751 Zwart aan zet, wat is sterk?

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.