Eindspelstudies 40 – Archaeologie

website

E-mail:

Hierbij de 40ste aflevering van deze rubriek voor Schaaksite uit mijn database.

  • De vierde versie van de database bevat 76.132 eindspelstudies
  • Het is de beste en grootste database van eindspelstudies ter wereld
  • De database bevat driekwart van alle ooit gecomponeerde studies
  • De database is in standaard pgn-format en leesbaar voor gangbare schaakprogramma’s


In aflevering 24 besteedde ik al aandacht aan het monnikenwerk om studies te vinden die ooit in een of andere krant of (schaak)tijdschrift gepubliceerd werden en sindsdien vergeten waren. Vroeger moest je daarvoor naar een bibliotheek om daar aan een balie aan een vriendelijke medewerkster (m/v) één of twee jaargangen (meer was niet te behappen in een paar uur) van een krant op te vragen, waarna een tijdje later een wat brommig type (m/v) in een stofjas met een karretje een paar enorme boeken kwam afleveren. Soms bleken de jaargangen “bij de fotograaf”; je kon namelijk tegen betaling van enkele tientjes een pagina laten fotograferen. Fotokopiëren was uit den boze! Toen opeens “mijn kranten” niet bij de fotograaf waren maar bij een bedrijf zouden zijn dat de kranten digitaliseerde, ben ik onmiddellijk met die wekelijkse bezoekjes aan de bibliotheek gestopt. Nu, ruim 10 (!) jaar later, is inderdaad het Deventer Dagblad on-line te raadplegen: www.sabinfo.nl/deventerdagblad/.

Daarin redigeerde de eindspelstudiecomponist Cor de Feijter decennialang vanaf maandag 2 januari 1933 (48e jaargang, krantnummer 14.448) de schaakrubriek. Met het geblader was ik tot 1966 gekomen (De Feijter’s rubriek liep nog zeker 10-20 jaar door), maar helaas is de krant maar tot en met 1945 on-line beschikbaar. Misschien moet ik toch maar weer lid worden van de bibliotheek…

Inmiddels zijn honderden, zo niet duizenden kranten on-line te raadplegen. Bij de Koninklijke bibliotheek in Den Haag beloofde men ook al vele jaren lang heel veel kranten on-line te zetten, maar nu het eindelijk sinds kort zo ver is, vind ik eerlijk gezegd het aanbod wat magertjes en vooral gericht op de tweede wereldoorlog: kranten.kb.nl Dat doet men in het buitenland aanzienlijk beter, bijvoorbeeld in Oostenrijk: anno.onb.ac.at/ waar men, toegegeven, WOII als een minder aantrekkelijke focus zal beschouwen.

Bij het digitale napluizen kom ik zo nu en dan leuke vondsten tegen. Natuurlijk is de kans om een onbekend meesterwerk in een lokaal sufferdje te vinden even klein als het vinden van een ets van Rembrandt van Rijn op de Deventer boekenmarkt.

www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/archief/article/detail/2659620/1999/08/10/Koper-van-doos-boeken-vindt-onderin-twee-etsen-van-Rembrandt.dhtml.

Van dit soort studie-ontdekkingen heb ik dus in aflevering 24 al verslag gedaan. Vandaag gaat het om nieuwe vondsten die van belang zijn voor de geschiedschrijving van de eindspelstudie. Misschien boeit dat u niet al te veel, maar de studies als zodanig zijn ook de moeite waard, dus leest u gewoon door.

Dit is een beroemde studie:

K. Traxler & F. Dedrle

Casopis Ceskoslovensky Sach januari 1910

De oplossing was (is!) 1.Ta2+ Kxa2 2.Lxf7+ Dxf7 3.g8L! (3.g8D? Txf8) 3…Txf8 pat. In 1997 claimde Maarten de Zeeuw in EBUR een nevenoplossing met 1.Th1+ Kb2 2. Th2+ Ka3 3.Kh7 fxg6 4.g8D Te7+ 5.Kh6 Df4+ 6.Kxg6 Dg4+ 7.Kf6 Dxg8 8.Th3+! Kb4 9.Kxe7 Dg5+ 10.Ke8! De5+ 11.Kd8! (zo staat het in HHdbIV). Maar inmiddels is alweer ontdekt dat zwart toch wint met 6…Dd6+ 7.Kf5 Te5+ etc. We kunnen een bekend gezegde (er zijn geen correcte studies, er zijn slechts nog niet-weerlegde studies) parafraseren: studies zijn nooit incorrect, maar de claims zijn nog niet allemaal weerlegd. Dit illustreert maar weer eens hoe kortzichtig sommige mensen zijn die niet snappen dat ik niet simpelweg alle studies in mijn database bij het invoeren op correctheid heb gecontroleerd. Bij de aanschaf van een snellere computer kun je weer van voor af aan beginnen.

Bij het bekijken van de schaakrubriek van de krant Lidové Noviny (“Volkskrant”) trof ik de volgende studie aan:

K. Traxler

Lidové Noviny 13 juni 1909[/center

De oplossing had moeten zijn 1.Db3 c2 2.Dxd3 Ka1 3.Da6+ Kb1 4.Td2 Pa2 5.Txc2 en wint. “Gefrutsel van de bovenste plank”. “Meer een doolhof dan een eindspelstudie met een leuk idee waarin ook iets verrassend moet gebeuren”. “Blij met een dooie mus” (als je na dagen bladeren eindelijk weer eens een ‘nieuwe’ studie aantreft…). Dat waren zo die gedachten die door mijn hoofd speelden. Maar toen ik de verleiding zag, maakte mijn hart een sprongetje (deze strofe kan zó in een gedicht): 3.Dxc2? b1L! 4.Txc1 pat. De oerversie van die Traxler en Dedrle! Bij de oplossing (in de rubriek van 11 juli 1909) bleek dat ene Ladislav Prokeš (die tot 1909 pas 3 studies had gepubliceerd, maar in de jaren daarna uitgroeide tot één van de meest productieve componisten ooit met meer dan 1000 eindspelstudies op zijn naam) een lek had gevonden: ook 1.Te1 (of Tf1-h1) wint ook: 1…c2 (1…d2 2.Td1) 2.Da5. František Dedrle analyseerde mee. Vermoedelijk hebben Karel Traxler en Dedrle vervolgens ingezien dat door kleurverwisseling die mooie verleiding tot een zelfstandige studie kon worden gepromoveerd. Die verscheen dus niet in de krant maar in het orgaan van de nationale schaakbond. Wel werd deze al op 23 januari 1910 gereproduceerd in Lidové Noviny onder verwijzing naar de oorspronkelijke studie in die krant!

De Brit Timothy Whitworth is zonder twijfel één van de meest zorgvuldige schaakhistorici op het gebied van de eindspelstudie. Hij heeft boeken geschreven over de eindspelstudiecomponisten Kubbel, Mattison, de Platov’s en Bent en is daarbij bepaald niet over één nacht ijs gegaan. Nee, een kleine ijstijd is er niets bij. Vrijwel elke snipper papier die iets met zijn onderwerpen te doen had, leek hij te hebben gevonden. Een man naar m’n hart, kortom. Het behoeft geen betoog dat zelfs een ietsepietsie nieuws op zijn gebied als een enorme vondst voelt. In de afgelopen maanden heb ik hem, dankzij die gedigitaliseerde kranten, een paar trouvailles kunnen bezorgen. Die werden met groot enthousiasme begroet, maar ik vermoed dat het aan de andere kant van het kanaal ook enig tandenknarsen zal zijn gehoord.

H. Mattison

Rigaer Nachrichten 5 december 1922

reproductie in Lidové Noviny 1 februari 1923

De oplossing (die pas op 26 april 1923 in Lidové Noviny werd afgedrukt) is: 1.b7 Lxb7 2.f7 De pion lijkt niet meer te stoppen. 2…La6+ 3.Ke1 Ke3 Maar nu dreigt zwart mat 4.Pd1+ Kd4

En weer gaat 5.f8D? niet, nu vanwege een aftrekschaakje 5…Te2+ 6.Kf1 Te8+. Dus 5.Pf2 Kc3!

Curieus, maar waar: er dreigt weer mat. Nu ligt 6.Pd1+? voor de hand, maar verliest: 6…Kb3 7.Pf2 Kc2 en wit kan de vlag strijken. Een andere aantrekkelijke optie is 6.Pe4+? Kc2 7.Pg3 Txg3! 8.hxg3 h2 9.f8D h1D+ 10.Kf2 Df1+ oeps. Zou u de juiste zet in een partij vinden? 6.Pd3! Lxd3 7.f8D Tg1+ 8.Kf2 Tf1+ kassa? 9.Ke3 Txf8 pat!

Dit is een tot nu toe onbekende voorloper van een bekende studie van Mattison (die ik zo meteen laat zien), waarvan we altijd dachten dat het de originele setting was. Wat zou de reden daarvan zijn? Mijn computer vond: 1.f7 La6+ 2.Ke1 Ke3 3.Pd1+ Kd4 4.Pf2 Kc3 – tot nu toe zou dit een thematische verleiding kunnen zijn – wit heeft nu echter 5.Pe4+ Kc2 6.b7! Te2+ 7.Kf1 Het paard op e4 voorkomt dat zwart nu het aftrekschaak met succes kan hanteren door de toren gratis naar e8 te spelen. En na 7…Tg2+ 8.Ke1 kan zwart niet verder komen. Een tweede oplossing dus.

De versie die we allemaal koesterden is dus klaarblijkelijk een correctie. Waar zou die voor het eerst zijn verschenen?

H. Mattison

Rigaer Nachrichten 5 december 1922, correctie

Na 1.f7 is de componist er nog in geslaagd om een fraaie zijvariant in de studie te knopen: 1…Ke3 2.f8D Lc6+ en nu wordt de loper naar een ongunstig veld getrokken (een magneetoffer).

3.d5! Lxd5+ 4.Kg1 Tg2+ 5.Kf1 en de loper heeft geen schaak op de f1-a6 diagonaal. 1…Lc6+ 2.Kg1 Tg2+ 3.Kf1 Lb5+ 4.Ke1 en nu zoals hierboven: 4…Ke3 5.Pd1+ Kxd4 6.Pf2 Kc3 7.Pd3! Lxd3 8.f8D Tg1+ 9.Kf2 Tf1+ 10.Ke3 Txf8 pat.

Een noviteit van geheel andere aard wist René Olthof me te bezorgen. Tijdens een van zijn schaakreizen ontmoette hij in Riga V. Kirillov (zie foto) die in 1990 een boekje schreef over Mattison met de titel Печать Гения (Pesjat Genija; de impact van een genie), waarvan in 1996 nog een tweede druk verscheen.

In dat boekje prijkt een zwart-wit afbeelding van een schilderij van een schakende Mattison, die duidelijk niet bezig is met een eindspelstudie maar zich eerder zit te verbijten na een herdersmat-achtige openingsvariant te hebben gekozen. De geïnteresseerde lezer zal wel een poging doen om dit partijfragment te achterhalen. Enfin. Laat René nou bij datzelfde bezoek dit schilderij gespot te hebben in een speciale kamer in de polytechnische universiteit van Riga die door de schaakfederatie gebruikt wordt!

Alle fragmenten via de viewer:

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.