Eindspelstudies 44 – Kruispenning

website

E-mail:

Hierbij de 44ste aflevering van deze rubriek voor Schaaksite uit mijn database.

  • De vierde versie van de database bevat 76.132 eindspelstudies
  • Het is de beste en grootste database van eindspelstudies ter wereld
  • De database bevat driekwart van alle ooit gecomponeerde studies
  • De database is in standaard pgn-format en leesbaar voor gangbare schaakprogramma’s


Schaaksite-medewerker Herman Grooten, aan wie ik trouwens sowieso veel dank verschuldigd ben omdat hij me telkens weer helpt mijn stukjes online te zetten, was de inspirator voor deze rubriek.

Bij een kruispenning staat een stuk zowel relatief als absoluut gepend. In het ideale geval zou dat stuk beide belagers kunnen slaan; ware het niet dat het niet mag vanwege de absolute penning of materiaalverlies ten gevolge heeft. Als combinatiemotief in de praktische partij is het extreem zeldzaam, als probleemmotief leent het zich niet echt, en er zijn ook niet zo heel veel studies mee. Waarom kennen toch bijna alle schakers het dan?

Het voorbeeld dat mij onmiddellijk te binnen schoot was van de opoes van de eindspelstudie en daarmee bijna onvermijdelijk het oudste voorbeeld (maar vervolgens bleek later dat de kruispenning als motief lijkt te zijn bedacht door Polerio):

J. Kling & B. Horwitz

The Field 18-8-1873

In 1851 publiceerden deze heren een boek: Chess Studies met als ondertitel “or Endings of Games, containing upwards of two hundred scientific examples of chess strategy, illustrated by diagrams, also by the same authors: the defeat of the muzio gambit”. Dat boek geldt terecht als het begin van de eindspelstudiecompositie. Indertijd was men trouwens nogal verzot op lange (onder)titels. Het allereerste originele Nederlandse schaakboek - niet te verwarren met het allereerste Nederlandstalige schaakboek - van graaf Van Zuylen van Nyevelt uit 1792 heeft als titel: “Het Schaak-Spel, veel gemaklyker om te leeren en veel vermaaklyker om te spelen gemaakt of Onderrigt op wat Wyze men in korten Tyd en zonder veel Moeite zeer Sterk in dat Spel worden kan”. Kijk, daar kan Herman met zijn Elementen van de Schaakstrategie nog een puntje aan zuigen!

In deze flodderige stelling, indertijd had men ook geen broertje dood aan economie op het bord, en moest het misschien wel zoveel mogelijk op een partijstelling lijken, spelen onze voorouders: 1.Txe6 Txe6 2.b6+! De toren staat nu gepend (2…Txb6 3.Dxe7) en de zwarte koning kan niet naar de achtste rij vanwege 3.Th8+ met snel mat. Maar na 2…Kxb6 lijkt zwart alles onder controle te hebben.

Met de fraaie zet 3.Th6! brengt wit een kruispenning op het bord. De zwarte toren op het brandpunt staat absoluut gepend door de toren op h6 (en 3…Txe3+ mocht ook toen al niet van de bond) en relatief gepend door de dame op e3: op 3…Txh6 volgt 4.Dxe7. Het gevolg is dat zwart het gepende stuk op het brandpunt kwijtraakt.

Nadat K&H het toneel hadden verlaten (nogal definitief, namelijk door te overlijden) na een Hamlet-achtige opvoering (Horwitz publiceerde in 1884 een tweede editie van het 1851-boek, maar liet de naam van Kling weg), stapte een nieuwe opa in de schijnwerper: Aleksey Troitzky.

Die wordt beschouwd als de grondlegger van de moderne studie. Voor wie daar nog aan twijfelde produceerde de Rus Herbstman in 1940 het boekje met de titel: A.A.Troitzky - der Begründer der modernen Endspielstudien. Recent schreef de Fransman Alain Pallier in EG 188 in zijn history column over het beleg van St. Petersburg en eindspelstudiecomponisten tijdens de tweede wereldoorlog, met schokkende feiten: in januari 1942 stierven er dagelijks tussen de 3500 en 4000 mensen… “So, in such circumstances, what could have been the fate of a 75-year old man? Alexander Herbstman was among those who had left Leningrad in 1941: in his article Memories of Famous Composers he reports that he ‘hurried to Alexey and tried to persuade him leave with him. Troitzky rejected the idea’. Herbstman refers to the first wave of evacuation, by train: the scene probably took place by the end of August, since the last train left Leningrad on August 28th. After his refusal, Troitzky did not have much time left”.

A. Troitzky

L’Echiquier 1930

Na het fijn geforceerde 1.Df6+ Kh5 2.Df5+ Kh6 3.Le3+ Kg7 4.Dg5+ Kf8 5.Lc5+ Ld6 speelt wit het kruispennende 6.De5!

6…Lxe5 mag nu niet (absolute penning) en 6…Lxc5 faalt op 7.Dxb8+. Dus 6…Kg8 7.Lxd6 Dd8 8.Dg3+ Kh8 9.Le5+ f6, waarna wit het idee dupliceert middels 10.Dg5!

Met een absolute penning (fxg5!?) en een relatieve penning: 10…fxe5 11.Dxd8+ met winst.

Een topcomponist wist Troitzky’s idee verder uit te breiden:

V. Bron

1e prijs Lidova Demokracie 1963

Na 1.Lc3+ Ke7 2.De5+ Kd8 3.La5+ b6 4.Dc5!

Hebben we de eerste kruispenning. Er zit niets anders op dan 4…Db8 5.Lxb6+ Ke8 6.De3+ Kf8 7.Lc5+ d6 8.De5! herhaalt Troitzky’s eerste kruispenning:

En na 8…Dd8 9.Lxd6+ Kg8 10.Dg3+ Kh8 11.Ke5+ f6 12.Dg5!

Troitzky’s tweede kruispenning, en brengt aldus het record op drie kruispenningen.

Een tijdje geleden heb ik geprobeerd om een nieuw steentje in de vijver te werpen, maar dat is onopgemerkt gebleven. Zelfs ik was het bijna vergeten, maar dankzij Herman zie ik een nieuw kansje om mij toch aardige idee aan de Bulgaarse vergetelheid te ontrukken. Lukt het u om er iets beters mee te bakken?

H. van der Heijden

Shahmatna Misl 2004

Helaas, pindakaas: een onooglijke stelling. Ik speel u alleen de hoofdvariant voor: 1.Tg6+ Kxf5 2.Txd6 Pxf3+! 3.gxf3 Ld3

4.Lc2! Kruispent de loper op d3. 4…Te5 5.Td5!

Met een tweede kruispenning. Het idee is dat dit een simultane kruispenning is; zover ik weet de eerste keer dat dit iemand voor elkaar gekregen heeft. Bovendien combineert het de orthogonale en diagonale kruispenning in één studie – ook een unicum voor zover ik weet.

Zwart kan nog wat proberen middels 5…Dxd5 6.Lxd3+ Kf4 7.Le4! Db5 8.Dxb5 Txb5 9.d3 met remise.

Alle fragmenten via de viewer:

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.