Schaakrubrieken weekend 30 maart 2013

Schaaksite.nl is een site voor iedere geïnteresseerde in het schaken. Daarom mag aandacht voor de schaakrubrieken in de landelijke bladen niet ontbreken. Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het verschijnen van de veelal zaterdagse schaakrubrieken.

Hans Ree Gert Ligterink Hans Böhm Bab Wilders Johan Hut Rini Kuijf Henk Prins

Hans Ree

De wet van John Nunn

In 1914 speelde wereldkampioen Emanuel Lasker in Berlijn een vriendschappelijke match van tien vluggertjes tegen de man die zeven jaar later zijn opvolger zou worden, José Raúl Capablanca. Lasker verloor met 6,5-3,5 en zei na afloop: „Het is opmerkelijk. U maakt geen fouten.”

Strikt genomen was dat natuurlijk niet waar. Het is mens noch computer gegeven om steeds de beste zet te doen, maar Lasker bedoelde natuurlijk dat Capablanca geen opzichtige fouten maakte, zelfs niet in vluggertjes.

Iemand heeft eens de partijen van topschakers van vroeger en nu vergeleken met de zetten die de sterkste computerprogramma’s zouden doen en hij concludeerde dat Capablanca’s zetten het meest met de computerzetten overeenkwamen, meer nog dan die van de helden van nu.

Bij alle kwaliteiten van Magnus Carlsen die ik hier al vaak heb beschreven, is er ook iet simpels: hij maakt geen fouten. Natuurlijk is hij geen supermens die altijd volmaakt speelt, maar zelden of nooit maakt hij wat ze in het tennis unforced errors noemen. De andere topschakers doen dat wel.

Ik schrijf dit op donderdagavond, na de elfde ronde van het kandidatentoernooi in Londen, dus wat er daar vrijdag is gebeurd weet ik nog niet. Kramnik kan Carlsen dus nog inhalen, maar we verwachten het niet. De laatste twee ronden zijn in het paasweekeinde, zondag en maandag.

Een van de mooiste partijen van het toernooi was die uit de negende ronde tussen Peter Svidler en Alexander Grisjtsjoek. Het was niet de klassieke schoonheid van vlekkeloze strategie, maar de wilde schoonheid van een catch-as-catch-can waarin beide spelers fouten maakten en zelfs de mogelijke winst van een stuk over het hoofd zagen.

De Engelse grootmeester John Nunn heeft eens de wet LPDO geformuleerd. Loose pieces drop off: onverdedigde stukken hebben de neiging verloren te gaan. Als Grisjtsjoek aan de wet van Nunn had gedacht, had hij op zijn 29ste zet het stuk gewonnen.

Het was aardig om de persconferentie van Svidler en Grisjtsjoek te zien, nadat ze ten slotte remise hadden gespeeld. Svidler was voortdurend aan het woord en het was werkelijk imponerend wat hij tijdens de partij allemaal berekend bleek te hebben, afgezien van die stukwinst dan. Grisjtsjoek zweeg meestal en maakte slechts af en toe een sceptische opmerking: „Noem je dit de stelling onder controle hebben?”

Toen ik naar hun analyses keek dacht ik: Carlsen zou die partij gewonnen hebben, of hij nu met wit of met zwart had gespeeld.

Peter Svidler-Alexander Grisjtsjoek, kandidatentoernooi Londen.

1. d4 Pf6 2. c4 g6 3. Pc3 Lg7 4. e4 d6 5. f3 0-0 6. Le3 c5 7. Pge2 Pc6 8. d5 Pe5 In een eerdere ronde speelde Radjabov zonder succes 8…Pa5 tegen Svidler. 9. Pg3 h5 10. Le2 h4 11. Pf1 e6 12. f4 Nu doet zwart meestal 12…Peg4 met het idee 13. Lxg4 Pxg4 14. Dxg4 exd5. 12…Pxc4 Maar Grisjtsjoek laat een bom ontploffen. Het idee is niet helemaal nieuw, want in Sriram – Adhibam, kampioenschap van India 2011, werd 12…h3 13. gxh3 Pxc4 gespeeld. 13. Lxc4 b5 14. Lxb5 exd5 Tot hier had Grisjtsjoek het voorbereid, maar hij zei dat hij wits volgende zet niet had overwogen, omdat alleen een maniak die zou doen. Hij bedoelde het als een compliment, geloof ik. 15. e5 dxe5 16. fxe5 Lg4 17. exf6 Als zwart een stuk offert, kan wit zijn dame offeren. Hij had zich aan zijn materiële voorsprong kunnen vastklampen, maar dan zou hij geen gemakkelijk leven hebben. 17…Lxd1 18. fxg7 Kxg7 19. Lxc5

Svidler was hier heel tevreden met zijn stelling. 19…h3 Maar dit venijnige zetje had hij gemist. 20. Txd1 hxg2 21. Tg1 gxf1D+ 22. Kxf1 Dh4 Er is een chaotische stelling ontstaan waarin zwart een dame en een pion heeft tegen drie stukken. Ik denk dat wit wat beter staat. 23. Tg2 Tfd8 24. Td4 De solide zet was 24. Ld4+. 24…Dh5 25. Tf4 Als wit nu nog 26. Ld4+ mag doen, zou zwart snel mat gezet worden, dacht Svidler, een beetje overdreven. 25…d4 26. Lxd4+ Txd4 Zwart geeft een kwaliteit om zelf de aanval over te nemen. 27. Txd4 Tb8 28. a4 a6 29. Lxa6 Een grove onvoorzichtigheid die niet bestraft wordt. 29…Df3+ Met 29…De5, wat niet alleen 30…Dxd4 maar ook 30…Df6+ dreigt, zou zwart een stuk winnen, waarna wit hard voor remise zou moeten vechten. 30. Tf2 Dh1+ 31. Ke2 Txb2+ 32. Td2 Dc1 33. Kd3 Tb6 34. Lc4 Td6+ 35. Ld5 Td7 36. Tf4 f5 Wit staat beter, maar met de opmars van de f-pion verschaft zwart zich tegenkansen. 37. Td4 Kh6 38. h4 Tc7 39. Lc4 Df1+ 40. Te2 f4 41. Kc2 f3 Remise.

Svidler was waarschijnlijk moegebeukt, want hij legt zich wel erg snel bij remise neer. Er zou kunnen volgen 42. Tee4 Dg2+ 43. Kb3 f2 44. Tf4 Txc4 45. Txc4 f1D 46. Txf1 Dxf1 en al kan zwart wits a-pion wel stoppen, de verdediging zou beslist geen pretje voor hem zijn.

Gert Ligterink

Een feest om te volgen

Zo enthosiast zijn de reacties op het kandidatentoernooi dat de vraag gesteld mag worden waarom het niet eerder is herontdekt na de afschaffing in 1962. Zeker, aan sommige van de daarna ingestelde knock-outkandidatentweekampen bewaren we dierbare herinneringen, maar er waren ook matches die een kwelling waren voor spelers en organisatoren. Zo versloeg Spassky in 1977 Hort in een tweekamp van 16 partijen die zich bijna twee maanden voortsleepte.

Het kandidatentoernooi 2.0 is een feest om te volgen. De fascinerende tweestrijd tussen Carisen en Aronian roept herinneringen op aan oude kandidatentoernooien, waarin Paul Keres vaak net tekort schoot om zich uitdager te mogen noemen. Steevast kwam dat door een nederlaag tegen een outsider. In 1956 verloor Keres vanuit gewonnen stand van Filip en in 1962 werd hem in de voorlaatste ronde de pas afgesneden door Benkö.

We moeten afwachten of Aronians nederlaag tegen Gelfand een beslissend moment â la Keres is geweest, al haast ik me eraan toe te voegen dat de laatste uitdager van de wereldkampioen geen echte outsider mag worden genoemd. Na een matige eerste toernooiheift kwam Gelfand sterk terug met twee achtereenvolgende winstpartijen. Het scheelde trouwens weinig of het waren drie winstpartijen op rij

Gelfand een kans liggen die hij eigenlijk niet had mogen missen.

Gelfand – Kramnik Londen 2013

1. d4 Pf6 2. c4 e6 3.’ Pc3 Lb4 4. e3 0-0 5. Ld3 d5 6. Pf3 dxc4 7. Lxc4 c5 8. 0-0 cxd4 9. exd4 b6 10. De2 Lb7 11. Lg5 Pbd7 12. Tac1 Db8 13. Tfdl Tc8 14. Ld3 Ld6 15. g3 a6 16. Lxf6 Pxf6 17. Pe4 Txcl 18. Txcl Pe8?

Een fout die ernstige gevolgen had kunnen hebben. Na bijvoorbeeld 18 … Dd8 staat het ongeveer gelijk.

19. Ped2?

De stelling schreeuwt om een overval op de zwarte koningsvleugel met behulp van een paardsprong naar g5. Beide paardzetten komen in aanmerking. Na 19. Pfg5 h6 20. Dh5 hxg5 21. Pxg5 Pf6 22. Dxf7+ Kh8 23. Pxe6 Dg8 24. Dxb7 Tb8 25. Dxg7+ Dxg7 26. Pxg7 Kxg7 27. Tc6 Lf8 28. Lxa7 heeft wit vijf pionnen voor een stuk. Ook niet mis is 19. Peg5 h6

20. Lg6! fxg6 21 Dxe6+ Kh8 22. Pf7+ Kh7 23. Ph4! Pf6 24. Pxd6 met pionwinst in uitstekende stand.

19 … Dd8 20. Le4 Tc8

Nu is alles weer in orde voor zwart. De partij eindigde bij de 36ste zet in remise.

Gelfand is niet de enige speler die zijn uiterste best bleef doen, nadat zijn kansen op de eerste plaats waren verkeken. In de negende ronde speelden Svidler en Grisjoek de spectaculairste partij van het, toernooi.

Svidler – Grisjoek Londen 2013

l. d4 Pf6 2. c4 g6 3. Pc3 Lg7 4. e4 d6 5. f3 0-0 6. Le3 c5 7. Pge2 Pc6 8. d5 Pe5 9. Pg3 h5 10. Le2 h4 11. Pf1 e6 12. f4 Pxc4!!

Een geweldig idee. In eerdere partijen koos zwart steeds voor 12 Peg4.

13. Lxc4 b5! 14. Lxb5 exd5 15. e5

Grisjoeks commentaar’: ‘Aan deze zet besteedde ik geen aandacht. Ik ging ervan uit dat alleen een gek misschien zo zou spelen,

15 … dxe5 16. fxe5 Lg4 17. exf6!

Dit dameoffer laat de heksenketel bijna overkoken. Het is een verstandige beslissing, omdat zwart na 17. Dd2 d4 18. exf6 Dxf6 uitstekende compensatie heeft voor het geofferde stuk.

17… Lxdl 18.fxg7Kxg7l9.Lxc5 h3! 20. Txdl hxg2 21. Tgl gxflD+ 22. Kxfl Dh4 23. Tg2 Tfd8 24. Td4 Dh5 25. Tf4 d4! 26. Lxd4+ Txd4 27. Txd4 Tb8 28. a4 a6

29. Lxa6?

Na 29. Le2 Df5+ 30. Tf2 Dh3+ 31. Kgl Txb2 32. Pdl staat het ongeveer gelijk.

29…Df3+?

Met 29 … De5! 30. Tdg4 Df6+ kon zwart de loper op a6 veroveren.

30. Tf2 Dhl+ 31. Ke2Txb2+ 32. Td2 Dcl 33. Kd3 Tb6 34. Lc4Td6+ 35. Ld5 Td7 36. Tf4 f5 37. Td4 Kh6 38. h4 Tc7 39. Lc4 Dfl + 40. Te2 f4 41.Kc2f3

Remise. Na 42. Tee4 Dg2+ 43. Kb3 f2 44. Tf4 Txc4 45. Txc4 f1 D 46. Txfl Dxfl kan geen van beide partijen verder komen.

Hans Böhm

Wie wordt de uitdager?

Het kandidatentoernooi in Londen beleeft dit Paasweekeinde zijn ontknoping. Vandaag een rustdag en dan zondag en maandag de twee slotrondes. Mochten er twee spelers gelijk eindigen dan volgt dinsdag een barrage dag, met verkorte bedenktijden, zodat er altijd een winnaar komt. Omdat Magnus Carlsen, Levon Arnonian en Vladimir Kramnik het langste in de race bleven voor de eindoverwinning, kijken we naar hun onderlinge wel en wee. De beide ontmoetingen Carlsen-Aronian (ronde 1 en 8) leverden geen spektakel op, wit wist niets te bereiken. Zelfs de twee eindspelen waren identiek na 25 zetten (toren en paard en vier pionnen op een vleugel). Het enige verschil was dat Aronian na 31 zetten remise gaf en Carlsen doorging tot zet 41. Carlsen was ook zichtbaar aangeslagen dat hij nergens een voordeeltje had weten te krijgen.

In de ontmoetingen Carlsen-Kramnik wist Carlsen in de tweede ronde met wit minder dan ‘iets’ te bereiken. Na 30 zetten gaf hij zijn pogingen op. In de negende ronde had Kramnik wit.

Kramnik heeft een betere stelling bereikt. De aanval op b2 kan gepareerd worden met 20.Pa4 Ta6 21.Dc1 Kg8 22.Pc3 Ta-b6 23.T4-d2 maar dan staat de witte dame passief. Daarom wordt terecht gekozen voor

20.De3 Txb2 21.Txc4 T2-b7 22.Ta4

Wit krijgt meer grip: de pionnen a7 en c7 zijn zwak en het centrum kan vroeg of laat worden ingenomen met e2-e4. Carlsen moet met fantasie en op intuïtie verdedigen anders wordt hij langzaam positioneel opgerold.

22…Tb-e8 23.Txa7 Txa7 24.Dxa7 Db4 25.Le5?!

Onder opoffering van een pion heeft zwart actief spel gekregen. Misschien dat 25.Dd4 c5 26.Dd3+ Kg8 27.Kg2 meer kansen geeft omdat dan de paarden op het bord blijven.

25…Pd5 26.Pxd5 Lxd5 27.Dxc7 Dc4 28.a3

Wit begrijpt dat de lopers van ongelijke kleur een grote remisemarge in zich dragen (bijvoorbeeld 28.e4 Dxc7 29.Lxc7 Lxa2 30.Td2 maar dat overtuigt niet) en daarom behoudt hij zijn a-pion.

28…f6 29.Dxc4

Dat moet wel: 29.Lf4 Dxe2 30.Txd5 De1+ 31.Kg2 De2+ leidt tot eeuwig schaak.

29…Lxc4 30.Lc3 Txe2 31.Td4 Lb5 32.Lb4 Te3 33.Kf2 Te2+ 34.Kg1 Te3 35.f4 Te2 36.Td6 Tc2 37.g4 Lc6 38.Ld2 Lf3 39.h3 Ta2 40.Lb4 Tg2+ 41.Kf1 Th2

Met remise, wit heeft helemaal niets meer. Het zag er allemaal mooier uit dan het was na 24.Dxa7 en dat was moeilijk te voorzien. Daarom is Carlsen zo goed.

Dan de krachtmetingen Kramnik-Aronian. Met wit creëerde Kramnik ook een goede winstkans tegen Aronian (ronde 5).

V. Kramnik – L. Aronian, na 39…Pa4-c3

Wit is ver gekomen, zoals wel vaker bij Kramnik in de eerste toernooihelft maar er kwamen slechts zeven remises uit voort. Wit heeft een pion meer en beide partijen zullen een stuk moeten geven voor de vrijpion. Het bleek toch nog net binnen de remisemarge:

40.d7 La5 41.Ke3 f6 42.Lxf6

Ook 42.exf6 b1D 43.Lxb1 Pxb1 is net niet genoeg.

42…Pd5+ 43.Kd4 Pxf6 44.exf6 Kf7 45.Lxh7 Kxf6 46.Kd5 Ke7 47.Kc6 Kd8 48.g4 Le1 49.h3 Lh4 50.Kd6 Le7+ 51.Ke6 Lh4

en wit deed eerst nog vele loperzetten alvorens over te gaan tot

60.Lf5 Kc7 61.Kf7 b1D 62.Lxb1 Kxd7 63.La2 Kd6 64.Kg6 Ke5 65.Kh5 Le7 66.g5 Kf4 67.h4 Kg3 68.Lc4 Lf8 69.Le2 Lg7 70.Lc4 Lf8 71.g6 Kf4 72.La2 Lg7

en wit moest in remise berusten, zijn koning zit opgesloten. Gisteren, in de twaalfde ronde, was de tweede ontmoeting Aronian-Kramnik, waarvan u elders op de sportpagina de uitslag ziet (maar dat is op dit moment van schrijven nog niet bekend).

Kortom, onderling hebben de drie grootste kandidaten voor de eindzege het zeker geprobeerd maar door vol in de verdediging te gaan bleven alle pogingen binnen de perken. Dus gaat de score tegen de andere vijf deelnemers de doorslag geven. Daarvan verdient Boris Gelfand een aparte vermelding. Zoals in de rubriek van vorige week beschreven had hij in de eerste toernooihelft zijn draai nog niet gevonden. Hij verloor vanuit gelijke posities van Carlsen en Aronian. Je mag het niet doen maar denk even mee: als je die halve puntjes er nou bij de koplopers vanaf haalt en dat hele punt bij Gelfand optelt, dan krijg je een geheel andere toernooistand. Die irritatie gaf Gelfand de juiste motivatie om in de tweede toernooihelft sterk terug te komen met onder andere een cruciale overwinning op Aronian.

Stand na elf ronden

1.Carlsen 7,5 2.Kramnik 7 3.Aronian 6,5 4.Svidler 5,5 5.Grichuk, Gelfand 5 7.Ivanchuk 4 8.Radjabov 3,5

Bab Wilders

Er is tegenwoordig geen lol meer aan voor lieden als Alexander Cockburn met zijn boek Loze Passie om zich met psychoanalyse op topschakers te storten: de nrs 1 t/m 10 van de top, van Carlsen t/m Grischuk zijn keurige normale mensen. Gelukkig is daar nog altijd de legendarische Bobby Fischer en over hem verscheen een boek dat de overige boeken overbodig maakt: Joseph G. Pintoretto’s A psychobiography of Bobby Fischer (isbn 978-0- 3980-874-07).

Op briljante wijze weet deze gerenommeerde psycholoog de factoren met elkaar te verbinden die geleid hebben tot het feit dat Fischer terecht kwam in grote psychische stoornissen en paranoia. Daarbij betrekt Pintoretto zowel het leven en de carrière van deze onberekenbare wereldkampioen als de invloed die de familieverhoudingen hebben gehad op zijn psychologische ontwikkeling, in het bijzonder zijn relatie met moeder Regina over wie ook wel een dergelijk boek te schrijven zou zijn, dus volop ruimte voor de erfelijkheid.

De auteur gaat te werk volgens de nieuwste inzichten op dit gebied en hoewel het dus een wetenschappelijk onderzoek is leest het als een roman. Interessant is ook het gedeelte waarin Pintoretto Fischer vergelijkt met die andere legendarische Amerikaanse wereldkampioen , Paul Morphy, die bij zijn levenseinde in 1884 zeker net zo in de war was als Fischer. Een andere zijweg die de auteur inslaat is de vraag of een geniale schaker so wie so aanleg heeft voor geestelijke aberraties en daar zijn nogal wat voorbeelden van maar zoals boven al gemeld vooral in het verleden.

Maar Pintoretto geeft ook aan op welke manier deskundige begeleiding van Fischer een acceptabele persoonlijkheid had kunnen maken die desondanks de wereld had kunnen vermaken met zijn fenomenale schaakprestaties. Veel geldt natuurlijk

voor ieder soort genie maar de schaakliefhebber zal door dit boek geboeid raken. Een aantal tot nu onbekende foto’s dragen daar ook aan bij.

We kunnen een rubriek over Fischer natuurlijk niet afsluiten zonder één van zijn partijen nl uit het toernooi in Palma de Mallorca uit 1970 toen hij nog op weg was naar de wereldtitel en hoogstens bekend stond als lastig voor organisatoren en (terecht) wantrouwend tegen over Russisch “match-fixing”.

Robert Fischer –Alberto Rubinetti

1.e4 c5 2. Pf3 d6 3.d4 cxd 4. Pxd4 Pf6 5.Pc3 e6 6.Lc4 dit speelde Fischer meestal in de Siciliaan 4..a6 5. Lb3 b5 8. 0-0 Lb7 9. Te1 Pbd7 10. Lg5 h6 11. Lh4 Tot zover niets ongewoons maar nu wil Rubinetti de loper afruilen met 11..Pc5 maar Fischer doet het anders: 12. Ld5! exd Rubinetti neemt het offer aan maar ook na Lxd5 komt wit beter te staan met een paard op c6 13.exd5+ Kd7 14.b4 Pa4 15. Pxa4 bxa4 16.c4 Kc8 zo’n zet speel je met tranen in de ogen 17. Dxa4 Dd7 18. Db3 g5 19. Lg3 Ph5 een zinloze zwarte manoeuvre , voor de statistiek 20.c5 dreigt c6 dus dxc 21.bxc Dxd5 Toch nog mat gedreigd tegen Fischer, leuk om te vertellen, maar: 22. Te8+ Kd7 23. Da4+ Pxc6 en 1-0 want wat zwart ook doet hij verliest veel materiaal of gaat mat.

Probleem 2418 is een 3-zet van Wröbel.

Sleutelzet van probleem 2416 : 1.Db8!

Johan Hut

Kramnik schittert in de tweede helft

Het kandidatentoernooi dat dit weekend in Londen wordt afgesloten is bedoeld om een uitdager aan te wijzen voor een WK-match, later dit jaar tegen wereldkampioen Viswanathan Anand. Deze toernooien en matches worden natuurlijk georganiseerd door de FIDE, onder leiding van president Kirsan Iljoemzjinov. Hij is tevens president van de Russische deelstaat Kalmukkië en multimiljonair, maar hoe hij dat precies geworden is, is duister. De meeste schakers zijn niet blij met de mondiale opperbaas, die zich in het verleden al een vriend toonde van Saddam Hoessein en kolonel Khadafi.

Het huidige toernooi wordt mede georganiseerd door Andrew Paulson, een Amerikaanse zakenman die van de FIDE de rechten heeft gekocht om alle evenementen te organiseren die te maken hebben met de komende twee WK-cycli. Voor de Nederlandse website Chessvibes.com nam Peter Doggers hem een lang interview af. Een citaat: “Het is mijn taak aan de spelers te bewijzen dat ik een vriend van hen ben, geen vijand. De ongelofelijk lange en ingewikkelde geschiedenis van onderhandelingen over de contracten voor dit evenement getuigen van jarenlange paranoia gecombineerd met het feit dat schakers echte advocaten zijn.” Het lijkt geen verwijt aan de schakers, maar meer aan de FIDE, met wie onderhandelingen over WK-wedstrijden altijd tot ellende leidden.

In de eerste toernooihelft (de acht deelnemers spelen twee keer tegen elkaar) waren de topfavorieten Magnus Carlsen en Levon Aronian het meest succesvol. Een opvallende rol was er voor Vladimir Kramnik, die al zijn partijen remise speelde. Wel na lange gevechten, maar het lukte steeds net niet. De tweede helft begon hij met een voor hem typerende overwinning op Peter Svidler. Het bleek het begin van een indrukwekkende inhaalrace.

Kramnik-Svidler

1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.Pc3 d5 4.cxd5 Pxd5 5.e4 Pxc3 6.bxc3 Lg7 7.Pf3 c5 8.Le3 Da5 9.Dd2 Pc6 10.Tc1 cxd4 11.cxd4 Dxd2+ 12.Kxd2 0-0 13.d5 Td8 14.Kc2

Ziet er ongebruikelijk uit maar is het niet, de koning staat hier niet onveilig.

14…Pe5 15.Pxe5 Lxe5 16.Lc4 Ld7 17.f4 Ld6 18.Kb3 f6 19.a4 Tdc8 20.h4 Tab8 21.Lb5 Lxb5 22.axb5 a6 23.b6

Wit heeft een klein voordeeltje, dat misschien leidt tot de achtste remise. Maar het is ook typisch een stelling die Kramnik nog heel lang wil uitmelken.

23…Kf7 24.h5 Txc1 25.hxg6+

25…Kxg6

Mooier lijkt 25…hxg6, maar Dimitri Reinderman geeft op Schaaksite.nl de variant 26.Lxc1 Kg7 27.e5 fxe5 28.Lb2 en wit houdt een klein voordeeltje. Net als in de partij.

26.Lxc1 Tg8 27.g4 h6 28.Th5 Kf7 29.e5 Lc5 30.e6+ Kf8 31.Th4 Kg7

Dit is niet goed, terwijl zwart een stelling heeft waarin elk klein foutje fataal kan zijn. Reinderman stelt dat de stelling na 31…h5 32.Txh5 Txg4 gelijk is en dat zwart na 32.gxh5 Tg1 tegenspel heeft. Van de witte h-pion gaat in die laatste variant te weinig dreiging uit.

32.f5

32…Td8

Na 32…Th8 is zwart tot lijdzaam afwachten veroordeeld. Mooie varianten zijn dan 33.Th3 Lxb6 34.d6 exd6 35.Lxh6+ en 33.Th3 Ld6 34.Ld2 Lc5 35.Lf4 en zwart is in zetdwang.

33.Lxh6+ Kg8 34.Kc4 Lxb6

Nu heeft zwart tenminste nog iets. Na 34…Ld6 35.g5 gaat het ook mis.

35.g5 Lf2 36.Tg4 Kh7 37.gxf6 exf6 38.e7 Tc8+ 39.Kb3 Lc5

Zwart kan nog steeds de loper niet pakken, na 39…Kxh6 40.d6 is het snel afgelopen.

40.Tc4

Zwart geeft het op. Wits primaire dreiging is Txc5 en de pionnen beslissen. Op 40…b6 volgt 41.d6 of zelfs evengoed Txc5.

Een ronde later stond Kramnik ook goed tegen Carlsen, maar de partij werd weer remise. Hun commentaren achteraf waren typerend voor de manier waarop ze met de openingen omgaan. Kramnik: “Eigenlijk had ik deze variant voorbereid voor Radjabov in 2011, maar om een of andere reden speelde ik toen wat anders. Sindsdien heb ik mijn idee bewaard en niemand anders speelde het.” Carlsen: “Ik kende de details van deze variant niet goed. Ik moest het min of meer achter het bord bedenken. Hij kreeg voordeel, dus kennelijk deed ik iets niet goed.” Het is bijna ongelofelijk, maar al vaak gezegd: in deze tijd van grondige openingsvoorbereiding doet Carlsen maar wat in de opening. Dat het toch altijd goed komt, getuigt van zijn enorme talent.

Rini Kuijf

Voor beginners A6057

Zwart aan zet wint, hoe?

Voor gevorderden B6057

Zwart aan zet, wat wint?

Henk Prins

Deze weken hebben in Londen de Kandidatenmatches voor het wereldkampioenschap plaats. Acht topspelers strijden in een dubbele competitie. De top vier van de wereld, Carlsen, Aronian, Kramnik, Radjakov is van de partij, aangevuld met Grichuk, Svidler, Ivanchuk en Gelfand. Na tien rondes staan de drie sterkste grootmeesters op volgorde bovenaan met een halve punt verschil: Carlsen 7, Aronian 6,5 en Kramnik 6,0. Een partij van Aronian die in het begin van het toernooi de leiding nam.

Ivanchuk – Aronian

1. d4 Pf6 2. Lg5 e6 (Het Trompovsky systeem.) 3. Pd2 c5 4. e3 b6 5. Pgf3 Lb7 6. c3 Le7 7. Ld3 O-O

8. Lxf6 Lxf6 9. h4 (Een vroege emotionele aanvalszet van Ivanchuk om zijn nederlaag van de dag ervoor te verwerken.) 9… Pc6 10. Pg5 g6 11. f4 Pe7 12. Dg4 h5 13. Dh3 cxd4 14. exd4 b5! (Het is gevaarlijk om de b-pion te slaan: 15. Lxb5 Db6 16. Lxd7 Tad8 17. La4 Lxd4!) 15. a3 Db6 16. Tg1 (16. 0-0 lijkt veiliger.) 16… Pd5 17. Pge4 Lg7 18. Df3 b4! 19. axb4 Pxb4

20. Pc4 (Op 20.cxb4 komt 20. ..f5 en zwart wint zijn stuk met rente van enkele pionnen terug.) 20… Db5? (Aronian gaat in de fout. Beter is 20. …Dc7 21. Pe5 f5 of 21. cxb4 Lxd4 en zwart wint dit wel.) 21. Pe5 Pxd3+ 22. Pxd3 Df5 (Hier kan niet 22. …f5? wegens 23. Pd6. Een gevolg van de foute 20e zet.)

23. Pdc5 Lc6 24. b4 Tfb8 25. Ta5 a6 (Mijn computer geeft 25. …Lxd4 aan als winnend.) 26. De3 Dg4 27. g3 Tb5 28. Txa6 Txa6 29. Pxa6 e5!? (Op de tijdnood gespeeld.) 30. dxe5 Lxe4 31. c4 Tb6 32. Dxb6 Df3 33. Df2 Da3 34. Pc5. Ivanchuks vlag valt.

Opgave 871.

In de partij Svidler-Carlsen speelde Svidler 34. Tb2. Daarmee voorkwam hij de dreiging van Carlsen: 34. …Lxf2+ 35. Kxf2 De3+ 36. Kf1 Dc1+ 37. Ke2 Dd1#.

Hoe kan Carlsen (zwart) deze partij winnen? Geef het spelverloop drie zetten diep. Oplossingen zijn welkom voor 20-4 bij H. Prins Reinenweer 42, 3363 XR Sliedrecht, . Er zijn drie punten te verdienen.

[h4][/h4]

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.