Recensie: calculation booster

U hoort geen nieuws wanneer ik u vertel dat correct calculeren of rekenen een van de belangrijkste basisvaardigheden voor schakers is. Het is dus een prima idee om deze vaardigheid regelmatig te trainen. Je kan natuurlijk een opgavenboek pakken of online puzzels oplossen. Zoiets is een uitstekende oefening. Schakers leren zo patronen te herkennen. Op die manier brengt u uw tactische vaardigheden en intuïtie op een hoger niveau.

Een andere manier om uw vaardigheden verder aan te scherpen is via een DVD. Chessbase is uitgever van een groot aantal DVD’s. Die DVD’s hebben in de loop der tijd een flinke ontwikkeling doorgemaakt. Ik herinner me nog de eerste exemplaren die ik heb gekocht. Het was vaak langdurig luisteren en kijken naar wat men presenteerde. Het is een tikkeltje passief. Men kan zich daarbij afvragen of het wel zo leerzaam is.

Tegenwoordig zijn de DVD’s interactief. Met andere woorden: de auteur zet u aan het werk. Dat is uiteraard een hele verbetering. Door actief na te denken over stellingen gaat de zaak leven. De leereffecten zijn daardoor een stuk groter. Verder lezen…

Lees meer >

Schaakopgave 73: lastige situatie

Wat is de beste zet voor zwart? Antwoord…

Lees meer >

Schaakopgave 72: domineren

Materieel staat het gelijk. Maar hoe zit het met de mogelijkheden in deze stelling?

PS. De vraag is wat de beste zet is. Dat kan iets zijn als wit/zwart speelt en wint, maar ook een positionele zet of een verdediging.

Lees meer >

Schaakpuzzel: een kwestie van goed kijken

Wit’s laatste zet was 42. Db3-e3. Wat is nu de beste zet voor zwart?

Lees meer >

Recensie: Countering the Queen’s Gambit

Openingsboeken zijn er in allerlei soorten en maten. Zoals elke schaker heb ik er heel wat in mijn bibliotheekje staan. Maar er zitten exemplaren bij de ik nauwelijks heb bestudeerd. De reden?

Er zijn openingsboeken die boordevol staan met vrijwel uitsluitend varianten en bitter weinig toelichting. Na een paar bladzijden is de gemiddelde lezer al verdwaald in een woud aan varianten. Het nodigt zeker niet uit tot lezen. Andere boeken beginnen met ongebruikelijke varianten. Het lijkt me een vreemde kronkel om op die manier te beginnen.

Als er één ding is wat een auteur moet zien te bereiken is om de lezers bij zijn lurven te pakken en hem enthousiast maken om verder te lezen. Dan begin je dus met wat er toe doet. Dus maak je een vliegende start met de hoofdvarianten en de achterliggende principes en ideeën. Je valt de lezer op zo’n moment nog niet lastig met de één of ander obscure variant die je nooit op het bord krijgt.

Zo bekeken ben ik al een stuk enthousiaster over dit boek. De auteur neemt de lezer inderdaad bij de hand en laat hem op een bijzonder vriendelijke (en instructieve) manier kennis maken met het (geweigerde) damegambiet. Het boek bestaat uit vier delen en daarin elf hoofdstukken. Wat mag de lezer verwachten?

Lees meer >

Lezing Jan Timman in het Max Euwe Centrum

Foto: Bart Stam

Vorige week woensdag gaf Jan Timman zijn jaarlijkse lezing in het Max Euwe Centrum (MEC). Het was de perfecte locatie voor deze lezing omdat Max Euwe en zijn kwaliteiten als schaker centraal stonden in het verhaal van Timman.

Men twijfelt nogal eens aan de kwaliteiten van Nederlands enige wereldkampioen schaken. Vaak verwijst men dan naar de hoeveelheden alcohol die Aljechin tijdens de match zou hebben genuttigd.

Jan Timman haalde aan dat er inderdaad in de match enkele partijen waren die deze twijfels versterkten. Maar dat doet onrecht aan de prestatie van Max Euwe, die wel degelijk tot de wereldtop behoorde. Gedurende het jaar waarin hij de wereldtitel veroverde was hij ook de nummer één van de schaakwereld.

Boek over Euwe en zijn beste partijen

Jan Timman is bijzonder actief met het schrijven van boeken. Op dit moment werkt hij aan een boek over Max Euwe met daarin zijn 80 beste partijen. Het boek behandelt diverse periodes van het leven van Max Euwe en beslaat een periode vanaf zijn jonge jaren tot en met zijn partijen van na de Tweede Wereldoorlog.

Een van de beste prestaties van Max Euwe was zijn tweede – bijna gedeelde eerste – plaats in het naoorlogse toptoernooi in Groningen (1946). Uiteindelijk werd hij daar met 14 uit 9 tweede achter Botwinnik die het toernooi op zijn naam schreef met 14½ punten. Max Euwe bleef daarmee sterke schakers zoals Smyslow, Najdorf, Szabó. Boleslavski en Flohr voor. De laatste partij in het boek is die tegen Gennadi Sosonko in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Het boek verschijnt ergens in 2023.

Lees meer >

Schaakpuzzel

Deze stelling ontstond na 14e zet van zwart in de partij tussen Lajos Portisch en Garry Kasparov (Skelleftea 1989 9e ronde). Zwart heeft zojuist 14. … Pxc3 gespeeld.

Stelling na 14. … Pxc3

Wat is nu de beste voortzetting voor wit?

Lees meer >

Beter schaken door beter te denken (3): trainen met behulp van de computer

Een van de meest effectieve manieren om beter te leren schaken is partijen spelen en deze partijen naderhand aan een grondige analyse onderwerpen.

Haal je de partij dan door de computer en kijk je waar het apparaat mee komt? Of zijn er ook andere manieren om helderheid te verschaffen en er van te leren? Kortom: wat is een goede aanpak?

Training Ivan Sokolov over behandeling van middenspel door Magnus Carlsen

Ivan Sokolov en Eddy Sibbing (foto Harry Gielen)

Het Max Euwe Centrum is ook weer open! In februari stond er een training van Ivan Sokolov op het programma. Maar dat kon toen, om bekende redenen, niet doorgaan. Afgelopen woensdag was het eindelijk zover.

Ivan Sokolov is de auteur van diverse fraaie boeken en enkele dvd’s over het midden­spel. Eind vorig jaar kwam een nieuw boek van hem uit:

‘Magnus Carlsen’s Middlegame Evolution’.

Het boek en de speelwijze van de wereld­kampioen stond centraal in deze boeiende training.

U herinnert zich vast nog wel de partij van Magnus Carlsen tegen Anish Giri in het laatste Tata Steel Chess-toernooi. Daarin offerde Magnus al vroeg een pion en later nog een kwaliteit.

Magnus confronteerde zijn tegenstander met telkens lastige vraagstukken. Ivan schrijft hierover in zijn boek:

“Magnus maakt regelmatig gebruik van wat we omschrijven als een klein offer (meestal een pion) om zodoende diverse doelen te bereiken. Soms doet hij dit omdat hij vindt dat het de beste zet in een bepaalde stelling is, maar vaak is het doel van zo’n klein offer om de balans in de stelling te verstoren en de tegenstander een beetje van zijn stuk te brengen.”

Lees meer >

Boekrecensie – Bishop Versus Knight – The Eternal Battle with the Other Pieces – volume 2

Dit boek is onderdeel van een interessant tweeluik over de eeuwige strijd tussen loper en paard. In deel 1 kwam de strijd tussen loper en paard zonder andere stukken aan bod. Dit deel handelt over dezelfde strijd maar dan met torens en dames. Jasper Dekker schreef een uitgebreide recensie over het eerste deel.

Het is een interessante invalshoek. Wellicht mis ik iets, maar ik heb geen boeken over dit specifieke onderwerp in mijn bezit. Wel enkele boeken over afzonderlijke stukken, zoals de loper of torens.

Aandacht besteden aan deze ‘eeuwige strijd’ is natuurlijk bijzonder nuttig. Het geeft spelers een goed inzicht in welke stukken hij beter wel en welke beter niet moet ruilen in bepaalde stellingen. Deze boeken dragen ook bij aan een dieper begrip van eindspelen en hoe je ze aanpakt. Dergelijke boeken hebben nog een ander voordeel: ze zijn ‘tijdloos’. In tegenstelling tot bijvoorbeeld openingsboeken waar de ‘mode’ regelmatig overheerst.

Indeling

Het boek bestaat uit twee delen. Deel 1 handelt over eindspelen met loper en paard met de torens op het bord. Dat deel is dan weer gesplitst in hoofdstuk 1: superieure loper en hoofdstuk 2: superieur paard.

Het tweede deel is een stuk korter en kent een soortgelijke splitsing in twee hoofdstukken waarin telkens het paard of de loper de boventoon voert. Kortom: een zeer heldere indeling. Daarnaast is het verschil in lengte tussen beide delen vast verklaarbaar uit het feit dat torens nou eenmaal vaker overblijven in eindspelen omdat ze relatief laat aan het spel deelnemen.

Verschillende karakters

Ik verklap geen nieuws als ik zeg dat lopers in open stellingen met materiaal aan beide zijden van het bord vaak beter tot hun recht komen. Paarden doen het over het algemeen beter in gesloten stellingen. Maar dat is, zo blijkt uit dit boek, bepaald geen wet van Meden en Perzen. De complexiteit neemt uiteraard nog verder toe met andere stukken op het bord, een voorbeeld (ik heb de oorspronkelijk Engelse tekst integraal overgenomen):

Lees meer >