Mooie partij Negi in Leiden

Na zes ronden zijn er drie koplopers in Leiden: David Howell, Evgeny Voribiov en Parimarjan Negi met vijf punten. Zij hebben een half punt op een groep van acht spelers, waaronder onze landgenoten Benjamin Bok en Jan-Willem de Jong. Van de koplopers maakte vooral Negi indruk met zijn partij op bord 1 in de zesde ronde, waarin hij de gehele partij materiaal achterstond, maar uiteindelijk in het verre eindspel (met nog steeds een stuk minder) toesloeg.

Nu moet wel gezegd worden dat hij met enig geluk op bord 1 terechtkwam. In de vijfde ronde zag het er na de tijdcontrole niet naar uit dat hij zou winnen, maar net op het moment dat tegenstander Frank Erwich weer genoeg tijd had om na te denken maakte hij een enorme blunder…

41…Pd4??

Dit geeft zomaar een toren weg. Na 41… Pc7 42. Db8 Tf8 is de loper op f1 niet te redden en moet wit proberen remise te maken… 4

42. Lxd4

Op 42…Lc4 heeft wit nu nog 43.Ta1, en anders promoveert wit gewoon.

1-0

Maar na deze meevaller maakte Negi veel indruk met de manier waarop hij de Poolse grootmeester Bartosz Socko versloeg.

Socko – Negi

1. d4 Pf6 2. c4 g6 3. Pc3 d5 4. Lf4 Lg7 5. Pf3 O-O 6. Tc1 Le6

Een vrij nieuw idee. Na deze partij (en Grischuk-Caruana een maand geleden) valt te verwachten dat de zet populair zal worden.

7. Pg5

Socko besluit voorlopig de zetten van Grischuk te volgen.

7… c5 8. dxc5 d4 9. Pb5 Pc6 10. Pc7 Lf5 11. Pxa8 e5 12. Ld2 e4

Tot zover volgen beide spelers Grischuk-Caruana uit het afgelopen Tal-toernooi. Helaas heb ik niet op het tijdgebruik gelet, dus of Socko het voorbereid had weet ik niet. Het is een moeilijke stelling, dat bleek destijds al uit de vele denkpauzes van Grischuk: wit staat een toren en een pion voor, zes punten dus, maar hij kan zich nauwelijks bewegen en het paard op a8 zal verloren gaan. Wie zou hier nou niet zwart willen hebben? Maar objectief gezien valt de witte stelling nog wel mee.

13. Db3

In de hierboven genoemde partij kwam Grischuk er goed uit na 13. e3 h6 14. Ph3 Lxh3 15. gxh3 Pe5 16. Lg2 Pd3+ 17. Kf1 Pxc1 18. Dxc1 d3 19. Lc3 De7? 20. Pc7 Dxc7 21. Lxf6 Lxf6 22. Lxe4 maar na 19…Te8! (om e4 te dekken) had zwart beter gestaan.

13… De7 14. e3 d3 15. Ph3

Het liefst zou wit het zwarte centrum aantasten, om te proberen van de lastpost op d3 af te komen, maar dan gaat het snel mis: 15. f3 exf3 16. gxf3 h6 17. Ph3 Pd4! 18. Dd1 Pe4! 19. fxe4 Lxh3 20. Lxh3 Dh4+ 21. Kf1 Dxh3+ 22. Kf2 Lf6 met mat in maximaal negen zetten.

15… Txa8

Slaan op h3 komt hier zeker in aanmerking.

16. Pf4 Td8 17. h3 Pe5 18. Pd5

Toch nog 1 stuk van wit dat goed staat! Lang zal wit er niet van kunnen genieten.

18… Dd7

19. Db5

Op deze manier forceert wit dameruil. Zo wordt het gevaar voor de witte koning wat minder, maar wit blijft moeite met de ontwikkeling houden. Veel keuze had wit ook niet, zo komt op 19.Lc3 Pxc4!

19… Pxd5 20. Dxd7 Txd7 21. cxd5 Txd5 22. g4

Wit kan het hier ook voorzichtiger aanpakken en profylactisch uit het schaakje gaan. Na 22. Kd1 h5 23. g3 Pf3 24. Lg2 Lxb2 25. Tb1 Le5 26. Lxf3 exf3 27. Txb7 Txc5 28. Txa7 Tc2 staat wit nog steeds een volle kwaliteit voor, maar de toren op h1 is nog steeds opgesloten. Remise lijkt dan de meest logische uitslag.

22… Pf3+ 23. Kd1 Lxb2

24. gxf5?

Misschien een winstpoging van de Pool? Na 24. Tb1 wint een stuk, maar zwart kan op verschillende manieren remise forceren, of zelfs op winst spelen. 24… Ld7 (24… Txc5 25. gxf5 Tc2 26. Le1 Pxe1 27. Kxe1 Lc3+ 28. Kd1 Td2+ 29. Kc1 Tc2+ met eeuwig schaak) 25. Txb2 Txc5 (25… La4+ 26. Kc1 Txc5+ 27. Kb1 Lc2+ 28. Kc1 Lb3+ 29. Kb1 Lc2+ en alweer remise door zetherhaling) 26. Tb4 Tc2 27. Le1 Txa2 28. Lc3 La4+ 29. Txa4 Txa4 30. Lg2 Ph4 31. Th2

Materieel staat het dan gelijk (drie pionnen tegen een stuk) en de witte koningsvleugel staat krom. Toch staat zwart niet per se beter: wit kan de toren bevrijden met Lf6 (eventueel voorafgegaan door Lh1), en dan f3, of g5, Tg4, of Tg1, Kd2, Tb1. En als de witte toren vrij is, is alles nog mogelijk.

24… Pxd2 25. Kxd2 Lxc1+ 26. Kxc1 Txc5+?

Goed voor zwart is 26… Txf5 27. Lg2 Txc5+ 28. Kb1 f5 want op 29. f3? komt 29… f4! 30. exf4 e3 en wint.

27. Kb1? Waarschijnlijk was wit bang dat a2 eraf zou gaan, maar een belangrijkere taak voor de koning is om de d-pion te stoppen. Na 27. Kd1 gxf5 28. f3 heeft zwart geen f4 en wit kan met Th2 of Tg1 zijn toren activeren. En a2 gaat er niet af: 28… Tc2 29. Tg1+ Kf8 30. Tg2

27… gxf5 28. f3

Wit kan f4 doen, maar dan komt de witte loper er nooit uit. In de partij wordt de witte loper wel bevrijd, maar echt gelukkig wordt ie niet…

28… f4!

Door deze doorbraak krijgt zwart twee verbonden vrijpionnen.

29. exf4

Dit scheelt een pion ten opzichte van 29. fxe4 d2 30. Le2 fxe3 In plaats van afwachten zou wit dan kunnen proberen in een toreneindspel over te gaan, maar dit lijkt te verliezen, b.v. 31. Tg1+ Kf8 32. Kb2 b5 33. Tg3 Tc1 34. Txe3 Te1! 35. Ta3 Txe2 36. Kc2 Txe4 37. Txa7 Ta4 en zwart heeft twee pionnen meer.

29… d2 30. Le2 e3

Nu heeft zwart ‘slechts’ twee pionnen voor de loper, maar die beide pionnen zijn wel minstens een stuk waard.

31. Kb2?

31. Tg1+ Kf8 32. f5 Ke7 33. f4 Kf6 34. Kb2 gevolgd door Tg3 is de enige manier voor wit om iets actiefs te doen. In de partij kan wit alleen maar afwachten…

31… Kg7 32. Tg1+ Kf6 33. h4 h6

De witte toren moet op de eerste rij blijven om Tc1 benevens Te1 te voorkomen, en de koning moet ook in de buurt blijven. En Kf5xf4 is een soort dreiging, dus

34. Ld3

Maar nu kan de loper dus ook niet bewegen.

34… b5

Zwart vindt een simpel plan om de witte stelling te breken: pion naar b4, toren naar c3. Wit kan alleen maar afwachten. 35. a3 a5 36. Th1 b4 37. axb4 axb4 38. Ta1 Tc3 39. Le2

Helaas, dit moet, maar nu kan de zwarte koning ingrijpen.

39… Kf5 40. h5 Kxf4

De zwarte koning wil naar f2.

41. Tg1 f5 42. Kb1

42… Tc1+!

Er zijn meer manieren om te winnen, maar dit is de meest dwingende.

43. Txc1 dxc1D+ 44. Kxc1 Kg3 45. Kd1 Kf2 46. f4 b3

Wit kan nog wel zijn loper geven voor de beide vrijpionnen, maar dan is het pionneneindspel simpel gewonnen voor zwart. 0-1

Van de Nederlanders doen Bok en De Jong het goed met ruime overscores, is de Leidse grootmeester nog steeds ongeslagen en Herman van Halderen met 3,5 punten nog steeds in de running voor een IM-norm. Etienne Goudriaan verloor helaas van GM Vorobiov in de zesde ronde, maar een ronde eerder boekte hij een mooie overwinning tegen de Indiase grootmeester Sundararajan.

Wit staat een pion voor, maar zwart kan hier met een combinatie de kleine kwaliteit winnen. Etienne heeft echter goed gezien dat de resterende stelling heel goed voor hem is.

30… Txf1? 31. Pxf1 Lg2 32. Th8! Lxf1 33. Tb8!

De pointe: het paard is ingesloten. Weliswaar kan wit dit paard niet meteen winnen, maar de h-pion is ook heel sterk. 33… Lg2 34. Kb3!

Niet 34. b3 Le4+ 35. Kd2 Pb2 en het paard is ontsnapt.

34… Lc6 35. h4! d5

Op meteen 35… Kf6 komt 36. e4 Kg7 37. Td8 en wint.

36. cxd5 exd5 37. h5 Kf6 38. Kc2 c4 39. Td8

39…Ke7?

Verliest meteen, maar ook 39… Kg7 40. Td6 Lb7 41. h6+ Kh7 42. Td7 Lc8 43. Txd5 Kxh6 44. Txa5 is gewonnen voor wit.

40. h6! Kxd8 41. h7 Ke7 42. h8D Pc5 43. De5+ Kd7 44. Df5+ Ke7 45. Dc8 1-0

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.