Carlsen wint en verliest bij Tal Memorial

Het Tal-toernooi is weer zeer sterk bezet dit jaar. Van de top zes van de wereld ontbreekt alleen Aronian, en van de andere vijf spelers heeft alleen Andreikin onder de 2750, maar die is Russisch kampioen, dus ook heel sterk. Op papier kan dat een heel spannende strijd opleveren, en in de eerste drie rondes werd het dat ook! De grote favoriet Magnus Carlsen staat slechts op 50% en Vladimir Kramnik staat zelfs zelfs onderaan met een half uit drie. Er zijn vier koplopers met twee uit drie: Caruana, Gelfand, Mamedyarov en Nakamura.

Foto’s gemaakt door Lennart Ootes

Kramnik koos er vrijwillig voor om vijf keer zwart te hebben bij dit toernooi, omdat dat gunstig is bij gelijk eindigen. Daar valt iets voor de zeggen, maar het pakte niet goed uit: hij verloor in de eerste ronde met zwart van Carlsen, en tot overmaat van ramp daarna ook vanuit een gunstige stelling tegen Nakamura. Die had de eerste ronde hard verloren tegen Mamedyarov maar door twee Russen te pakken (voor een Amerikaan vast altijd prettig) staat hij nu toch bovenaan. Gelfand wint met zwart en speelt met wit remise: een goede strategie voor dit toernooi, want voorlopig staat zwart op plus twee! Caruana maakt het zelfs bonter door met zwart twee keer te winnen en met wit te verliezen… ook Mamedyarov is dankzij een zwartoverwinning koploper. Had Kramnik dan toch gelijk?

Hoe dan ook, Carlsen bleek beter dan Kramnik in een eindspel:

Carlsen – Kramnik

1. d4 Pf6 2. Lg5

"Carlsen wil natuurlijk zijn voorbereiding op Anand niet prijsgeven", zo interpreteerden sommigen deze zet. De Noor verklaarde na afloop echter helemaal niet zo ver vooruit te kijken. Zijn uitleg was plausibel: met "normale" openingen bereikte hij vaak niets tegen Kramnik, dan maar eens een Trompovsky!

2… d5 3. e3 c5 4. Lxf6 gxf6

Zo ontstaat een typische strijd in de Trompovsky: zwart heeft het loperpaar en het centrum, maar wel ten koste van een verzwakte pionnenstelling (wat weer ten koste gaat van de veiligheid van de koning).

5. dxc5 e6 6. Pf3

Een nieuwtje (volgens mijn database tenminste), al is de stelling wel bekend.

6… Pd7!?

Er is op zich niet zo veel mis met 6…Lxc5, maar zwart wil zijn loper op g7 zetten. Daar staat hij mooi, vooral als wit volgens verwachting c4 doet. Het geeft wit wel een extra mogelijkheid.

7. c4 dxc4 8. c6

Ook interessant is 8.Da4, om zwart te dwingen met zijn loper op c5 te slaan.

8… Pb6

Zwart kan op c6 slaan en hopen dat de halfopen b-lijn compenseert voor de zwakte op c6, maar het is niet nodig.

9. Pbd2 c3 10. bxc3 bxc6

Als zwart nu zijn pion op f6 naar g6 kon zetten zou hij prima staan. Lekker druk op c3 vanaf g7 terwijl c6 nauwelijks aangevallen kan worden. Maar hij staat op f6: dat betekent dat de h-pion een beetje zwak is, en daarmee de koning.

11. Dc2 Lg7 12. Ld3 f5 13. e4

Wit probeert de stelling te openen richting zwarte koning.

13… Df6 Na 13… fxe4 14. Lxe4 Pd5 15. O-O f5 16. Lxd5 cxd5 17. Tfe1 O-O 18. Pe5 heeft wit een blokkade, maar die is niet makkelijk te handhaven na 18… f4 gevolgd door Tf5 en Dc7. Dat was dus een speelbaar alternatief.

14. Tc1 O-O 15. O-O

Wit kan zwart vijf geïsoleerde pionnen geven met 15. exf5 exf5 maar zwart heeft goed stukkenspel: na 16. O-O Pd5 hangt c3 terwijl Pf4 ook in de stelling zit. Zwart wil liever ook niet op e4 slaan in verband met de witte batterij richting h7, dus de spanning blijft voorlopig in de stelling.

15… c5 16. Tfe1 Td8 17. a4 c4

Zwart had hier een pion kunnen winnen met 17… Pxa4 18. Dxa4 Txd3. Wit kan dan remise maken met 19. Dc6 Tb8 20. Dc7 Ta8 maar ik denk niet dat er meer in zit.

18. Lf1

18. Pxc4 Pxc4 19. Lxc4 Lb7 20. Ld3 Td7 geeft zwart een boel activiteit voor de pion.

18… fxe4

Nu de batterij weg is, heft zwart de spanning op.

19. Pxe4 Df5

Het is iets logischer om naar g6 te gaan (de volgende zet ook nog). Het is geen ramp om het loperpaar op te geven, maar het is wel zonde.

20. Pd4 Lxd4 21. cxd4 Lb7 22. Pc5

Zo krijgt wit toch een plusje: hij dreigt een pion te gaan winnen zonder dat zwart superveel activiteit heeft.

22… Dxc2 23. Txc2 Lc6 24. a5 Txd4!

Maar met een kleine combinatie houdt zwart de schade beperkt. Als het paard was weggegaan slaat wit gewoon op c4 met een pion meer.

25. axb6 axb6 26. Pxe6

Belangrijk is dat zwart na 26. Pb3 cxb3 27. Txc6 b2 28. Tb1 Ta1 29. Txb2 Tdd1 alsnog het stuk terugwint.

26… fxe6 27. Lxc4 Ld7 28. h3 Kf7

Zwart heeft zwakke pionnen, wit niet, maar de pionnen zijn goed verdedigbaar, en bovendien heeft zwart een vrijpion. Het is wel een type stelling dat Carlsen vaak nog wint, maar dan wel tegen zwakkere spelers dan Kramnik.

29. Lb3 Ke7 30. Tce2 Td6 31. Te4 Ta3 32. T1e3 h5 33. Th4 Le8

Alles gedekt!

34. Kh2 Lg6 35. Tb4 Kf6 36. Kg3 e5 37. Kh4 Td4+

Kramnik kiest voor een actieve oplossing. Achteraf gezien onwijs, want je moet Carlsen niet een pion meer geven. Het alternatief was passief blijven verdedigen: het risico dat je dan een foutje maakt, alsnog een pion verliest, en dan onder slechtere omstandigheden.

38. Txd4 exd4 39. Te6+ Kg7 40. Txb6 d3 41. Ld1 Ta2 42. Kg3

42…h4+?

Ik vermoed dat Kramnik hier naar de witte h-pion, de witte loper en veld h8. f-pion eraf, torens ruilen, loper offeren tegen g-pion, en remise, toch? Dat blijkt zo simpel niet te zijn. Hij had daarom hier 42… Ta1 43. Lf3 Ta4 44. h4 Tc4 moeten doen. Het is moeilijk voor wit verder te komen, o.a. omdat zijn loper en koning moeilijk kunnen bewegen. Misschien staat wit niet eens beter.

43. Kxh4 Txf2 44. Kg3 Tf6?

Vanwege dezelfde misvatting wikkelt zwart af naar een verloren eindspel in plaats van met torens op het bord te blijven vechten.

45. Txf6 Kxf6

De Lomonosov tablebase zegt hier dat het bij optimaal spel mat in 40 is.

46. Kf4 d2

De d-pion is niet te handhaven, maar ik vermoed dat bij de mat in 40 zwart ‘m niet meteen opoffert.

47. Ke3 Ke5 48. g3 Lf5 49. h4 Le6 50. Kxd2 Ke4

Het is niet zo raar om te denken dat deze stelling remise is. Wit moet een keer g4 doen, zwart slaat de pion en het is remise, toch? Maar dat is alleen het geval als je met je koning op h8 weet te komen. Het blijkt dat wit dat kan voorkomen.

51. Ke2 Lg4+ 52. Ke1 Le6 53. Kf2 Ke5

Helaas moet de zwarte koning terug: als die dat niet vrijwillig doet, forceert wit het met Lc2+.

54. Ke3 Ld7 55. Lc2 Lg4 56. Lg6 Ld7 57. h5

Stap 1 in het plan is om de pion op h6 te zetten. Daarmee wordt de zwarte koning nog verder teruggedrongen (zwart moet op h7 Kg7 kunnen doen) maar nog belangrijker: de loper en de pion op h6 houden de zwarte koning van h8 af.

57… Kf6 58. Kf4 Le6 59. Le4

59…Kg7

Hiermee geeft zwart toe g4 niet te kunnen stoppen. Als zwart past, speelt wit h6 en g4 zonder bang te zijn voor Lxg4, omdat de koning van h8 afgesneden kan worden. Concreet: 59… Ld7 60. h6 Le6 61. g4 Lxg4 62. Kxg4 Kf7 63. Lh7! De enige zet die wint. 63… Kf6 64. Kh5 Kf7 65. Kg5 Kf8 66. Kf6 en de h-pion promoveert. Na 59…Kg7 moet wit natuurlijk geen 60.g4 doen, maar hij kan met Lf5 de zwarte loper van de diagonaal h3-c8 verjagen waarna hij wel g4 kan doen.

60. Kg5 Ld7 61. h6+ Kh8 62. Kf4 Le6 63. Lf5 Lf7 64. g4

Nu moet wit nog de pion op g6 krijgen zonder dat zwart kan slaan, maar dat is niet zo moeilijk. In principe is het plan: pion naar g5, koning naar f6, dan de zwarte loper wegjagen met Le6 en Lf7, dan g6-g7.

64… Lh5!?

Een grapje van Kramnik: hij dreigt nu remise te maken.

65. g5! Kg8 66. Le6+ Kh7 67. Kf5 Lg6+ 68. Kf6 Kh8

Weer een grapje: misschien raakt Carlsen toevallig de zwarte loper aan?

69. Ld7 Lh5 70. Lc6 Kh7 71. Ld5 Lg6 72. Lg8+! 1-0 Op de volgende zet kan wit wel de zwarte loper slaan.

Voor Carlsen de ideale start. Er volgde een correcte remise met zwart tegen Karjakin, en in de derde ronde kon hij een voorschot op de toernooioverwinning nemen door met wit concurrent (en mogelijk de nieuwe nummer 3 van de wereld) Caruana te verslaan. Het liep echter anders.

De opening leverde hem niets op, en door een onoplettendheid verloor hij zelfs een pion. Dat was op zich geen ramp: het toreneindspel was gewoon remise. De laatste tijd is Carlsen echter kwetsbaar in toreneindspelen (volgens Giri omdat hij te veel ziet) en ook dit keer ging hij de fout in door af te wikkelen naar een eindspel toren en h-pion tegen toren. Vaak is dat remise, dit keer bleek het gewonnen en Caruana speelde het heel nauwkeurig uit.

Toreneindspelen van fgh tegen fgh met een vrijpion op de damevleugel zijn onder normale omstandigheden (zoals deze) remise. De verdedigende partij zet de toren achter de vrijpion, valt tegelijk de pionnen op de koningsvleugel aan en gaat die pakken zo gauw de koning de vrijpion gaat ondersteunen. De verdedigende partij kan dan zelf een vrijpion maken (of meer) en da’s meestal genoeg voor remise (of meer). In deze stelling wil wit zijn toren op b7 hebben zonder dat zwart zijn toren naar de zesde rij kan verplaatsen. Dat kan hier met 33.Td8+ Kh7 34.Tb8 en 35.Tb7.

Hij wil echter ook h4 doen: het is geen ramp als zwart dat met g5 kan voorkomen, maar wel een kleine concessie. Die wens ging bij Carlsen blijkbaar voor.

33. h4 Kf8

Ook nu kan 34.Td8+ Ke7 35. Tb8, maar dan is wel de zwarte koning ‘ontsnapt’ (al is dat geen ramp).

34. Td7 Te4 35. Tb7 Te6

Nu heeft zwart dus zijn toren naast de pion gekregen, in plaats van ervoor. Dat is vaak gunstig: de toren kan de taak overnemen van de koning om de koningsvleugel te bewaken waardoor de koning naar de vrijpion kan lopen. Stel dat wit in deze stelling steeds zou passen, dan doet zwart h5, Tf6, Ke8-d8-c8 gevolgd door lopen met de b-pion en eventueel Tb6. Natuurlijk laat Carlsen dat niet allemaal toe.

36. g4 g5 37. f4 gxf4 38. Kf3 Tf6

Het gedroomde veld, maar niet voor lang.

39. g5 Tc6 40. Kxf4 h5

Het plan om met de koning de b-pion te gaan ondersteunen is niet meer realistisch voor zwart. Je moet dan je f-pion opgeven, maar de witte g-pion is dan al bijna aan de overkant. Maar er is nog een ander winstplan: onder gunstige omstandigheden b6 tegen h4 afruilen. De kans dat je dan met je vrije h-pion wint is niet groot, maar wie weet, als de witte koning verkeerd staat of zo…

41. Kf5 Kg7 42. Tb8 Tc5+ 43. Kf4 Tb5

Nu staat de toren juist weer beter voor de pion, om h4 aan te kunnen vallen.

44. Ke4 Tb1 45. Kf5 Tb2 46. Kf4 Tb4+ 47. Ke5 Kg6

47… Txh4 48. Txb6 Th1 49. Kf4 is heel makkelijk remise te houden door wit: de toren snijdt de zwarte koning af, de koning houdt de h-pion in bedwang. Daarom probeert Caruana wat anders, waarschijnlijk zonder veel hoop dat het iets op zou leveren.

48. Tg8+ Kh7 49. Tf8?

Maar Carlsen gaat de fout in! Je kunt niet alle theoretische toreneindspelposities uit het hoofd kennen, maar toch, het risico was niet nodig: na 49. Tb8 Kg7 50. Kf5 Tb1 51. Ke5 b5 Anders komt zwart niet verder. 52. Kf4 b4 53. Kf3 b3 54. Kg2 Kg6 55. Tb5 maakt wit remise door te doen wat hij steeds deed: de b-pion aanvallen, zorgen dat de zwarte koning niet naar de b-pion kan (of in ieder geval niet zonder f7 op te geven) en zorgen dat zwart niet b2 met winst kan doen (daarom de koning op g2).

49… Txh4 50. Txf7+ Kg6 51. Tf6+ Kxg5

Het is nu bij optimaal spel mat in 46 volgens de tablebase. Niet makkelijk overigens, maar Caruana speelt het heel goed uit.

52. Txb6 Ta4

Bij een randpion is de remisemarge groter, omdat een verticale afsluiting van de vijandelijke koning meestal niet genoeg is voor de winst. In de partij is de witte koning echter horizontaal afgesloten en moet deze moedeloos toezien hoe de h-pion richting h1 loopt, ondersteund door koning en toren.

53. Tb8 Kg4! 54. Tg8+ Kf3 55. Tf8+ Kg3 56. Tg8+ Kh2!

Hier ligt 56… Tg4? voor de hand, maar wit maakt dan remise: 57. Ta8 h4 58. Ta3+ Kh2 59. Kf5 Tg3 60. Ta2+ Tg2 61. Ta3 h3 62. Kf4 en de zwarte koning kan niet uit de hoek ontsnappen.

57. Kf5 h4 58. Tb8 h3

Belangrijk is dat de zwarte koning nu wel uit de hoek kan komen: als wit schaakjes geeft, kan de koning naar h4. Met de witte koning op g5 zou de de stelling daarom remise zijn.

59. Kg5 Te4!

Eigenlijk net een soort Lucena: bruggetje bouwen! Als wit nu schaakjes geeft gaat zwart met zijn koning naar f2 en heeft hij dan Te2.

60. Kf5 Te2 61. Tg8 Tg2 62. Td8 Tf2+ 0-1

Zwart vervolgt met Kg2 en h2 en kan op f1 schuilen als wit Tg8+ doet.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.