Krokodil loert naar egel

Niet alle journalisten in Chennai hadden verstand van schaken. Zo was er iemand die het belangrijker vond op een persconferentie aan Carlsen te vragen welk dier hij zou willen zijn, als hij geen mens zou zijn. Een krokodil, antwoordde de Noor. Die ligt geduldig te wachten op zijn prooi, in de wetenschap dat hij elk ander dier aankan. De overeenkomst met Carlsen als schaker is treffend.

De aandacht voor de match in de Nederlandse media was groot. Deze keer neem ik weer een aantal artikelen onder de loep. Om te beginnen de laatste twee artikelen van Wim van der Wijk, van wie ik in dit verhaal al de eerste zes artikelen besprak. Hij schreef ze in de kranten van de HDC Media, vier regionale dagbladen in de Randstad.

Veel kranten kwamen vrijdag al met een groot verhaal over de nieuwe wereldkampioen, op de dag dat de beslissing nog moest vallen. Logisch, iedereen zag de derde overwinning van Carlsen als de officieuze beslissing. Wim van der Wijk kreeg nog meer ruimte dan de voorgaande dagen.

Van de opening Nimzo-Indisch legde hij een link naar het boek ‘Mijn systeem’ van Nimzowitsch.

“In ruil voor aanvalskansen gunde Anand zijn tegenstander een gedekte vrijpion, diep in de witte stelling. En wat hebben de lezers van ‘Mijn systeem’ hierover geleerd? ‘De vrijpion is een misdadiger die achter slot en grendel moet, zachte maatregelen zoals politietoezicht zijn onvoldoende.’ Anand zondigde tegen deze waarschuwing, dapper in ruil voor aanvalskansen. En het werd nog gekker, in zijn aanvalsdrift liet hij deze vrijpion zelfs tot dame promoveren. De Indiër leek inderdaad ondanks de enorme materiële achterstand een mataanval te hebben, maar Carlsen bezwoer alle gevaar en verzilverde vervolgens zijn voordeel.”

Van der Wijk verwachtte een korte remise in de laatste partij, maar het werd een gevecht tot de kale koningen. Over de opening:

“Carlsen vermeed de scherpe hoofdvarianten en drong zijn tegenstander een systeem op dat bekendstaat als de egelstelling. De vergelijking met een egel is treffend: als wit zijn opponent onvoorzichtig aanpakt, kan hij zichzelf lelijk bezeren.

Uiteraard liet Carlsen zich niet provoceren. Hij loerde als een krokodil – zijn favoriete dier – op een afstandje naar de egel. Het leek op een niet-aanvalsverdrag, het ligt immers ook niet in de natuur van de egel om een krokodil aan te vallen.”

Van der Wijks laatste woorden over deze match:

“Is de schaakwereld blij? Ja, Carlsen is de beste en een prachtig uithangbord. Gaan meer mensen schaken? In Noorwegen: ja, elders: misschien, maar op speeldagen bezochten volgens de organisatie 200 miljoen mensen de website waarop de partijen live te volgen waren.”

In Trouw een voor mij (als trouwe lezer) nieuwe naam: Matthijs Keuning. Ook die krant plaatste een groot verhaal op de dag dat de beslissing officieel nog moest vallen: vrijdag.

“Carlsen – volgende week wordt hij 23 – heeft waarschijnlijk voordeel van zijn leeftijd omdat hij in de urenlange partijen fitter blijft dan zijn vaak veel oudere tegenstanders. Een partij van zeven uur is niet uitzonderlijk. Carlsen komt de tijd wel door, hij wordt hoogstens een beetje moe. Even naar buiten of een rondje lopen is voldoende om hem weer scherp te krijgen.

Carlsen sloeg in de strijd met Anand toe op momenten dat de wedstrijd in remise leek te eindigen. Of zelfs, zoals gisteren, als hij zelf bijna mat wordt gezet. Het verrassingselement is de spontaniteit en ongrijpbaarheid van zijn spel, de strategie die hij ter plekke bedenkt. Binnen tien seconden weet hij vaak wat hij gaat doen. De overige tijd is om te checken of zijn ingeving inderdaad kan. Voor de meeste zetten heeft hij geen andere verklaring dan dat het goed voelde.”

Keuning had ook gelezen dat computervoorbereiding voor Carlsen niet heel belangrijk is. Hij citeert Carlsen:

“Ik zoek naar posities waar computeranalyses niet relevant zijn, of waar ik beter kan analyseren dan een computer. Ik ga naar toernooien met het idee dat ik de beste speler ben.”

De Volkskrant is schaakminded. Gert Ligterink zal vast vele dagverslagen hebben geschreven, maar ik heb geen abonnement. Wel kocht ik de krant zaterdag en werd verrast met een complete pagina 3 over de match, door Ligterink. Hij beschrijft Carlsens leven, waarbij uiteraard Wijk aan Zee 2003, als dertienjarig jongetje, aan bod komt. Een voordeel voor Carlsen was volgens Ligterink vaak dat toernooiorganisatoren liever een talentvolle West-Europeaan uitnodigen dan een even talentvolle Oekraïner, zoals Karjakin.

Van Ligterink verwachten we natuurlijk altijd een schaaktechnische analyse en die geeft hij ook:

“In zijn vroege jeugd was Carlsen een aanvalsspeler, die materiaal offerde wanner hij maar kon. Hij begreep dat hij het met die stijl op den duur niet zou redden en gooide het roer om. Hij koos een solide openingsrepertoire en werkte hard aan zijn technische vaardigheden.”

Dan citeert hij Carlsen over zijn samenwerking met Kasparov:

“Van Kasparov heb ik geleerd hoe ik mijn weg moet vinden in ingewikkelde stellingen. Ik zal hem er altijd dankbaar voor blijven.”

Tot slot stelt Ligterink dat Carlsens erelijst bijna compleet is. Bijna? Ja, Ligterink vindt het jammer dat Carlsen met het Noorse team nooit de Olympiade zal winnen. In mijn ogen een wat merkwaardige afsluiting van een leuk verhaal.

Op dezelfde pagina 3 in de Volkskrant een grappige kolom over drie bijnamen van Carlsen.

De Mozart van het schaken: vanwege zijn intuïtie en zijn enorme geheugen. Hier dezelfde opmerking als in Trouw: “Ik weet meestal na tien seconden al wat ik ga doen.”

De Justin Bieber van het schaken: Carlsen schijnt sexy te zijn. Voor een vriendin heeft hij evenwel geen tijd. Wat hij heel erg vindt: als meisjes hem gaan vertellen hoe ze vroeger schaakten met hun opa. Carlsen haat dat, het is stomvervelend.

De Messi van het schaken: logisch, vindt Carlsen zelf: “Het is duidelijk dat Messi de beste voetballer van de wereld is. Als ik de beste schaker van de wereld ben, kan ik het met die vergelijking niet oneens zijn.”

Als schaakliefhebbers hebben we de afgelopen weken over aandacht in de media niet te klagen gehad.

4 Comments

  1. Avatar
    Titos november 25, 2013

    Ik moest wel lachen om de zin "Carlsen schijnt sexy te zijn." Doet me denken aan het type man dat moeite heeft om andere mannen sexy/aantrekkelijk te noemen.

    Carlsen is sexy. Punt. Hopelijk heeft dat een positieve invloed op de schaaksport wereldwijd.

  2. Avatar
    Wim van der Wijk november 25, 2013

    Leuk voor de borreltafel, die bijnamen van Carlsen die ook al de Cassius Clay van het schaken is genoemd. Ik mis nog een vergelijking met een tennistopper. Mijn voorstel zou zijn: de Nadal van het schaken, vanwege het perfecte baselinespel. Een speler die het niet direct van zijn opslag moet hebben, maar de bal in het spel brengt, waarvoor de opslag oorspronkelijk ook is bedacht. Niet om het spel met aces onmogelijk te maken, het handelsmerk van de servicekanonnen.

    Voor Anish 2018 (eerder mag ook) heb ik na het zien van Toms YouTube-filmpje ook al een leuke bijnaam: de jaguar van het schaken!

  3. Avatar
    Johan Hut november 25, 2013

    Geweldig filmpje en heel verrassend. Bedankt, Tom.

    Titos, als ik er verstand van zou hebben zou ik hem best sexy willen noemen. Maar hij kijkt altijd zo chagrijnig. En ik moest wel lachen toen Annechien Steenhuizen tijdens het NOS-journaal, na de slotopmerking dat Carlsen een hunk was, nogal afkeurend zei: "Nou, hunk…".

    Maar als vrouwen hem echt sexy vinden ben ik daar blij mee.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.