Media geïnteresseerd in Anne Haast

Jonge vrouwen die er leuk uitzien en toch (toch?) schaken, die helpen ons om onze sport in de publiciteit te krijgen. Anne Haast kreeg al aandacht toen ze vorig jaar Nederlands kampioene werd, Lisa Schut een jaar eerder ook, maar een ‘meisje’ dat van Jan Timman wint, daar komen vele media op af. Deze week de Nieuwe Revu.

Je moet je wel een beetje aanpassen aan het medium en maar voor lief nemen dat als je instemt met een interview met dit mannenblad, je een ‘babe’ genoemd wordt. Het woord ‘meisje’ komt van Anne zelf, al is ze 21 en dus een volwassen vrouw. Over haar overwinning op Timman: “Mijn voordeel dit toernooi was dat al die gerenommeerde spelers per se niet wilden verliezen van een jong meisje. Zelfs remise zou voor hen aanvoelen als een nederlaag. Daardoor namen ze soms te veel risico, en dat was het moment dat ik ze kon pakken. Na afloop van de partij gaf Timman mij een hand, daarna droop hij af met z’n staart tussen z’n benen.”

Verslaggever Danny Koks is behalve van Annes overwinning op Timman onder de indruk van haar simultaan op het Binnenhof tegen 26 oud-parlementariërs. De sterkste vrouwen van Nederland presenteren zich bij allerlei gelegenheden als Chess Queens, doen veel aan simultaans en andere publieksactiviteiten. Ze weten zelf heel goed dat ze als weinige vrouwen tussen vele mannen publicitaire waarde hebben. Anne op de vraag of je als vrouw van schaken kunt rondkomen: “Gek genoeg speel ik juist vaker toernooien omdat ik als vrouw meer opval. Daardoor krijg ik meer aandacht en dus ook uitnodigingen.” Maar het blijft een mannenbastion, voegt ze eraan toe, en een substantieel inkomen kan ze er niet mee verwerven. Dat hoeft ook niet, als studente aan de pabo (ze wil onderwijzeres worden) is ze al blij dat ze aan het Tata-toernooi een zakcentje overhield.

Schaken is geen sport meer voor oude, morsige mannetjes die een beetje suf achter hun bord zitten te roken, zegt Anne.

Ze vertelt over Magnus Carlsen, die in Noorwegen razendpopulair is, en over Nick Schilder, onlangs uitgeroepen tot ambassadeur van de schaaksport. “Hij kan best goed schaken, hoor. Ik heb zelf nog geen potje tegen hem gespeeld, maar dat gaat vast gebeuren. Ik vind hun muziek ook best goed. Nee, echt.”

Zijn schakers eigenlijk allemaal een beetje gek? Anne: “Iedereen is op zijn eigen manier vreemd, toch? Ik kan vaak wel aan mensen zien of het schakers zijn. Vraag me niet hoe, maar ik pik ze er zo uit.”

Tot slot vertelt Anne nog dat schaken natuurlijk een olympische sport moet worden, dat ze het gaaf zou vinden als ze een gouden plak zou winnen, dat ze nog minstens veertig jaar mee kan in de wereldtop en dat ze – zo wilde de verslaggever natuurlijk weten – zelf ook geschaakt is door een schaker. Oftewel: ze heeft een vriendje. Als ze tegen elkaar spelen is het best spannend.

Het interview van één pagina plus een grote foto is voor schakers die alles al goed volgen geen reden om naar de winkel te rennen, maar het is wel prachtig dat nu ook een groter publiek kan zien dat schaken een hippe sport voor jongedames kan zijn. Ook al pikken die jongedames mannelijke schakers er zo uit.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.