The Grand Chess tour? Stop er alsjeblieft mee!

Ik moet je iets bekennen. Toen de Grand Chess Tour werd aangekondigd was ik een beetje sceptisch over het idee. Mijn scepsis werd niet zozeer ingegeven vanwege de koppeling van een aantal sterk bezette toernooien. Zoiets hebben wij al eerder meegemaakt en dat hield uiteindelijk geen stand. Nee, daar zit voor mij niet het probleem.

Het probleem zit hem in de deelnemers. ‘Maar wacht nou eens eventjes’ hoor ik sommigen al zeggen ‘wat is er nou beter dan een toernooi met de sterkste spelers van de wereld?’ Tja, wat is er op tegen? Misschien niet alles, maar wel veel. Het probleem zit hem vooral in de geweldige sterkte van de deelnemers (verder lezen)

Als je hele sterke spelers tegen elkaar laat spelen, dan is de kans op remises behoorlijk groot. Bovendien kennen deze heren elkaar van haver tot gort. Je zag hoe de zaak zich ontwikkelde. In Noorwegen was er behoorlijk wat bloed aan de paal. In St. Louis waren de heren al een stuk vreedzamer en in London hadden ze er kennelijk niet zo heel veel zin meer in.

Het leek wel alsof de meeste spelers nauwelijks nog de moeite namen om zich extra voor te bereiden. Het motto was ‘laten wij maar een Berlijnse muur optrekken, dat kan haast niet misgaan!’ Voorzover ik me herinner ging het meestal ook niet mis. In zo’n slordige 30% van de partijen bouwde zwart aan een Berlijns muurtje.

De variatie aan openingen was bedroevend. Voor de aardigheid heb ik in Megabase opgezocht hoe vaak bijvoorbeeld het Frans op topniveau is gespeeld in 2015. Dus dan reken ik alle partijen (in alle toernooien) tussen grootmeesters met een ELO van 2700 of meer tot mijn selectie. Ik hoop dat ik geen fouten heb gemaakt (ik ben nog niet zo handig met Megabase), maar de Franse verdediging werd slechts 4 keer gespeeld. Overigens eindigden ook die partijen in remise. Maar het is in ieder geval een keer wat anders dan de beruchte muur of de zoveelste brij variant van het Spaans.

De Pirc werd ook 4 maal op hoog niveau gespeeld, zij het vooral in rapid en blitz partijen. Kennelijk schrokken de witspelers zich rot van de afwijking op de sleur van de Berlijnse muur. Deze minimatch eindigde in 1-3 voor zwart (3 overwinningen en 1 nederlaag). De Caro-Kann mag zich in een grotere populariteit verheugen: 11 keer (allemaal remise). Ik durf er bepaald geen vergif op in te nemen dat mijn selecties correct of compleet zijn, maar het geeft wel een bepaalde trend aan.

‘Maar…?!’ Ja, ik weet het. Soms werden partijen tot op het bot afgekloven. Maar veelal ging het om minieme verschillen. Eindeloos een klein voordeeltje proberen uitmelken is niet zo mijn ding. Maar ik moet toegeven Carlsen heeft het tot een ware kunst verheven.Wat dan wel?

Over Michel Hoetmer

Michel schaakt al sinds begin jaren '70. Hij speelde bij schaakclub Utrecht (2e klasse KNSB) en hij was ook redacteur van het clubblad. Tegenwoordig is hij lid van sv Zukertort in Amstelveen. In het dagelijks leven is hij verkooptrainer en publiceerde diverse boeken en artikelen over verkopen en marketing. Sinds kort mag hij zichzelf ook gediplomeerd schaaktrainer (2) noemen.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.