Giri eet iedere dag een broodje zalm

Anish Giri eet in Wijk aan Zee iedere dag bij zijn ontbijt een broodje zalm. Daar hoefde hij alleen de eerste dag over na te denken. De volgende dagen niet meer en zo spaart hij zijn hersenen. Dat zei hij op de radio. Of dat een grapje is weet ik niet, maar de uitspraak verleidde de leuke Trouw-columniste Marijn de Vries tot een prachtige column.

Marijn de Vries is een professionele wielrenster, die ook goed kan schrijven. Bij Trouw is ze als sportcolumniste de opvolgster van Mart Smeets. Smaken verschillen, maar de rubriek ingezonden brieven heeft al uitgewezen dat Trouw daar niet op achteruit is gegaan. Vaak schrijft ze over wielrennen, maar ze blijkt zich ook te kunnen inleven in andere sporten. In schaken tot nu toe niet, want ze dacht dat dat geen sport is. Volgens haar is het schaken een keer per ongeluk in een sportrubriek terechtgekomen en is dat nooit gecorrigeerd omdat journalisten daar te lui voor zijn. Maar na het interview met Giri is ze om.

Marijn de Vries: “Ik zie helemaal voor me hoe hij de komende twee weken, tijdens het Tata Steel-schaaktoernooi, elke dag om exact 8.00 uur uit zijn hotelbed stapt, zich om 8.02 uur netjes scheert, om 8.10 uur een glas jus d’orange naast zijn broodje zalm zet en om 8.30 uur naar de toernooizaal vertrekt. Allemaal zonder erbij na te denken.”

Verhalen over schaken leest ze graag en daar heeft ze bij dezen dus een verhaal aan toegevoegd. Ze heeft begrepen dat op het allerhoogste niveau eigenlijk iedere schaker even goed is, omdat ze allemaal de trucjes kennen (sic), maar dat psychologische oorlogsvoering het verschil maakt. Ook lichaamstaal: “Je ziet het vaak niet eens, zo subtiel gebeurt dat. Je tegenstander laat je met minieme gebaren en geluiden telkens voelen dat je laatste zet flut was. Daar kun je heel onzeker van worden en dat is precies de bedoeling. De schaker die de lichaamstaal het best beheerst, beheerst ook het spel het best.”

We mogen blij zijn als sportredacties de ruimte geven aan schaakjournalisten, maar eigenlijk is het nog leuker als andere journalisten zich ook met onze sport bezighouden. Zoals deze columniste, die onder de lezers van Trouw een flinke schare fans heeft. Ook in andere bladen heb ik ruime aandacht voor het Tata-toernooi gezien. Aandacht voor Anish Giri, Magnus Carlsen, Jeroen van den Berg en Anne Haast. Onvergelijkbare grootheden, maar dat maakt het juist leuk. Een niet-schakende kennis van me zei me gisteren dat ik, als schaker, vast wel wist dat er in Wijk aan Zee een schaaktoernooi bezig was, dat de nummer drie van de wereld daaraan meedeed, dat dat een Nederlander is, dat die in maart een ander toernooi gaat spelen en dat als hij dat wint, dat hij dan Kasparov mag uitdagen voor de wereldtitel. Nou ja… bijna goed zal ik maar zeggen en niet slecht voor een niet-schaker.

1 Comment

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.